Brief regering : Fiche: Mededeling European Democracy Shield
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. 4247
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 januari 2026
Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij 10 fiches die werden opgesteld
door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen (BNC).
Fiche – Mededeling Versterking van de economische veiligheid van de EU (Kamerstuk
22 112, nr. 4239).
Fiche – Mededeling EU-Agenda voor Steden (Kamerstuk 22 112, nr. 4240).
Fiche – Kapitaalmarktintegratie en Toezichtcentralisatie Pakket (KTP) (Kamerstuk 22 112, nr. 4241).
Fiche – Finaliteitsverordening (Kamerstuk 22 112, nr. 4242).
Fiche – Mededeling over het EU actieplan tegen drugshandel (Kamerstuk 22 112, nr. 4243).
Fiche – RESourceEU actieplan en voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke
grondstoffen (Kamerstuk 22 112, nr. 4244).
Fiche – Wijzigingsvoorstel Verordening CO2-emissienormen zware bedrijfsvoertuigen (Kamerstuk 22 112, nr. 4245).
Fiche – Herziening EU-drugsstrategie(Kamerstuk 22 112, nr. 4246).
Fiche – Mededeling European Democracy Shield.
Fiche – Mededeling EU strategie Maatschappelijke Organisaties (Kamerstuk 22 112, nr. 4248).
De Minister van Buitenlandse Zaken,
D.M. van Weel
Fiche: Mededeling European Democracy Shield
1. Algemene gegevens
a) Titel voorstel
Gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch
en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s: Europees schild voor de democratie:
zorgen voor sterke en veerkrachtige democratieën
b) Datum ontvangst Commissiedocument
12 november 2025
c) Nr. Commissiedocument
JOIN(2025) 791
d) EUR-Lex
https://commission.europa.eu/document/2539eb53-9485-4199-bfdc-97166893f…
e) Nr. impact assessment Commissie en Opinie Raad voor Regelgevingstoetsing
Niet opgesteld
f) Behandelingstraject Raad
Raad Algemene Zaken
g) Eerstverantwoordelijk ministerie
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in nauwe samenwerking met
het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
2. Essentie voorstel
Op 12 november 2025 heeft de Europese Commissie (hierna: Commissie) een pakket ter
verdediging van de Europese democratieën gepubliceerd: het European Democracy Shield (hierna: EUDS).1 Het pakket bestaat uit een reeks samenhangende maatregelen en acties en is gestoeld
op drie pijlers: ten eerste integriteit van de informatieruimte, ten tweede weerbare
instellingen, vrije verkiezingen en onafhankelijke media, en ten derde maatschappelijke
veerkracht en betrokkenheid van burgers.2
De Commissie stelt de oprichting van een Europees Centrum voor Democratische weerbaarheid
voor (European Centre for Democratic Resilience, hierna: ECDW). In het ECDW worden bestaande netwerken, deskundigheid, instrumenten en middelen
van de EU en de lidstaten samengebracht. Het ECDW beoogt gemakkelijkere informatie-uitwisseling
tussen Europese instellingen/gremia, relevante organisaties en tussen lidstaten onderling,
alsmede de ondersteuning van capaciteitsopbouw. Bij de uitwerking van deze mededeling
en de oprichting van het ECDW zal de bevoegdhedenverdeling tussen de EU en de onafhankelijke
lidstaten gerespecteerd worden.
Om de integriteit van de informatieruimte te vergroten zal middels een onafhankelijk
Europees netwerk van factcheckers de factcheckcapaciteit in alle officiële talen van
de EU worden versterkt. Daarnaast zal het European Digital Media Observatory (EDMO) nieuwe, onafhankelijke monitoring- en analysecapaciteit ontwikkelen voor grote
evenementen, zoals verkiezingen of crisissituaties, zijnde onder andere gezondheidsnoodgevallen
of natuurrampen.3 De richtlijn audiovisuele mediadiensten wordt geëvalueerd en mogelijk herzien met
het oog op de informatieruimte. Het gaat onder meer om de bescherming van minderjarigen,
modernisering van reclameregels en prominentie van mediadiensten van algemeen belang.
Verschillende initiatieven uit het voorstel (o.a. het ECDW, EDMO en het Europees netwerk
van factcheckers) hebben een bredere reikwijdte dan enkel EU-lidstaten door zich ook
te richten op (potentiële) kandidaat-lidstaten. Op deze manier beoogt de Commissie
gerichte capaciteitsopbouw te ondersteunen om ook (potentiële) kandidaat-lidstaten,
als Oekraïne en Moldavië, weerbaarder te maken tegen FIMI (Foreign Information Manipulation and Interference) en hybride dreigingen, de democratische rechtsstaat te bestendigen en onder andere
onafhankelijke media en mediavrijheid te versterken.
De Commissie stelt voor de weerbaarheid van onafhankelijke media te versterken door
huidige financiële steun te verbinden met financiering voorgesteld in het nieuwe Meerjarig
Financieel Kader (MFK).4 De Commissie zal een actualisering van de EU-aanbeveling over de veiligheid van journalisten
voorstellen en meer actie ondernemen ter ondersteuning van het bestaande EU-kader
voor de bestrijding van onrechtmatige rechtszaken tegen publieke participatie (de
SLAPP-richtlijn).
De Commissie beoogt de weerbaarheid van Europese en nationale instituties te versterken
zonder competenties te wijzigen, bijvoorbeeld kijkend naar verkiezingsprocessen, politieke
actoren en vrije en onafhankelijke verkiezingen. De Commissie zal het European Cooperation Network on Elections (ECNE) versterken door systematische informatie-uitwisselingen te organiseren over
de integriteit van verkiezingsprocessen en de veiligheid van (kandidaat-)politieke
ambtsdragers. Daarbij heeft de Commissie bijzondere aandacht voor (online) haat tegen
vrouwen in politiek.5 De Commissie zal ook richtsnoeren presenteren over het verantwoorde gebruik van AI
in verkiezingsprocessen, de verkiezingstoolkit voor digitale dienstencoördinatoren
actualiseren, alsmede een aanbeveling met handreikingen presenteren om de veiligheid
van politieke actoren te verbeteren.
De Commissie stelt daarnaast voor de maatschappelijke weerbaarheid en de betrokkenheid
van burgers te vergroten. Naast maatregelen om de media- en digitale geletterdheid
te bevorderen (alle leeftijden), zal de Commissie een competentiekader voor EU-burgerschap
ontwikkelen, evenals richtsnoeren om de burgerschapsvorming op scholen te verbeteren.
Ook zal de Commissie de maatschappelijke en democratische betrokkenheid van burgers
in belangenbehartiging en besluitvorming ondersteunen door middel van participatie-
en raadpleginginstrumenten, met bijzondere aandacht voor het lokale niveau en betrokkenheid
van jongeren. Om burgers meer bewust te maken van hun democratische grondrechten,
zal de Commissie een EU-gids voor democratie voorstellen gerelateerd aan EU-kaders
en wetgeving.
De Commissie heeft ook oog voor vrijheid van wetenschap en artistieke vrijheid als
belangrijke elementen voor democratische samenlevingen. Zij zal ook wetenschappelijk
onderbouwde besluitvorming helpen bevorderen, onder meer door een aanbeveling over
wetenschappelijke onderbouwing in de beleidsvorming vast te stellen. Ook heeft de
Commissie aangegeven de vrijheid van wetenschappelijk onderzoek te verankeren in EU-wetgeving.
Daarnaast beziet de Commissie de mogelijkheid van het oprichten van een European Centre of Expertise on Research Security.
3. Nederlandse positie ten aanzien van de mededeling
a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein
Het beschermen en versterken van onze democratische rechtsstaat en democratische processen
is een prioriteit van het kabinet. Dit gebeurt onder andere door het tegengaan van
risico’s en dreigingen voor het verkiezingsproces, het voorkomen dat mis- en desinformatie
democratische processen en onze samenleving ondermijnt, en het versterken van de (democratische)
weerbaarheid van burgers, maatschappelijke organisaties en de samenleving. Met het
oog op de geopolitieke en technologische ontwikkelingen neemt het kabinet concrete
maatregelen om dreigingen het hoofd te bieden.
Het kabinet staat voor een robuust en integer verkiezingsproces. Uw Kamer is op 4 juli
jl. per brief geïnformeerd over de recent getroffen maatregelen om risico's op buitenlandse
beïnvloeding in het verkiezingsproces tegen te gaan.6 Hierin is ook de offensieve aanpak tegen desinformatie aangekondigd, met onder andere
de oprichting van een orgaan voor het detecteren van FIMI. Daarnaast werkt het kabinet
breder aan het tegengaan van ongewenste buitenlandse beïnvloeding. De Wet transparantie
en tegengaan ondermijning door maatschappelijke organisaties (WTMO) is momenteel in
behandeling in de Eerste Kamer. Tevens wordt gewerkt aan een uitvoeringswet voor de
Europese verordening inzake transparantie en gerichte politieke reclame. In de Emancipatienota: Veilig Meedoen! wordt nader toegelicht hoe dit kabinet zich inzet voor de veiligheid van vrouwen
en lhbtiq+ personen tegen desinformatie en online haat specifiek tegen hen gericht.7
Daarnaast erkent het kabinet dat het functioneren van Nederland als democratie en
gemeenschap niet alleen goed openbaar bestuur vraagt, maar ook om actieve betrokkenheid
van burgers zelf. Op 1 januari 2025 is de Wet versterking participatie op decentraal
niveau in werking getreden. Deze wet verplicht lokale overheden om binnen twee jaar
een participatieverordening op te stellen. Op nationaal niveau zijn voorbeelden van
burgerparticipatie het nationaal burgerberaad klimaat en de samenwerking met de Nationale
Jeugdraad om betrokkenheid van jongeren bij EU-beleid te bevorderen.
Het kabinet constateert dat het werken voor de publieke zaak en de aantrekkelijkheid
van het ambt onder druk staat.8 Het kabinet biedt met het programma weerbaar bestuur ondersteuning aan politieke
ambtsdragers die te maken krijgen met (online) bedreigingen, agressie en geweld.9 Hierbij is nadrukkelijk aandacht voor de positie van vrouwen mede gelet op het feit
dat zij frequenter en persoonlijker geraakt worden. Bij de gemeenteraadsverkiezingen
van maart 2026 zal het kabinet met de gemeenten extra aandacht besteden aan de veiligheid
en bescherming van het verkiezingsproces en de betrokken personen.
Het kabinet ziet publieke en private media als essentieel voor een gezonde democratische
rechtsstaat om inwoners gericht te informeren, zowel op nationaal als lokaal/regionaal
niveau. Het kabinet signaleert dat het medialandschap en -beleid volop in beweging
is; zo wordt de landelijke publieke omroep momenteel hervormd en wordt gewerkt aan
het versterken van de lokale publieke omroepen.10 Terwijl de mediasector onder druk staat, onder meer door technologische ontwikkelingen
en veranderd mediagebruik, is het voor het kabinet evident dat de behoefte aan onafhankelijke
journalistiek onveranderd is gebleven.11 De rol en betekenis van grote platformen, de digitaledienstenverordening (DSA) en
de uitvoeringswet, die 4 februari 2025 in werking is getreden en het toezicht regelt,
is in dit kader ook relevant.12
Het kabinet ondersteunt het werk van Netwerk Mediawijsheid – waar meer dan 1200 partners
bij aangesloten zijn – om de mediawijsheid te versterken, bijvoorbeeld via projecten
als MediaMasters of DichterBijNieuws.13 Tevens is Nederland in Europees verband voorloper met het ondersteunen van de veiligheid
van journalisten bijvoorbeeld door het structureel financieren van PersVeilig.14 Het kabinet zet zich daarnaast via Wetenschapveilig15 in voor het beschermen van wetenschappers die bedreigd worden of zich niet veilig
voelen.
Het beschermen van de democratische rechtsstaat doen wij niet alleen; initiatieven
om de Europese samenwerking hiertoe te versterken worden verwelkomd.16
Het kabinet zet in op een stevige en structurele samenwerking met andere lidstaten
en Europese instellingen om onze democratische en maatschappelijke weerbaarheid te
beschermen en bevorderen.
Het kabinet voert actief samenwerkingsbeleid gericht op kandidaat-lidstaten van de
EU. De democratische rechtsstaat, fundamentele waarden en principes zijn hierbij leidend,
waarbij het kabinet steng vasthoudt aan de eisen voor EU-lidmaatschap, waaronder de
Kopenhagen-criteria.
b) Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel
Het kabinet verwelkomt de mededeling en steunt het doel van gerichte samenwerking
en maatregelen om onze democratische rechtsstaat en fundamentele rechten en waarden
beter te beschermen tegen externe en interne dreigingen. Dit is een grote en urgente
opgave, gelet op de geopolitieke ontwikkelingen, snel ontwikkelende (digitale) dreigingen
en mogelijke impact hiervan op onze democratische processen als verkiezingen, en een
veilige en eerlijke publieke ruimte. Een groot aantal lidstaten en kandidaat-lidstaten
ervaart deze dreigingen ook. Het kabinet heeft wel vragen over de mate waarin een
aantal van deze beleidsonderwerpen op EU-niveau thuishoren.
Het kabinet constateert evenwel dat een aanzienlijk deel van de mededeling nog nader
moet worden uitgewerkt, zoals de aankondiging van verschillende aanbevelingen. Het
kabinet zal de uitwerking van deze mededeling en onderhavige aanbevelingen bezien
in het licht van het uitgangspunt dat de EU haar bevoegdheden alleen uitoefent wanneer
dat noodzakelijk is. In het kader van de uitwerking van het EUDS, waarin de bescherming
van de democratische orde centraal staat, benadrukt het kabinet dat er een duidelijkere
koppeling nodig is tussen aantastingen van de kernwaarden van de EU en de inzet van
de Commissie. Daarmee wil het kabinet borgen dat het EUDS niet alleen breed toepasbaar
is, maar ook gerichtere acties omvat wanneer fundamentele Europese waarden daadwerkelijk
onder druk staan. Bovendien is momenteel onvoldoende zichtbaar op welke wijze het
EUDS daadwerkelijk bescherming biedt aan gemarginaliseerde groepen, zoals vrouwen,
lhbtiq+ personen of andere kwetsbare burgers.
Het kabinet onderschrijft met de Commissie een aantal principiële uitgangspunten ten
aanzien van deze mededeling: houd rekening met de bestaande competenties van de EU
en lidstaten en het subsidiariteitsbeginsel, laat inhoud en feiten leidend zijn in
een objectieve en controleerbare aanpak, faciliteer effectieve informatieverzameling
en -deling met inachtneming van bestaande juridische en (veiligheids)technische kaders
(zoals de Algemene Verordening Gegevensbescherming) en benut bestaande structuren
en versterk die waar nodig met gerichte acties.
Het kabinet steunt in dit kader het initiatief voor het vormen van het ECDW. Het kabinet
deelt de analyse dat de veelzijdige aard van de hedendaagse dreigingen vraagt om een
beter geïntegreerde aanpak om informatie uit bestaande structuren samen te brengen
op een centraal punt, en zo silovorming en overlappend werk te voorkomen. Gestructureerde
samenwerking tussen de Commissie en de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO)
achten zowel de Commissie als het kabinet hierbij van belang om tot een effectieve
aanpak te komen. Zoals de Commissie in de Mededeling schrijft, vind het kabinet het
van groot belang dat bij het ECDW de bevoegdheden-verdeling tussen lidstaten en de
EU gewaarborgd blijft en dat de onafhankelijkheid van relevante organisaties in acht
wordt genomen.
Conform de motie Paternotte17 pleit het kabinet in de uitwerking van het ECDW voor het opnemen van tegenmaatregelen
wanneer er duidelijk sprake is van beïnvloeding van verkiezingen en ongewenste inmenging
in democratische processen. Het is ook hier van belang om reeds bestaande structuren
te gebruiken. Daarnaast ziet het kabinet kansen om informatiedeling rond FIMI-campagnes
te versterken. Dit wordt al gedaan in de Rapid Alert System (RAS). Het ECDW kan (kandidaat)lidstaten hierin ondersteunen. Ten aanzien van FIMI,
is het positief dat de Commissie – in samenwerking met de mediatoezichthouders – werkt
aan een gemeenschappelijke lijst van criteria om op te treden tegen rogue mediadiensten van buiten de EU.
De samenwerking die de Commissie voorstaat met en steun aan (potentiële) kandidaat-lidstaten
sluit aan bij het EU-uitbreidingsbeleid waarbij de fundamentele grondbeginselen (waaronder
democratie, rechtsstaat en veiligheid) centraal staan. Het ligt in de rede – en is
in lijn met de doelstellingen en ambities van het kabinet – om de samenwerking verder
te versterken en het aangekondigde ECDW kan hierbij een belangrijke rol vervullen.
Net als de Commissie, ziet het kabinet dat inzet nodig is voor het versterken van
het maatschappelijk middenveld en onafhankelijke media. Daarom verwelkomt het kabinet
het voorstel van de Commissie om een stakeholderplatform in te richten voor onafhankelijke,
niet-institutionele partijen die kunnen bijdragen aan het werk van het ECDW. Dit platform
kan de betrokkenheid van maatschappelijke actoren vergroten en daarmee de weerbaarheid
van de democratische rechtsstaat versterken. Hierbij is het belang dat hun rol helder
is afgebakend ten opzichte van de structuren van het ECDW. Daarnaast kijkt het kabinet
met belangstelling naar de versterking van het EDMO-netwerk en samenwerking met factcheckers,
waarbij wel de vraag speelt waarom er een nieuw factcheckersnetwerk moet worden opgezet
en dit niet onder het reeds bestaande EDMO-netwerk of het European Fact-checking Standard
Network kan vallen. Dit dient in de uitwerking verduidelijkt te worden met het oog op effectieve
samenwerkingsstructuren, waarbij het belang van onafhankelijke en duurzame werking
van de factchecknetwerken, en de continuïteit van de activiteiten die daarop gericht
zijn, gewaarborgd wordt. Hoewel de onafhankelijkheid van het voorgestelde factcheckersnetwerk
geborgd is, blijft dit voor het kabinet een aandachtspunt. Voorkomen moet worden dat
er door de nationale of Europese overheid wordt gefactcheckt. Dit moet een rol blijven
voor de onafhankelijke media en organisaties uit het maatschappelijk middenveld. Factchecken
dient een bijdrage te leveren aan de bescherming van vrijheid van meningsuiting en
het publieke debat. Voorkomen moet worden dat onwelgevallige meningen worden ingeperkt.
Het al dan niet deelnemen aan zo’n netwerk moet een vrije keuze blijven. Ook is het
van belang dat burgers zelf de ruimte behouden om een eigen oordeel over informatie
te vellen. Het kabinet blijft zich daarom nationaal inzetten op het vergroten van
mediawijsheid en digitale geletterdheid zodat mensen, en in het bijzonder jongeren,
een kritische blik houden op wat zij online tegen komen.
Het kabinet steunt de Commissie in haar onderzoeken naar overtredingen van de DSA
door zeer grote online platformen en verwelkomt de uitbreiding van het handelingsperspectief
voor nationale toezichthouders via een versterkte toolkit voor verkiezingen. Het kabinet
steunt ook het voornemen van de Commissie om met de digitaledienstencoördinatoren
een vrijwillige crisis- en incidentprotocol op te stellen, zoals bedoeld in artikel 48
van de DSA. Het kabinet is positief over het voornemen van de Commissie om te beoordelen
in hoeverre ondertekenaars van de gedragscode inzake desinformatie hun verbintenissen
naleven. Specifiek verwelkomt het kabinet de inzet van de Commissie om de transparantie
van aanbevelingssystemen te vergroten.
Het kabinet steunt het voornemen van de Commissie om de samenwerking op het gebied
van (weerbare) verkiezingen, met name via het European Cooperation Network on Elections (ECNE) verder te versterken. Het kabinet kijkt uit naar de aanbeveling inzake veiligheid
voor politieke kandidaten en ambtsdragers. De Commissie besteedt met recht aandacht
aan de veiligheid van gekozen volksvertegenwoordigers, kandidaten en politieke ambtsdragers.
Het kabinet steunt de bijzondere aandacht die de Commissie heeft voor (online) haat
tegen vrouwen in politiek. Het kabinet wil tevens met de Commissie en andere lidstaten
werken aan gedeelde standaarden en normen tegen agressie en intimidatie van bestuurders
en volksvertegenwoordigers. Verder wil het kabinet samenwerken om online agressie
en intimidatie op sociale media platformen tegen te gaan. De Nederlandse aanpak en
praktijkvoorbeelden zijn in aanloop naar de publicatie van het EUDS gedeeld met de
Commissie, onder andere via het ECNE.
Het kabinet kijkt positief naar het Mediaweerbaarheidsprogramma dat de nadruk legt op mediavrijheid, pluriformiteit en de koppeling met de ontwikkelingen
in de digitale markt. Het kabinet onderschrijft de doelstellingen evenals de constatering
dat adequate financiering benodigd is. Het kabinet nodigt de Commissie uit om het
financiële arrangement nader uit te werken zodat helder is hoeveel geld er beschikbaar
komt voor aanvragen.
De aangekondigde maatregelen kunnen voortbouwen op de nationale inzet ten aanzien
van persveiligheid.18 Het kabinet onderstreept de in de strategie verwoorde opvatting dat het onderwijs
een essentiële functie vervult bij het versterken en bestendigen van onze democratie.
In relatie tot deze – en eerder door de Commissie – voorgestelde maatregelen wijst
het kabinet op de autonomie van Nederlandse onderwijsinstellingen en de beperkte bevoegdheid
van de EU op onderwijsbeleid.19
Het kabinet onderschrijft het belang van de verbetering van basisvaardigheden en uitwisseling
van best practices tussen lidstaten onderling en met de EU. Het kabinet constateert dat diverse initiatieven
op dit vlak nog nader uitgewerkt moeten worden door de Commissie; dit geldt voor de
richtsnoeren voor leerkrachten en onderwijsactoren inzake het aanpakken van desinformatie
en het bevorderen van digitale geletterdheid en de aankondiging van een nieuwe expertgroup
(mogelijk in aanvulling op de bestaande Media Literacy Expert Group). Voor het kabinet is het van belang dat de nationale wettelijke opdracht aan scholen
om invulling te geven aan burgerschapsonderwijs leidend blijft en dat de aangekondigde
initiatieven deze opdracht ondersteunen.
Tot slot verwelkomt het kabinet de «whole-of-society» aanpak en het gebruik van wetenschappelijke kennis in de ontwikkeling van beleid.
Dat is in lijn met het Nederlandse standpunt en sluit aan bij initiatieven om de weerbaarheid
van bestuur, democratie en samenleving te vergroten met inachtneming van grondrechtelijke
waarborgen en de kwaliteit van beleid te vergroten. Wel vraagt het kabinet aandacht
voor de specifieke rol die het maatschappelijk middenveld kan spelen in het versterken
van de (lokale) democratie en maatschappelijke weerbaarheid en hoe de samenwerking
concreet ingericht wordt.20 Het kabinet verwelkomt het initiatief van de Commissie voor het verankeren van de
vrijheid van wetenschappelijk onderzoek in EU-wetgeving, maar heeft nog wel vragen
over de vorm en praktische uitwerking hiervan. Voor het kabinet is van belang dat
dit aansluit op de afspraken die zijn gemaakt in de Europese Hoger Onderwijsruimte
(EHEA), aangezien academische vrijheid niet alleen wetenschappelijk onderzoek maar
ook het hbo- en wo-onderwijs raakt.
c) Eerste inschatting van krachtenveld
Naar het zich laat aanzien kan de mededeling, in algemene zin, op steun van de lidstaten
rekenen. Stevigere Europese samenwerking, ook met maatschappelijke instituties en
kandidaat-lidstaten, wordt verwelkomd om de democratische en maatschappelijke weerbaarheid
zelf, onderling en in samenhang te kunnen versterken. Er zijn ook zorgen of het voorstel
het beoogde effect zal bereiken. Gelet op de reikwijdte van het voorstel en de «whole-of-society» benadering zal naast de gebruikelijke actoren een groot aantal instituties en organisaties
betrokken zijn bij de uitwerking van de mededeling en het aangekondigde ECDW. De Commissie
neemt die uitwerking nu ter hand.
Het EP heeft het lid Tomas Tobé (EPP) als rapporteur benoemd en er is een eerste debat
geweest over het EUDS. Reacties waren divers; van verwelkomend tot vragen of het EUDS
gewenst is. Verder is relevant dat de Raad in Voorzitterschapsconclusies onder het
Pools voorzitterschap het belang van democratische weerbaarheid, specifiek in de context
van dit pakket, onderstreept heeft.21
4. Grondhouding ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit, financiële
gevolgen en gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
a) Bevoegdheid
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft betrekking op het
bevorderen van de democratie en het maatschappelijke middenveld van de Europese Unie.
De democratie is één van de waarden waarop de Unie berust die zijn neergelegd in artikel 2
VEU. De waarden van de Unie van artikel 2 VEU moet de EU (en haar lidstaten) eerbiedigen
wanneer zij optreden binnen de grenzen van de bevoegdheden die in de Verdragen aan
de Unie zijn toebedeeld. De Commissie kan deze mededeling uitvaardigen uit hoofde
van haar rol als hoedster van de Verdragen (artikel 17 VEU). Het betreft hier overigens
geen aankondiging van concrete regelgeving, maar de Commissie wil met deze mededeling
een strategie uitrollen die zich richt op het versterken van de betrokkenheid, bescherming,
ondersteuning en financiering van maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers.
De Commissie is zodoende bevoegd deze mededeling uit te vaardigen.
b) Subsidiariteit
De grondhouding van het kabinet is positief. Het kabinet hecht bijzonder veel waarde
aan het goed naleven van het subsidiariteitsbeginsel gezien de nationale bevoegdheid
op het gebied van democratische processen. De mededeling heeft tot doel het beschermen
van de Europese democratieën. Gezien het grens overstijgend karakter van de beschreven
problematiek in de mededeling, en de meerwaarde van kennisuitwisseling tussen de lidstaten,
is optreden op EU-niveau wenselijk. Een gezamenlijke Europese aanpak op onderwerpen
als bijvoorbeeld (heimelijke) beïnvloeding van statelijke actoren, is benodigd aangezien
deze dreigingen niet stoppen aan de grenzen. Daarnaast spelen beïnvloedingsoperaties,
zoals het verspreiden van desinformatie, zich vaak online af op zeer grote online
platformen. Deze platformen opereren veelal in meerdere of alle lidstaten. Bovendien
heeft samenwerking op EU-niveau meerwaarde doordat het bijdraagt aan de uitwisseling
van kennis op het gebied van democratische processen tussen de lidstaten. Bijvoorbeeld
het delen van best practices op het gebied van waarborgen verkiezingsintegriteit of het bevorderen van het (online)
publieke debat. Om die redenen is nader optreden op het niveau van de EU gerechtvaardigd.
c) Proportionaliteit
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft tot doel het beschermen
van de Europese democratieën. Het voorgestelde optreden is geschikt om deze doelstelling
te bereiken, omdat dit voorstel ziet op verbeterde kennis-deling en samenwerking,
het harmoniseren van structuren en processen om gezamenlijk onze democratische samenleving
beter te beschermen en bevorderen. De mededeling kondigt diverse niet-regulerende
initiatieven aan, gericht op het creëren van maatregelen voor een sterke en vrije
democratie, zoals bijvoorbeeld het stimuleren van mediavrijheid en pluriformiteit.
Het kabinet is van oordeel dat deze middelen in de juiste verhouding staan tot het
bereiken van het doel. De aangekondigde acties gaan niet verder dan noodzakelijk,
omdat de mededeling genoeg ruimte laat aan de lidstaten om eigen taken, verantwoordelijkheden
en beleidskeuzes te maken om eigenstandig en verdergaande maatregelen te nemen.
d) Financiële gevolgen
In deze mededeling worden geen concrete voorstellen gedaan die financiële gevolgen
hebben. Wel worden diverse fondsen genoemd, zoals o.a. Citizens Equality, Rights and Values (CERV) en Creative Europe, die kunnen worden aangewend voor financiering van diverse initiatieven. Indien er
desalniettemin toch voorstellen zijn met gevolgen voor de EU-begroting is Nederland
van mening dat de benodigde EU-middelen gevonden dienen te worden binnen de in de
Raad afgesproken financiële kaders van de EU-begroting 2021–2027, of voor 2028–2034,
zoals AgoraEU, CERV+ en Media+. Mogelijke gevolgen voor de nationale begroting worden
ingepast op de begroting van de beleidsverantwoordelijke departementen, conform de
regels van de budgetdiscipline.
Onder het nieuwe MFK acht het kabinet het cruciaal dat er voldoende financiële ruimte
binnen de beschikbare middelen van de Global Europe pilaar wordt gewaarborgd voor
mensenrechten, democratie en goed bestuur.22
e) Gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
De lancering van het EUDS is ten dele een reactie op de geopolitieke spanningen en
bedreigingen van onze democratische rechtsstaat en ten dele een ambitie om de institutionele
kern van de EU en de lidstaten te versterken. In de State of the Union 2025 heeft Commissievoorzitter Von Der Leyen de urgente ambitie en opgave vastgesteld
om het fundament van Europa te versterken: een vrij en veilig Europa, met de nadruk
op de grondbeginselen van de EU: menselijke waardigheid en waarden, gelijke behandeling
voor een ieder, vrijheid, democratie en rechtsstaat.23
De mededeling lijkt op hoofdlijnen goed aan te sluiten bij het reeds ingezette beleid.
Bij de uitwerking van de voorgestelde maatregelen zal Nederland zich uiteraard inzetten
om bij de invulling daarvan de gevolgen voor de regeldruk zo minimaal mogelijk te
houden. Toekomstige voorstellen die zullen voortvloeien uit deze mededeling zullen
door Nederland afzonderlijk worden beoordeeld op het punt van regeldruk en administratieve
lasten.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.