Brief regering : Besluit centrale overheidsbekostiging Orthopedagoog- Generalist
29 282 Arbeidsmarktbeleid en opleidingen zorgsector
Nr. 622
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 6 februari 2026
De afgelopen jaren is meerdere malen constructief overleg geweest tussen de Nederlandse
Vereniging van Pedagogen en Onderwijskundigen (NVO) en het Ministerie van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport (VWS) over de vraag of de opleiding tot Orthopedagoog-Generalist
(OG) centraal bekostigd zou moeten worden. Met deze brief informeer ik u over het
besluit dat de OG-opleiding niet centraal vanuit de overheid bekostigd zal gaan worden
en de overwegingen die daaraan ten grondslag liggen.
Voordat ik inga op mijn besluit en overwegingen, wil ik benadrukken dat ik de OG erken
als een beroepsgroep met een duidelijke professionele en maatschappelijke meerwaarde.
De OG levert een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van zorg en begeleiding bij
complexe orthopedagogische hulpvragen en is inzetbaar in meerdere domeinen, waaronder
onderwijs, jeugdhulp, gehandicaptenzorg, geestelijke gezondheidszorg en ouderenzorg.
Om mijn besluit toe te lichten schets ik kort de aanloop. Op 9 januari 2020 heeft
de NVO een formeel verzoek ingediend om de opleiding tot OG centraal vanuit de overheid
te bekostigen. Hierover heeft op 6 oktober 2020 overleg plaatsgevonden tussen de NVO
en het Ministerie van VWS. Op 1 juni 2021 is vervolgens een brede veldbijeenkomst
georganiseerd, waarin samen met vertegenwoordigers uit het veld is gesproken over
de inhoud van de opleiding, de inzet van OG’s in verschillende domeinen en de vraagstukken
rondom bekostiging. Naar aanleiding daarvan heeft het Ministerie van VWS op 17 augustus
2021 een brief gestuurd naar de NVO met aanvullende vragen die van belang waren voor
verdere besluitvorming. Deze zijn door de NVO op 12 november 2021 beantwoord. Vanwege
de aanhoudende coronacrisis is de besluitvorming in die periode vertraagd.Daar komt
bij dat – gerelateerd aan het bekostigingsvraagstuk – het Ministerie van VWS en de
NVO meer inzicht wensten in de nut en noodzaak van het beroep en de opleiding tot
OG, naast de andere beroepen die werkzaam zijn in de werkvelden in de zorg waar de
OG werkt. Om de nut en noodzaak aan te tonen heeft het Nivel1 in de periode januari tot maart 2024 in opdracht van de NVO een onderzoek uitgevoerd.
Daarna is per 20 januari 2025 op het verzoek van NVO de opleiding tot OG ad hoc en
eenmalig geraamd door het Capaciteitsorgaan (CO).
Het CO heeft het advies op 8 januari 2026 aan het Ministerie van VWS aangeboden. Mede
op basis van dit advies is het Ministerie van VWS tot de conclusie gekomen dat centrale
bekostiging van de opleiding tot OG niet aan de orde is. Het CO-advies zal gelijktijdig
met deze brief worden gepubliceerd op de website van het CO en is als bijlage met
deze brief meegezonden. De NVO is tevens gelijktijdig met deze brief over het advies
en besluit geïnformeerd. Hierna volgen mijn overwegingen die tot mijn besluit hebben
geleid.
Voorop staat dat er een aantoonbare noodzaak moet zijn om over te gaan tot centrale
bekostiging van de OG-opleiding. In geval van de OG kan deze noodzaak niet worden
onderbouwd.
Dat de noodzaak niet kan worden onderbouwd heeft onder meer te maken met het feit
dat bekostiging vanuit de Rijksbegroting alleen kan worden ingezet als bekostiging
in de markt niet of onvoldoende tot stand komt of kan komen, terwijl de beroepsbeoefenaar
waartoe wordt opgeleid wel noodzakelijke zorg levert in het licht van een van de geldende
zorgwetten die niet of onvoldoende door een andere beroepsbeoefenaar geboden kan worden.
De bekostiging van de opleiding tot OG wordt reeds in de praktijk door het veld zelf
gerealiseerd. Daarmee is geen sprake van marktfalen. Zo komt uit het CO-advies geen
overtuigend bewijs naar voren dat sprake is van een structureel, landelijk tekort
aan OG’s dat niet binnen het bestaande stelsel kan worden opgevangen. De capaciteitsraming
laat verder zien dat het verschil tussen de huidige instroom (160) en de geraamde
benodigde instroom (circa 184) beperkt is. Daarbij constateert het CO dat de opleidingscapaciteit
bij instellingen ruimer is dan momenteel wordt benut en dat er voldoende potentiële
opleidelingen beschikbaar zijn. Dit laat zien dat het veld in staat is gebleken om
nagenoeg conform de raming op te leiden, wat als een positief en bemoedigend signaal
wordt beschouwd.
Daarnaast zijn er geen signalen dat kwaliteit en patiëntveiligheid onder druk staan
door decentrale bekostiging. De huidige wettelijke kaders, zoals de Wet BIG, professioneel
toezicht en het beroepscompetentieprofiel dragen hier voldoende aan bij.
Hier komt bij dat de middelen voor opleiden schaars zijn en bekostiging van de OG-opleiding
ten koste zou gaan van andere (medische) vervolgopleidingen waarvoor bekostiging vanuit
de overheid primair is bedoeld. Centrale bekostiging van de OG-opleiding door de overheid
zou daarmee kunnen leiden tot nieuwe marktverstoringen, ondoelmatigheden en onwenselijke
precedentwerking voor andere (medische) opleidingen die heden ook decentraal bekostigd
worden.
Gegeven het bovenstaande is centrale overheidsbekostiging van de opleiding tot OG
niet aan de orde, ook niet in de vorm van de beschikbaarheidbijdrage, zoals door de
NVO eerder gesuggereerd is. Dit besluit doet geen afbreuk aan de professionele en
maatschappelijke meerwaarde van de OG.
De inzet van de OG blijft van grote waarde binnen verschillende zorg- en maatschappelijke
domeinen. De kwaliteit van de beroepsuitoefening en de patiëntveiligheid zijn daarbij
geborgd binnen de bestaande wettelijke kaders, het professioneel toezicht en de geldende
beroepsstandaarden.
Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.A. Bruijn
Ondertekenaars
J.A. Bruijn, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport