Brief regering : Inzet C.W. Artikel 2.25 Tweede lid voor nieuw beleid Mijnbouwschade Limburg
32 849 Mijnbouw
Nr. 298
BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 februari 2026
De ontwerpbegrotingen 2026 worden door de samenloop van de parlementaire behandeling
met het verkiezingsreces en de installatie van de nieuwe Tweede Kamer later geautoriseerd
dan gebruikelijk. Waar behandeling van een begroting volgens de Europese verordening
en de Comptabiliteitswet 2016 voor 1 januari van het begrotingsjaar door beide Kamers
wordt afgerond, zal dit nu in de loop van 2026 gebeuren.
De Comptabiliteitswet 2016 stelt in artikel 2.25 dat nieuw beleid dat ten grondslag
ligt aan de ontwerpbegrotingen niet uitgevoerd mag worden voordat de Staten-Generaal
heeft ingestemd. Omdat latere begrotingsbehandeling al was voorzien, heeft de Kamer
eerder een brief ontvangen met de mogelijke gevolgen voor de begroting van Klimaat
en Groene Groei en het Klimaatfonds1. Inmiddels acht het kabinet het voor Mijnbouwschade Limburg niet in het belang van
het Rijk om de uitvoering aan te houden tot na de autorisatie van de ontwerpbegroting.
Daarom doet het kabinet in deze brief voor die maatregel een gemotiveerd beroep op
artikel 2.25, tweede lid, Comptabiliteitswet 2016. Conform het verzoek van de Tweede
Kamer2 bevat deze brief een onderbouwing waarom een beroep op deze uitzonderingsbepaling
noodzakelijk wordt geacht.
Tabel 1 – Overzicht maatregel
in duizenden euro
Kas 2026
Verplichtingen 2026
1
Schadeafhandeling mijnbouw Limburg
art. 31
€ 23.082
€ 23.082
Toelichting per maatregel
1. De regeling Tegemoetkoming Mijnbouwschade Limburg draait om de nasleep van steenkoolwinning
in Zuid-Limburg. Na de mijnsluiting in de jaren 70 zijn de mijnen volgelopen met water
waardoor de bodem is gaan stijgen. Dit kan leiden tot schade aan de woning.
De regering heeft in de ontwerpbegroting voor het jaar 2026 voor de instelling van
het schadeloket van het Instituut voor Milieu, Mens en Mijnbouw Limburg (I3ML) additioneel
budget vrijgemaakt. De motie van de leden Vermeer (BBB) en Pierik (BBB)3 verzoekt de regering om het schadeloket uiterlijk in het derde kwartaal van 2025
toegankelijk te maken voor aanmeldingen. Daarnaast verzoekt de motievan de leden Beckerman (SP), Bushoff (GL-PvdA) en Teunissen (PvdD)4 dat de regering met grote spoed de schaderegeling invoert, niet wacht tot 2026 en
dat het kabinet alles op alles zet om de schadeafhandeling zo spoedig mogelijk te
starten. Bovenstaande moties zijn afgehandeld5.
Er is gecommuniceerd dat het Rijk, na parlementaire goedkeuring, vanaf 2026 zal gaan
starten met de schadeafhandeling. Met het later autoriseren van de ontwerpbegrotingen
2026 door de samenloop van de parlementaire behandeling met het verkiezingsreces en
de installatie van de nieuwe Tweede Kamer loopt de schadeafhandeling mogelijk vertraging
op en kunnen de particuliere woningeigenaren langer met schade zitten.
Eind 2025 is een digitaal loket geopend en op 2 januari 2026 is het fysieke I3ML loket
geopend, zodat er een plek is waar woningeigenaren met mijnbouwschade terecht kunnen.
Een particuliere woningeigenaar kan nu bij het nieuwe instituut een aanvraag digitaal,
per post of ter plekke bij het loket indienen. I3ML neemt een aanvraag in behandeling
als de woning gelegen is in het voor het besluit opengestelde mijnbouwschadegebied.
De Minister van Klimaat en Groene Groei vraagt voor iedere aanvraag advies aan de
Limburg Kamer van de Commissie Mijnbouwschade (hierna commissie). Deze commissie beoordeelt
of het aannemelijk is dat de schade het gevolg is van bodembeweging door de voormalige
steenkoolwinning. Na ontvangst van het advies van de commissie neemt de Minister binnen
weken een besluit. De schadegevallen tot 10.000 euro krijgen een financiële tegemoetkoming.
De grotere schadegevallen zullen worden hersteld door een aannemer. Naar verwachting
zullen de eerste schadegevallen in het najaar van 2026 worden hersteld.
Voor het in behandeling nemen van de aanvragen en het onderzoeken van schade (uitvoeringskosten)
moeten betalingen plaatsvinden die niet kunnen wachten tot de autorisatie van de Tweede
Kamer (voorzien in de week van 17 maart) en de daaropvolgende autorisatie van Eerste
Kamer op de ontwerpbegroting van 2026.
Verwacht wordt dat de daadwerkelijke schadebetalingen pas later in het jaar zullen
plaatsvinden.
Er is geen ander budgettair verwerkingsmoment anders dan de parlementaire begrotingsbehandeling.
U wordt daarom met deze brief geïnformeerd.
Beleidskeuzes uitgelegd
Onderbouwing doeltreffendheid, doelmatigheid en evaluatie (CW 3.1)
1. Doel
Het doel wat wordt nagestreefd is een regeling voor schadeafhandeling inrichten voor
woningeigenaren in Zuid-Limburg die door na-ijlende effecten van voormalige mijnbouwactiviteiten,
zoals verzakking en grondwaterstijging, kampen met schade aan de woning.
2. Beleidsinstrument
Dit betreft een schade-instrument waarbij de Rijksoverheid huiseigenaren in de voormalige
mijnstreek een financiële tegemoetkoming biedt en bij grotere schadegevallen herstel-in-natura.
3. A. Financiële gevolgen voor het Rijk
B. Financiële gevolgen voor maatschappelijke sectoren
A. Financieel gevolg voor het Rijk in 2026 is € 23,1 mln.
B. Niet van toepassing
4. Nagestreefde doeltreffendheid
De regeling schadeafhandeling mijnbouw Limburg biedt woningeigenaren een financiële
tegemoetkoming of herstel-in-natura, zodat een oplossing wordt geboden aan deze eigenaren
met schade als gevolg van de voormalige steenkoolwinning in Zuid-Limburg.
5. Nagestreefde doelmatigheid
De inschatting is dat de volgende uitgangspunten ervoor zorgen dat er een gedragen
schadeafhandeling komt en dat de kosten van de schadeafhandeling en de tegemoetkomingen
daar waar mogelijk te claimen is op de nog bestaande rechtsopvolgers van de voormalige
mijnbouwbedrijven:
– schadeafhandeling door het instituut I3ML dat gevestigd wordt in Heerlen;
– advisering over de schadeafhandeling door de Limburg Kamer van de Commissie Mijnbouwschade;
– beoordeling van de schadegevallen op basis van aannemelijkheid;
– met de schadeafhandeling biedt de Rijksoverheid huiseigenaren in de voormalige Mijnstreek
voor hun mijnbouwschade bij kleine schadegevallen een financiële tegemoetkoming en
bij grotere schadegevallen herstel-in-natura.
6. Evaluatieparagraaf
De regeling wordt 1 jaar na de datum van eerste toekenning geëvalueerd en daarna tenminste
een keer per 5 jaar.
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
S.Th.M. Hermans
Ondertekenaars
S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei