Brief regering : Adviescommissies Gas-en Zoutwinning monitoringsjaar 2024
32 849 Mijnbouw
Nr. 292
BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 december 2025
Jaarlijks informeert het kabinet de Tweede Kamer over de monitoringsrapportages van
de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) en Frisia op de Waddenzee, geëvalueerd
door de Auditcommissies Aardgaswinning en Zoutwinning. Deze treft u aan bij deze brief.
De activiteiten van aardgaswinning en zoutwinning onder de Waddenzee brengen complexe
milieuvraagstukken met zich mee. De (mogelijke) impact op de natuur en biodiversiteit
vereist zorgvuldige monitoring. In deze monitoringsrapportages wordt gecontroleerd
of er binnen de toegestane gebruiksruimte1 is gebleven en of de natuur in de Waddenzee wordt aangetast. De Auditcommissies Aardgaswinning
en Zoutwinning controleren jaarlijks de kwaliteit van de monitoring en kijken of er
aan de voorwaarden is voldaan.
Mede namens de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
stuur ik uw Kamer hierbij de adviezen, waarvan de conclusies in deze brief worden
samengevat. Het eerste advies betreft de monitoring van aardgaswinning onder de Waddenzee
vanaf de locaties Moddergat, Lauwersoog en Vierhuizen (MLV). Dit advies behandelt
de resultaten van het monitoringsjaar 2024 en is op 26 november 2025 door de Auditcommissie
Aardgaswinning aan het kabinet voorgelegd. Het tweede advies betreft de monitoring
van zoutwinning in monitoringsjaar 2024, dat op 21 oktober 2025 door de Auditcommissie
Zoutwinning aan het kabinet is overhandigd. Tot slot geeft het kabinet aan op welke
manier er rekening wordt gehouden met deze adviezen.
Monitoring van aardgaswinning 2024
De Auditcommissie Aardgaswinning onderschrijft de conclusie van de NAM dat de bodemdaling
door aardgaswinning vanaf de locaties Moddergat, Lauwersoog en Vierhuizen in 2024
binnen de toegestane gebruiksruimte is gebleven. Daarnaast geeft de Auditcommissie
aan dat er tot nu toe geen aanwijzingen zijn voor veranderingen in de natuur van de
Waddenzee en het Lauwersmeer die het gevolg kunnen zijn van de bodemdaling veroorzaakt
door aardgaswinning en daarmee van invloed kunnen zijn op het behalen van de instandhoudingsdoelen.
Wel constateert de Auditcommissie dat met de huidige zeespiegelstijgingsscenario’s2 gecombineerd met de optredende diepe bodemdaling (en eventuele na-ijleffecten daarvan)
de grens van het meegroeivermogen3 in beeld komt. De Auditcommissie beveelt aan zowel de NAM als aan de Minister om
aan te geven hoe hierop zal worden geanticipeerd.
Daarnaast meldt de commissie dat de aanbevelingen uit 2024 grotendeels door de NAM
zijn opgevolgd. Voor een aantal aanbevelingen heeft de NAM aangegeven waarom hiervan
is afgeweken. Voor het monitoringsonderzoek Aardgaswinning over 2025 heeft de Auditcommissie
Aardgaswinning wederom een aantal aanbevelingen. De commissie geeft bijvoorbeeld suggesties
voor het meenemen van nieuwe onderzoeken in de monitoring over 2025 en het verduidelijken
van de beslisschema’s4 door deze te onderbouwen en eenduidige terminologie te gebruiken en deze te definiëren.
Monitoring van Zoutwinning 2024
De Auditcommissie Zoutwinning geeft aan dat zoutwinning in 2024 binnen de vastgestelde
gebruiksruimte is gebleven. De commissie geeft aan dat het monitoringsprogramma en
de rapportage over meetjaar 2024 van goede kwaliteit zijn en degelijke achtergrondrapporten
bevat. Ook noemt de commissie dat het monitoringsprogramma een consistent en samenhangend
beeld geeft van de huidige situatie en trends in het gebied, zowel voor (pleistocene)
bodemdaling als voor effecten op morfologie en natuur. Wel geven zij aan dat door
analyseproblemen de samenstelling van het bodemsediment op de Ballastplaat dit jaar
onderbelicht is gebleven.
Daarbij merkt de Auditcommissie op dat (de versnelde) voorspelde zeespiegelstijging
tot een kleinere gebruiksruimte leidt. Daarom adviseert zij Frisia om hiervan de consequenties
te beschouwen in toekomstige rapportages, ook vanwege mogelijke na-ijleffecten. Omdat
Frisia ook vanuit een tweede caverne zout gaat winnen, wordt het de komende jaren
volgens de commissie steeds belangrijker om de nauwkeurigheid van de ontwikkeling
van het volume van de Pleistocene bodemdalingskom goed in beeld te hebben. Tot slot
ziet de Auditcommissie ruimte voor verbetering in het voorkomen van slordigheden en
fouten in het hoofdrapport.
Hoe wordt rekening gehouden met deze adviezen?
De Auditcommissies Gas- en Zoutwinning geven aan dat de winning binnen de vastgestelde
gebruiksruimte blijft en dat er geen aantasting van de natuur in en rondom de Waddenzee
is geconstateerd. De Ministeries van Klimaat en Groene Groei en Landbouw, Visserij,
Voedselzekerheid en Natuur zullen met de NAM en Frisia in overleg blijven om de monitoring,
op basis van de aanbevelingen, waar mogelijk verder te verbeteren. Daarmee kan nog
beter in beeld worden gebracht of en in hoeverre diepe bodemdaling door de winning
gevolgen heeft voor de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden.
Daarnaast geeft de Auditcommissie aan dat de grens van het meegroeivermogen5 in beeld komt en vraagt zij de NAM en de Minister om aan te geven hoe hierop zal
worden geanticipeerd. Het kabinet zal erop toezien dat dit in de volgende rapportage
wordt meegenomen.
De Minister van Klimaat en Groene Groei, S.Th.M. Hermans
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei