Brief regering : Reparatieclausule en wetgevingsoverleg CSRD
36 678 Wijziging van de Wet toezicht accountantsorganisaties, de Wet op het financieel toezicht, het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2464 met betrekking tot duurzaamheidsrapportering door ondernemingen (Wet implementatie richtlijn duurzaamheidsrapportering)
Nr. 11
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 februari 2026
In het kader van de implementatie van de Richtlijn duurzaamheidsrapportering (Corporate
Sustainability Reporting Directive, CSRD)1 bericht ik u, mede namens de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, als volgt.
Rapportage vanaf boekjaar 2024 en reparatieclausule
De huidige ontwerpimplementatieregelingen bepalen dat diverse verplichtingen voor
ondernemingen en accountants met terugwerkende kracht van toepassing worden met ingang
van boekjaar 2024, zoals de CSRD voorschrijft. Uit contacten met en brieven van diverse
belangenorganisaties is gebleken dat er zorgen bestaan over die toepassing.2 Het kabinet heeft oog en begrip voor de onzekerheden over de juridisch juiste manier
van rapporteren en de controle daarop. Tegelijkertijd zien we door het beginsel van
Unietrouw geen ruimte om de CSRD niet met terugwerkende kracht tot en met boekjaar
2024 te implementeren.3
Om tegemoet te komen aan de geuite zorgen en tegelijkertijd de toepassing van de richtlijnbepalingen
vanaf boekjaar 2024 zoveel mogelijk te borgen, is het kabinet voornemens om een reparatiebepaling
toe te voegen aan de regelingen die de CSRD implementeren.4,
5 Die bepaling strekt ertoe dat ondernemingen en accountants(organisaties) die voor
de inwerkingtreding van de implementatieregelingen al vrijwillig in overeenstemming
met de CSRD hebben gehandeld, worden geacht te hebben voldaan aan hun verplichtingen
die voortvloeien uit de implementatiewetgeving.
Concreet betekent dit dat de onderneming volgens de geldende door de Europese Commissie
vastgestelde en rechtstreeks in de lidstaten van toepassing zijnde standaarden (European
Sustainability Reporting Standards, ESRS) een duurzaamheidsrapportering over boekjaren
2024 en 2025 heeft opgesteld en openbaar gemaakt en dat een externe accountant een
assurance-onderzoek van deze rapportering volgens de NBA-standaarden heeft verricht.6 Dit sluit aan op hoe ondernemingen dit in de praktijk doen: nagenoeg alle relevante
ondernemingen hebben vrijwillig over boekjaar 2024 gerapporteerd en accountants hebben
die duurzaamheidsverslagen gecontroleerd.7 De eis dat dit in overeenstemming met de CSRD is, is uiteraard voor zover dat redelijkerwijs
van de betrokkenen kon worden verwacht zonder implementatiewetgeving.8
Met dit voornemen biedt het kabinet uw Kamer en het bedrijfsleven meer duidelijkheid
over de juridische positie van die ondernemingen ten aanzien van de duurzaamheidsrapportering
over boekjaren 2024 en 2025. Als de implementatiewetgeving niet op uiterlijk 1 oktober
2026 in werking is getreden, wordt de reparatieclausule ook op boekjaar 2026 toegepast.
Op die manier wordt ook voor boekjaar 2026 een redelijke termijn geboden om overeenkomstig
de implementatiewetgeving te rapporteren.
Vervolg
De wijzigingsrichtlijn die volgt uit het Omnibus I-pakket om de CSRD te versimpelen
bevindt zich in de zogenaamde «juristen-linguïstenfase». Nadat de definitieve tekst
in alle officiële talen van de EU beschikbaar is, kan de richtlijn worden vastgesteld.
Naar verwachting wordt de wijzigingsrichtlijn in maart 2026 vastgesteld en gepubliceerd.9
Onmiddellijk na de publicatie in maart zal een nota van wijziging via de ministerraad
voor advies worden voorgelegd aan de Raad van State. Het aangepaste ontwerpimplementatiebesluit
wordt naar uw Kamer gestuurd in het kader van de voorhangprocedure.10 In deze stukken is de wijzigingsrichtijn en de hierboven beschreven reparatieclausule
verwerkt. Ook is de lidstaatoptie opgenomen waarmee het aantal rapporteringsplichtige
ondernemingen vanaf boekjaar 2025 aanzienlijk kleiner wordt.11
Verzoek uitstel wetgevingsoverleg
Op 2 maart 2026 heeft uw Kamer een wetgevingsoverleg over het implementatiewetsvoorstel
gepland. Hoewel ik een voortvarende behandeling van het wetsvoorstel steun, vind ik
het ook van belang dat uw Kamer de implementatie van de wijzigingsrichtlijn uit het
Omnibus I-pakket bij de discussie kan betrekken, die dus onder meer het toepassingsbereik
van de regels zal beperken. Gelet op de nodige stappen hiervoor, is het niet mogelijk
de nota van wijzing die in deze implementatie voorziet voor het wetgevingsoverleg
in te dienen. Ik geef uw Kamer daarom in overweging om de behandeling van het wetgevingsoverleg
uit te stellen totdat de nota van wijziging is ingediend.
De Minister van Financiën,
E. Heinen
Indieners
E. Heinen, minister van Financiën