Brief regering : Diverse onderwerpen op het gebied van opvang
19 637 Vreemdelingenbeleid
Nr. 3501
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 december 2025
In deze brief geef ik de stand van zaken weer met betrekking tot verschillende – door
uw Kamer aangenomen – moties en toezeggingen met betrekking tot asielopvang. Daarnaast
wordt u geïnformeerd over ontwikkelingen COA-bedden in CTP Veldzicht
I. Diverse moties en toezeggingen
Moties ingediend over de verdienmodellen van commerciële asiel- en noodopvang stoppen1 en de Kamer maandelijks te informeren over de voortgang.2
In mijn brief van 25 november jl.3 heb ik nader toelichting gegeven op de wijze waarop de moties van de heer van Dijk
en Van Nispen over het stoppen van commerciële noodopvang worden uitgevoerd en welke
knelpunten hierbij worden ervaren. Het realiseren van reguliere opvangplekken kost
tijd en daardoor kan het aantal noodopvangplekken nog niet in 2025 worden afgebouwd.
Tegelijkertijd stijgt het aantal reguliere opvangplekken gestaag, van circa 40.000
op 1 november 2025 naar circa 51.000 plekken op 1 januari 2027. Ik blijf uw kamer
hierover informeren.
Motie ingediend over het COA dusdanig ondersteunen dat volledige exploitatie door
het COA vanaf 150 opvangplekken mogelijk is.4
In mijn brief van 14 juli 2025 heb ik uw kamer geïnformeerd over de toezegging die
mijn ambtsvoorganger deed aan het lid Ceder over de mogelijkheid van het COA om kleinschalige
opvang vanaf 150 personen te financieren. Het COA onderzoekt per business case de
haalbaarheid van een locatie, ongeacht omvang. Dat een gemeente bij kleinere locaties
zelf zorg moet dragen voor (een deel) van de zorg en begeleiding is onjuist, maar
wel mogelijk als daar de wens toe is. Over het algemeen geldt dat bewoners op kleinere
locaties meer zelfstandig leven. In het plaatsingsbeleid van het COA wordt daar rekening
mee gehouden. Deze motie doe ik hiermee gestand.
Motie ingediend over stoppen met gratis taxivervoer voor asielzoekers.5
Deze motie roept de regering op om te stoppen met gratis taxivervoer voor asielzoekers.
Er zal in een bepaalde gevallen, bij wijze van uitzondering, óók in de toekomst gebruik
worden gemaakt van taxivervoer voor asielzoekers. Hierbij valt te denken aan ritten
met een medische reden, ritten ten behoeve van deelname aan vertrekgesprekken of vervoer
in het kader van de asielprocedure naar een plek die niet met het openbaar vervoer
te bereiken is.
Indien de motie geïnterpreteerd mag worden als een verzoek om zo veel mogelijk gebruik
te maken van openbaar vervoer en het taxivervoer maximaal te reduceren dan kan ik
uw Kamer melden dat hier reeds uitvoering aan wordt gegeven. De hoofdregel voor de
inzet van vervoer van asielzoekers is dat openbaar vervoer de standaard is, tenzij
er zwaarwegende redenen zijn om hiervan af te wijken. Als uitgangspunt geldt dat het
primaire asielproces ongehinderd door moet blijven gaan. De maatregel tot maximale
reductie van het taxivervoer is voor de uitvoering een logistieke uitdaging en het
kost tijd om de processen optimaal te implementeren. Het COA heeft hier reeds stappen
in gezet. In het eerste kwartaal van 2026 zal gestart worden met een pilot om de inrichting
en werkwijze van een aantal vervoerstromen te beproeven. Op basis hiervan zullen de
verdere vervolgstappen worden bepaald.
Het reizen met openbaar vervoer en daarmee het reduceren van taxiritten maakt deel
uit van een grotere opdracht. Aan dit traject nemen de diverse ketenpartners deel
en deze opdracht ziet op alle vormen van personenvervoer, waaronder de inzet van taxi’s.
Informatieverzoek van het lid Piri over zoals dat is gedaan in de regeling van werkzaamheden
van 30 september 2025 6
Het lid Piri heeft in het informatieverzoek aandacht gevraagd voor demonstraties tegen
de komst van AZC’s waarbij het soms ernstig uit de hand loopt.
Ik wil benadrukken dat het een groot goed is dat mensen in Nederland met demonstraties
en protest hun mening kunnen laten horen, maar altijd binnen de grenzen van de wet.
Elke vorm van geweld of bedreiging is daarbij onacceptabel.
Dat vraagt stevig en gepast optreden, om te beginnen door de lokale driehoek, maar
het is belangrijk dat het kabinet daarin ook naast gemeenten staat.
In het bijzonder in situaties waarin het werk van lokale bestuurders en lokale volksvertegenwoordigers
wordt belemmerd.
Op 8 oktober heeft een medeoverheden overleg plaatsgevonden, opgevolgd door een bestuurlijk
overleg met medeoverheden 19 november. In beide overleggen is dit onderwerp uitvoering
aan de orde is geweest. Hiermee is aan het verzoek voldaan.
Motie om de opvang van derdelanders uit Oekraïne nog voor de zomer te beëindigen7.
Tot slot wil ik uw Kamer informeren over de motie van het Lid Vondeling (PVV) waarin
de regering verzocht wordt de opvang van derdelanders, met tijdelijk verblijfsrecht
in Oekraïne, nog voor de zomer te beëindigen. Op 3 juni jl. heeft mijn ambtsvoorganger
de kamer geïnformeerd over haar besluit om de geldende bevriezingsmaatregel voor deze
groep derdelanders per 4 september 2025 te beëindigen en daarmee vanaf deze datum
te starten met het vertrekproces8.
In deze brief is tevens aangegeven dat 4 september redelijkerwijs de snelst mogelijke
datum was om dit te doen vanwege de voorbereiding die bij onder andere gemeenten en
de IND nodig was. Op 4 september jl. is de bevriezingsmaatregel dan ook beëindigd.
Vanaf dat moment is voor de groep derdelanders zonder rechtsmiddelen de vertrektermijn
gaan lopen. Voor derdelanders die rechtsmiddelen hebben geldt dat zij druppelsgewijs
het recht op opvang en (gemeentelijke) voorzieningen verliezen, afhankelijk van de
snelheid waarmee de individuele beroepszaken door rechtbanken worden behandeld.
II. Ontwikkelingen COA-bedden in CTP Veldzicht
In overleg met de Staatssecretaris Justitie en Veiligheid informeer ik uw Kamer over
het volgende. U bent op 19 maart jl. door de toenmalige Minister van Asiel en Migratie
en de toenmalige Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geïnformeerd over de
uitvoering van de moties9 m.b.t. Veldzicht10. Wij blijven voornemens de moties uit te voeren zoals in onze eerdere beantwoording
is toegezegd.
Door verloop van personeel is de situatie ontstaan dat het Centrum voor Transculturele
Psychiatrie Veldzicht (hierna Veldzicht) op dit moment onvoldoende personele capaciteit
heeft om de kwaliteit van zorg te kunnen waarborgen voor de COA doelgroep (circa 35 plekken).
Daarom is helaas het noodzakelijke besluit genomen om tijdelijk capaciteit af te bouwen,
waardoor voor de resterende plekken het mogelijk blijft om de continuïteit en kwaliteit
van zorg te waarborgen. Dit heeft tot gevolg dat er per 1 december 2025 twaalf bedden
minder beschikbaar zijn voor nieuwe patiënten. Ondertussen wordt er onverminderd ingezet
om nieuw personeel te werven. Zoals uw Kamer bekend is personele krapte momenteel
een breder vraagstuk op de arbeidsmarkt binnen het gevangeniswezen, de forensische
zorg en de ggz. Naar aanleiding van de ontwikkelingen zijn Veldzicht en Dienst Justitiële
Inrichtingen (DJI) in constructief overleg met de Ministeries van Asiel en Migratie,
Justitie en Veiligheid, Volksgezondheid Welzijn en Sport, COA, GezondheidsZorg Asielzoekers
(GZA) en de Nederlandse ggz.
De vermindering van het aantal bedden heeft geen invloed op de patiënten die op dit
moment in Veldzicht verblijven. Vanaf 1 december jl. is echter minder instroom mogelijk.
De afname van het aantal bedden heeft dus uitsluitend effect op nieuwe aanmeldingen.
Hierbij biedt Veldzicht regionale zorgaanbieders inhoudelijke ondersteuning op het
vlak van transculturele zorg voor deze doelgroep indien dit nodig is. Bij aanmeldingen
waarbij opname in Veldzicht noodzakelijk is, stelt Veldzicht zich flexibel op om binnen
de mogelijkheden van hun kunnen opname mogelijk maken. De effecten van deze ontwikkeling
worden in nauw overleg met de keten gemonitord en besproken. In februari 2026 zal
daarbij ook een evaluatie plaatsvinden om tijdig te kunnen inspelen op eventuele knelpunten.
Stand van zaken uitvoering motie Lahlah (GL/PvdA) en motie Podt (D66)/Lahlah m.b.t.
CTP Veldzicht
Met de betrokken partijen is afgesproken om de overgangsperiode voor het afbouwen
van het aantal bedden dat Veldzicht gereserveerd heeft voor de COA-doelgroep (circa
35) te verlengen tot 1 april 2026. In de tussentijd werkt een projectteam in opdracht
van de betrokken ministeries in samenwerking met eerder genoemde partijen aan het
bewerkstelligen van alternatieve zorg voor de COA-doelgroep. Voor het realiseren van
deze alternatieve zorg lopen momenteel gesprekken met zorgaanbieders. Over relevante
ontwikkelingen ten aanzien van de afspraken met reguliere zorgaanbieder(s) over alternatief
zorgaanbod voor deze doelgroep blijf ik, samen met de Staatssecretaris van Justitie
en Veiligheid, uw Kamer informeren.
De Minister voor Asiel en Migratie,
M.C.G. Keijzer
Indieners
M.C.G. Keijzer, minister voor Asiel en Migratie