Brief regering : Verlenging interim derogatie van de EU-privacyregels om online kindermisbruik te bestrijden
32 317 JBZ-Raad
34 843
Seksuele intimidatie en geweld
31 015
Kindermishandeling
Nr. 993
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 23 januari 2026
Op 19 december 2025 heeft de Europese Commissie bij de Raad en het Europees Parlement
een voorstel ingediend voor de verlenging van de zogenaamde interim derogatie op de
ePrivacy-richtlijn ten behoeve van de aanpak van de verspreiding van beeldmateriaal
van seksueel kindermisbruik en grooming. De interim derogatie, zoals opgenomen in
Verordening (EU) 2021/1232,1 maakt het mogelijk voor aanbieders van online nummeronafhankelijke interpersoonlijke
communicatiediensten om vrijwillig materiaal van seksueel kindermisbruik (CSAM) op
hun platforms op te sporen, te rapporteren en te verwijderen. Het voorstel verlengt
de toepassingsperiode van de interim derogatie met twee jaar. Op 28 januari zal Nederland
in de Coreper-vergadering een standpunt innemen over de interim derogatie.
Met deze brief informeer ik uw Kamer over de positie die Nederland ten aanzien van
dit voorstel zal innemen.
Toelichting
Het voorstel tot de verlenging van de tijdelijke derogatie op de ePrivacy-richtlijn
zorgt ervoor dat de mogelijkheid voor de internetsector om online materiaal van seksueel
kindermisbruik (CSAM) vrijwillig te detecteren behouden blijft. Het zorgt er dus voor
dat de huidige praktijk nog twee jaar gecontinueerd kan worden. Zonder deze verlenging
loopt de huidige derogatie af in april 2026.
Eind vorig jaar is een Algemene Oriëntatie (AO) bereikt inzake de CSAM-Verordening,
die beoogt te voorzien in een omvattend Europees rechtskader voor het bestrijden van
online kinderpornografisch materiaal. De CSAM-verordening zal echter niet van kracht
zijn per april 2026, het moment waarop de interim derogatie afloopt. Om te voorkomen
dat er een leemte ontstaat en bedrijven dit materiaal niet meer kunnen detecteren,
heeft de Commissie op 19 december 2025 een voorstel ingediend om de toepassingsperiode
van de interim derogatie met nog eens twee jaar te verlengen, tot 3 april 2028.
De interim derogatie biedt een tijdelijke en afgebakende oplossing, met als voorwaarde
dat de gebruikte technologieën proportioneel, gerenommeerd en betrouwbaar zijn. Ook
moet het materiaal onmiddellijk verwijderd worden en moet de verwerking beperkt blijven
tot wat strikt noodzakelijk is. Daarnaast dient de dienstverlener jaarlijks te rapporteren
over de gebruikte technologische toepassingen en verwerkingen.
Positie verlenging derogatie
Het kabinet steunt de tijdelijke verlenging van de derogatie, die een voortzetting
is van de huidige praktijk. Vrijwillige detectie speelt een essentiële rol in de aanpak
van online seksueel kindermisbruik in Nederland. Het voorstel dat nu voorligt, heeft
tot gevolg dat de bestaande praktijk waarbij dienstverleners de mogelijkheid krijgen
dit materiaal te detecteren de komende twee jaar kan worden voortgezet. Gezien de
ernst, omvang en gevolgen van deze vreselijke vorm van criminaliteit is deze vrijwillige
detectie noodzakelijk. Wereldwijd zijn er jaarlijks zijn nog steeds miljoenen meldingen
van de verspreiding van materiaal van online seksueel kindermisbruik op het internet
en in online berichtendiensten.
Deze tijdelijke verlenging staat nadrukkelijk los van de recent aangenomen AO en draagt
niet bij aan een opmaat naar permanente detectie. Eerder is de Kamer geïnformeerd
over het standpunt van het kabinet inzake de CSAM-Verordening zoals opgenomen in de
Kamerbrief van 18 november 2025.2 Daarbij is aangegeven dat het kabinet hecht aan een periodiek weegmoment ten aanzien
van de mogelijkheid van vrijwillige detectie. Met het huidige voorstel voor verlenging
van de tijdelijke derogatie voor twee jaar wordt hierin voorzien. Het gaat hier uitsluitend
om het voorkomen van een tijdelijke leemte in het beschermingsniveau, totdat besluitvorming
over de CSAM-Verordening – een afzonderlijk voorstel – is afgerond. Het kabinet hecht
eraan dit onderscheid expliciet te maken en te blijven benadrukken.
Het kabinet heeft investeringen gedaan om de samenwerking met de private sector te
versterken en streeft ernaar private bedrijven actief te betrekken bij het schoonhouden
van het internet, waaronder online platforms. Nederland heeft de eerdere verlenging
van de derogatie in 2024 gesteund om een lacune te voorkomen.
Dit neemt niet weg dat het kabinet het, met uw Kamer, van belang acht dat in de strijd
tegen de verspreiding van dit vreselijke materiaal ook recht wordt gedaan aan grondwettelijke
zorgen, de digitale weerbaarheid van de lidstaten en de privacy van gebruikers van
internetdiensten. Verder geldt dat zorgen blijven bestaan bij de detectie van onbekend
kinderpornografisch materiaal en grooming. Naar het oordeel van Nederland is een van
de redenen hiervoor dat geen technologie beschikbaar is die detectie van onbekend
materiaal en grooming vorm kan geven op een wijze die proportioneel en gerechtvaardigd
is. Nederland is daarom bezorgd over deze punten en geen voorstander van het inzetten
van technologieën voor het detecteren van mogelijke grooming of onbekend materiaal,
wat zowel de huidige derogatie als het nieuwe voorstel toestaan. Tijdens de gesprekken
in EU-verband zal Nederland, in lijn met de motie-Kathmann c.s., zich blijven inzetten
om deze zorgen te adresseren3. Dit zal nadrukkelijk worden bevestigd in een schriftelijke verklaring. Bovendien
wordt er gewerkt aan verbetering van de rapportage over vrijwillige detectie, zodat
er meer inzicht komt in de gebruikte cijfers en methodieken.
De verwachting is dat de tijdelijke verlenging van de derogatie in Brussel breed gesteund
zal worden, aangezien dit bij eerdere verlengingen ook het geval was. Veel lidstaten
beschouwen deze tijdelijke verlenging als een technisch noodzakelijke stap om een
leemte in het beschermingsniveau te voorkomen. Indien er zich inderdaad een meerderheid
aftekent, zal de tijdelijke verlenging hoe ook voor Nederland gaan gelden.
Het bovenstaande in acht nemende, zal Nederland het voorstel om de tijdelijke derogatie
te verlengen, steunen.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
F. van Oosten
Ondertekenaars
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid