Brief regering : Fiche: RESourceEU actieplan en voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. 4244
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 januari 2026
Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij 10 fiches die werden opgesteld
door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen (BNC).
Fiche – Mededeling Versterking van de economische veiligheid van de EU (Kamerstuk
22 112, nr. 4239).
Fiche – Mededeling EU-Agenda voor Steden (Kamerstuk 22 112, nr. 4240).
Fiche – Kapitaalmarktintegratie en Toezichtcentralisatie Pakket (KTP) (Kamerstuk 22 112, nr. 4241).
Fiche – Finaliteitsverordening (Kamerstuk 22 112, nr. 4242).
Fiche – Mededeling over het EU actieplan tegen drugshandel (Kamerstuk 22 112, nr. 4243).
Fiche – RESourceEU actieplan en voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke
grondstoffen.
Fiche – Wijzigingsvoorstel Verordening CO2-emissienormen zware bedrijfsvoertuigen (Kamerstuk 22 112, nr. 4245).
Fiche – Herziening EU-drugsstrategie (Kamerstuk 22 112, nr. 4246).
Fiche – Mededeling European Democracy Shield (Kamerstuk 22 112, nr. 4247).
Fiche – Mededeling EU strategie Maatschappelijke Organisaties (Kamerstuk 22 112, nr. 4248).
De Minister van Buitenlandse Zaken,
D.M. van Weel
Fiche: RESourceEU actieplan en voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke
grondstoffen
1. Algemene gegevens
a) Titel voorstel:
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH
EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO’S RESourceEU-actieplan Versnelling van
de strategie voor kritieke grondstoffen om te kunnen inspelen op een nieuwe realiteit
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging
van Verordening (EU) 2024/1252
b) Datum ontvangst Commissiedocument
3 december 2025
c) Nr. Commissiedocument
Mededeling RESourceEU: COM(2025) 945
Voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen: COM(2025) 946
d) EUR-Lex
Mededeling RESourcEU Actieplan: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A52025DC0945…
Voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A52025PC0946…
e) Nr. impact assessment Commissie en Opinie Raad voor Regelgevingstoetsing
Mededeling RESourceEU Actieplan: niet opgesteld.
Voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen: niet opgesteld.
f) Behandelingstraject Raad
Mededeling RESourceEU Actieplan: Raad voor Concurrentievermogen.
Voorstel tot aanpassing verordening kritieke grondstoffen: Raad voor Concurrentievermogen.
g) Eerstverantwoordelijk ministerie
Het Ministerie van Economische Zaken, in nauwe samenwerking met het Ministerie van
Buitenlandse Zaken en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
h) Rechtsbasis
Mededeling RESourceEU Actieplan: Artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking
van de Europese Unie (VWEU).
Voorstel tot aanpassing van verordening kritieke grondstoffen: Artikel 114 van het
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).
i) Besluitvormingsprocedure Raad
Mededeling RESourceEU Actieplan: niet van toepassing.
Voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen: gekwalificeerde
meerderheid.
j) Rol Europees Parlement
Mededeling RESourceEU Actieplan: niet van toepassing.
Voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen: medebeslissing.
2. Essentie voorstel
a) Inhoud voorstel
Op 3 december 2025 publiceerde de Europese Commissie (hierna: Commissie) het RESourceEU
Actieplan (hierna: Resource EU) en een voorstel tot aanpassing van de verordening
kritieke grondstoffen (Critical Raw Materials Act). Beide zijn onderdeel van het Economische Veiligheidspakket1 dat op 3 december 2025 is gepubliceerd door de Commissie. Vanwege de samenhang tussen
de mededeling en het voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen
worden beide in één BNC-fiche behandeld. Het derde voorstel uit het pakket is de gezamenlijke
mededeling over economische veiligheid. Voor dit voorstel wordt een separaat BNC-fiche
opgesteld.
De voorstellen staan in het teken van een versnelling en versterking van het Europese
kritieke grondstoffenbeleid, vanwege een veranderde geopolitieke context en de toegenomen
kwetsbaarheid van Europese industriële waardeketens. De Commissie benadrukt dat de
Europese Unie (hierna: EU) momenteel sterk afhankelijk is van een beperkt aantal derde
landen dat dominante posities heeft of inneemt in waardeketens met kritieke grondstoffen.
Met de mededeling wil de Commissie de uitvoering van de verordening kritieke grondstoffen
versnellen, zodat de EU beter kan omgaan met urgente leveringszekerheidsrisico’s van
ruwe en verwerkte kritieke grondstoffen, en componenten die kritieke grondstoffen
bevatten. De mededeling sluit volgens de Commissie aan bij bredere EU-initiatieven
zoals de verordening kritieke grondstoffen, de Clean Industrial Deal, het Europese defensiebeleid, de Battery Booster Strategie, de Economische Veiligheidsdoctrine en internationale partnerschapsprogramma’s.
De mededeling schetst een breed actieplan van zes pijlers dat moet leiden tot een
weerbare en duurzamer functionerende Europese grondstoffenvoorziening, met zowel onmiddellijke
acties als voorstellen die in de loop van 2026 worden uitgewerkt in wetgeving en uitvoeringsinstrumenten.
Op korte termijn focust de Commissie op drie (typen) waardeketens met kritieke grondstoffen:
permanente magneten, batterijen en de defensie-industrie. Deze waardeketens zijn van
strategisch belang voor het concurrentievermogen en de transitie- en defensieparaatheids-doelstellingen
van de EU. De (aangekondigde) maatregelen moeten voor het bedrijfsleven zorgen voor
meer zekerheid in de toelevering van kritieke grondstoffen, waardoor productieonderbrekingen
en geopolitieke risico’s afnemen. Ook is het de bedoeling dat Europese bedrijven betere
toegang tot financiering krijgen hetgeen investeringen in Europese mijnbouw-, verwerkings-
en recyclingprojecten aantrekkelijker maakt. Dit alles versterkt de concurrentiepositie
van Europese bedrijven en ondersteunt groei, innovatie en strategische autonomie.
De eerste pijler van het actieplan is de oprichting van een Europees Critical Raw Materials Centre (hierna: CRM Centre), dat in 2026 operationeel moet worden. De Commissie presenteert het juridische kader
voor dit centrum in het tweede kwartaal van 2026. Het CRM Centre zal markt- en waardeketeninformatie verzamelen, investeringsstromen coördineren,
en vraag en aanbod van kritieke grondstoffen op EU-niveau monitoren. Daarnaast zal
het CRM Centre strategische projecten2 binnen en buiten de EU begeleiden richting financiering en uitvoering. Ook zal het
CRM Centre ondersteuning bieden aan de kritieke grondstoffenpartnerschappen die de Commissie
sluit met derde landen. Het is de bedoeling dat het CRM Centre ook het opbouwen en coördineren van Europese strategische voorraden van kritieke
grondstoffen faciliteert.
De tweede pijler van Resource EU is het versnellen van strategische projecten op het
gebied van winning, verwerking, recycling of substitutie van strategische grondstoffen.3 Volgens de Commissie komen veel projecten te langzaam van de grond vanwege financieringstekorten
en een gebrek aan afnamecontracten. Daarom richt de Commissie een Kritieke Grondstoffen
Financierings Hub (hierna: CRM-financieringshub) op die moet zorgen voor overzicht
in het geheel van Europese financieringsbronnen. De Commissie streeft ernaar om binnen
12 maanden ten minste € 3 miljard aan financiering voor strategische projecten te
mobiliseren. Dit betreft een combinatie van EU-begrotingsinstrumenten binnen de begrenzingen
van het huidige Meerjarig Financieel Kader (MFK) en aanvullende financiering van Europese
financiële instellingen. Daarnaast komt de reeds bestaande inzet van de Europese Investeringsbank
(EIB) van 2 miljard euro financiering per jaar en de bestaande faciliteit van de Europese
Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD) om samen met de Commissie 100 miljoen
euro te mobiliseren. Ook wil de Commissie kritieke grondstoffen onderdeel maken van
het bestaande European Defence Investment Programme. De Commissie moedigt lidstaten aan om gebruik te maken van de mogelijkheden die
de bestaande staatssteunkaders bieden en op basis van goedgekeurde staatssteunregelingen
nationale middelen voor kritieke grondstoffen in te zetten om zo de ontwikkeling van
strategische projecten te ondersteunen.
De derde pijler van Resource EU is circulariteit en innovatie. De Commissie beschouwt
beide als cruciaal om terugwinning, hergebruik, recycling, en substitutie van kritieke
grondstoffen in de EU verder te bevorderen en zo het gebruik van primaire kritieke
grondstoffen te verminderen. Afvalstromen die zeldzame aardmetalen bevatten, verlaten
momenteel de EU. Om deze binnen de EU te houden, bereidt de Commissie exportrestricties
voor deze afvalstromen voor. In het tweede kwartaal van 2026 publiceert de Commissie
exportrestricties voor schroot en afval met onderdelen van permanente magneten, met
inachtneming van de internationale verplichtingen van de EU. De Commissie denkt na
over gerichte maatregelen voor aluminium- en mogelijk koperschroot die in het voorjaar
van 2026 worden gepubliceerd. De Circular Economy Act (verwacht Q3 2026) en de Advanced Materials Act (verwacht Q4 2026) zullen ook maatregelen bevatten ter bevordering van recycling
en substitutie van kritieke grondstoffen.
De vierde pijler van Resource EU bevat maatregelen om de Europese markt voor kritieke
grondstoffen te versterken door middel van vraagbundeling, gezamenlijke inkoop en
afnamecontracten. De Commissie heeft hiertoe het EU Energy and Raw Materials Platform (hierna: platform) ontwikkeld. In maart 2026 vindt de eerste matchmakingronde tussen
bedrijven plaats voor de drie prioritaire waardeketens van Resource EU. De Commissie
stelt dat veel Europese projecten onrendabel zijn door hoge kosten en marktverstorende
gedragingen van derde landen. Het platform beoogt deze kloof te verkleinen door vraag
te bundelen, bedrijven te verbinden en stabiele afnamecontracten te faciliteren.
De vijfde pijler van het Actieplan kondigt aan dat de Commissie vanaf mei 2026 gebruik
zal maken van nieuwe bevoegdheden uit de verordening inzake noodsituaties en veerkracht
voor de interne markt (Internal Market Emergency Response and Resilience Act, hierna: IMERA)4 om in tijden van crisis knelpunten in waardeketens met kritieke grondstoffen aan
te pakken. Dit kan bestaan uit het opvragen van informatie over productie en voorraden
van kritieke grondstoffen bij bedrijven gevestigd in de EU, het uitvoeren van gezamenlijke
aankopen en het coördineren van de verdeling van strategische voorraden. Ook kondigt
de Commissie aan oneerlijke handelspraktijken, zoals prijsmanipulatie, door derde
landen in grondstoffenwaardenketens vroegtijdig te signaleren en doelmatig adresseren
door middel van een nieuwe beleidsaanpak (verwacht Q2 2026). De Commissie wil onder
andere de samenwerking met partnerlanden met betrekking tot het bevorderen van internationale
standaarden.
De zesde en laatste pijler van Resource EU richt zich op diversificatie en internationale
partnerschappen. In samenwerking met de lidstaten zet de Commissie in op zowel het
versterken van bestaande als het aangaan van nieuwe kritieke grondstoffen partnerschappen
met wederzijdse voordelen en verticale waardeketenintegratie5 met grondstofrijke landen.
Daarbij wordt lokale waardecreatie en het creëren van banen in derde landen essentieel
geacht. Binnen partnerschappen zet de Commissie in op waardeketenintegratie, samenwerking
op het gebied van milieu, sociale en bestuurlijke normen, de ontwikkeling van infrastructuur
voor kritieke grondstoffenprojecten, lokale capaciteitsopbouw en onderzoek en innovatie.
Daarnaast bouwt de Commissie voort op multilaterale initiatieven: in G20-verband ondersteunt
zij de verdere uitwerking van het G20 Critical Mineral Framework, onder meer via samenwerking op het gebied van investeren en betere milieu, sociale
en bestuurlijke normen. In G7-verband zet de Commissie in op de Critical Minerals Production Alliance om risico’s van kritieke grondstoffenprojecten gezamenlijk te verlagen en investeringen
te coördineren.
De verordening kritieke grondstoffen wordt op een aantal punten aangepast met als
doel leveringszekerheidsrisico’s van grote ondernemingen te verminderen, administratieve
lasten te verminderen en circulariteit te vergroten.
De eerste wijziging betreft het verminderen van het aantal beoordelingstrajecten dat
de Commissie elk jaar organiseert om kandidaten voor strategische projecten te beoordelen.
De verplichting voor de Commissie om elk jaar minimaal vier zogeheten calls te organiseren wordt versoepeld, zodat men het aantal kan beperken voor een efficiëntere
beoordeling. Een initiatiefnemer van een strategisch project heeft recht op korte
vergunningverleningstermijnen en krijgt betere toegang tot financieringspartijen zoals
de EIB.
De tweede wijziging richt zicht op de risicoparaatheid van grote ondernemingen die
strategische grondstoffen gebruiken voor de productie van een afgebakende set strategische
producten. Deze producten zijn onder andere batterijen, luchtvaartuigen, warmtepompen,
robotica, drones, raketwerpers, radarsystemen, satellieten en geavanceerde chips.
De Commissie stelt voor om de taak van het identificeren van deze grote ondernemingen
te verschuiven van de lidstaten naar de Commissie. In dat kader wordt de Commissie
verplicht de betrokken ondernemingen te informeren over hun identificatie en over
de verplichting om een risicobeoordeling uit te voeren. Met deze wijziging beoogt
de Commissie dubbel werk door lidstaten te voorkomen en risico’s op fragmentatie van
de interne markt te beperken. Daarnaast verduidelijkt en breidt het voorstel de inhoud
van de risicobeoordeling uit, onder meer door te eisen dat ondernemingen niet alleen
de herkomst van strategische grondstoffen in kaart brengen, maar ook de toeleveringsketens
van componenten die deze grondstoffen bevatten. Als uit de risicobeoordeling significante
kwetsbaarheden voor verstoringen van de toeleveringsketen blijken, dienen ondernemingen
zich in te spannen om deze kwetsbaarheden te beperken, bijvoorbeeld door diversificatie,
het gebruik van secundaire grondstoffen of substitutie. Ook krijgt de Commissie de
bevoegdheid om, in het kader van haar monitoringstaak, rechtstreeks informatieverzoeken
aan ondernemingen te richten om na te gaan of zij aan hun verplichtingen voldoen.
Tot slot introduceert het voorstel een nieuwe bevoegdheid voor de Commissie om op
een later moment via gedelegeerde handelingen nadere risicobeperkende en diversificatiemaatregelen
te specificeren. In de voorgestelde tekst is geen rol voor lidstaten voorzien.
Ten derde stelt de Commissie voor om de lijst van producten die een label moeten dragen
omdat zij permanente magneten bevatten, uit te breiden. Het doel hiervan is dat afvalverwerkers
sneller en eenvoudiger kunnen zien waar magneten zitten, zodat deze beter kunnen worden
verwijderd en gerecycled. In vergelijking met de huidige situatie gaat het niet om
strengere eisen per product, maar om een bredere groep producten waarop dezelfde informatieplicht
van toepassing wordt. Op het etiket moet worden aangegeven of het product permanente
magneten bevat en zo ja, welk type magneet. Het gaat om een uitputtende lijst aan
producten waarvan doorgaans al bekend is of er permanente magneten in aanwezig zijn.
Nieuw is dat de labelplicht expliciet wordt uitgebreid naar onder meer: huishoudelijke
apparaten zoals wasmachines, drogers, vaatwassers, stofzuigers en magnetrons; IT-
en elektronicaproducten zoals harde schijven; transducers en luidsprekers; drones voor civiel gebruik en gemotoriseerd speelgoed; en elektromotoren
(ook wanneer deze zijn ingebouwd in andere producten).
Ten vierde wil de Commissie de recyclingcapaciteit van permanente magneten verhogen
door pre-consument afval onderdeel te laten worden van de reikwijdte van artikel 29
van de verordening kritieke grondstoffen. Pre-consument afval is materiaal dat wordt
weggegooid tijdens het productieproces van een product. Post-consument afval is materiaal
dat wordt weggegooid nadat het is gebruikt door een consument of eindgebruiker. Artikel
29 verplicht bedrijven die producten met permanente magneten op de markt brengen om
openbaar te maken welk aandeel in die magneten afkomstig is uit post-consument afval.
Deze maatregel is bedoeld om recyclingcapaciteit van permanente magneten sneller op
te schalen en de secundaire markt voor permanente magneten te stimuleren. Een secundaire
markt is de markt waarin gerecyclede materialen, zoals kritieke grondstoffen die zijn
teruggewonnen uit afval, worden verhandeld en gebruikt als alternatief voor nieuw
gewonnen (primaire) grondstoffen. Op basis van de verzamelde informatie gaat de Commissie
uiterlijk in 2031 ook een minimumaandeel kritieke grondstoffen in permanente magneten
vaststellen.
Tot slot stelt de Commissie voor artikel 38 van de verordening kritieke grondstoffen
te wijzigen. Dit artikel regelt het gebruik van gedelegeerde handelingen door de Commissie,
waaronder voor welke artikelen van de verordening delegatie mogelijk is, de duur daarvan
en het toezicht door het Europees Parlement en de Raad. Met het amendement wordt de
lijst van artikelen waarvoor gedelegeerde handelingen kunnen worden vastgesteld uitgebreid,
waarvan de bevoegdheid om een gedelegeerde handeling voor artikel 24 vast te stellen
de grootste wijziging is. Ook wordt de delegatieperiode vastgelegd op acht jaar vanaf
24 juni 2024, en worden de procedures voor intrekking en bezwaar geactualiseerd.
b) Impact assessment Commissie
Voor zowel de mededeling als het voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke
grondstoffen heeft de Commissie geen impact assessment opgesteld. Het kabinet vraagt
de Commissie met klem om dit alsnog te doen om de gevolgen voor onder andere de regeldruk,
uitvoering en handhaving te kunnen beoordelen. Mocht het impact assessment niet worden
gepresenteerd door de Commissie, zal het kabinet zelf het nodige doen om zich een
beeld te vormen van de regeldrukeffecten zodat die kunnen worden meegenomen in het
definitieve oordeel van het voorstel. Hierbij worden belanghebbenden betrokken. Ook
vindt het kabinet het van belang dat de Commissie daarbij de verwachte impact van
de aangekondigde maatregelen op (gelijkgezinde) handelspartners van de EU in kaart
brengt. Denk hierbij onder andere aan Australië, Canada, Japan, Zuid-Korea en andere
landen waarmee de EU strategische kritieke grondstoffenpartnerschappen heeft gesloten.
3. Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel
a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein
De Nationale Grondstoffenstrategie6 (NGS) bevat vijf handelingsperspectieven waarmee het kabinet de leveringszekerheid
van kritieke grondstoffen beoogt te vergroten: (1) circulariteit en innovatie; (2) duurzame
Europese mijnbouw en verwerking van kritieke grondstoffen (inclusief strategische
voorraadvorming); (3) kennisopbouw en monitoring; (4) diversificatie; en (5) verduurzaming
van internationale ketens. De NGS en daarop voortbouwende Kamerbrieven lichten deze
handelingsperspectieven nader toe.7
b) Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel
Het kabinet is positief over de strategische koers van de mededeling Resource EU en
de voorgestelde aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen. De richting is
complementair aan de Nationale Grondstoffenstrategie en de recente Kamerbrief «Weerbare
ketens: stappen naar strategische voorraden en verwerking van kritieke grondstoffen».8 Ook draagt de mededeling bij aan de uitwerking van de kamerbrieven Industrie9 en Toekomstperspectief voor de Energie-intensieve industrie,10 waarin het kabinet circulair gebruik en leveringszekerheid van grondstoffen transitie
en vraagcreatie in de (energie-intensieve) industrie als randvoorwaarden voor de groene
ziet. Ook draagt het bij aan de uitwerking van de Clean Industrial Deal. Tegelijk constateert het kabinet dat Resource EU vooral een plan is: het combineert
enkele directe korte termijn beleidsacties met een groot aantal maatregelen die in
2026 nog nader moeten worden uitgewerkt in de vorm van concrete wetgevingsvoorstellen
of uitvoeringsinstrumenten.
Het kabinet zal eerst ingaan op de beoordeling van Resource EU en daarna op het voorstel
tot aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen.
Het kabinet is positief over het voornemen van de Commissie voor de oprichting van
een Europees CRM Centre als centraal punt voor gegevens, risicobeoordeling, projectcoördinatie
en voorraadvorming. Dit is complementair aan de kabinetsinzet op betere kennisopbouw
en monitoring, zoals via het Nederlands Materialen Observatorium. Daarnaast acht het
kabinet het van belang dat circulariteit een integraal onderdeel vormt van het CRM
Centre. Dit stelt het centrum in staat om inzicht te bieden in zowel het aanbod van
secundaire kritieke materialen als de vraag naar deze materialen.
Het kabinet zal zich ervoor inzetten dat het CRM Centre een heldere, afgebakende taakomschrijving
krijgt, en goed aansluit bij bestaande gremia zoals Critical Raw Materials Board11 en de IMERA-raad.12 Het zal pleiten voor structurele betrokkenheid van lidstaten en het bedrijfsleven
bij de activiteiten van het CRM Centre, onder meer ten aanzien van strategische projecten
en voorraadvorming. Tegelijk is het van belang dat het CRM Centre goed aansluit op
andere monitoringsinstrumenten van de Commissie, zoals de Economic Security Information Hub en het Observatorium voor kritieke technologieën. Het kabinet acht het van belang
dat het CRM Centre complementair is aan bestaande initiatieven, en dat dubbelwerk
wordt voorkomen.
Het bundelen van financieringskanalen in een CRM-hub en het streven naar het mobiliseren
van minimaal € 3 miljard aan financiering13 binnen het huidige MFK zijn in lijn met de wens van het kabinet om bestaande middelen
effectiever in te zetten voor strategische projecten. Ook steunt het kabinet de inzet
van de EIB en EBRD op het gebied van kritieke grondstoffen. Het kabinet roept de Commissie
op om de middelen beter toegankelijk te maken voor lidstaten en bedrijven, door transparante
en duidelijke informatie te verstrekken over beschikbare fondsen en tijdige communicatie
over geplande initiatieven, deadlines en voorwaarden voor projectoproepen. Hierdoor
wordt gewaarborgd dat lidstaten proactief hun projecten en prioriteiten kunnen inbrengen
en de middelen op een effectieve en strategische manier worden ingezet. Met het oog
op de verduurzaming- en diversificatie-pijlers van de NGS en de benodigde integratie
van waardeketens met inzet op lokale waardetoevoeging, zal het kabinet aandacht vragen
voor een goede balans tussen steun aan projecten binnen en buiten de EU, in samenhang
met Global Gateway.
Het kabinet verwelkomt de nadruk op circulariteit, betere benutting van bestaande
materiaalstromen en innovatie. Dit sluit aan bij het Nederlandse beleid om risicovolle
strategische afhankelijkheden te verminderen en de circulariteit van producten en
grondstoffen te bevorderen via levensduurverlenging, hergebruik, substitutie en recycling.
Daarbij acht het kabinet het van belang dat onder de Ecodesign wetgeving ook complementaire
maatregelen worden opgenomen die gericht zijn op efficiënter grondstoffengebruik,
zoals materiaal-efficiënt ontwerp, verlenging van de levensduur van producten, repareerbaarheid
en alle vormen van hergebruik van producten die veel kritieke grondstoffen bevatten.
Het kabinet staat positief tegenover het beter binnen de EU houden van strategische
afval- en schrootstromen, mits dit zorgvuldig, coherent en juridisch steekhoudend
gebeurt. Dit bevordert de zelfvoorzienende werking binnen de EU, maakt de EU minder
kwetsbaar voor risico’s van strategische afhankelijkheden en kan bijdragen aan energiebesparing
door hergebruik van materialen. Het kabinet zal zich ervoor inzetten dat de aangekondigde
exportrestricties alleen worden ingevoerd waar een duidelijke noodzaak, proportionaliteit,
uitvoerbaarheid (voor zowel douane als het bedrijfsleven) en juridische houdbaarheid,
met oog voor de internationale handelsregels, is aangetoond. Het is bij de verdere
uitwerking ook van belang dat de gebruikte terminologie in de verordening aansluit
bij het Douanewetboek van de Unie en dat duidelijke afbakening plaatsvindt van rollen
in de uitvoering tussen Douane, Inspectie Leefomgeving en Transport en decentrale
toezichthouders. Het kabinet vraagt aandacht voor het volwaardig overwegen van alternatieve
instrumenten (bijvoorbeeld: betere handhaving tegen illegale export, betere codering/classificatie,
afspraken met derde landen). Het kabinet zal zich ervoor inzetten dat aanvullende
verplichtingen in de verordening kritieke grondstoffen (zoals uitgebreide labels en
rapportage over gerecyclede kritieke grondstoffen) uitvoerbaar blijven en aansluiten
bij bestaande en toekomstige EU-productregelgeving zoals de Ecodesign Verordening.
Het kabinet ondersteunt de inzet op innovatie via Horizon Europe, de European Innovation Council en de Advanced Materials Act.
Het kabinet is positief over het Raw Materials Mechanism en het EU Energy and Raw Materials Platform als instrumenten om vraag en aanbod bij elkaar te brengen, met name voor de prioritaire
waardeketens. Beide geven uitvoering aan artikel 25 van de verordening kritieke grondstoffen.
Het initiatief voor matchmaking in het eerste kwartaal van 2026 past bij de kabinetsinzet
om bedrijven te helpen bij diversificatie en het vinden van nieuwe leveranciers. Ook
is vraagcreatie cruciaal voor de opbouw van een volwassen, Europese markt voor kritieke
grondstoffen zoals uiteengezet in het Nederlandse non-paper over vraagcreatie (in
de staal- en chemiesector), dat in november 2025 met de Europese Commissie ten behoeve
van de Industrial Accelerator Act is gedeeld.14
Ten aanzien van het in Resource EU aangekondigde proces om een prijsbodemmechanisme
te verkennen, staat het kabinet open voor verdere analyse. Tegelijkertijd benadrukt
het kabinet, mede op basis van duidelijke signalen vanuit het Europese bedrijfsleven,
de noodzaak om dit proces aanzienlijk te versnellen en op korte termijn tot een concreet
uitgewerkte verkenning te komen, waarbij het kabinet nadrukkelijk wijst op de risico’s
op marktverstoring, juridische beperkingen, aanzienlijke budgettaire implicaties en
een lastig te begrenzen precedentwerking.
Het kabinet staat positief tegenover een gecoördineerde Europese aanpak van voorraadvorming.
De waardeketens binnen de interne markt zijn te sterk geïntegreerd om op zichzelf
staande nationale programma’s effectief te maken. De geplande Europese pilot biedt
een kans om praktische vragen rond selectie van kritieke grondstoffen, financieringsvormen,
logistiek, bestuursmodellen en de rol van de markt te beantwoorden, voor een zo doeltreffend
mogelijke structurelere werkwijze binnen het CRM Centre. Het kabinet zal zich ervoor inzetten dat keuzes voor materialen, volumes en locaties
gebaseerd zijn op gedegen analyses en meerwaarde ten opzichte van andere instrumenten
voor leveringszekerheid; aansluiting tussen Europese en andere internationale initiatieven
op voorraadvorming wordt gewaarborgd, bijvoorbeeld in NAVO-verband; en zoveel mogelijk
samenwerking met marktpartijen wordt opgezocht.
Het kabinet onderschrijft de noodzaak van een robuust crisiskader voor de interne
markt en staat positief tegenover de inzet van IMERA voor monitoring, stresstesten,
informatieverzoeken en (in uiterste gevallen) gezamenlijke inkoop. Het kabinet kijkt
positief naar de voorgestelde initiatieven om de EU te beschermen tegen oneerlijke
handelspraktijken door deze te vroegtijdig te signaleren en adresseren. Wat betreft
het voorstel om een nieuwe Europese beleidsbenadering te ontwikkelen ten aanzien van
oneerlijke handelspraktijken van derde landen wacht het kabinet de concrete voorstellen
van de Commissie af. Het kabinet zal de voorstellen toetsen aan internationale handelsregels
en (bilaterale) handelsakkoorden en zich ervoor inspannen om eventuele handelsbelemmerende
effecten voor (gelijkgezinde) handelspartners tot een minimum te beperken. Ook houdt
het kabinet hierbij oog voor regeldruk en administratieve lasten.
Het kabinet werkt momenteel aan de implementatie van de IMERA-verordening en aanverwante
regelgeving en zal zich inzetten voor een effectief gebruik van de maatregelen in
de IMERA. Het kabinet zal zich ervoor inzetten dat de bestuursmodellen rond IMERA,
het CRM Centre en de verordening kritieke grondstoffen goed op elkaar aansluiten, met duidelijke
rolverdeling.
Het kabinet verwelkomt de verdere uitbouw van strategische partnerschappen en de strategische
benutting van bestaande handelsakkoorden met grondstofrijke landen op basis van wederzijdse
voordelen en de multilaterale inzet via G20 en G7 gericht op onder andere gezamenlijke
investeringen, derisking van projecten en verbeterde ESG-standaarden. Dit laatste sluit aan bij de Nederlandse
inzet op het gebied van Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO).
Het kabinet verwacht dat de standaarden in lijn zijn met door Nederland onderschreven
internationale standaarden zoals de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen
en de VN-richtsnoeren inzake bedrijfsleven en mensenrechten en zal daarover opheldering
vragen aan de Europese Commissie. Het kabinet zet zich ervoor in dat partnerschappen
worden gebaseerd op wederkerigheid, hoge milieu, sociale en bestuurlijke normen en
lokale toegevoegde waarde. Ook zet het kabinet zich ervoor in dat Nederlandse bedrijven
en kennisinstellingen goed worden gepositioneerd in internationale waardeketens. Het
kabinet ziet ruimte om het Resource EU Actieplan verder te versterken door de internationale
inzet en strategische partnerschappen met derde landen ambitieuzer vorm te geven.
Partnerschappen moeten worden vertaald naar concrete strategische projecten met daadwerkelijke
betrokkenheid in kritieke waardeketens, waarbij de rol van de lidstaten en de private
sector essentieel is. De uitvoering moet ook gezamenlijk met partnerlanden buiten
de EU-27 worden opgepakt, zodat internationale samenwerking en impact daadwerkelijk
gerealiseerd worden. Het kabinet roept de Commissie op om een nadrukkelijke coördinerende
rol te vervullen in de samenwerking tussen lidstaten op het gebied van kritieke grondstoffen
in derde landen. Deze coördinatie zou zich onder meer moeten richten op verticale
integratie binnen kritieke grondstoffen waardeketens, gezamenlijke inzet op lokale
waarde toevoeging, ESG-standaarden en kennissamenwerking.
Het kabinet vraagt de Commissie om een impactassessment op te stellen, om de effecten
van Resource EU op de regeldruk te beoordelen. Resource EU is een mededeling en bevat
geen rechtstreeks werkende verplichtingen voor burgers en bedrijven, maar kondigt
toekomstige wetgevingsvoorstellen en uitvoeringsmaatregelen aan die op termijn gevolgen
voor de regeldruk kunnen hebben. Het kabinet zal zich inzetten voor duidelijke en
uitvoerbare verplichtingen zodat het amendement het concurrentievermogen ondersteunt
zonder onnodige lasten te creëren.
Het kabinet steunt de doelstelling om de uitvoering van de verordening kritieke grondstoffen
te verbeteren en versnellen door die op onderdelen aan te passen. Het kabinet is positief
over het doel om procedures rond strategische projecten te stroomlijnen en administratieve
lasten te verminderen (bijvoorbeeld door flexibilisering van de frequentie van beoordelingsrondes).
Artikel 24 verplicht bepaalde grote ondernemingen die strategische grondstoffen gebruiken
in hun productieproces om regelmatig risico’s in hun toeleveringsketens in kaart te
brengen. Als er grote risico’s worden vastgesteld, moeten deze bedrijven maatregelen
nemen om die risico’s te beperken. Op dit moment ligt de identificatieplicht van die
grote ondernemingen bij de lidstaten. De voorgestelde wijziging verschuift de verantwoordelijkheid
voor de identificatie van grote ondernemingen die strategische grondstoffen gebruiken
van de lidstaten naar de Commissie en breidt de verplichtingen rond ketenrisico-analyse,
mitigatie en diversificatie uit. Hoewel de doelstellingen om risicovolle strategische
afhankelijkheden van één herkomstland te verminderen, de identificatie van relevante
ondernemingen centraal te organiseren en de transparantie in grondstoffenketens te
vergroten aansluiten bij de zorgen van het kabinet, plaatst deze verschuiving ook
wezenlijke vraagtekens bij de te spelen rol van de lidstaten. De invulling van de
op een later moment te publiceren gedelegeerde handeling is een aandachtspunt. Het
kabinet hecht eraan dat lidstaten op passende wijze worden betrokken bij de aanwijzing
van grote ondernemingen als grote gebruikers van strategische grondstoffen en dat
zij inzicht kunnen behouden in relevante informatie die bedrijven verstrekken over
kwetsbaarheden in hun ketens. Deze informatie is relevant voor het nationale inzicht
in economische weerbaarheid en leveringszekerheid. Het kabinet zal daarnaast aandacht
vragen voor de wijze waarop de Commissie gebruik kan maken van gedelegeerde handelingen
om nadere verplichtingen voor bedrijven vast te stellen. In dat verband is het voor
het kabinet van belang dat eventuele verplichtingen proportioneel worden vormgegeven
en voldoende ruimte laten voor grote ondernemingen om, binnen duidelijke kaders, eigen
afwegingen te maken ten aanzien van risicobeperking en diversificatie. Het kabinet
zal zich inzetten voor heldere en objectieve uitgangspunten, onder meer ten aanzien
van de afbakening van betrokken bedrijven en de duiding van het begrip «significante
kwetsbaarheid».
Daarbij acht het kabinet het wenselijk dat de rol van de Commissie in de praktijk
in eerste instantie ondersteunend en coördinerend is, en dat zwaardere verplichtingen
met terughoudendheid worden ingezet. Een adequate en tijdige betrokkenheid van lidstaten
bij zowel de aanwijzing van grote ondernemingen als de verdere uitwerking van verplichtingen
acht het kabinet daarbij van belang.
Artikel 28 verplicht producenten om bepaalde producten met permanente magneten duidelijk
te labelen en digitaal te documenteren, zodat zichtbaar is of en welk type magneet
is gebruikt en hoe deze veilig kan worden verwijderd. Dit moet recycling, hergebruik
en reparatie vergemakkelijken, doordat essentiële informatie langdurig toegankelijk
blijft voor recyclers, reparateurs en toezichthouders. De Commissie stelt voor om
de productgroepen waarvoor dit verplicht is uit te breiden. Het kabinet pleit voor
verduidelijking en afbakening van de nieuwe productgroep «omzetters» (transducers). Hoewel transducers kritieke grondstoffen kunnen bevatten, acht het kabinet handhaving op componentniveau,
met name ten aanzien van labelverplichtingen, niet goed uitvoerbaar. Het kabinet stelt
daarom voor de reikwijdte van artikel 28 van de verordening kritieke grondstoffen
te beperken tot transducers die als zelfstandig product op de EU-markt worden gebracht, en producten waarin transducers uitsluitend als onderdeel zijn verwerkt hiervan uit te zonderen.
Artikel 29 verplicht producenten om openbaar te maken welk aandeel kritieke grondstoffen
in permanente magneten afkomstig is uit gerecycled post-consument afval, en stelt
dat de EU minimale percentages gerecycled materiaal kan vastleggen. Het doel is meer
transparantie en een hoger gebruik van gerecyclede grondstoffen. De wijziging van
artikel 29 breidt de rapportage- en mogelijke minimumpercentage-verplichtingen uit
naar zowel pre- als post-consument afval in permanente magneten en scherpt de basis
voor gedelegeerde handelingen rond berekening en verificatie aan. Dit ondersteunt
de kabinetsdoelstelling om circulariteit in strategische ketens te vergroten, mits
de regels uitvoerbaar en goed te controleren zijn. Ook onderkent het kabinet de waarde
van het meenemen van pre-consument afval, aangezien een aanzienlijk deel van de kritieke
grondstoffen zich in industriële reststromen bevindt. Tegelijkertijd acht het kabinet
het van belang dat wet- en regelgeving de ontwikkeling van een afzetmarkt voor post-consument
afval actief bevordert, zodat wordt voorkomen dat de stimulering zich uitsluitend
op recycling van pre-consument afval richt.
Het kabinet zal de Commissie vragen voor heldere en praktisch toepasbare methodieken
voor berekening en verificatie, met oog voor de diversiteit van productcategorieën.
Het kabinet zal aandacht vragen voor de verhouding tussen verplichtingen die voortkomen
uit de verordening kritieke grondstoffen en andere product- en afvalwetgeving, zodat
de totale regeldruk voor bedrijven beheersbaar blijft. Het kabinet erkent dat minimum
percentages gerecyclede kritieke grondstoffen een afzetmarkt voor kritieke grondstoffen
kunnen creëren. Bij het vaststellen van eventuele minimumpercentages gerecyclede inhoud
zal het kabinet aandringen op goede onderbouwing (beschikbare volumes, technologische
haalbaarheid, kostenimpact).
c) Eerste inschatting van krachtenveld
De meerderheid van lidstaten staat naar verwachting positief tegenover het Resource
EU Actieplan en onderschrijft de noodzaak om de Europese afhankelijkheden op het gebied
van kritieke grondstoffen verder te verminderen. Tegelijkertijd is te verwachten dat
meerdere lidstaten aandachtspunten zullen hebben bij de uitwerking van specifieke
onderdelen van het actieplan. Dit betreft met name de vormgeving en proportionaliteit
van exportmaatregelen, de praktische uitvoerbaarheid van verdere versnelling van vergunningverlening
binnen bestaande nationale en Europese milieukaders, en alle nog door de Commissie
te delen voorstellen zoals het CRM Centre, de Circular Economy Act en de Advanced Materials Act.
Het Europees Parlement heeft vooralsnog geen formeel standpunt ingenomen over het
Resource EU Actieplan. Op basis van de verordening kritieke grondstoffen zal het Europees
Parlement positief zijn over het Resource EU Actieplan.
De meerderheid van de lidstaten staat positief tegenover onderdelen van het voorstel
tot aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen. De voorgestelde wijziging
van artikel 24 waarin de verantwoordelijkheid voor de definitie- en identificatie
van grote ondernemingen die risicoanalyses moeten uitvoeren van hun strategische grondstoffenwaardeketens
van lidstaten naar de Commissie wordt door een groot deel van de lidstaten met twijfel
ontvangen. Ook pleit het merendeel van de lidstaten voor het structureel blijven betrekken
van lidstaten bij het identificeren van grote ondernemingen. Een deel van de lidstaten
twijfelt over de nieuwe bevoegdheid van de Commissie om via een gedelegeerde handeling
op een later moment de geïdentificeerde grote ondernemingen mitigatieverplichtingen
op te leggen. Het merendeel van de lidstaten ontvangt de voorgestelde wijzigingen
voor artikel 28 en 29 positief.
Het Europees Parlement heeft nog geen formele positie. De voorgestelde aanpassing
van de verordening kritieke grondstoffen wordt door de ITRE-commissie besproken. Een
rapporteur is op dit moment nog niet bekend.
4. Beoordeling bevoegdheid, subsidiariteit en proportionaliteit
a) Bevoegdheid
Als onderdeel van de toets of de EU mag optreden conform de EU-verdragen toetst het
kabinet of de EU handelt binnen de grenzen van de bevoegdheden die haar door de lidstaten
in de EU-verdragen zijn toegedeeld om de daarin bepaalde doelstellingen te verwezenlijken.
Dit betreft een (niet-bindende) mededeling van de Commissie waarin de Commissie geen
nieuwe wetgevende maatregelen voorstelt. Nadere beoordeling van de rechtsgrondslag
zal daarom te zijner tijd plaatsvinden, als de Commissie bij voorstellen voor nieuwe
wetgevende maatregelen een rechtsgrondslag kiest. Ten aanzien van de mededeling die
nu voorligt is de grondhouding van het kabinet positief.
De in de mededeling beschreven maatregelen hebben met name betrekking op de interne
markt. Op dit terrein heeft de EU een gedeelde bevoegdheid met de lidstaten (artikel
2 VWEU, juncto artikel 4, tweede lid, onder a, VWEU). De mededeling heeft tevens betrekking
op het terrein van de gemeenschappelijke handelspolitiek. Op dit terrein is de EU
exclusief bevoegd (artikel 2 VWEU, juncto artikel 3, eerste lid, onder e, VWEU).
Het oordeel van het kabinet is eveneens positief ten aanzien van de bevoegdheid van
de Unie voor de voorgestelde aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen.
Het voorstel is gebaseerd op artikel 114 VWEU. Artikel 114 VWEU geeft de EU de bevoegdheid
maatregelen te nemen op het gebied van de interne markt. Het kabinet kan zich vinden
in deze rechtsgrondslag, omdat de voorgestelde wijzigingen zien op aspecten die raken
aan het functioneren van de interne markt. De verordening kritieke grondstoffen, die
met het voorstel wordt gewijzigd, is ook op deze rechtsgrondslag is gebaseerd. De
bevoegdheid voor de interne markt is een gedeelde bevoegdheid van de EU en de lidstaten
(artikel 2 VWEU, juncto artikel 4, tweede lid, onder a, VWEU).
b) Subsidiariteit
Als onderdeel van de toets of de EU mag optreden conform de EU-verdragen toetst het
kabinet de subsidiariteit van het optreden van de Commissie. Dit houdt in dat het
kabinet op de gebieden die niet onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie vallen
of wanneer sprake is van een voorstel dat gezien zijn aard enkel door de EU kan worden
uitgeoefend, toetst of het overwogen optreden niet voldoende door de lidstaten op
centraal, regionaal of lokaal niveau kan worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang
of de gevolgen van het overwogen optreden beter door de Unie kan worden bereikt (het
subsidiariteitsbeginsel).
De grondhouding van het kabinet ten aanzien van de Resource EU mededeling is positief.
De mededeling heeft tot doel de Europese weerbaarheid te versterken door de leveringszekerheid
van kritieke grondstoffen te verbeteren, risicovolle strategische afhankelijkheden
te verminderen en de uitvoering van de verordening kritieke grondstoffen te versnellen.
Gezien de grensoverschrijdende aard van waardeketens van kritieke grondstoffen, de
impact van geopolitieke risico’s op de gehele interne markt en het feit dat lidstaten
afzonderlijk onvoldoende onderhandelings- en marktpositie hebben ten opzichte van
derde landen, kan dit onvoldoende door de lidstaten op centraal, regionaal of lokaal
niveau worden verwezenlijkt. Daarom is een EU-aanpak nodig. Door gecoördineerde maatregelen
op EU-niveau voor strategische projecten, financiering, circulaire afvalstromen, risicobeheer
en partnerschappen met derde landen wordt het gelijk speelveld op het terrein van
de interne markt en de Europese waardeketens voor kritieke grondstoffen verbeterd
en worden belemmeringen op de interne markt voor investeringen, verwerking en recycling
weggenomen. Om die redenen is optreden op het niveau van de EU gerechtvaardigd.
Het oordeel van het kabinet ten aanzien van het voorstel tot aanpassing van de verordening
kritieke grondstoffen is positief. Door de huidige geopolitieke situatie wordt de
levering en de zekerheid van kritieke grondstoffen voor de Unie in gevaar gebracht.
Met de voorgestelde wijziging wordt daarom getracht het huidige kader te versterken.
Daarbij is het essentieel dat fragmentatie van de interne markt door verschillende
regels tussen lidstaten, te voorkomen. Ook is het noodzakelijk dat de administratieve
lasten voor betrokken ondernemingen zo laag mogelijk blijven. Deze ondernemingen kunnen
namelijk in meerdere lidstaten actief zijn. Dat kan worden bereikt door een centrale
administratie op Europees niveau. Om die redenen is optreden op het niveau van de
EU gerechtvaardigd. Ook de uitbreiding van de verplichtingen voor meer producten met
permanente magneten (artikel 28 en 29) kan in verband met een ongelijk speelveld niet
op centraal, regionaal of lokaal niveau worden geregeld. Om een gelijk speelveld te
realiseren voor producten met permanente magneten moeten de verplichtingen voor alle
lidstaten gelijk zijn. Daarmee is optreden op het niveau van de EU gerechtvaardigd.
c) Proportionaliteit
Als onderdeel van de toets of de EU mag optreden conform de EU-verdragen toetst het
kabinet of de inhoud en vorm van het optreden van de Unie niet verder gaan dan wat
nodig is om de doelstellingen van de EU-verdragen te verwezenlijken (het proportionaliteitsbeginsel).
De grondhouding van het kabinet ten aanzien van de Resource EU mededeling is positief.
De mededeling heeft tot doel de Europese weerbaarheid te vergroten door de leveringszekerheid
van kritieke grondstoffen te verbeteren, risicovolle strategische afhankelijkheden
te verminderen en de uitvoering van de verordening kritieke grondstoffen te versnellen.
Het voorgestelde optreden is geschikt om deze doelstelling te bereiken, omdat de mededeling
gericht is op EU-brede coördinatie, versnelling van strategische projecten, het bundelen
van financieringsinstrumenten en het versterken van partnerschappen met derde landen.
Bovendien gaan de voorgestelde maatregelen niet verder dan noodzakelijk, omdat de
Commissie hoofdzakelijk stimulerende maatregelen aankondigt, zoals uitgebreidere financiering
en de markt voor recycling op gang te brengen en daarmee niet heeft gekozen voor een
ingreep die te ver gaat. Ook stelt de Commissie mogelijke exportbeperkingen voor,
die echter nog niet zijn uitgewerkt. Daarvoor past een nadere beoordeling per maatregel
als de voorstellen daarvoor worden gepubliceerd.
Het oordeel van het kabinet ten aanzien van het voorstel tot aanpassing van de verordening
kritieke grondstoffen is deels positief, deels negatief. De voorgestelde wetgeving
heeft tot doel de uitvoering van de verordening kritieke grondstoffen te versterken
door bepaalde procedures op het niveau van de Unie te stroomlijnen en ervoor te zorgen
dat grote ondernemingen voorbereid zijn op verstoringen in de toelevering. Daarvoor
scherpt het voorstel risicoparaatheidsverplichtingen voor bepaalde grote ondernemingen
aan en breidt het bepaalde circulariteitsverplichtingen uit. Het voorgestelde optreden
is geschikt om deze doelstellingen te bereiken. Door het aanscherpen van risicoparaatheidsverplichtingen
voor grote ondernemingen worden risicovolle afhankelijkheden beter in beeld gebracht.
Ook de uitbreiding en verduidelijking van bepalingen over circulariteit, waaronder
rapportage en mogelijke minimumpercentages voor gerecyclede inhoud in permanente magneten,
sluiten aan bij de doelstelling om waardeketens duurzamer en weerbaarder te maken,
mits deze maatregelen uitvoerbaar en controleerbaar worden vormgegeven. Bovendien
gaat het voorgestelde optreden niet verder dan noodzakelijk, omdat extra eisen voor
grote ondernemingen om in kaart te brengen hoe hun toeleveringsketens liggen en waar
hun kwetsbaarheden zitten, noodzakelijk zijn om een duidelijk beeld te krijgen waar
de EU kwetsbaar is op het gebied van kritieke grondstoffen en er op dat vlak niets
verandert. Met dit voorstel wordt enkel de verantwoordelijkheid om die ondernemingen
te identificeren en op hun verplichting om een risicoanalyse te maken, te wijzen,
bij de Commissie gelegd. Om die reden gaat het voorstel niet verder dan noodzakelijk
Om die kwetsbaarheden vervolgens af te kunnen bouwen, is het noodzakelijk dat de Commissie
kan eisen dat deze ondernemingen maatregelen nemen. Echter, het kabinet is negatief
over dat het voorstel onvoldoende duidelijkheid biedt over de mogelijkheid dat ondernemingen
discretie hebben om deze maatregelen in te richten op een manier die aansluit bij
hun bedrijfsmatige realiteit. Deze is afhankelijk van de manier waarop de Commissie
haar voorgestelde delegatiebevoegdheid uitoefent (zie ook onder 6b).
5. Financiële consequenties, gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke
aspecten
a) Consequenties EU-begroting
De Resource EU mededeling bevat verschillende acties die in 2026 kunnen leiden tot
wetgevingsvoorstellen of financieringsinstrumenten met mogelijke financiële implicaties,
waaronder de oprichting van het CRM Centre, de CRM-financieringshub en maatregelen
op het gebied van circulariteit, zoals mogelijke exportrestricties en productnormen.
Omdat de financiële gevolgen van deze voorstellen nog onduidelijk zijn, zal het kabinet
de Commissie vragen om nadere verduidelijking. Voor zover de Commissie aangeeft uit
welke EU-programma’s acties worden gefinancierd, gaat het om bestaande instrumenten
zoals InvestEU, het Innovatiefonds, het Fonds voor een Rechtvaardige Transitie (Just Transition Fund), de Battery Booster Facility en het European Defence Industry Programme. Het kabinet is van mening dat de benodigde EU-middelen gevonden dienen te worden
binnen de in de Raad afgesproken financiële kaders van de EU-begroting 2021–2027 en
dat deze moeten passen bij een prudente ontwikkeling van de jaarbegroting. Het kabinet
wil niet vooruitlopen op de integrale afweging van middelen na 2027. Eventuele budgettaire
gevolgen worden ingepast op de begroting van de beleidsverantwoordelijke departementen,
conform de regels van de budgetdiscipline.
Volgens de toelichting bij het voorstel heeft het voorstel tot aanpassing van de verordening
kritieke grondstoffen geen gevolgen voor de EU-begroting.15 Dit betekent dat de Commissie uitgaat van uitvoering binnen bestaande personele en
financiële middelen. Tegelijkertijd constateert het kabinet dat er nieuwe of verschoven
taken ontstaan, zoals de overdracht van de identificatie van grote ondernemingen van
de lidstaten naar de Commissie. In het Raadstraject zal het kabinet aandacht vragen
hiervoor en vragen naar de onderbouwing hiervan, mede door de extra analyse en informatieverzoeken
richting grote ondernemingen die de Commissie op zich neemt.
b) Financiële consequenties (incl. personele) voor rijksoverheid en/of medeoverheden
De mededeling Resource EU heeft geen directe financiële of personele consequenties
voor de rijksoverheid. Eventuele budgettaire gevolgen die hieruit volgen voor de Rijksbegroting
gedekt dienen te worden op en ingepast worden binnen de begroting van het beleidsverantwoordelijke
departement. De mededeling betreft een beleidsmatig actieplan waarin de Commissie
richting geeft aan toekomstige initiatieven en aankondigt dat nadere wetgevingsvoorstellen
en instrumenten grotendeels pas in 2026 zullen worden gepresenteerd. De mededeling
introduceert op dit moment geen nieuwe, juridisch bindende verplichtingen voor lidstaten
die tot extra nationale uitgaven leiden. Voor medeoverheden worden eveneens geen financiële
of personele gevolgen voorzien, aangezien de mededeling geen rechtstreekse uitvoerings-
of handhavingstaken toekent aan provincies, gemeenten of waterschappen. Eventuele
budgettaire implicaties kunnen pas aan de orde zijn bij toekomstige wetgevende voorstellen
en zullen dan via afzonderlijke BNC-fiches worden beoordeeld. De inschatting van de
Commissie dat de mededeling op zichzelf geen nationale financiële gevolgen heeft,
wordt door het kabinet gedeeld.
Het voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen heeft naar verwachting
geen financiële of personele consequenties voor de rijksoverheid. Met het voorstel
wordt de identificatie van grote ondernemingen en de beoordeling van hun risicoparaatheid
verplaatst van de lidstaten naar de Europese Commissie, waardoor nationale administratieve
taken die voortvloeien uit de huidige verordening komen te vervallen. Voor medeoverheden
worden geen financiële of personele gevolgen voorzien, aangezien het voorstel geen
nieuwe taken, verantwoordelijkheden of uitvoeringsverplichtingen voor deze bestuurslagen
introduceert. De inschatting van de Commissie dat het voorstel geen nationale financiële
gevolgen heeft, wordt door het kabinet gedeeld.
c) Financiële consequenties en gevolgen voor regeldruk voor bedrijfsleven en burger
Doordat de Europese Commissie geen impact assessments heeft gemaakt, heeft het kabinet
momenteel nog beperkt zicht op de effecten op de regeldruk, uitvoering en handhaving
van de voorstellen. Hierdoor kan het kabinet deze effecten nog niet volledig meewegen.
Resource EU is een mededeling en bevat geen rechtstreeks werkende verplichtingen voor
burgers en bedrijven, maar kondigt toekomstige wetgevingsvoorstellen en uitvoeringsmaatregelen
aan die op termijn gevolgen voor de regeldruk kunnen hebben. Voor rijk, medeoverheden
en uitvoeringsorganisaties kunnen deze leiden tot extra vergunning- en handhavingstaken,
waarvan de omvang pas duidelijk wordt bij de uitwerking van de voorstellen in 2026.
Voor burgers worden geen regeldrukgevolgen verwacht. Het kabinet zal er bij de Commissie
met klem op aandringen dat de in Resource EU aangekondigde concrete wetgevingsvoorstellen
en uitvoeringsmaatregelen, zullen, worden voorzien van een impact assessment, zodat
de gevolgen voor de regeldruk kunnen worden meegewogen bij de beoordeling van de voorstellen.
Voor bedrijven is op korte termijn sprake van vrijwillige regeldruk: deelname aan
het EU Energy and Raw Materials Platform. Registratie voor matchmaking en aanlevering van informatie is niet verplicht maar
kan wel inspanning vergen (met name voor MKB en middelgrote bedrijven).
Op middellange termijn kunnen de aangekondigde maatregelen leiden tot: aanvullende
label- en traceerbaarheidsverplichtingen voor producten met permanente magneten, batterijen
en andere CRM-rijke componenten; mogelijk aanpassingen in logistiek en contractering
door exportrestricties.
Het voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen heeft – zo is
de eerste voorlopige inschatting – beperkte regeldrukgevolgen voor het bedrijfsleven
en geen directe gevolgen voor burgers. De voorgestelde wijzigingen richten zich primair
op grote ondernemingen die actief zijn in kritieke grondstoffenwaardeketens en die
op grond van de verordening kritieke grondstoffen verplicht zijn hun risicoparaatheid
te beoordelen.
Voor het bedrijfsleven kan sprake zijn van extra administratieve lasten voor de betrokken
grote ondernemingen ten opzichte van de huidige verordening kritieke grondstoffen.
Dit komt doordat zij mogelijk aanvullende informatie moeten aanleveren aan de Commissie
in het kader van risicobeoordelingen en eventuele risicobeperkende maatregelen. Het
gaat hierbij om lasten die samenhangen met informatieverplichtingen en interne analyses
van toeleveringsketens. Deze lasten zullen niet voor het gehele bedrijfsleven gelden,
maar beperkt blijven tot een afgebakende groep grote ondernemingen. Op dit moment
is nog geen kwantitatieve inschatting van deze lasten beschikbaar. Daarom zijn deze
vooralsnog alleen kwalitatief beschreven.
Tegelijkertijd kan het voorstel leiden tot een afname van regeldruk voor bedrijven,
doordat nationale procedures en informatieverzoeken van lidstaten vervallen en worden
vervangen door een gecentraliseerde aanpak op EU-niveau. Dit kan met name voor internationaal
opererende ondernemingen leiden tot meer uniformiteit en minder versnipperde verplichtingen
in verschillende lidstaten tegelijkertijd.
Naast regeldrukkosten kunnen er voor bedrijven andersoortige financiële gevolgen optreden.
Als ondernemingen naar aanleiding van risicobeoordelingen besluiten hun toeleveringsketens
te diversifiëren, kan dit leiden tot bedrijfseigen kosten. Deze kosten vloeien echter
voort uit strategische bedrijfsbeslissingen en niet rechtstreeks uit administratieve
verplichtingen die door het voorstel worden opgelegd. Uitzondering hierop is de gedelegeerde
handeling op grond van artikel 24, vijfde lid, onder b, waarmee de Commissie risicobeperkende
maatregelen kan specificeren, waaronder het vaststellen van maximale afhankelijkheidspercentages
van één derde land in de toeleveringsketen van kritieke grondstoffen. Zie daarvoor
onderdeel 6b.
De Commissie gaat er in haar toelichting van uit dat de wijzigingen per saldo leiden
tot een efficiëntere en minder belastende uitvoering. Het kabinet deelt deze inschatting
voorlopig, maar zal in de verdere behandeling aandacht blijven vragen voor een duidelijke
afbakening van verplichtingen en het voorkomen van onnodige regeldruk voor bedrijven.
d) Gevolgen voor concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
De Resource EU-mededeling zet in op versterkte samenwerking met grondstofrijke derde
landen via strategische partnerschappen, investeringen en lokale waardecreatie, hetgeen
kansen kan bieden voor partnerlanden mits ESG-normen worden geborgd. Tegelijk kunnen
maatregelen zoals exportrestricties op schroot, strengere afvalcontroles en het verminderen
van risicovolle strategische afhankelijkheden leiden tot geopolitieke reacties en
tegenmaatregelen die de leveringszekerheid en sociaaleconomische ontwikkeling van
derde landen onder druk zetten.
Resource EU is nadrukkelijk geopolitiek van aard en beoogt de risicovolle strategische
afhankelijkheden van de EU te verminderen en de economische weerbaarheid te versterken.
Door aansluiting bij G20- en G7-initiatieven en Global Gateway vergroot de EU haar
internationale slagkracht, maar dit vraagt om zorgvuldige afstemming met andere landen.
Resource EU draagt bij aan het versterken van de strategische autonomie van de EU
door diversificatie van toeleveringsketens, ontwikkeling van eigen capaciteit en inzet
van crisisinstrumenten zoals IMERA. Per saldo versterkt de mededeling de geopolitieke
positie van de EU, maar kan de uitvoering spanningen veroorzaken met sommige derde
landen, waarvoor het kabinet inzet op een evenwichtige benadering.
De Commissie stelt dat het amendement de werking van de interne markt verbetert door
procedures te stroomlijnen, fragmentatie te voorkomen en circulariteit en de secundaire
markt voor kritieke grondstoffen te versterken, onder meer door centralisatie van
de identificatie van grote ondernemingen. Volgens de Commissie ondersteunen de wijzigingen
daarmee de beschikbaarheid en traceerbaarheid van kritieke grondstoffen voor industriële
sectoren.
Omdat geen impact assessment is uitgevoerd, zijn kwantitatieve effecten op het Europese
bedrijfsleven beperkt inzichtelijk. Het kabinet verwacht dat de maatregelen op termijn
bijdragen aan robuustere EU-waardeketens, maar dat voor een afgebakende groep grote ondernemingen ook nalevingskosten
kunnen ontstaan. Het kabinet verwacht dat regeldruk voor het bedrijfsleven beperkt
en doelgericht is en zich concentreert op een afgebakende groep grote ondernemingen
die strategische grondstoffen gebruiken in hun productieproces voor een afgebakende
selectie producten. De belangrijkste extra lasten bestaan uit het periodiek uitvoeren
en rapporteren van een risicoanalyse van de toeleveringsketen; deze sluiten grotendeels
aan bij bestaande bedrijfsprocessen. De uitbreiding van etiketterings- en informatieverplichtingen
voor producten met permanente magneten leidt vooral tot eenmalige aanpassingskosten
en beperkte structurele lasten. Voor het mkb worden geen significante regeldrukeffecten
verwacht, omdat de verplichtingen niet op hen van toepassing zijn. Het kabinet zal
zich inzetten voor duidelijke en uitvoerbare verplichtingen zodat het amendement het
concurrentievermogen ondersteunt zonder onnodige lasten te creëren. Mocht het impact
assessment niet worden gepresenteerd door de Commissie, zal het kabinet zelf het nodige
doen om zich een beeld te vormen van de regeldrukeffecten zodat die kunnen worden
meegenomen in het definitieve oordeel van het voorstel. Hierbij worden belanghebbenden
betrokken.
De Commissie plaatst het amendement in de context van toenemende geopolitieke druk,
waaronder exportbeperkingen door China, en de noodzaak voor de EU om haar aanvoer
te diversifiëren. Het amendement kan derde landen indirect raken doordat de EU inzet
op minder afhankelijkheid van één herkomstland en verschuiving van vraag naar EU-
en «trusted partner»-bronnen, wat bijdraagt aan de open strategische autonomie en weerbaarheid van de
EU.
6. Implicaties juridisch
a) Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving en/of sanctionering beleid
(inclusief toepassing van de lex silencio positivo)
Het voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen zal zeer waarschijnlijk
gevolgen hebben voor de Nederlandse wet- en regelgeving. De verantwoordelijkheid voor
de uitvoering van artikel 24 van de verordening kritieke grondstoffen (risicoparaatheid
van grote ondernemingen) verschuift van de lidstaten naar de Commissie, die deze taken
zonder tussenkomst van de lidstaten zal uitoefenen. Dat komt doordat in het voorstel
geen rol voor lidstaten is opgenomen onder artikel 24. Dat betekent dat bepalingen
die ter uitvoering van artikel 24 van de verordening kritieke grondstoffen zijn opgenomen
in de Nederlandse wet- en regelgeving niet langer nodig zijn. Het voorstel tot aanpassing
van de verordening kritieke grondstoffen heeft geen gevolgen voor de lex silencio
positivo.
b) Gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen, incl. NL-beoordeling daarvan
Het voorstel voor de gewijzigde verordening bevat één nieuwe gedelegeerde handeling
en wijzigt daarnaast een aantal bestaande gedelegeerde handelingen in de verordening
kritieke grondstoffen.
Voorgesteld wordt om de Commissie de bevoegdheid te geven de verordening kritieke
grondstoffen aan te vullen door via een gedelegeerde handeling risicobeperkende maatregelen
te specificeren die grote ondernemingen moeten nemen wanneer er aanzienlijke kwetsbaarheden
in hun toeleveringsketens worden vastgesteld (artikel 24, voorgesteld lid 5b van de
verordening kritieke grondstoffen). Het toekennen van deze bevoegdheid is niet mogelijk,
omdat het essentiële elementen van de basishandeling betreft, waarvoor een belangrijke
politieke afweging vereist is. Toekenning van deze bevoegdheden acht het kabinet niet
wenselijk, omdat het risico bestaat dat via gedelegeerde handelingen vergaande verplichtingen
worden opgelegd aan ondernemingen, zonder voldoende betrokkenheid van lidstaten en
het bedrijfsleven. Dat de Commissie verplicht is om vooraf deskundigen te consulteren
en de lidstaten in Raadsverband kunnen besluiten de delegatiebevoegdheid in te trekken,
acht het kabinet onvoldoende daarin. Van belang is dat lidstaten ook zonder de bevoegdheid
in te trekken actief betrokken worden wanneer de Commissie besluit verregaande verplichtingen
aan grote ondernemingen op te leggen en onder welke voorwaarden dat gebeurt. Aangezien
die aspecten van essentieel belang zijn, dienen zij in de verordening nader te worden
geregeld. Bovendien acht het kabinet de bevoegdheid onvoldoende afgebakend. Zo wordt
onvoldoende duidelijk wat de aard, strekking en duur van die verplichtingen is en
onder welke omstandigheden zulke verplichtingen passend zouden zijn.
Het kabinet pleit daarom voor een meer gebalanceerde aanpak, met een sterkere rol
voor lidstaten bij het vaststellen van risicobeperkende maatregelen en zal hier tijdens
de onderhandelingen aandacht voor vragen.
Daarnaast wordt een verbreding voorgesteld van de al bestaande gedelegeerde handeling
van artikel 29 van de verordening kritieke grondstoffen. Specifiek gaat het om artikel
29, lid 2, waarin de Commissie de gedelegeerde bevoegdheid krijgt om regels over de
berekening en verificatie van het aandeel gerecyclede inhoud, nu inclusief pre-consument
afval vast te stellen. Verder wordt in artikel 29, lid 3, dat ziet op een gedelegeerde
handeling voor het vaststellen van minimale aandelen gerecyclede inhoud in permanente
magneten, voorgesteld de reikwijdte van deze gedelegeerde handeling te wijzigen. Dit
gebeurt in lijn met de voorgestelde wijziging van de reikwijdte onder lid 2 van artikel
29, waarbij naast post-consument afval ook pre-consument afval wordt opgenomen. Met
de aanpassing worden de bestaande bevoegdheden van de Commissie in lijn gebracht met
de uitbreiding van de reikwijdte van artikel 29. Het toekennen van deze bevoegdheden
onder leden 2 en 3 is wel mogelijk, omdat het niet essentiële onderdelen van de basishandeling
betreft. Toekenning van deze bevoegdheden acht het kabinet wenselijk, omdat hiermee
op uniforme wijze en op basis van technische expertise kan worden ingespeeld op ontwikkelingen
in recyclingmethoden en beschikbaarheid van secundaire grondstoffen, zonder dat een
wijziging van de basisverordening nodig is. Delegatie in plaats van uitvoering ligt
hier voor de hand omdat het gaat om het vaststellen van algemene technische regels.
Het kabinet acht deze bevoegdheden voldoende afgebakend. De bevoegdheid is namelijk
beperkt in de tijd (uiterlijk 8 jaar na 24 juni 2024) en duidelijk beperkt tot een
gesloten lijst van kritieke grondstoffen. Daarnaast wordt de bevoegdheidsuitoefening
afgebakend door een aantal belangrijke waarborgen in artikel 29, lid 3, zoals dat
er een voorafgaande effectbeoordeling moet plaatsvinden, dat het minimale aandeel
rekening houdt met bestaande en voorspelde beschikbaarheid, technische en wetenschappelijke
vooruitgang die van invloed is op terugwinning, en dat onevenredige negatieve gevolgen
voor de betaalbaarheid van permanente magneten en producten met die magneten, te voorkomen.
Verder voldoen de voorgestelde gedelegeerde handelingen aan de uitgangspunten uit
het Interinstitutioneel Akkoord Beter Wetgeven.
c) Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen), dan wel voorgestelde datum
inwerkingtreding (bij verordeningen en besluiten) met commentaar t.a.v. haalbaarheid
Het voorstel zal in werking treden twintig dagen na publicatie. Gelet op het feit
dat er waarschijnlijk wet- en regelgeving moet worden aangepast ter uitvoering van
de gewijzigde verordening, is een datum van inwerkingtreding van twintig dagen na
publicatie te kort. Hoewel er al verregaande voorbereidingen zijn getroffen voor het
wetgevingsproces ter uitvoering van de verordening, zal er meer tijd nodig zijn. Het
kabinet zal zich daarom inzetten voor een langere termijn.
d) Wenselijkheid evaluatie-/horizonbepaling
De verordening kritieke grondstoffen bepaalt dat de Commissie uiterlijk op 24 mei
2029 de verordening in het licht van de nagestreefde doelstellingen evalueert en verslag
uitbrengt aan het Europese Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal
Comité. De evaluatie van de voorgestelde aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen
kunnen worden meegenomen bij de bestaande reguliere evaluatie in 2029. Het kabinet
acht dit wenselijk.
e) Constitutionele toets
Niet van toepassing.
7. Implicaties voor uitvoering en/of handhaving
Het voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen heeft naar verwachting
gevolgen voor de uitvoering door de Rijksoverheid en mogelijk voor betrokken uitvoeringsinstanties.
Op basis van het huidige voorstel is nog niet volledig duidelijk welke taken op nationaal
niveau zullen neerslaan.
Voor de uitvoering ligt een rol voor de rijksoverheid voor de hand, in het bijzonder
voor het beleidsverantwoordelijke departement, in nauwe afstemming met betrokken uitvoeringsinstanties
en andere overheden. Mogelijk betrokken partijen zijn onder meer uitvoeringsorganisaties
die al actief zijn op het terrein van kritieke grondstoffen, circulaire economie,
verduurzaming industrie, industriebeleid, milieu en economische veiligheid, evenals
medeoverheden waar het gaat om ruimtelijke inpassing en vergunningverlening van projecten
in kritieke grondstoffenketens. Denk aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
(RVO), de Nederlandse Emissieautoriteit, Planbureau voor de Leefomgeving, Inspectie
Leefomgeving en Transport en Bureau Toetsing Investeringen.
De uitvoering zal onder meer bestaan uit afstemming met de Commissie over de toepassing
van de aangescherpte verplichtingen van de verordening kritieke grondstoffen. Dit
omvat onder andere de identificatie van grote ondernemingen.
Het voorstel kan leiden tot extra administratieve werkzaamheden, met name op het gebied
van coördinatie, informatie-uitwisseling en monitoring. De mate waarin dit het geval
is, hangt af van de nadere uitwerking van de verplichtingen en de rolverdeling tussen
Commissie en lidstaten. Op dit moment is onvoldoende informatie beschikbaar om de
uitvoerbaarheid volledig te beoordelen. Indien nodig zal het kabinet betrokken uitvoeringsinstanties
vragen om een uitvoeringstoets uit te voeren zodra de nadere uitwerking van het voorstel
beschikbaar is.
In algemene zin acht het kabinet de uitvoering in beginsel haalbaar, mits de uiteindelijke
verplichtingen proportioneel blijven, duidelijk worden afgebakend en goed aansluiten
bij bestaande nationale processen en structuren.
Het voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke kan ook gevolgen hebben voor
de handhaving op nationaal niveau. Op dit moment is nog niet volledig uitgewerkt hoe
de handhavingsstructuur eruit zal zien en welke verplichtingen concreet handhaafbaar
moeten worden gemaakt door nationale autoriteiten. Dit geldt met name voor eventuele
verplichtingen voor bedrijven op het gebied van risicobeheer, diversificatie en informatieverstrekking.
Afhankelijk van de uiteindelijke invulling kan het voorstel leiden tot extra werkzaamheden
voor handhavingsinstanties zoals de Inspectie Leefomgeving en Transport en Bureau
Toetsingen Investeringen. Bijvoorbeeld door toezicht op naleving van informatieverplichtingen
of door het beoordelen van bedrijfsprocessen. Of deze instanties in staat zijn deze
taken uit te voeren, kan pas worden vastgesteld zodra de verplichtingen concreter
zijn uitgewerkt.
Het kabinet acht het daarom aangewezen om, zodra meer duidelijkheid bestaat over de
uitvoerings- en handhavingsverplichtingen, de betrokken handhavingsinstanties te betrekken
en zo nodig een handhavingstoets te laten uitvoeren. Daarbij zal nadrukkelijk worden
gekeken naar uitvoerbaarheid, capaciteit, proportionaliteit en samenhang met bestaande
toezicht- en handhavingskaders.
8. Implicaties voor ontwikkelingslanden
De aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen heeft geen specifieke, directe
bepalingen die zich richten op ontwikkelingslanden. Eventuele effecten voor ontwikkelingslanden
vloeien voort uit de bredere gevolgen voor derde landen in het algemeen, zoals beschreven
onder de geopolitieke aspecten (onderdeel 5d).
Indirect kan de aanscherping van verplichtingen voor een selectie van grote ondernemingen,
waaronder ketenrisicoanalyse en diversificatie, zowel positieve als negatieve effecten
hebben voor ontwikkelingslanden. Enerzijds kan een sterkere focus op risicobeperking
en naleving van EU-standaarden ertoe leiden dat bedrijven terughoudender worden in
hun betrokkenheid bij leveranciers uit ontwikkelingslanden die minder goed aan deze
eisen kunnen voldoen. Anderzijds kan een grotere nadruk op diversificatie van grondstoffenaanvoer
juist leiden tot nieuwe kansen voor grondstofrijke ontwikkelingslanden, met name voor
landen die hun productie en governance verder kunnen verduurzamen.
De uitbreiding van circulariteits- en recyclingverplichtingen, onder meer voor permanente
magneten, is primair gericht op het vergroten van de efficiëntie en duurzaamheid van
grondstoffengebruik binnen de EU en vormt geen directe beperking van de invoer van
primaire grondstoffen. Gezien de beperkte beschikbaarheid van recyclebare volumes
en de sterk groeiende totale vraag naar kritieke grondstoffen is het op korte en middellange
termijn niet aannemelijk dat deze maatregelen leiden tot een significante verdringing
van primaire import.
Op langere termijn kan een verdere opschaling van recycling en het eventuele vaststellen
van minimumpercentages gerecyclede inhoud de groei van de vraag naar primaire grondstoffen
afremmen. Dit zou indirect gevolgen kunnen hebben voor primaire producenten in ontwikkelingslanden,
afhankelijk van het betreffende materiaal, de marktomstandigheden en de mate waarin
deze landen kunnen meebewegen richting verduurzaming en waardetoevoeging in de keten.
Tegelijkertijd dragen deze maatregelen wel bij aan de EU-doelstellingen op het gebied
van duurzaamheid en efficiënt grondstoffengebruik.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken