Brief regering : Voortgang herziening mbo-bekostiging: aanbieding van de doorrekeningen van verschillende opties door PwC
31 524 Beroepsonderwijs en Volwassenen Educatie
Nr. 691
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 21 januari 2026
Het aanpassen van de bekostiging van het mbo is nodig om ervoor te zorgen dat studenten
in heel Nederland toegankelijk, kwalitatief hoogwaardig en divers mbo-onderwijs kunnen
volgen. De huidige manier van bekostigen van mbo-instellingen – grotendeels op basis
van studentenaantallen – kan in combinatie met krimp leiden tot meer concurrentie
in plaats van onderlinge samenwerking. Het levert risico’s op voor regio’s die te
maken hebben met fors dalende studentenaantallen en daarom minder bekostiging ontvangen.
Het kan de reistijd voor studenten, het behoud van cruciaal en kwalitatief goed onderwijs
en de leefbaarheid onder druk zetten. Dat vind ik zorgwekkend, want het mbo is hard
nodig om veerkrachtige vakmensen voor bijvoorbeeld de zorg, onze veiligheid, de woningbouw
en de energietransitie op te leiden. Daarom werk ik door aan het toekomstbestendig
maken van de bekostiging van het mbo.
Met deze brief bied ik uw Kamer het tweede rapport aan van PwC over de herziening
van de mbo-bekostiging. Mijn ambtsvoorganger heeft uw Kamer in 2025 geïnformeerd over
de aanleiding voor de herziening, de ontwerpeisen en inhoudelijke doelen voor de nieuwe
bekostiging. Ook is het eerste rapport met een brede inventarisatie van de mogelijkheden
en het advies van de ingestelde Commissie herziening bekostiging mbo met uw Kamer
gedeeld.1
Dit tweede rapport is een van de bouwstenen om te komen tot een voorkeursoptie voor
de nieuwe bekostiging. Er zijn drie zeer uiteenlopende invalshoeken voor de herziening
van de bekostiging geanalyseerd:
• een pakket met elementen gericht op vereenvoudiging van de bekostiging en maatwerk
voor krimp;
• een pakket met elementen gericht op het verbeteren van toegankelijkheid en samenwerking
tussen mbo-instellingen en in de regio;
• een pakket met elementen gericht op het bevorderen van arbeidsmarktrelevantie en prestaties.
Voorbeelden van elementen in de pakketten zijn het vereenvoudigen van de prijsfactoren,
het introduceren van een vaste voet, het bieden van een gerichte oplossing voor regio’s
die kampen met fors dalende studentenaantallen of het invoeren van een arbeidsmarktfactor.
Deze aanpak biedt mij de gelegenheid om de voorkeursoptie voor de nieuwe bekostiging
gebalanceerd samen te stellen door het verstandig combineren van elementen uit de
verschillende pakketten. De voorkeursoptie is daarom nadrukkelijk geen keuze uit één van deze drie pakketten.
De effecten van de elementen zijn zowel afzonderlijk als in de samenhang van de pakketten
voor verschillende soorten mbo-instellingen – zoals beroepscolleges, kleine of grote
roc’s – en voor regio’s doorgerekend. Om de financiële effecten inzichtelijk te kunnen
maken, zijn de elementen concreet uitgewerkt. Andere operationalisaties van de elementen
leiden tot andere resultaten. Er zijn in de analyse daarom gevoeligheidsanalyses toegevoegd.
Ook zijn de elementen getoetst aan de inhoudelijke doelen, bijvoorbeeld op het bijdragen
aan de toegankelijkheid, doelmatigheid en arbeidsmarktrelevantie van het mbo. Ik versta
onder arbeidsmarktrelevantie het vergroten van de bijdrage van het mbo aan de toekomst
van Nederland door bijvoorbeeld op te leiden voor maatschappelijke uitdagingen in
de zorg en de energietransitie. De elementen zijn daarnaast getoetst aan de ontwerpeisen,
zoals het belang van eenvoudigheid, voorspelbaarheid en uitvoerbaarheid van de bekostiging.
Ten slotte biedt het rapport inzicht in de kostenstructuur van het mbo.
Het rapport biedt in mijn ogen waardevolle analyses van de mogelijkheden voor de herziening
en de financiële effecten daarvan op de mbo-instellingen. Maar er is meer nodig om
verantwoorde keuzes te maken. Het is bijvoorbeeld belangrijk om te begrijpen welke
gedragsprikkels er van de bekostiging uitgaan voor mbo-instellingen. Ik betrek in
mijn besluitvorming de praktijkinzichten van de mbo-sector, waaronder docenten, studenten,
mbo-bestuurders, werkgevers en de uitvoering. Ook hecht ik veel waarde aan de inzichten
van de Commissie herziening bekostiging mbo. De commissie reviewt dit voorjaar de
voorkeursvariant en beoordeelt onder meer het doorlopen proces, de inhoudelijke juistheid
en de consistentie van de onderbouwing. Bovendien zijn er naast de bekostiging andere
instrumenten om inhoudelijke doelen als een meer doelmatig en arbeidsmarktrelevant
mbo te realiseren, zoals aanpassingen in wet- en regelgeving, toezicht en handhaving
of het maken van bestuurlijke afspraken. Ik wil daarin zorgvuldige en doeltreffende
afwegingen maken.
Het is voor de herziening van de bekostiging van belang tijdig te starten met het
wetgevingstraject, zodat de nieuwe bekostiging per 2029 kan ingaan om een structurele
oplossing te bieden voor een toegankelijk mbo in de regio. De tijdelijke Regeling
aanvullende middelen studentendaling mbo loopt namelijk van 2025 tot en met 2027.
Om de continuïteit en kwaliteit van het onderwijs te borgen wordt een oplossing voor
2028 meegewogen in de budgettaire besluitvorming in het voorjaar 2026.
Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2026 zal ik uw Kamer ook nader informeren over
de verkenning van de herziening van de bekostigingssystematiek in het hoger onderwijs.
Voor het hbo en wo onderzoek ik, samen met de hbo- en wo-sector, of de bekostigingssystematiek
moet worden aangepast om deze zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de uitdagingen
van de toekomst. Ik verken bijvoorbeeld mogelijkheden voor een stabielere bekostiging
zodat de onderwijsinstellingen ook bij dalende studentenaantallen een goed onderwijsaanbod
op peil kunnen houden. Daarnaast verken ik manieren om, bijvoorbeeld via de bekostiging,
instellingen te stimuleren om tot verdergaande samenwerking te komen op een macrodoelmatig
onderwijsaanbod. In de beleidsbrief vervolgonderwijs, onderzoek en wetenschap (14 maart
2025) is aangegeven dat het streven is om de voorkeursopties die uit de verkenning
herziening bekostigingssystematiek hoger onderwijs komen in 2026 te presenteren.
Om de herziene bekostiging in het mbo tijdig te kunnen invoeren, streef ik ernaar
om uw Kamer voor de zomer te informeren over de voorkeursoptie voor de nieuwe mbo-bekostiging.
Ik stuur het oordeel van de commissie over de voorkeursoptie dan mee. Daarmee kan
uw Kamer goed geïnformeerd het debat voeren over een manier van bekostigen die het
mbo in staat stelt om toegankelijk en kwalitatief hoogwaardig beroepsonderwijs te
bieden voor de vakmensen van morgen.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
G. Moes
Ondertekenaars
G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap