Brief regering : Toelichting op compensatie Zvw-budgethouders in het kader van wetsvoorstel aanpassing Regeling dienstverlening aan huis
36 744 Wijziging van de Werkloosheidswet en enige andere wetten vanwege aanpassing van de Regeling dienstverlening aan huis (Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis)
25 657
Persoonsgebonden Budgetten
Nr. 19
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 december 2025
Op 9 december jl. heeft uw Kamer de nota naar aanleiding van het verslag, met antwoorden
op de door u gestelde nadere vragen, ontvangen betreffende het wetsvoorstel Wet aanpassing
Regeling dienstverlening aan huis (Rdah) (Kamerstuk 36 744, nr. 17). Tegelijk is een nota van wijziging voor terugwerkende kracht aan uw Kamer verstuurd.
Met deze terugwerkende kracht kan het wetsvoorstel alsnog, zoals ook is voorbereid,
inwerking treden per 1 januari 2026 ook als behandeling in het Parlement nog niet
volledig is afgerond. Aanvullend op deze stukken die door mijn collega van SZW zijn
verzonden, wil ik u graag informeren over de compensatie voor de budgethouders voor
de zorgverzekeringswet.
Met begrip voor de breed gedeelde zorgen voor de budgethouders die geraakt worden
door de effecten van het wetsvoorstel, zet ik, zoals in de antwoorden op uw vragen
is aangegeven, in op twee lijnen voor de Zvw-pgb budgethouders:
1. Er wordt gerichte tijdelijke financiële ondersteuning vormgegeven voor budgethouders
onder de Zorgverzekeringswet die op dit moment bij de Sociale verzekeringsbank (SVB)
bekend zijn. Deze ondersteuning wordt, met verzekeraars en de SVB vormgegeven, en
sluit aan bij de compensatie van budgethouders onder de Wet langdurige zorg. De regering
zorgt ervoor dat deze tijdelijke financiële ondersteuning in uitvoering is voordat
de zorgcontinuïteit in gevaar kan komen door tekorten op het budget; dus voor de zomer
van 2026.
2. Voor de groep Zvw-budgethouders die geheel niet bekend is bij publieke instanties,
is het niet mogelijk om vanuit de overheid in compensatie te voorzien. Ook verzekeraars
hebben geen zicht op de overeenkomsten die deze budgethouders aangaan en kunnen daarmee
ook niet ondersteunen. Dit heeft, ook gelet op de korte voorbereidingstijd, ertoe
geleid dat de inwerkingtreding van het wetsvoorstel voor deze groep wordt uitgesteld
tot een nader bij koninklijk besluit te bepalen datum, afhankelijk van de parlementaire
voortgang. Uiteraard zet de regering zich in om tot een vergelijkbare oplossing te
komen voor de budgethouders en zorgverleners die nu nog niet bekend zijn bij de publieke
instanties.
In deze brief licht ik u graag toe hoe ik, na intensief overleg met de pgb-keten,
tot de keuze voor deze twee werkwijzen ben gekomen. Allereerst de keuze om de doelgroep
Zvw-pgb budgethouders te splitsen. Dit besluit heb ik niet lichtvoetig genomen. Ikzelf
en de zorgverzekeraars zien ook de forse bezwaren die samenhangen met dit besluit.
Zo krijgt een deel van de zorgverleners wel meer rechten die een ander deel pas later
krijgt. Dit terwijl zij vanuit het perspectief van de Zorgverzekeringswet onder hetzelfde
regime vallen.
Echter, om deze rechten adequaat in te vullen door budgethouders en zorgverleners
is in alle domeinen (tijdelijke) compensatie vorm gegeven. In de Zorgverzekeringswet
was dit eerst niet voorzien omdat onbekend is onder de Zvw wie hiermee te maken krijgt.
Enkel van de budgethouders die de salarisadministratie vrijwillig bij de Sociale Verzekeringsbank
(SVB) hebben ondergebracht is bekend of deze overeenkomsten onder de Rdah hebben.
Zo weten we van de ca. 5000 budgethouders die de salarisadministratie hebben ondergebracht
bij de SVB dat er ca. 500 te maken krijgen met dit wetsvoorstel omdat zij arbeidsovereenkomsten
hebben die onder de Rdah vallen.
Van de budgethouders die geen gebruik maken van de salarisadministratie van de SVB
(ca. 10.000 budgethouders) is dit niet bekend. Publieke organisaties en verzekeraars
hebben geen zicht op de overeenkomsten die deze budgethouders hebben afgesloten en
of deze onder de Rdah vallen. Ook zijn deze budgethouders niet direct te bereiken
of aan te schrijven. Dat maakt dat een gerichte compensatieregeling voor deze budgethouders
niet mogelijk is op korte termijn. Een inwerkingtreding van het wetsvoorstel aanpassing
Rdah per 1 januari 2026 voor deze groep betekent dus dat budgethouders wel geconfronteerd
worden met extra werkgeverslasten, maar daarvoor niet kunnen worden gecompenseerd.
Om dit te voorkomen heb ik samen met de Minister van SZW besloten om voor deze groep
een later moment van inwerkingtreding te kiezen. Op die manier kan ik mij volledig
inzetten om een oplossing te vinden voor deze groep zonder dat deze budgethouders
benadeeld worden. Daarmee besef ik me ook terdege dat pgb-zorgverleners onder de Rdah
die onder deze voorwaarden werken nog tijdelijk minder rechten hebben dan de overige
groepen pgb-zorgverleners onder de Rdah.
Ik zoek zo snel als mogelijk naar een oplossing voor deze groep.
Dan kom ik toe aan de groep budgethouders voor wie ik wel een oplossing heb gevonden.
Hiertoe werk ik nauw samen met de SVB, ZN en de zorgverzekeraars. Eerder is al gebleken
dat een compensatie binnen het huidige stelsel niet rechtmatig vorm te geven is. Toch
kies ik ervoor om, ondanks de potentieel onrechtmatige uitvoering, budgethouders financieel
bij te staan wanneer zij nadeel ondervinden door het wetsvoorstel. Uiteraard streef
ik er wel naar de onrechtmatigheid zo klein als mogelijk te laten zijn.
In een bijlage aan deze brief vindt u de brief die aan Zorgverzekeraars Nederland
is verzonden. In deze brief biedt het Ministerie van VWS de zorgverzekeraars comfort
op de onrechtmatigheid die tijdelijk ontstaat en de toezegging om in regelgeving een
aanpassing te doen. Tevens wordt dit voorstel vanuit de regering gecommuniceerd met
de toezichthouders. Ik vind het namelijk ook van groot belang dat zorgverzekeraars
niet de dupe worden van een besluit van de regering.
Ook de financiering voor compensatie en bijbehorende uitvoeringskosten neemt het Ministerie
van VWS voor haar rekening. De SVB zal de zorgverzekeraars ondersteunen, net zoals
ze dit doet voor de budgethouders Zvw die als werkgever al voor 2026 reeds werkgeverslasten
uit hun budget betalen. Met deze toezeggingen aan de zorgverzekeraars ga ik ervan
uit dat we deze compensatie snel en op een uitvoerbare manier kunnen gaan realiseren
voor de Zvw- budgethouders, die de impact ondervinden van het wetsvoorstel Wet aanpassing
Rdah.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
N.J.F. Pouw-Verweij
Ondertekenaars
N.J.F. Pouw-Verweij, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport