Brief regering : De financiële invulling van humanitaire hulp in 2026
36 180 Doen waar Nederland goed in is – Strategie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Nr. 189 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 januari 2026
In deze brief zet het kabinet uiteen hoe het budget voor humanitaire hulp in 2026
wordt verdeeld. Nederland blijft, een stabiele en betrouwbare humanitaire donor, met
een budget dat grotendeels op peil blijft. Ook blijft het kabinet inzetten op meerjarige
en flexibele voorfinanciering aan gespecialiseerde hulporganisaties. Dit stelt partners
in staat om snel, duurzaam, en op schaal hulp te verlenen, zowel in crises die veel
(politieke) aandacht krijgen, als bij plotselinge natuurrampen of langdurige, «vergeten»
crises.
De wereldwijde humanitaire noden blijven hoog door gewapende conflicten zoals in Soedan,
Gaza en Oekraïne, en door grootschalige natuurrampen, zoals de recente overstromingen
in Zuidoost-Azië. Volgens de Verenigde Naties (VN) zullen in 2026 wereldwijd naar
schatting 239 miljoen mensen humanitaire hulp nodig hebben.1 Omdat er onvoldoende middelen zijn om iedereen te helpen zijn hulporganisaties genoodzaakt
te prioriteren en worden middelen in de eerste plaats ingezet voor mensen met de meest
acute en levensbedreigende behoeften.
Tegen deze achtergrond werkt de VN in samenwerking met donoren en non-gouvernementele
organisaties (ngo’s) aan noodzakelijke hervormingen van het humanitaire systeem.2 Deze hervormingen richten zich naast scherper prioriteren, ook op het terugdringen
van kosten, bijvoorbeeld door het beter delen van data tussen organisaties en het
gezamenlijk gebruik maken van vluchten of vrachtwagens met hulpgoederen. In dat licht
wordt ook steeds meer ingezet op het organiseren van hulp op lokaal niveau, door gebruik
te maken van lokale en nationale organisaties.
Bescherming van humanitaire ruimte en hulpverleners
Voor hulporganisaties wordt het steeds lastiger om de meest kwetsbaren te bereiken
en te beschermen. In verschillende landen staat de naleving van internationale humanitaire
regels en de toegang voor hulporganisaties onder druk. Humanitaire hulp wordt steeds
meer gebruikt als een instrument voor politiek of militair gewin. Hulpverleners worden
bovendien geconfronteerd met geweld: in 2025 kwamen wereldwijd ten minste 329 hulpverleners
om het leven, raakten 180 gewond en werden 97 ontvoerd.3 Het kabinet blijft zich in 2026 op diplomatiek vlak actief inzetten voor het behoud
van humanitaire principes en het vergroten van humanitaire toegang, onder andere in
Gaza, Soedan en de Democratische Republiek Congo. Daarnaast blijft Nederland zich
hard maken voor de bescherming van hulpverleners, onder andere via de «Group of Friends»
van de Declaration for the Protection of Humanitarian Personnel4 en door bij te dragen aan het Global Initiative ter bevordering van het humanitair oorlogsrecht.5
Naast levens redden met humanitaire hulp, levens verbeteren met ontwikkelingshulp
Waar Nederland met humanitaire hulp inzet op levensreddende en levens ondersteunende
hulp, beoogt het kabinet met ontwikkelingshulp de situatie van mensen op de lange
termijn te verbeteren. Deze bredere inzet wordt beschreven in de 5 begrotingsartikelen
uit de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp. Ontwikkelingshulp
en humanitaire hulp vullen elkaar aan. Zo draagt Nederland in de Palestijnse Gebieden
bij aan ontwikkelingsprogramma’s gericht op bijvoorbeeld voedselzekerheid en de watervoorzieningen,
waar de humanitaire hulp zich richt op het direct leveren van voedsel, bescherming
en medische hulp. Ook in Syrië blijft levensreddende hulp essentieel, maar daarnaast
steunt Nederland sinds de val van Assad ook projecten op onder andere het gebied van
ontmijning, wederopbouw en economisch herstel. In Oekraïne draagt Nederland zowel
bij aan de verlichting van urgente noden via humanitaire inzet, als aan ontwikkelingsprogramma’s
die zich bijvoorbeeld richten op het vergroten van de capaciteit van lokale Oekraïense
autoriteiten om dat zelf te doen. In de Democratische Republiek Congo wordt humanitaire
hulp vooral geleverd in Noord- en Zuid-Kivu. Met ontwikkelingsmiddelen draagt Nederland
daarnaast bij aan veiligheid en stabiliteit in de regio, bijvoorbeeld via partnerschappen
die het maatschappelijk middenveld ondersteunen bij lokale en regionale conflictbemiddeling.
Financiële invulling voor humanitaire hulp 2026
Gelet op de grote humanitaire noden en de wereldwijd afnemende financiering is het
belangrijk om te kijken hoe hulp slimmer kan worden georganiseerd en hoe beschikbare
middelen zo effectief mogelijk kunnen worden ingezet. Meerjarige en flexibele voorfinanciering,
die vroeg in het jaar beschikbaar komt, geeft humanitaire partners de ruimte om vooruit
te plannen, sneller te handelen wanneer dat nodig is, alsook zich snel aan te kunnen
passen aan veranderende omstandigheden. Nederland geldt hierin als voorbeeld richting
andere donoren en wil andere landen blijven inspireren dit voorbeeld te volgen. Daarom
zet Nederland deze manier van financieren ook in 2026 zelf voort.
Het kabinet financiert een selectie van organisaties dat elkaar aanvult: VN-organisaties
en fondsen, de Rode Kruis- en Rode Halve Maanbeweging, en de Dutch Relief Alliance.
Met ieder hun specifieke rol, gebaseerd op mandaat en toegevoegde waarde, vullen deze
organisaties elkaar aan en dragen zo bij aan een effectieve humanitaire respons. Naast
bilaterale kanalen, draagt Nederland als EU-lidstaat bij aan de humanitaire inzet
van de Europese Unie.
Verdeling van middelen
Het totale Nederlandse budget voor humanitaire hulp (artikel 4.1) in 2026 bedraagt
EUR 474,9 miljoen. Dit bedrag is exclusief EUR 18 miljoen specifieke bijdragen (artikel 5.3)
voor humanitaire hulp in Oekraïne. De middelen worden verdeeld over vier kanalen.
Voor de kanalen 1, 3 en 4 liggen de bijdragen grotendeels meerjarig vast, en zijn
deze veelal ongeoormerkt. Dat wil zeggen dat Nederland aan partners niet vooraf een
opdracht geeft om specifieke activiteiten uit te voeren in een bepaald land, maar
dat zij de ruimte krijgen om op basis van een objectieve methode te bepalen waar humanitaire
hulp het meest nodig is, en welke vorm van hulp op dat moment het meest noodzakelijk
is. Nederlandse hulp volgt op die manier de mensen het meest in nood, ook over landgrenzen
heen. Deze methode van financiering leidt ertoe dat de middelen die besteed worden
aan mensen in nood via de Verenigde Naties (tabel 1), de Dutch Relief Alliance en
het Nederlandse Rode Kruis (tabel 3) ook grotendeels in de grootste crisis contexten
terechtkomen, zoals in de Palestijnse Gebieden en Soedan. De Nederlandse bijdrage
aan de mensen in nood in de grootste crises zal dus hoger zijn dan de bijdragen voor
hulpverlening in specifieke humanitaire contexten (kanaal 2) alleen.
1. Bijdragen aan gespecialiseerde internationale hulporganisaties van de Verenigde
Naties (VN) en de Rode Kruisbeweging
EUR mln.
Central Emergency Response Fund (CERF)
48
UN Office for the Coordination of Humanitarian Affairs (UN OCHA)
7
United Nations International Children’s Emergency Fund (UNICEF)
17
United Nations High Commissioner for Refugees (UNHCR)
35
United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees is the Near East (UNRWA)
11
World Food Programme (WFP)
60
UN Humanitarian Air Service (UNHAS)
3
International Committee of the Red Cross (ICRC)
55
International Federation of Red Cross and Red Crescent Societies (IFRC), via het Nederlandse
Rode Kruis
1,9
Totaal
237,9
VN-organisaties kunnen door hun wereldwijde aanwezigheid en capaciteit snel opschalen
en grootschalige hulp bieden, en vervullen een cruciale coördinerende rol die zorgt
voor samenhang in de wereldwijde humanitaire inzet. Het mandaat van de VN-organisaties
wordt door het voltallige VN-lidmaatschap verleend wat hen bijzondere legitimiteit
geeft en hun rol als erkende humanitaire actor versterkt. De organisaties die in de
tabel genoemd worden hebben allemaal een eigen mandaat en specifieke toegevoegde waarde
waardoor ze elkaar versterken.
De Rode Kruis- en Rode Halve Maanbeweging is van groot belang vanwege de rol van het
ICRC als onafhankelijk hoeder van het humanitair oorlogsrecht, vastgelegd in de Verdragen
van Genève. In dat kader faciliteert ICRC onder andere gevangenenruil en gezinshereniging.
Daarnaast is de IFRC, via hun nationale verenigingen, zoals het Nederlandse Rode Kruis,
in 191 landen met 17 miljoen vrijwilligers diep verankerd in lokale gemeenschappen.
Daardoor kunnen zij snel en context-specifiek hulp bieden: vóór, tijdens en na een
crisis.
2. Bijdragen voor hulpverlening in specifieke humanitaire contexten, incl. reserve
EUR mln.
Financiering aan de humanitaire landenfondsen van de VN voor:
Palestijnse Gebieden
16
Soedan
16
Syrië
14
Jemen
11
Afghanistan
11
Zuid-Soedan
11
Democratische Republiek Congo
8
Ethiopië
8
Somalië
8
Tsjaad
5
Reserve waarmee een extra bijdrage gedaan kan worden in noodsituaties gedurende het
jaar.
29,1
Totaal
137,1
Nederland levert via de humanitaire landenfondsen van de VN steun aan humanitaire
crises waar de noden het hoogst zijn. De landenfondsen zijn toegankelijk voor internationale,
nationale en lokale organisaties en spelen een belangrijke rol in de coördinatie en
uitvoering van hulp in de meest complexe humanitaire contexten. In 2026 zal Nederland
bijdragen aan de humanitaire landenfondsen voor de Palestijnse Gebieden, Soedan, Syrië,
Afghanistan, Jemen, Zuid-Soedan, Democratische Republiek Congo, Ethiopië, Somalië,
Tsjaad en Oekraïne. De selectie van de betreffende landenfondsen en de hoogte van
de Nederlandse bijdragen in 2026 zijn gebaseerd op een rangschikking met behulp van
internationaal erkende data en indicatoren die weergeven per land hoeveel mensen in
nood zijn, hoeveel financiering nodig is om die mensen van hulp te kunnen voorzien,
en wat de financiële dekkingsgraad van een betreffend landenfonds is.
Daarnaast houdt Nederland in 2026 zoals altijd een financiële reserve aan. Met de
reserve kan Nederland een extra bijdrage doen in noodsituaties gedurende het jaar,
boven op de uitkeringen uit de noodfondsen van de VN en de Rode Kruisverenigingen,
en naast bijdragen die de organisaties zelf al doen per crisis.
3. Subsidies voor de partnerschappen met de Dutch Relief Alliance en het Nederlandse
Rode Kruis
EUR mln.
Dutch Relief Alliance
67,8
Nederlandse Rode Kruis
14,2
Totaal
82
Via de Dutch Relief Alliance en het Nederlandse Rode Kruis investeert Nederland in professionele en ervaren organisaties
die snel kunnen opschalen, wereldwijd flexibel kunnen inspelen op acute en veranderende
noden, en diep verankerd zijn in de lokale context. Daarbij is er expliciete aandacht
voor de bescherming en ondersteuning van vrouwen, meisjes en andere kwetsbare groepen.
De Dutch Relief Alliance bundelt daarbij de krachten van veertien Nederlandse hulporganisaties en werkt samen
met meer dan negentig lokale partners, ook in gebieden waar andere hulporganisaties
niet altijd aanwezig zijn. Het Nederlandse Rode Kruis heeft de mogelijkheid te werken
met 191 andere nationale verenigingen wereldwijd op het gebied van rampenrespons en
het versterken van de weerbaarheid van gemeenschappen.
4. Bijdragen voor diverse hulporganisaties die zich inzetten voor belangrijke humanitaire
thema’s, zoals lokaal geleide hulp, de bescherming van hulpverleners, anticiperende
hulp in conflictgebieden, geestelijke en psychosociale steun en water-gerelateerde
rampen
EUR mln.
Totaal
17,9
Deze bijdragen worden ingezet voor het veiliger en nog effectiever maken van humanitaire
hulp, zoals lokaal geleide hulp, de bescherming van hulpverleners en anticiperende
hulp in conflictgebieden. Een voorbeeld is de bijdrage aan de International NGO-Safety Organisation, die veiligheidstrainingen verzorgt en wereldwijd actuele informatie verzamelt en
deelt ter bescherming van hulpverleners. Daarnaast ondersteunt Nederland partners
die zich richten op geestelijke en psychosociale hulp en expertise op het gebied van
water-gerelateerde rampen, waar Nederland goed in is. Tot slot is er budget voor trainingen,
kennisuitwisseling en daarmee het versterken van de benodigde diplomatieke inzet om
bijvoorbeeld toegang te onderhandelen.
Nederlandse Humanitaire hulp aan Oekraïne
EUR mln.
Humanitair landenfonds van de VN
9
International Committee of the Red Cross (ICRC)
6
World Health Organisation (WHO)
3
Totaal
18
Naast de middelen die via de vier bovenstaande kanalen uit artikel 4.1 van de BHO
begroting worden ingezet, stelt Nederland voor Oekraïne extra middelen beschikbaar
voor het lenigen van humanitaire noden, zoals aan uw Kamer gemeld in brief met Kamerstuk
36 045, nr. 239 d.d. 3 oktober 2025, Deze steun komt niet uit artikel 4.1., maar maakt onderdeel
uit van het Nederlandse generaal gefinancierde pakket aan niet-militaire steun voor
Oekraïne in 2026 en is in de memorie van toelichting bij de Rijksbegroting van 2026
in brief met Kamerstuk 36 000 V, nr. 2 terug te vinden onder artikel 5.3. Deze middelen worden verdeeld tussen het humanitair
landenfonds van de VN en het ICRC. Daarnaast wordt EUR 3 miljoen beschikbaar gesteld
aan de Wereldgezondheidsorganisatie voor geestelijke en psychosociale steun.
NGO-Monitor rapport
Het kabinet komt middels deze brief ook terug op het verzoek van de vaste commissie
Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp van 13 maart 2025 voor een aanvullende reactie
op het NGO Monitor-rapport «A Strategic Approach to Deradicalization of Palestinian Society», gepubliceerd in juli 2024.6 De kabinetsreactie op dit rapport werd door de voormalig Minister voor Buitenlandse
handel en ontwikkelingshulp als afdoende beschouwd.7 In de procedurevergadering van de vaste Kamercommissie Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
van 18 december 2025 is hier nogmaals om gevraagd.
Het kabinet deelt de mening van NGO-monitor over het belang van goede due dilligence. Direct na 7 oktober 2023 heeft een doorlichting van de Nederlandse en EU-ontwikkelingshulp
voor de Palestijnse gebieden plaatsgevonden. Hieruit is gebleken dat de due diligence
processen die ervoor waken dat geld niet (in)direct ten goede komt van terroristische
organisaties, op orde zijn. Ook zijn er geen signalen naar voren gekomen dat Nederlands
of Europees geld terecht is gekomen bij onbedoelde bestemmingen. Ik verwijs hierbij
naar beantwoording van Kamervragen over dit onderwerp8.
Aanvullend onderstreept het kabinet nogmaals altijd zeer serieus om te gaan met signalen
over misbruik van ontwikkelingshulpgelden of aantijgingen die wijzen op banden tussen
hulporganisaties en terroristische organisaties, zo ook rapporten van NGO Monitor.
Gezien de ernst van de beschuldiging en de mogelijke gevolgen als iemand of een organisatie
beschuldigd wordt van steun aan terrorisme, hecht het kabinet in elk afzonderlijk
geval groot belang aan onderbouwing van een eventuele beschuldiging, met bewijs dat
inzichtelijk is voor de beschuldigde en zijn of haar advocaten, en dat getoetst wordt
door een rechter. Voor Nederland zijn de terrorisme sanctielijsten van de VN en de
EU leidend bij het bepalen welke organisaties als terroristisch worden beschouwd.
De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, A. de Vries
Ondertekenaars
A. de Vries, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken