Brief regering : Actuele ontwikkelingen rond veteranen
30 139 Veteranenzorg
Nr. 292 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 6 januari 2026
In de Veteranenwet is wettelijk verankerd dat bepaalde inzetvormen aanvullende erkenning
en waardering verdienen. Daarnaast beschrijft deze wet dat veteranen recht hebben
op zorg voor, tijdens en na inzet. De bijzondere zorgplicht wordt beschreven voor
alle militairen die als gevolg van hun inzet zorg nodig hebben.
Nederland telt ruimt 100.000 veteranen die vanwege hun bijzondere inzet voor ons land
en de internationale rechtsorde erkenning, waardering en passende zorg verdienen.
De bijzondere zorgplicht geldt ook voor de circa 11.000 militaire oorlogs- en dienstslachtoffers
(MOD), waarvan sommigen ook veteraan zijn. Ik vind het belangrijk om u naast de jaarlijkse
Veteranennota ook tussentijds op de hoogte te brengen van de uitvoering van het veteranenbeleid.
Met deze brief geef ik u mijn reactie op enkele moties en toezeggingen. Daarnaast
ga ik in op een aantal andere ontwikkelingen.
Afwegingskader Veteranenstatus
Tijdens het Notaoverleg veteranen van 16 juni 2025 is gesproken over de veteranenstatus.
Ik heb toegezegd om u voor het einde van dit jaar nader te informeren over het toetsingskader
dat wordt gebruikt om invulling te geven aan het begrip veteraan (TZ202506-051, d.d.
16 juni 2025).
Uit gesprekken met diverse betrokkenen, zoals het nationaal Veteranen Platform (nVP)
en het Nederlands Veteraneninstituut (NLVi), maar ook met defensieonderdelen, komt
het beeld naar voren dat de Veteranenwet en daarmee de in de wet beschreven definitie
van veteraan toekomstbestendig is. Ook wordt waarde gehecht aan de exclusiviteit van
de veteranenstatus, wat inhoudt dat niet iedere militair veteraan wordt, maar dat
de veteranenstatus gekoppeld blijft aan bepaalde vormen van inzet. Wel is behoefte
aan verduidelijking ten aanzien van het al dan niet ontlenen van de veteranenstatus
aan een inzet en aan een nadere uitwerking van enkele begrippen in de definitie veteraan.
In het nieuwe afwegingskader worden de begrippen uit de definitie van de Veteranenwet
nader geduid, wat helpt bij het uniform keuzes maken bij het ontlenen van de veteranenstatus
aan een inzet. Op deze manier wordt binnen de kaders van de wet duidelijk hoe Defensie
de wet toepast binnen zowel de huidige als de toekomstige geopolitieke omstandigheden,
waarin meer aandacht uitgaat naar gereedstelling en de eerste hoofdtaak van Defensie
dan voorheen. Tevens wordt een aantal processtappen vastgelegd die een eenduidige,
heldere en transparante afweging voorafgaand aan de inzet ten goede komen. Deze werkwijze
maakt beter inzichtelijk welke inzet ik als Minister wel en niet bij regeling aanwijs
en waarom. Daarbij vind ik het van belang om te benadrukken dat indien de omstandigheden
ter plaatse wijzigen, dit aanleiding kan geven om het afwegingskader opnieuw te doorlopen.
Ook wil ik benadrukken dat goede, passende zorg beschikbaar is voor alle militairen,
ongeacht of zij veteraan zijn. Het afwegingskader wordt zorgvuldig afgestemd met de
defensieonderdelen en ingebed in de betreffende regelgeving. Ik zal hier voorafgaand
aan het jaarlijkse veteranendebat in de Kamer nader op terugkomen.
De bijzondere zorgplicht voor veteranen en hun relaties, beschreven in de Veteranenwet
en artikel 18 van het Veteranenbesluit, geldt zoals eerder genoemd ook voor MOD die
geen veteraan zijn. Zij kunnen daardoor ook terugvallen op de zorg en ondersteuning
vanuit het Nederlands Veteraneninstituut (NLVi) of het Landelijk Zorgsysteem voor
Veteranen (LZV).
Stand van zaken veteranen in detentie
De Veteranenombudsman heeft op 23 december 2021 een rapport uitgebracht onder de naam:
«Toegang tot veteranenzorg achter slot en grendel». In dit rapport werden aan de Minister
voor Rechtsbescherming en mij enkele aanbevelingen gedaan om de toegang tot veteranenzorg
te verbeteren voor veteranen in detentie. De Minister voor Rechtsbescherming heeft
in zijn brief aan de Veteranenombudsman in afschrift aan de Tweede Kamer (Kamerstuk
30 139, nr. 263, d.d. 24 april 2023) aangegeven op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan de toezeggingen
die hij heeft gedaan naar aanleiding van de aanbevelingen uit dit onderzoek.
Zo is de toegang van zorgcoördinatoren van het Nederlands Veteraneninstituut (NLVi)
tot penitentiaire inrichtingen verbeterd. Eén van de aanbevelingen is om samen met
het NLVi de mogelijkheid (verder) te verkennen tot plaatsing van gedetineerde veteranen
in het Militaire Penitentiair Centrum (MPC) Stroe, in plaats van in een civiele penitentiaire
inrichting. De motie van de leden Valstar en Boswijk (Kamerstuk 30 139, nr. 265, d.d. 27 juni 2023) roept op om het convenant tussen Dienst Justitiële Inrichtingen
(DJI) en Defensie zodanig aan te passen dat ook veteranen die specifieke zorg nodig
hebben in MPC Stroe kunnen worden geplaatst.
Onder coördinatie van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) is gewerkt
aan een haalbaarheidsplan. Het uitvoeren van zo’n plan is voor DJI noodzakelijk om
een goed beeld te krijgen van wat nodig is voor wat betreft bijvoorbeeld het beveiligingsniveau,
het regime en het inrichten van (inzetgerelateerde) zorg, zodat gedetineerde (post-actieve)
veteranen met inzetgerelateerde klachten in het MPC te Stroe gehuisvest kunnen worden.
Voor de doelgroep van veteranen die uit dienst zijn worden wettelijk andere eisen
gesteld aan het MPC dan aan militairen in dienst die worden gedetineerd in het MPC.
Ook ontvangen militairen in dienst van Defensie bijvoorbeeld zorg vanuit de militaire
gezondheidszorg, maar moet voor de doelgroep veteranen passende (civiele) zorg beschikbaar
zijn en ook de toegang tot veteranen specifieke zorg uit het LZV mogelijk worden gemaakt.
Het plan moet leiden tot een (hernieuwd) convenant tussen DJI en Defensie waarin is
bepaald welke doelgroepen in welk regime onder welke voorwaarden geplaatst kunnen
worden in MPC Stroe. Dit plan nadert de eindfase en wordt naar verwachting in het
eerste kwartaal van 2026 gefinaliseerd. Defensie zal zich in samenwerking met JenV
inspannen om de zorg voor veteranen in detentie verder te optimaliseren. Ik houd uw
Kamer op de hoogte van relevante ontwikkelingen.
Motie bijdrage veteranen aan de defensie-industrie in het kader van weerbaarheid
Met de motie van het lid Boswijk (Kamerstuk 30 139, nr. 284, d.d. 16 juni 2025) is de regering gevraagd om in overleg te treden met relevante
maatschappelijke organisaties (zoals de Stichting Nederlandse Industrie voor Defensie
en Veiligheid, het NLVi, het V-fonds en andere betrokkene partijen) om te onderzoeken
of en hoe investeringen in de defensie-industrie kunnen bijdragen aan het versterken
van veteraneninitiatieven, educatieprogramma's en maatschappelijke weerbaarheid.
Deze motie sluit aan bij de uitdagingen waar Defensie voor staat. Maatschappelijke
weerbaarheid staat interdepartementaal en ook zeker binnen Defensie hoog op de agenda.
De veiligheid staat wereldwijd onder druk en ook Nederland ervaart toenemende dreiging.
Om de krijgsmacht te kunnen versterken is het noodzakelijk dat de defensie-industrie
in staat is om op te schalen en snel te innoveren. In gesprekken met de NIDV, defensiebedrijven,
overige bedrijven en overige partners brengen wij het belang van deze thema’s ter
sprake. Specifiek zijn er initiatieven om de kracht en kwaliteiten van veteranen breder
bij werkgevers onder de aandacht te brengen, zoals «Ongekende Krachten». In de komende
periode zal Defensie bezien welke mogelijkheden er zijn om dit nog meer bij de defensie-industrie
onder de aandacht te brengen, in lijn met de motie van het lid Boswijk.
Daarbij dient te worden opgemerkt dat het onderling verbinden van maatschappelijke
organisaties en investeringen vanuit Defensie vraagt om zorgvuldigheid en tijd, onder
andere omdat de Wet Markt en Overheid ertoe dient om oneerlijke concurrentie te voorkomen
wanneer een overheid economische activiteiten verricht. Ik ben voornemens om u in
de komende Veteranennota een nadere weergave te geven van de maatschappelijke initiatieven
en organisaties die zich inzetten voor veteranen.
Motie ondersteunen van initiatieven gericht op erkenning en waardering
De motie van het lid Nordkamp c.s. (Kamerstuk 30 139, nr. 285, d.d. 16 juni 2025) verzoekt om te verkennen op welke wijze initiatieven gericht
op erkenning, waardering en verbondenheid van veteranen door de samenleving gefaciliteerd
en ondersteund kunnen worden.
Een niet limitatief overzicht van zulke initiatieven gericht op veteranen, is opgenomen
in de bijlage van de Veteranennota 2024–2025. De ondersteuning van dit soort initiatieven
buiten Defensie, zoals fondsen, provincies en gemeenten is van grote betekenis, omdat
door financiering vanuit bijvoorbeeld de lokale overheid de verbondenheid tussen veteranen
met hun directe leefomgeving wordt versterkt. Dit is bijvoorbeeld ook weer van belang
bij de transitie van de militaire omgeving naar de civiele samenleving.
Het Ministerie van Defensie ondersteunt door middel van de subsidie aan het NLVi reeds
veel activiteiten gericht op erkenning en waardering voor veteranen en hun relaties.
Vanwege het belang van het stimuleren en ondersteunen van waardevolle initiatieven
stelt Defensie sinds 2025 jaarlijks een budget van 250.000 euro ter beschikking aan
het NLVi specifiek voor incidentele financiële ondersteuning van initiatieven uit
de samenleving. Voorwaarden voor toekenning van financiële ondersteuning zijn bijvoorbeeld
de grootte van de doelgroep die met het initiatief wordt bereikt en de toegevoegde
waarde die het initiatief heeft ten opzichte van de activiteiten die al plaatsvinden.
Daarnaast is het van belang dat initiatieven aansluiten op de uitgangspunten van het
veteranenbeleid. Deze regeling is recent geëvalueerd en met een vernieuwd proces kunnen
nu meer initiatieven worden ondersteund. Hiermee beschouw ik de motie als opgevolgd.
Motie nationaal monument Srebrenica
Met de motie van Nordkamp c.s. (Kamerstuk 30 139, nr. 286 en 287 van 16 juni 2025) is verzocht om actieve inzet voor de totstandkoming van een nationale
herdenkingsplek tegenover het voormalige Joegoslavië-tribunaal op het Churchillplein
in Den Haag en hierover in overleg te treden met relevante partijen zoals de stichting
Nationaal Monument Srebrenica Genocide ’95.
Hierover kan ik u melden dat ten tijde van de totstandkoming van de motie actief overleg
plaatsvond met de initiatiefnemers, de vertegenwoordigers van de in de motie genoemde
stichting. Dit overleg werd gefaciliteerd door de gemeente Den Haag met deelname van
het Rijksvastgoedbedrijf en het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Gekeken is op welke
wijze de initiatiefnemers gesteund konden worden. Dit heeft er onder meer toe geleid
dat er tijdens de Srebrenica-herdenking van 11 juli jongstleden een plaatsmarkering
– als eerste stap naar een definitief monument – tegenover het voormalige Joegoslavië-tribunaal
is onthuld. Dat de stichting daarbij ook nauw heeft samengewerkt met veteranen van
Dutchbat III, vind ik extra waardevol en prijzenswaardig.
De plaatsmarkering heeft de vorm van een gedenksteen met tekst en is omgeven door
een symbolisch aantal van 8372 kleine steentjes afkomstig uit Srebrenica, het aantal
van de slachtoffers van de genocide. Ik vind het belangrijk dat deze stap is gezet
en ga ervan uit dat hiermee de motie is opgevolgd. Voor de vervolgstappen heeft de
stichting het voornemen geuit om een breder publiek te betrekken door o.a. de inzet
van crowd-funding en een ontwerpwedstrijd. Defensie blijft de komende tijd in gesprek met betrokken
partijen en aangesloten bij de vervolgstappen.
Herziening voorzieningen- en uitkeringenstelsel
In het notaoverleg Veteranen van 16 juni 2025 heb ik aangegeven dat het inhoudelijke
overleg over de knelpunten en oplossingsrichtingen in relatie tot het project herziening
voorzieningen- en uitkeringen stelsel (HVUS) plaatsvindt met de sociale partners.
Ik heb u toen toegezegd om u voor het eind van het jaar te informeren over de stand
van zaken en de voortgang van het project.
Defensie heeft in aanvulling op de rapporten en evaluaties die betrekking hebben op
het stelsel eerst de knelpunten van het stelsel geïnventariseerd en gevalideerd, om
een volledig en zorgvuldig beeld te creëren. Vervolgens is over deze knelpunten met
de sociale partners gesproken, zodat vanuit een gedeelde analyse van de knelpunten
wordt gewerkt aan een toekomstig stelsel met gedeelde uitgangspunten en doelstellingen.
Dit gesprek zullen we komend jaar voortzetten.
Het doel van HVUS is om het systeem te verbeteren voor militairen die te maken hebben
met schade als gevolg van hun uitzending (zie ook het «Eindrapport Commissie van onderzoek
mortierongeval Mali», deelrapport 2 en de beleidsreactie rapport Commissie van onderzoek
mortierongeluk Mali, Kamerstuk 36 800 X, nr. 15, d.d. 27-11-2025). Een van de uitgangspunten van deze herziening is om in de eerste
fase na het gewond raken financiële rust te creëren, zodat een gewonde medewerker
zich volledig kan richten op herstel en re-integratie. Hulp en ondersteuning moet
op basis van maatwerk met een ruim mandaat en zonder bureaucratische procedures worden
geboden. Na de re-integratiefase wordt bekeken wat verder nodig is om met de gewond
geraakte militair tot een volledige schadevergoeding te komen.
Vooruitlopend op de stelselwijzigingen zal Defensie zoveel als mogelijk in de geest
van het nieuwe stelsel gaan werken. Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan het laagdrempelig
inzetten van herstelbevorderende voorzieningen tijdens de herstel- en re-integratiefase
zonder afzonderlijke verzekerings-geneeskundige beoordeling, zoals nu nog wel gebruikelijk
is. Daarnaast kan de gewonde defensiemedewerker die militair wil blijven nu toegang
krijgen tot de Regeling Volledige Schadevergoeding, waar dat voorheen niet mogelijk
was. Tevens zullen op de diverse deelaspecten van het project concrete oplossingen
geformuleerd worden, zonder daarbij de integraliteit uit het oog te verliezen. Ik
zal u in de komende Veteranennota’s blijven informeren over de stand van zaken.
Erken mijn zorgen
De Veteranenombudsman heeft op 12 december 2024 het rapport «Erken mijn zorgen» uitgebracht
waarin aanbevelingen worden geformuleerd over de wijze waarop ondersteuning van relaties
van veteranen die niet meer in dienst zijn bij Defensie kan worden verbeterd. Deze
aanbevelingen waren zowel aan het NLVi als aan Defensie gericht. De beleidsreactie
aan de Veteranenombudsman met de wijze waarop de aanbevelingen zijn opgepakt, is april
j.l. met de Tweede Kamer gedeeld (Kamerstuk 30 139, nr. 281, Beleidsreactie rapport Veteranenombudsman «Erken mijn zorgen», 15 april 2025). In
de Veteranennota 2024–2025 is daarnaast aangegeven dat naar aanleiding van het rapport
een werkgroep is ingesteld met vertegenwoordigers van het NLVi, het LZV en het Ministerie
van Defensie. Graag informeer ik u nader over meer recente ontwikkelingen.
Naar aanleiding van het rapport is de focus op relaties verder aangescherpt. Relaties
van veteranen zijn de afgelopen periode zelf ook betrokken geweest bij de verdere
uitwerking van de aanbevelingen, zodat hun persoonlijke ervaringen konden worden meegenomen.
De informatievoorziening voor relaties is zowel binnen Defensie als bij het NLVi verbeterd
en daarnaast zijn relaties betrokken bij het vernieuwen van de website van het NLVi.
Er is gestart met het beter vindbaar maken van gegevens en komend jaar vindt er een
vernieuwing van de website plaats waarbij erkenning, waardering en zorg voor relaties
beter is vormgegeven. Ook zal voortaan het eerste gesprek tussen zorgcoördinator/maatschappelijk
werker en de veteraan bij voorkeur en indien van toepassing in aanwezigheid van de
partner plaatsvinden. Huisbezoeken worden waar mogelijk gepland op tijdstippen waarbij
de relaties van de veteraan ook thuis zullen zijn. Het ondersteuningsaanbod van het
NLVi wordt daarnaast verder ontwikkeld, met specifieke aandacht voor relaties. En
er zal voor relaties ook regionaal hulp en ondersteuning beschikbaar zijn. NLVi en
Defensie zijn in goed contact over de wijze waarop ondersteuning aan relaties wordt
uitgevoerd. De aanbevelingen uit het rapport zijn hiermee opgevolgd.
Mede op basis van de bevindingen uit het onderzoek «Erken mijn zorgen» is de Veteranenombudsman
samen met de Kinderombudsman een onderzoek gestart naar de invloed van uitzendingen
op kinderen van veteranen. Ik ondersteun dit onderzoek en kijk ernaar uit het rapport
te mogen ontvangen.
Wetenschappelijk onderzoek over veteranen
Tot slot wil ik benoemen dat het belangrijk is dat er (wetenschappelijk) onderzoek
plaats blijft vinden, zodat erkenning, waardering en zorg voor veteranen, MOD en hun
relaties verder kan worden verbeterd. In dat kader benoem ik graag nog enkele belangrijke
ontwikkelingen op onderzoeksgebied. Zo wordt door ARQ Nationaal Psychotraumacentrum
in samenwerking met het Ministerie van Defensie gestart met een onderzoek naar de
prevalentie van Posttraumatische Stressstoornissen (PTSS) onder veteranen. De huidige
cijfers zijn gebaseerd op ouder onderzoek en met dit onderzoek worden deze cijfers
geactualiseerd. Ook start Defensie met een onderzoek waarbij veteranen in de tijd
worden gevolgd. Zo kan inzicht worden verkregen in de eventuele ontwikkeling van psychische
problemen die zich immers ook maanden en jaren na de inzet kunnen manifesteren. Dergelijk
zogenaamd longitudinaal onderzoek geeft een beter begrip in de ontwikkeling van klachten
en kan bijdragen tot verbetering van de behandeling ervan.
Ik ga ervan uit met deze brief te hebben bijgedragen aan uw beeldvorming voor wat
betreft belangrijke en positieve ontwikkelingen binnen het stelsel van veteranen.
Juist in een tijd van geopolitieke onrust is het meer dan ooit belangrijk dat militairen
vertrouwen hebben in de erkenning, waardering en zorg die voortvloeit uit hun onmisbare
inzet, zodat zij hun toekomst met vertrouwen tegemoet zien. Ik laat deze gelegenheid
dan ook niet aan mij voorbij gaan om mijn grote dank uit te spreken aan alle militairen
die ons land hebben gediend.
De Minister van Defensie, R.P. Brekelmans
Ondertekenaars
R.P. Brekelmans, minister van Defensie