Brief regering : Reactie op verzoek commissie over de brief van Strategisch Beraad Kunstonderwijs over de vermeende uitsluiting van kunstdisciplines op scholen
36 699 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met de herziening van de wettelijke grondslagen van de kerndoelen met focus op lezen, schrijven en rekenen (Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen)
Nr. 39
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 14 januari 2026
Hierbij stuur ik op verzoek van uw commissie mijn reactie op de brief van 17 november
2025 inzake de vermeende uitsluiting van kunstdisciplines op scholen (kenmerk: 2025D49025).
In deze brief vraagt het Strategisch Beraad Kunstonderwijs (hierna: SBK) de Tweede
Kamer om ervoor te zorgen dat leerlingen met vijf kunstdisciplines, te weten: beeldende
vormgeving, muziek, dans, theater en film, op school in aanraking komen en om de voorgestelde
overgangsperiode van 4 jaar terug te brengen naar 1 of 2 jaar.
Ik vind het belangrijk dat kinderen in aanraking komen met kunstonderwijs. Kunst helpt
leerlingen om de ander en de wereld te begrijpen en om betekenis te geven aan ervaringen.
Kunst kan bijdragen aan creativiteit en dat kan weer helpen om problemen aan te pakken.
Daarom is het ook een wezenlijk onderdeel van het curriculum. In de Wet op het Primair
Onderwijs (WPO), de Wet Voortgezet Onderwijs 2020 (WVO) en de Wet op de Expertisecentra
(WEC) staat dit leergebied dan ook opgenomen en in aansluiting daarop, zijn er kerndoelen
geformuleerd die scholen moeten verwerken in hun onderwijsprogramma.
Harmoniseren terminologie
Omdat de kerndoelen geactualiseerd worden, verandert er een en ander in wet- en regelgeving.
Hierover hebben wij elkaar gesproken tijdens de plenaire behandeling van het wetvoorstel
herziening wettelijke grondslagen kerndoelen op 26 november 2025. Met het wetsvoorstel
worden de randvoorwaarden geregeld om ambitieuze, concrete en actuele kerndoelen vast
te stellen. Van deze gelegenheid is gebruik gemaakt om meteen ook de terminologie
zoals gebruikt in verschillende onderwijswetten te harmoniseren. Er worden nu namelijk
verschillende termen gebruikt, terwijl het in de praktijk om dezelfde leergebieden
gaat. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling van de wetswijziging om nieuwe onderwerpen
toe te voegen, of te schrappen. Dat is in de werkopdracht aan SLO ook opgenomen.1
In de tabel hieronder ziet u hoe het voor het leergebied Kunst en Cultuur nu geformuleerd
is in wet- en regelgeving («huidige formulering») en hoe het in het wetsvoorstel en
de toekomstige kerndoelen geformuleerd wordt («nieuwe formulering»).
Huidige formulering
Nieuwe formulering
PO
WPO
(wetsniveau)
Het onderwijs omvat: [...] expressie-activiteiten
Het onderwijs omvat: [...]
muziek, beeldende vormgeving en dans, theater of film
Besluit vernieuwde kerndoelen WPO
(in de kerndoelen)
Kerndoel 54: de leerlingen leren beelden, taal, muziek, spel en beweging te gebruiken.
Volgt wettekst
VO
WVO 2020
(wetsniveau)
De kerndoelen besteden aandacht aan aspecten van [...] beeldende vormgeving, muziek,
drama en dans
Het onderwijs omvat:
muziek, beeldende vormgeving en dans, theater of film
Uitvoeringsbesluit WVO 2020
(in de kerndoelen)
Kerndoel 50: de leerling leert [...] kijken naar beeldende kunst, luisteren naar muziek
en te kijken en luisteren naar theater-, dans- of filmvoorstellingen.
Volgt wettekst
In de Wet op het Primair Onderwijs worden geen specifieke kunstdisciplines genoemd,
maar wordt er gesproken van «expressie-activiteiten». Wat hieronder moet worden verstaan
wordt uitgewerkt in de kerndoelen zelf (Besluit vernieuwde kerndoelen WPO): de leerlingen
leren beelden, taal, muziek, spel en beweging gebruiken. «Beelden» en «muziek» komen
overeen met twee kunstdisciplines: beeldende vormgeving en muziek.2 De andere termen (taal, spel en beweging) kunnen aan de orde komen in disciplines als theater, film of dans, maar omdat deze disciplines
niet gespecificeerd worden, zijn ze niet verplicht. Je kunt taal, spel en beweging
immers ook anders invullen. In het wetsvoorstel en bijbehorend besluit is dit eenduidiger
opgeschreven en blijft de huidige praktijk grotendeels behouden.3
In de Wet op het Voortgezet Onderwijs worden vier disciplines genoemd, namelijk beeldende
vormgeving, muziek, drama en dans. Maar, omdat er staat «aspecten van» hoeven scholen
niet noodzakelijkerwijs alle vier de disciplines aan te bieden. Wat onder «aspecten
van» moet worden verstaan wordt uitgewerkt in de kerndoelen zelf (Uitvoeringsbesluit
WVO 2020): de leerling leert kijken naar beeldende kunst, luisteren naar muziek en
te kijken en luisteren naar theater-, dans- of filmvoorstellingen. De disciplines
muziek en beeldende kunst zijn dus verplicht, plus één van de drie overige disciplines
naar keuze. Dit is waar scholen momenteel naar moeten handelen en daarom is deze formulering
nu ook in het wetsvoorstel overgenomen. In het wetsvoorstel wordt voortaan net als
in het primair onderwijs de term [het onderwijs] «omvat» gebruikt. Anders dan bij
de frase «aspecten van» betekent dit dat op wetsniveau bepaald wordt dat het genoemde
allemaal verplicht moet worden aangeboden op school. Daarmee verdwijnt de onduidelijkheid
die «aspecten van» opleverde. In het wetsvoorstel en bijbehorend besluit is alles
dus enkel eenduidiger opgeschreven en blijft de praktijk hetzelfde.
De oproep van het SBK
Het SBK heeft de wens om alle vijf de kunstdisciplines verplicht te stellen. In een
oude versie van het wetsvoorstel waren de vijf kunstdisciplines allen verplicht. Dit
is echter een verzwaring ten opzichte van de huidige situatie, daarom sluit de laatste
versie van het wetsvoorstel aan bij de huidige situatie, waarbij dus twee kunstdisciplines
verplicht zijn, plus minimaal één van de drie overige disciplines. De SBK geeft aan
dit niet als een verzwaring te zien ten opzichte van de huidige situatie. Uiteraard
zijn er mogelijkheden om disciplines in samenhang aan te bieden, maar daar zit mijns
inziens wel een limiet aan. Er liggen hoge ambities op basisvaardigheden en daar ligt
nu de grootste urgentie. Scholen die er ruimte voor ervaren moedig ik natuurlijk van
harte aan om alle vijf de kunstdisciplines aan te bieden, maar ik verplicht het niet.
Hoewel in de werkopdracht aan SLO stond dat de actualisatie binnen de kaders van het
huidige stelsel plaatsvond, is hier blijkbaar onduidelijkheid ontstaan over wat dit
betekent voor het leergebied Kunst en Cultuur. Dat is, zoals het SBK schrijft, inderdaad
laat opgemerkt. Dat is een les voor actualisaties in de toekomst.
Verder merkt SBK op dat de verschillende kunstdisciplines een ongelijke positie hebben.
Zij beschouwt dit als een achteruitgang van de breedte en kwaliteit van het kunstonderwijs.
Zoals gezegd, is dit echter geen achteruitgang, maar status quo.
Overgangsperiode verkorten
Verder verzoekt SBK om de overgangsperiode te verkorten naar 1 of 2 jaar. De nieuwe
kerndoelen kunst en cultuur worden bij spoedige afhandeling per 1-8-2027 vastgesteld,
dus dat is over 1,5 jaar. Omdat op datzelfde moment ook de kerndoelen van zes andere
leergebieden worden vastgesteld, is het niet reëel of wenselijk om van scholen te
verlangen dat ze meteen hun onderwijs daarop hebben aangepast en geldt er een overgangsperiode
van 4 jaar totdat de Inspectie gaat handhaven. Daarom wil ik de periode niet verkorten.
Foutieve weergave beslisnota
Het SBK geeft aan dat de mening van de vakvereniging onderwijs kunst en cultuur (VONCK)
en de vakvereniging leraren schoolmuziek (VLS) foutief worden weergegeven in de beslisnota
die meeging met de nota van wijziging op het wetsvoorstel.4 In de beslisnota staan de bezwaren van de vakverenigingen samengevat in een lijst
bullets. Daartussen staat een bullet met de tekst: «dit leidt wel tot een verzwaring
van de taak van scholen. Daarom adviseren wij dit niet.» Het lijkt alsof dit een uitspraak
van de vakverenigingen is, terwijl het hier gaat om het ambtelijk advies. Hier is
nadien contact over geweest met de vakverenigingen, maar dat heeft voor mij niet geleid
tot een ander besluit.
Tot slot
Ik wil nogmaals benadrukken dat ik veel waarde hecht aan kunst en cultuur. Daarom
ben ik ook blij met de geactualiseerde kerndoelen voor dit leergebied. Ik hoop dat
deze kerndoelen scholen inspireert om eigentijds kunst en cultuuronderwijs te geven.
Ik vertrouw erop dat scholen goed nadenken over de keuzes die zij maken over het (al
dan niet in samenhang) aanbieden van de verschillende kunstdisciplines, zodat leerlingen
hun artistieke en creatieve talenten tot bloei kunnen laten komen.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
K.M. Becking
Ondertekenaars
K.M. Becking, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap