Brief regering : Samenloop Europees voorstel acceptatieplicht contant geld n.a.v. het amendement van het lid Van Eijk c.s. over de aanstaande acceptatieplicht van contant geld voor ondernemers schrappen (Kamerstuk 36711-18) en het amendement van het lid Ergin over een grondslag voor regels over het waarborgen van de beschikbaarheid en toegankelijkheid van contant geld voor kwetsbare groepen (Kamerstuk 36711-34)
27 863 Betalingsverkeer
36 711
Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Bankwet 1998 en enige andere
wetten in verband met de goede werking van het chartale betalingsverkeer (Wet chartaal
betalingsverkeer)
Nr. 145
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 januari 2026
Afgelopen woensdag 14 januari vond het plenaire debat plaats over de Wet chartaal
betalingsverkeer. Tijdens deze behandeling werd een amendement ingediend waarmee de
nationale acceptatieplicht voor contant geld wordt geschrapt.1
Zoals ik tijdens het debat heb toegezegd, informeer ik met deze brief uw Kamer over
de Europese verordening contant geld als wettig betaalmiddel (hierna LTCR-voorstel),
de lidstaatopties voor uitzonderingen daarop, de relatie tussen deze opties en de
voorgestelde algemene maatregel van bestuur (hierna: Besluit uitzonderingen acceptatie
contant geld), alsmede de status van de nationale acceptatieplicht zoals naar aanleiding
van het amendement-Dijk/Flach vastgelegd in artikel 6:113 van het Burgerlijk Wetboek
in verhouding tot het LTCR-voorstel. Daarnaast zal ik uw Kamer in een separate brief
informeren of ik een nota van wijziging wenselijk vind om eventuele aanvullende kosten
bij Geldmaat te reguleren. Na het plenaire debat heeft het lid Ergin een amendement2 ingediend; dat amendement zal ik ook in die separate brief appreciëren.
Tijdslijn LTCR-voorstel
Afgelopen 19 december is een Raadsakkoord bereikt voor het LTCR-voorstel. Het voorstel is onderdeel van het pakket voor de gemeenschappelijke munt
en wordt gezamenlijk behandeld met het voorstel voor een verordening voor de invoering
van een digitale euro. Het LTCR-voorstel introduceert een algemene verplichting tot
acceptatie van contant geld, met beperkte uitzonderingen.
Het Raadsakkoord sluit goed aan bij de Nederlandse inzet. Zo biedt het Raadsakkoord
voldoende ruimte voor nationale uitzonderingen op de acceptatieplicht. Nederland heeft
zich onder andere ingezet voor een uitzondering voor onbemande verkooppunten. Deze
uitzondering is opgenomen in het Raadsakkoord. In het Raadsakkoord zijn daarnaast
lidstaatopties opgenomen die onder strikte voorwaarden uitzonderingen mogelijk maken.
Lidstaten kunnen bijvoorbeeld nadere invulling geven aan situationele en sectorale
uitzonderingen, bijvoorbeeld voor bepaalde bedrijfstakken waar het accepteren van
contant geld tot disproportionele lasten leidt of veiligheidsrisico’s met zich meebrengt.
Deze opties zijn gebonden aan transparantievereisten en moeten proportioneel worden
toegepast, conform de kaders uit de verordening.
In het Europees Parlement wordt op dit moment het rapport over het voorstel van de
rapporteur besproken. Het Europees Parlement heeft de ambitie om in het voorjaar een
positie in te nemen over het pakket voor de gemeenschappelijke munt. Vervolgens vinden
de triloogonderhandelingen plaats tussen de Raad, het Europees Parlement en de Europese
Commissie.
Verhouding lidstaatopties LTCR-voorstel en uitzonderingsbesluit acceptatieplicht
De in het Nederlandse uitzonderingsbesluit opgenomen uitzonderingen zijn geënt op
de ruimte die artikel 6:113 BW biedt en anticiperen op de mogelijkheden die naar verwachting
uit het LTCR-voorstel zullen voortvloeien. Bovendien zijn de voorgestelde uitzonderingen
in lijn met de uitspraak van het Europese Hof van Justitie inzake Hessischer Rundfunk.3
Zoals hierboven uiteengezet, kunnen onder de teksten zoals die zijn opgenomen in het
Raadsakkoord ook nationale uitzonderingen bestaan. Er wordt daarom in het Nederlandse
uitzonderingsbesluit ingezet op zo veel mogelijk aansluiting bij de ruimte die het
LTCR-voorstel biedt. Op deze manier proberen we te borgen dat de uitzonderingen die
gelden voor de acceptatieplicht voor ondernemers zo veel mogelijk gelijk zijn.
Wanneer het LTCR-voorstel wordt aangenomen, werkt de Europese algemene acceptatieplicht
rechtstreeks door in het Nederlandse recht. Dit betekent dat de acceptatieplicht blijft
bestaan, maar dat de juridische grondslag vanwege wetstechnische redenen wordt verplaatst
van nationaal naar Europees niveau.
Vervolgproces
Bij het appreciëren van het amendement-Dijk/Flach4 noemde ik dat op termijn het LTCR-voorstel de acceptatieplicht zal regelen. Daarom
heb ik het amendement destijds ontraden. De Tweede Kamer heeft dit amendement met
een ruime meerderheid aangenomen en mij gevraagd om zorg te dragen voor de uitwerking
van het uitzonderingsbesluit. De openbare consultatie van het besluit is inmiddels
afgelopen en er zijn 121 reacties. Deze zullen zorgvuldig worden verwerkt.
In het debat met uw Kamer op 14 januari werd door mevrouw Van Eijk (VVD) en de heer
Flach (SGP) de suggestie gedaan om de inwerkingtreding van artikel 6:113 BW en het
Besluit uitzonderingen acceptatie contant geld uit te stellen totdat het LTCR-voorstel
in werking treedt. Het amendement-Van Eijk c.s.5 om de aanstaande acceptatieplicht te schrappen, zou in dat geval worden ingetrokken.
Een dergelijk uitstel heeft als voordeel dat zeker is dat geen uitzonderingen gaan
gelden die daarna moeten worden aangepast aan het definitieve Europese compromis.
Tegelijkertijd is het onzeker tot wanneer het uitstel duurt. Ik stel daarom voor dat
ik uw Kamer periodiek op de hoogte houd van de voortgang van deze onderhandelingen,
zoals ik dat ook doe voor de verordeningen voor de invoering van een digitale euro.
Daarbij zal ik uw Kamer meenemen in de voortgang van de onderhandelingen, door inzicht
te geven in de gezette en nog te verwachten stappen, de belangrijkste besluitmomenten
en zover mogelijk de bijbehorende tijdslijnen.
Het amendement-Dijk/Flach en de consultatie van het Besluit uitzonderingen acceptatie
contant geld hebben een discussie op gang gebracht over dit onderwerp. Dit zal helpen
bij de daadwerkelijke implementatie van het LTCR-voorstel. Daarbij speelt mee dat
de huidige compromisteksten van het LTCR-voorstel niet voorzien in een implementatietermijn
voor nationale uitzonderingen. Zodra de Raad en het Europees Parlement tot overeenstemming
komen over het LTCR-voorstel, zal de verordening binnen enkele maanden rechtstreeks
van toepassing worden in de Nederlandse rechtsorde. Het is dan van belang om op korte
termijn de nationale uitzonderingen vorm te geven, juist om iedereen die hier mee
te maken heeft in de praktijk duidelijkheid en nog enige voorbereidingstijd te geven.
De suggestie van de leden Van Eijk en Flach sluit daarbij aan.
Tot slot
In deze brief heb ik uw Kamer inzicht proberen te geven in het Europese wetgevingsproces
en de samenhang met het nationale besluit. De suggestie van mevrouw Van Eijk en de
heer Flach in het debat van 14 januari om de inwerkingtreding van nationale uitzonderingen
uit te stellen tot de Europese regelgeving in werking treedt, is naar mijn mening
passend.
Ik stel voor dat ik de consultatiereacties en de adviezen op het Besluit uitzonderingen
acceptatie contant geld verwerk, maar wacht met voorhang bij uw Kamer totdat de eindteksten
van het LTCR-voorstel beschikbaar zijn. Pas dan weten we zeker welke uitzonderingen
precies mogelijk zijn en kan daarover een zinvol gesprek met de Kamer worden gevoerd.
Ik zal uw Kamer tot die tijd periodiek op de hoogte houden van de onderhandelingen
van het LTCR-voorstel. Op die manier doen we enerzijds recht aan het belang van de
brede acceptatie van contant geld en beperken we anderzijds de onzekerheid en lasten
voor ondernemers.
De Minister van Financiën,
E. Heinen
Ondertekenaars
E. Heinen, minister van Financiën