Brief regering : Nieuwe werkwijze en Handreiking constitutionele toetsing
28 362 Reikwijdte van artikel 68 Grondwet
Nr. 86
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 28 januari 2026
Inleiding
Het kabinet vindt het van groot belang dat voorstellen voor wet- en regelgeving scherper
worden getoetst op hun verenigbaarheid met de Grondwet, het Europese en internationale
recht en rechtsbeginselen. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (JenV) en
ik hebben het afgelopen jaar intensief gewerkt aan het (verder) verbeteren van de
algemene wetgevingstoets respectievelijk de constitutionele toets ex ante, zoals ook
in het regeerprogramma is aangekondigd.1 Toegezegd is dat hierover aan uw Kamer zal worden gerapporteerd.2 Voor de algemene wetgevingstoets is dit inmiddels gebeurd.3 De rapportage van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)
over de constitutionele toets ex ante treft u hierbij aan.
Versterking constitutionele en algemene wetgevingstoets
Op basis van de Aanwijzingen voor de regelgeving verrichten de Ministeries van JenV
en BZK respectievelijk een algemene wetgevingstoets en een constitutionele toets bij
daarvoor in aanmerking komende wetsvoorstellen en ontwerpalgemene maatregelen van
bestuur.
In het licht van onder meer de toeslagenaffaire en de nieuwe werkwijze van JenV bij
de algemene wetgevingstoets4 heeft mijn departement de werkwijze bij de constitutionele toetsing van ontwerpregelgeving
de afgelopen periode herijkt en versterkt. Een belangrijk onderdeel daarvan is dat
met JenV zowel inhoudelijk als procedureel hernieuwde werkafspraken zijn gemaakt over
de samenwerking bij de toetsing van nieuwe regelgeving, met als doel de kwaliteit
van toetsing te versterken. De constitutionele toetsing door BZK wordt in onderlinge
afstemming met JenV verricht, met respect voor elkaars verantwoordelijkheden. BZK
probeert in een vroegtijdig stadium zicht te krijgen op dossiers die mogelijk in aanmerking
komen voor een constitutionele toets. Anders dan voorheen wordt niet langer uitsluitend
op verzoek van dossierhouders getoetst, maar selecteert BZK in overleg met de departementen
nu ook zelf actief, op basis van selectiecriteria.5
(Verdere) herijking en versterking constitutionele toetsing
Een andere belangrijke wijziging is dat BZK meer aandacht besteedt aan de constitutionele
toetsing van ontwerpregelgeving, hiervoor is ook extra capaciteit beschikbaar gesteld.
Bij de aanbieding van stukken voor de besluitvorming in voorportalen, onderraden en
ministerraad moet sinds kort bovendien expliciet worden aangegeven welke eventuele
bezwaren BZK vanuit constitutioneel oogpunt heeft. Op deze manier is de aandacht voor
constitutionele aspecten sterker verankerd in het wetgevings- en besluitvormingsproces.
Herziene Handreiking
De nieuwe werk- en selectiewijze van BZK bij de constitutionele toetsing is opgenomen
in een herziene versie van de Handreiking constitutionele toetsing (bijlage). De herziene
Handreiking bevat ook praktische handvatten en informatie over de uitvoering van een
constitutionele toets op ontwerpregelgeving; zowel voor de interne kwaliteitsborging
door de departementen zelf als voor de advisering en toetsing door BZK.
De Handreiking heeft een andere opzet dan de vorige.6 Deze is overzichtelijker en praktischer gemaakt, onder meer door de opname van een
stappenplan voor het uitvoeren van een constitutionele toets. Net als de vorige editie
is de Handreiking opgenomen in het Beleidskompas,7 waardoor zij een vast onderdeel vormt van de voorbereidende fase van wet- en regelgeving.
Tot slot
De vergrote aandacht vanuit de Tweede Kamer voor de constitutionele houdbaarheid van
wetgeving sluit goed aan bij de verscherpte aandacht van het kabinet voor dit onderwerp.
Het parlement draagt als controleur van de regering en medewetgever eveneens verantwoordelijkheid
voor het borgen van de constitutionele houdbaarheid van wetgeving. Vermeldenswaardig
is daarbij de instelling van de tijdelijke commissie Grondrechten en constitutionele
toetsing van de Tweede Kamer, die onlangs haar eerste ervaringen en adviezen heeft
geëvalueerd.8 De commissie beoogt met haar adviezen een actieve bijdrage te leveren aan de verscherping
van het constitutionele bewustzijn van de Kamer.
De toetsing door BZK en de adviezen van de Kamer kunnen allebei op hun eigen manier
bijdragen aan de kwaliteit en constitutionaliteit van (ontwerp)regelgeving.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
F. Rijkaart
Ondertekenaars
F. Rijkaart, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties