Brief regering : Periodieke rapportage hoofdlijnen Justitieel Vierpartijenoverleg (16 januari 2026)
36 800 IV Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2026
Nr. 43
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 februari 2026
Op 16 januari 2026 heeft het Justitieel Vierpartijenoverleg (hierna: het JVO) plaatsgevonden
in Sint Maarten. Middels deze brief informeer ik u over de hoofdlijnen van dit overleg
tussen de vier landen van het Koninkrijk.1
Hoofdlijnen JVO januari 2026
Het JVO is het halfjaarlijkse overleg tussen de Ministers van Justitie van Aruba,
Curaçao, Sint Maarten en Nederland (hierna: de Ministers). Dit overleg bevordert een
gezamenlijke en efficiënte aanpak van justitiële vraagstukken binnen het Koninkrijk
der Nederlanden. Nederland werkt intensief samen met de landen in dit domein en zet
zich actief in om deze samenwerking te versterken. Het JVO vormt daarbij het belangrijkste
gremium. Tevens is het Ministerie van Justitie en Veiligheid (hierna: JenV) verantwoordelijk
voor de justitiële keten in Caribisch Nederland (hierna: CN). Voorafgaand aan het
JVO heb ik daarom een bezoek afgelegd aan Saba. Gezien de kleinschaligheid van de
justitiële keten in dit deel van Nederland, zijn de gesprekken tijdens het JVO over
de regionale samenwerking tussen de eilanden van groot belang.
Sint Maarten was het gastland voor het JVO dat op 16 januari jongstleden heeft plaatsgevonden.
Het overleg werd derhalve voorgezeten door de Minister van Justitie van Sint Maarten,
mw. Nathalie Tackling. Hieronder volgt een beknopte uiteenzetting van de belangrijkste
onderwerpen die zijn behandeld.
Capaciteitsvraagstuk justitiële diensten
Een adequate rechtshandhaving binnen het Koninkrijk vergt een sterke en goed toegeruste
justitiële keten. Het tegengaan van de zogenoemde disbalans binnen de rechtshandhavingsketen
in het Caribisch deel van het Koninkrijk (hierna: CdKNL) is daarom doorlopend onderdeel
van de gesprekken die ik met mijn collega Ministers voer. Het voeren van dit gesprek
betekent goed oog houden voor de verantwoordelijkheden van de vier landen zelf, alsook
receptief zijn voor het Koninkrijksbrede belang. Uit de staatkundige verhoudingen
vloeit immers voort dat rechtshandhaving een landsaangelegenheid is. De capaciteitsverschillen
tussen bepaalde gezamenlijke rechtshandhavingsdiensten – zoals het Recherchesamenwerkingsteam
(RST) en de Koninklijke Marechaussee, waarin Nederland heeft geïnvesteerd – en lokale
diensten, zoals de lokale politiekorpsen en penitentiaire inrichtingen, kunnen ertoe
leiden dat een hogere pakkans niet gevolgd wordt door de nodige vervolgstappen in
de keten. Dit heeft invloed op het hele Koninkrijk.
Essentieel voor deze aanpak is een helder en gedeeld beeld creëren van de knelpunten
binnen elk van de vier landen. Tijdens het JVO is daarom toegezegd om – in lijn met
eerder gemaakte afspraken – de capaciteit van de justitiële diensten in kaart te brengen
om eventuele tekorten te signaleren. Nederland draagt zorg voor de inventarisatie
voor de gemeenschappelijke diensten. Deze opdracht wordt uitgevoerd door de reeds
bestaande JVO-werkgroep Disbalans, waar alle landen in vertegenwoordigd zijn, en waar
vervolgens de inventarisatie van de landen in gedeeld wordt. Ik onderschrijf deze
aanpak van harte en kan met overtuiging zeggen dat alle landen zich volledig committeren
aan de aanpak van deze disbalans.
Het communiceren van een eenduidige boodschap vanuit Nederland is een randvoorwaarde
voor een goede samenwerking. De goede samenwerking die mijn ministerie heeft met het
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: BZK) onderstreep
ik daarom nogmaals. Zo is BZK betrokken bij de JVO-werkgroep en goed op de hoogte
van de ontwikkelingen in de landen. Deze samenwerking wordt daarom richting het eerstvolgende
JVO doorgezet.
Koninkrijksbrede samenwerking detentie
In een sterke justitieketen op alle landen mag het detentiewezen niet ontbreken. Ondanks
het feit dat het detentiewezen een landsverantwoordelijkheid is, wordt – waar mogelijk
en gewenst – de samenwerking met de landen opgezocht. Daarom heb ik tijdens het JVO
hierover met de justitieministers van de landen gesproken.
Er worden goede stappen gezet door de landen om het detentiewezen blijvend te verbeteren
en te zorgen voor een veilig, menselijk en toekomstbestendig detentiesysteem. Een
goed voorbeeld is de start van de nieuwbouw van de Point Blanche gevangenis op Sint
Maarten, waar ik samen met de Ministers van de landen en marge van het JVO het startschot
voor heb gegeven. Nederland (BZK) draagt € 20 mln. bij aan de bouw van deze nieuwe
gevangenis en € 10 mln. om bredere verbeteringen van het detentiewezen op Sint Maarten
te bewerkstelligen.
Tijdens het JVO zijn er eveneens concrete afspraken gemaakt om de onderlinge samenwerking
te verstevigen. Zo heeft Nederland het voorstel gesteund om de taskforce detentie,
waar alle landen bij aangesloten zijn, voort te zetten. Daarmee hebben wij de taskforce
als vehikel voor kennisuitwisseling en het delen van good practices bestendigd. Daarnaast heeft Nederland haar blijvende steun uitgesproken voor een gezamenlijke
reactie op de evaluatie van de Onderlinge Regeling Detentie zoals uitgevoerd door
de Raad van de Rechtshandhaving. De komende periode wordt een schrijfgroep opgericht
die hiermee aan de slag gaat.
Forensische zorg, terbeschikkingstelling (tbs) en plaatsing in een inrichting voor
jeugdigen (pij)
Repressieve maatregelen hebben alleen effect als er zo goed mogelijk oog is voor succesvolle
re-integratie in de samenleving. Adequate behandeling van psychische problematiek
is hier een essentieel onderdeel van. Dit geldt voor heel het Koninkrijk. Op dit moment
ontbreekt het aan de juiste behandelmogelijkheden binnen het CdKNL als het gaat om
de brede forensische zorg, waaronder terbeschikkingstelling en het plaatsen in een
inrichting voor jongeren. De noodzaak voor het realiseren van adequate en specialistische
zorg voor justitiabelen met psychische problematiek staat bij alle Ministers scherp
op het netvlies. Tijdens het JVO van juni 2024 is daarom ingestemd met de ontwikkeling
van een meerjarig programma forensische zorg en behandeling, tbs en pij.
Het is van belang om blijvend stappen te zetten in de concretisering en daadwerkelijke
uitvoering van dit programma. De JVO-brede werkgroep belast met deze opdracht heeft
een terugkoppeling gegeven van de reeds genomen acties. Het is goed om te zien dat
alle landen zich duurzaam verbonden hebben aan deze werkgroep, waarbij er voor de
komende tijd gefocust wordt op het opzetten van lokale projectteams. Momenteel loopt
ook de werving voor de overkoepelende programmamanager, die zal worden gefinancierd
vanuit Nederland. De programmamanager krijgt de taak overkoepelende verbetertrajecten
voor alle landen tot stand te brengen, en ook lokale projectteams op gang te helpen.
Deze projectteams kunnen vervolgens gericht en met inachtneming van de regionale verschillen
identificeren welke knelpunten als eerste zullen worden aangepakt. Geheel in lijn
met eerdere afspraken zet Nederland haar steun en (financiële) commitment aan het
meerjarig programma forensische zorg en behandeling, tbs en pij blijvend voort.
Aanpak georganiseerde ondermijnende criminaliteit
Misdaad moet nooit lonen. Een Koninkrijksbrede aanpak van georganiseerde ondermijnende
criminaliteit is het sterkste wapen tegen criminele netwerken en ondermijnende activiteiten.
Nederland vindt daarin in Aruba, Curaçao en Sint Maarten sterke en gecommitteerde
partners. Desalniettemin zijn de uitdagingen in het CdKNL groot. Het is daarom goed
om te zien dat hier tijdens het JVO uitvoerig aandacht aan is besteed.
De aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit komt in verschillende vormen.
Alle landen hebben tijdens het JVO kennisgenomen van de ontwikkelingen van het multidisciplinaire
Ondermijningsplatform Cariben, geheel gericht op het verbeteren en blijvend versterken
van samenwerking op het gebied van de aanpak van ondermijning. Een belangrijke stap
is daarbij het structureel beschikbaar stellen van € 500.000 vanuit Nederland door
het Directoraat Generaal Ondermijning (DGO), om invulling te geven aan de inhoudelijke
doelstellingen van het platform. Dit zorgt voor een solide basis om – los van de operationele
inzet – strategische partnerschappen en netwerkcoördinatie te effectueren. Zo zorgen
we gezamenlijk voor een goede informatiepositie binnen het Koninkrijk.
De aanpak van ondermijning beperkt zich niet enkel tot de strafrechtelijke aanpak.
Ook de bestuurlijke aanpak heeft de terechte aandacht van alle Ministers. Eind 2025
is daarom door de JVO-werkgroep bestuurlijke aanpak ondermijning het protocol inzake
de bestuurlijke aanpak van georganiseerde en ondermijnende criminaliteit in de Caribische
landen van het Koninkrijk geëvalueerd. Naar aanleiding van deze evaluatie heeft de
werkgroep een wijzigingsbesluit opgesteld, waar door alle Ministers van de landen
mee is ingestemd. Daarmee is het protocol geoptimaliseerd hetgeen een directe versteviging
van de Rijksbrede inzet op de bestuurlijke aanpak van ondermijning betekent.
Kustwacht Caribisch gebied
De Kustwacht Cariben (hierna: KWCARIB) vormt een onmisbare schakel binnen de rechtshandhavingsketen.
Zij zijn de ogen en oren in de vroegtijdige opsporing van drugs en wapens, illegale
migratie, illegale visserij en milieuvervuiling. Samen met Minister Tackling bracht
ik voorafgaand aan het JVO een bezoek aan de KWCARIB. Deze belangrijke organisatie
bestaat in 2026 al 30 jaar. Tijdens het JVO hebben de Ministers kennisgenomen van
de ontwikkelingen binnen de KWCARIB en van een mondelinge toelichting van de plaatsvervangend
directeur KWCARIB over de recente beelden en ontwikkelingen in de regio.
Regionale politie- en brandweersamenwerking
Regionale en inter(ei)landelijke politie- en brandweersamenwerking versterkt de regio,
en raakt daarmee aan de basis van de rechtshandhavingsketen. Bovendien zorgt goede
samenwerking voor een weerbare regio. Het is daarom goed om te zien dat bestaande
samenwerkingsverbanden zoals het College van Korpschefs blijvend door alle landen
worden gesteund. Gezien de grote meerwaarde van deze regionale samenwerking heeft
Nederland toegezegd de structurele bijdrage van € 3,5 miljoen ook vanaf 2026 door
te zetten.
Dat de brandweersamenwerking in het CdKNL steeds concretere vormen aanneemt juich
ik van harte toe. Zo heb ik ingestemd met het opstellen van een hernieuwde samenwerkingsovereenkomst
en de uitwerking van een voorstel voor een ondersteunend secretariaat. De vier landen
zullen hier naar verwachting tijdens het eerstvolgende JVO een besluit over nemen.
Informatie- en gegevensuitwisseling, deling en verwerking
Ook in relatie tot het verwerken, delen en uitwisselen van informatie en gegevens
wordt er binnen het Koninkrijk nauw samengewerkt. Een belangrijke pijler is de harmonisatie
bescherming persoonsgegevens.2 Het komen tot een Koninkrijksbrede harmonisatie voor de bescherming van persoonsgegevens
is een urgent maar complex traject. Er spelen diverse inhoudelijke, organisatorische
en procesmatige aandachtspunten die voor elk van de betrokken landen binnen ons Koninkrijk
anders liggen. Daarbij heeft Nederland als doel om zowel tot een inhoudelijk sterk
alsook tot een breed gedragen product te komen. Het is daarom goed dat dit onderwerp
tijdens dit JVO aan de orde is gekomen. Ik kijk uit naar het vervolggesprek tijdens
het volgende JVO.
Tevens heb ik met de Ministers van de landen gesproken over het coördineren van informatie
en het gebruik van justitiële gegevens binnen het Koninkrijk ten behoeve van de Verklaring
Omtrent het Gedrag (hierna: VOG). Ik streef ernaar om begin 2026 een wetsvoorstel
in consultatie te brengen in Nederland dat de doorgifte van justitiële gegevens mogelijk
maakt tussen Europees Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk ten behoeve
van de VOG. In de andere landen van het Koninkrijk worden ook wetsvoorstellen tot
wijziging van de respectievelijke landsverordeningen voorbereid. Op beide dossiers
is kennisgenomen van de voortgang en overeengekomen de samenwerking voort te zetten.
Jaarverslagen, jaarplannen en begrotingen
Zoals gebruikelijk zijn tevens diverse jaarplannen, jaarverslagen, begrotingen en
meerjarenramingen van gezamenlijke instellingen en diensten besproken. Daarbij ging
het om stukken van het Recherche Samenwerkingsteam (RST), het Parket Procureur-Generaal
(PPG), het Openbaar Ministerie Curaçao, Sint Maarten en Bonaire, Sint Eustatius en
Saba (OM Carib), de Raad voor de Rechtshandhaving, het Gemeenschappelijke Hof van
Justitie en de Stichting Beheer ICT Rechtshandhaving (SBIR). Belangrijke instituten
en stichtingen die de rechtsstaat in het CdKNL borgen en versterken. Voor zover Nederland
niet reeds eerder (schriftelijk) heeft kunnen instemmen met deze begrotingen en jaarstukken
is dat tijdens het JVO alsnog gedaan. Dit bleek niet voor alle landen mogelijk. Nederland
heeft opgeroepen om – daar waar nog geen instemming of consensus over de stukken is
bereikt – dit zo spoedig mogelijk te realiseren. Dit met het oog op continuïteit en
het blijvend functioneren van deze instellingen en diensten.
Tot slot
Tijdens eerdere JVO’s hebben de Ministers van Justitie de wens uitgesproken voor meer
ruimte voor een strategische discussie. Ik ben dankbaar dat Minister Tackling gelegenheid
hiervoor heeft gecreëerd door, naast het JVO, een strategische heisessie te organiseren.
Gedurende deze sessie hadden we ruim tijd om open en eerlijk over diverse onderwerpen
in gesprek te gaan.
Zo is gesproken over het grote belang voor het Koninkrijk van het College van Korpschefs.
De vier korpschefs van Aruba, Caribisch Nederland, Curaçao en Sint Maarten geven gezamenlijk
richting aan thema’s die de individuele korpsen raken of overstijgen. Vanuit deze
rol ondersteunt het College zowel de gezamenlijke doelen van de regionale samenwerking
als de beleids- en uitvoeringsdoelen van de afzonderlijke korpsen. Ik heb mijn waardering
uitgesproken aan mijn ambtsgenoten voor het delen van het belang van deze regionale
samenwerking.
Verder hebben we gesproken over de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit.
De eilanden in het CdKNL behoren tot de veiligste in de regio. Dat willen we graag
zo houden. Een actueel beeld en informatiepositie, evenals een nauwe samenwerking
binnen het Koninkrijk zijn essentieel om deze criminaliteit aan te pakken.
Het volgende Justitieel Vierpartijenoverleg vindt plaats op 3 september 2026 op Curaçao.
Ik ben verheugd dat Curaçao heeft aangegeven en marge van dit JVO ook weer een strategische
sessie te organiseren.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
F. van Oosten
Ondertekenaars
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid