Brief regering : Besluiten omtrent subsidie, intrekking en aanbesteding van de universele postdienst
29 502 Toekomstige ontwikkeling van de Nederlandse postsector
Nr. 207 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 december 2025
De postmarkt is volop in ontwikkeling. De postvolumes blijven afnemen, arbeidskosten
nemen toe en daarom zijn de huidige kaders voor de universele postdienst (UPD) niet
meer realistisch. Van een bedrijf als PostNL kan op de lange termijn niet worden verwacht
dat zij haar wettelijke taak binnen deze kaders blijft uitvoeren. De huidige situatie
bij de UPD is daarom niet langer houdbaar. De huidige wet- en regelgeving voor de
UPD is vanwege de snelle en ingrijpende ontwikkelingen sterk verouderd. Om te komen
tot realistische kaders heb ik daarom bij uw Kamer een wijziging van het Postbesluit
voorgehangen met versoepelingen van de bezorgeisen, waardoor een operationeel haalbare
en financiële rendabele UPD wordt gewaarborgd. Voor nadere uitleg hierop verwijs ik
naar de Nota van toelichting van dit Postbesluit.
Daarnaast heeft voortschrijdende digitalisering steeds verdergaande gevolgen voor
verzenders, ontvangers en vervoerders. De problematiek op de postmarkt is omvangrijk
en vraagt om politieke keuzes. Met de voorgestelde versoepelingen in het Postbesluit
neem ik een aantal noodzakelijke maatregelen. Er zijn echter meer keuzes te maken,
bijvoorbeeld over de onderwerpen die in de nieuwe Postwet uitgewerkt zijn. Hierover
ga ik graag met uw Kamer in gesprek.
In deze brief zet ik uiteen welke besluiten ik heb genomen over het bezwaar van PostNL
tegen afwijzing van haar subsidieverzoek, over het verzoek van PostNL om haar aanwijzing
als UPD-verlener in te trekken en over het verzoek van Spotta en Business Post om
een selectieprocedure te starten voor een nieuwe aanwijzing. Tot slot zal ik ingaan
op de stand van zaken bij de uitvoering van de moties over toegangsregulering.
Bezwaar PostNL tegen afwijzing subsidieverzoek
Zoals in mijn Kamerbrief van 30 juni jl. aangegeven heeft PostNL een subsidieverzoek
voor de uitvoering van de universele postdienst (hierna: UPD) bij mij ingediend en
heb ik dit verzoek afgewezen. Op 4 augustus jl. heeft PostNL hiertegen bezwaar aangetekend.
In mijn beslissing op dit bezwaar heb ik aan PostNL bevestigd geen subsidie te gaan
verstrekken. De reden hiervoor is dat ik door middel van wijziging van het Postbesluit
alternatieve maatregelen zal nemen die de uitvoerbaarheid van de UPD waarborgen. Het
betreft het verlengen van de overkomstduur naar twee en op termijn drie dagen en het
aanpassen van de bezorgzekerheid. Deze maatregelen zijn op 3 oktober jl. in internetconsultatie
gebracht en zijn bij uw Kamer voorgehangen. Deze aanpassingen leiden tot realistische
wettelijke eisen, bieden concurrentie de ruimte en maken het verlenen van subsidie
onnodig.
Verzoek intrekking aanwijzing UPD-verlener en nieuwe selectieprocedure voor aanwijzing
PostNL heeft verzocht om de aanwijzing als UPD-verlener in te trekken. Dit verzoek
heb ik afgewezen omdat, zoals hierboven beschreven, de maatregelen uit het Postbesluit
de uitvoerbaarheid van de UPD zullen waarborgen.
Daarnaast hebben twee postvervoerders, Spotta en Business Post, mij verzocht om de
aanwijzing van de huidige UPD-verlener in te trekken en een selectieprocedure te starten
voor een nieuwe aanwijzing.
Ik waardeer het initiatief van deze postvervoerders (hierna «het beoogde consortium»),
maar gelet de lopende hervormingen van het regelgevende kader is het niet opportuun
om hier nu op in te gaan. In deze fase van de hervormingen verhoudt het zich niet
goed om nu besluiten te nemen die de bestaande marktordening fundamenteel zouden veranderen.
Een selectieprocedure en intrekking van de UPD-aanwijzing kunnen pas worden overwogen
zodra de Kamer zich heeft uitgesproken over de voorgestelde maatregelen en keuzes
heeft gemaakt over de toekomstige inrichting van de postmarkt. Pas dan kan worden
beoordeeld hoe dit verzoek zich tot die keuzes verhoudt.
Ten overvloede merk ik op dat het beoogde consortium op korte termijn nog niet in
staat is om landelijk alle onder de UPD gedefinieerde diensten te leveren. Zo dekt
het beoogde consortium momenteel niet alle huishoudens en is er vooralsnog geen definitieve
partner voor de pakketbezorging van de UPD. Het beoogde consortium suggereert dat
het opknippen en (regionaal) aanbesteden van de UPD ook een mogelijke vorm van marktordening
is maar beleidsmatig vind ik dat onwenselijk. Ik streef naar een systeem met eenvoud
en efficiëntie in uitvoering en handhaving. Dat pleit ervoor om de UPD-dienstverlening
bij één partij te beleggen. Dit schept tevens duidelijkheid over wie verantwoordelijk
en aansprakelijk is voor het naleven van de wettelijke verplichtingen, zoals bezorgnormen,
landelijke dekking en tariefregulering.
Wel zie ik kansen voor meer concurrentie omdat meer ruimte ontstaat door de bovengenoemde
voorgestelde versoepelingen in het Postbesluit. De UPD is immers geen exclusief recht
voor PostNL. Andere partijen mogen, als zij dat zouden willen, nu al UPD-post aanbieden.
Daarnaast is verbetering mogelijk van de huidige samenwerking tussen regionale vervoerders
en de huidige UPD-verlener binnen de bestaande kaders, bijvoorbeeld in de vorm van
onder-aanneming. Dit vergt geen aanpassing van wet- en regelgeving en kan door deze
partijen nu al onderling worden opgepakt, als zij dat zelf willen.
Kamermoties en toegangsregulering
Recent heeft uw Kamer enkele moties aangenomen met het verzoek om de toegangsverplichting
zoals opgenomen in de nota van wijziging op enkele punten aan te passen. Het gaat
daarbij om de motie van de leden Vermeer en Kisteman over het schrappen van de afbouwperiode
van de toegangstarieven1 en om de motie van het lid Thijssen over het verzekeren van effectieve toegang, een
grotere rol voor ACM en de consultatie van ACM en anderen.2 Ik ben de afgelopen periode gestart met de uitwerking van deze moties en hier betrek
ik ook de ACM bij.
Recent heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) een uitspraak gedaan
in de zaak tussen PostNL en ACM over het weigeren van de vergunning voor de overname
van Sandd. De rechter doet geen uitspraak over wat de gevolgen zijn van dit oordeel.
De ACM heeft aangegeven hierover in gesprek te gaan met betrokken partijen. Ik zal,
in overleg met ACM, bekijken wat de uitkomst van die gesprekken betekent voor de uitvoering
van de moties en het vaststellen van een toegangsverplichting in de wet. Ik verwacht
uw Kamer daarover in het nieuwe jaar te kunnen informeren over het vervolg.
Ik hoop op korte termijn het gesprek met uw Kamer over de postmarkt te kunnen voeren.
Daarmee kan een inhoudelijk debat plaatsvinden over de benodigde regulering van de
postmarkt, zoals het rendementsplafond en het kwaliteitsborgingsysteem. In mijn Kamerbrief
van 30 juni jl. stond een tijdpad genoemd voor onderzoek naar het rendementsplafond,
het kwaliteitsborgingssysteem en een toekomstbeeld na 2035. Het onderzoek naar deze
punten is afhankelijk van de inhoudelijke invulling ervan. Dat betekent dat deze onderzoeken
kunnen worden uitgevoerd nadat Kamerbehandeling heeft kunnen plaatsvinden. Separaat
hiervan is de wijziging van het Postbesluit bij uw Kamer voorgehangen, waarin de overkomstduur
voor de UPD wordt verlengd. Ik vertrouw erop dat wij samen tot keuzes kunnen komen
en daarmee marktpartijen en afnemers duidelijkheid over de toekomst kunnen bieden.
De Minister van Economische Zaken, V.P.G. Karremans
Indieners
V.P.G. Karremans, minister van Economische Zaken