Brief regering : Jaaroverzicht dossiers onderwijs vertrouwensinspecteurs 2024-2025
29 240 Veiligheid op school
Nr. 178
BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 december 2025
Leerlingen en studenten moeten zich vrij en veilig voelen in het onderwijs. Dat is
een essentiële voorwaarde voor goede leerprestaties, omdat zij zich alleen in een
veilige omgeving volledig kunnen ontwikkelen. Daarom geldt in het funderend onderwijs
een zorgplicht voor een veilig schoolklimaat. Ook mbo-, hbo- en wo-instellingen hebben
op basis van wettelijke regels de verantwoordelijkheid om een veilige leer- en werkomgeving
te waarborgen. De Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) ziet erop toe
dat deze wettelijke verplichtingen worden nageleefd.
Dat betekent niet dat het in de praktijk altijd goed gaat. Helaas worden leerlingen
en studenten soms geconfronteerd met seksueel grensoverschrijdend gedrag of met fysiek
of psychisch geweld. Het is aangrijpend dat dit gebeurt, juist op plekken die veilig
zouden moeten zijn. Wanneer zoiets plaatsvindt, moeten leerlingen en studenten passende
ondersteuning krijgen vanuit de school of instelling. Daarnaast kunnen zij – evenals
anderen die misstanden zien of vermoeden – contact opnemen met de vertrouwensinspecteurs
van de inspectie. De vertrouwensinspecteurs luisteren en geven waar nodig advies,
bijvoorbeeld over het indienen van een formele klacht. In specifieke situaties is
een school of instelling zelfs verplicht om met de vertrouwensinspecteurs te overleggen
en aangifte te doen. Met hun werkzaamheden dragen de vertrouwensinspecteurs bij aan
het waarborgen én versterken van de veiligheid binnen het onderwijs.
Ieder jaar publiceert de inspectie een rapportage over de dossiers die bij de vertrouwensinspecteurs
zijn binnengekomen. Samen met deze brief sturen wij uw Kamer die rapportage over het
school- en studiejaar 2024–2025. In deze brief geven we een korte reactie op de cijfers
en gaan we in op de inzet van het kabinet om de veiligheid van leerlingen en studenten
te verbeteren.
Stijging aantal dossiers zet door
In het school- en studiejaar 2024–2025 ontvingen de vertrouwensinspecteurs voor het
gehele onderwijsveld meldingen over in totaal 2.916 dossiers. Dit betekent een stijging
van 599 dossiers ten opzichte van 2023–2024. Al langer is een stijging in deze cijfers
zichtbaar. Dat is zorgwekkend, want ieder geval van onveiligheid is er één te veel.
Het is niet bekend of deze stijgende trend één op één veroorzaakt wordt doordat het
aantal incidenten is toegenomen. Mogelijke verklaringen voor de stijging in het aantal
dossiers kunnen ook zijn dat melders de vertrouwensinspecteurs beter weten te vinden,
dat sociale veiligheid meer aandacht krijgt of dat er een groter vertrouwen is om
misstanden te melden.
In het school- en studiejaar 2024–2025 hadden de gemelde dossiers betrekking op de
volgende vormen van onveiligheid: 1.536 dossiers gingen over psychisch geweld, 715
over fysiek geweld, 320 over seksuele intimidatie, 178 over seksueel misbruik, 152
over discriminatie en 11 over radicalisering. De cijfers laten een toename zien van
het aantal meldingen bij de vertrouwensinspectie ten opzichte van voorgaande jaren,
met uitzondering van radicalisering. Daar is een daling te zien. In het bijzonder
is een stijging zichtbaar van het aantal dossiers van seksuele intimidatie en seksueel
misbruik. Ook stijgt het aantal meldingen van psychisch geweld al jaren, waarbij in
de helft van de dossiers sprake is van pesten. Zorgelijk is dat de ernst van het psychisch
geweld dat wordt gemeld toeneemt en er vaker sprake is van langdurig psychisch geweld.
Ook is er vaker sprake van bedreiging. Daarnaast constateren de vertrouwensinspecteurs
dat bij de dossiers over fysiek geweld regelmatig sprake is van een escalatie van
pesten.
De gegevens van de vertrouwensinspecteurs vormen een duidelijk signaal. De dossiers
hebben betrekking op serieuze incidenten, en deels ook op ernstigere incidenten dan
voorheen, en maken duidelijk dat het ons nog niet overal lukt om iedere leerling en
student de veilige leeromgeving te bieden waarop zij recht hebben. Tegelijkertijd
is het goed dat melders de vertrouwensinspecteurs weten te vinden en gebruik kunnen
maken van hun kennis en expertise. Hoewel de meeste leerlingen (tussen de 95 en 98
procent in het primair en voortgezet onderwijs)1 en studenten (83 procent in het middelbaar beroepsonderwijs)2 zich veilig voelen, ontslaat dit ons niet van de plicht om ook zorg te dragen voor
leerlingen en studenten die onveiligheid ervaren. Het kabinet blijft daarom met onverminderde
inzet werken aan het verder verbeteren van de veiligheid in het onderwijs.
Een sterke impuls voor veilig onderwijs
Funderend onderwijs
Scholen hebben de taak te zorgen voor een veilig klimaat, waarin leerlingen en personeelsleden
elkaar aanspreken als er iets gebeurt en er een open gesprek plaats kan vinden over
grenzen. Het kabinet stelt de kaders vast waarbinnen scholen dat het best kunnen doen
en ondersteunt hen waar dat nodig is. Met het Wetsvoorstel vrij en veilig onderwijs
dat aan uw Kamer is aangeboden, zorgen we ervoor dat scholen beter zicht hebben op
(on)veiligheid, dat leerlingen, ouders en personeel worden ondersteund bij onveiligheid
en dat het veiligheidsbeleid van scholen jaarlijks wordt geëvalueerd. Zo wordt er
onder meer voor gezorgd dat leerlingen en personeel altijd terecht kunnen bij een
vertrouwenspersoon. Ook breidt het kabinet de huidige meld-, overleg- en aangifteplicht
uit door ook een meld- en overlegplicht voor seksuele intimidatie en meerderjarigen
in te voeren (ook in het vervolgonderwijs), zodat de expertise van de vertrouwensinspecteurs
vaker wordt ingeroepen. Daarnaast werkt het kabinet er ook aan om continue VOG-screening
in het onderwijs te realiseren, zodat onderwijspersoneel dat een strafbaar feit begaat
direct in beeld komt. Dit alles zorgt dat scholen nog beter kunnen werken aan de veiligheid
op school.
Tegelijkertijd is het versterken van een open en veilig schoolklimaat niet enkel te
realiseren met wet- en regelgeving. Daarom ondersteunt het kabinet scholen middels
Stichting School & Veiligheid, waar zij terecht kunnen voor handreikingen, advies
en zo nodig ondersteuning door een calamiteitenteam. Ook subsidieert het kabinet de
VO-raad om een breder programma op te zetten gericht op het versterken van een veilige
en open schoolcultuur. Dit doen zij in samenwerking met de alliantie tegen seksueel
grensoverschrijdend gedrag.3
Vervolgonderwijs
Ook in het vervolgonderwijs hebben instellingen de taak om te zorgen voor een veilige
omgeving voor iedereen die studeert, onderzoekt of werkt op een onderwijsinstelling.
Het kabinet werkt aan een wetsvoorstel dat deze zorgplicht wettelijk verankert en
expliciteert. Met dit wetsvoorstel worden de rollen en verantwoordelijkheden van verschillende
actoren, zoals het instellingsbestuur, de raad van toezicht en de medezeggenschap,
verduidelijkt. Daarnaast worden kaders gesteld voor adequaat veiligheidsbeleid en
wordt een lerende cyclus voorgeschreven voor dit beleid. Daarbij wordt, net als in
het funderend onderwijs, een registratieplicht voor incidenten geïntroduceerd evenals
een meldplicht voor ernstige veiligheidsincidenten. Ook wordt een eventuele wettelijke
plicht voor het aanstellen van vertrouwenspersonen of een vergelijkbare functie verkend.
Ten slotte wordt met het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend
gedrag en seksueel geweld ingezet op het voorkomen, herkennen en aanpakken van seksueel
grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld in het onderwijs. Ook spant de regeringscommissaris
zich in om het onderwijs veiliger te maken, door te adviseren over beleid in het vervolgonderwijs
en door het gesprek te stimuleren op de instellingen.
Tot slot
De cijfers van de vertrouwensinspecteurs onderstrepen de noodzaak om de veiligheid
in het onderwijs verder te versterken. Met de maatregelen waar het kabinet aan werkt,
zetten we een grote stap om onze scholen en onderwijsinstellingen veiliger te maken.
Dat wil overigens niet zeggen dat de cijfers van meldingen bij de vertrouwensinspecteurs
nu ook zullen dalen. Juist de toenemende aandacht voor veiligheid op school, en de
uitbreiding van de meld- en overlegplicht naar seksuele intimidatie en meerderjarigen
kunnen ervoor zorgen dat die cijfers stijgen. Het overleg met de vertrouwensinspecteurs
moet een goede gewoonte van scholen worden, zodat zij beter en gerichter kunnen optreden
als er op school iets voorvalt. Het kabinet werkt zo samen met de sectoren en met
alle onderwijsprofessionals aan een veilige leeromgeving voor alle leerlingen en studenten,
een verantwoordelijkheid die door allen wordt gedeeld en gevoeld.
De aangekondigde maatregelen bieden de kaders om hier de komende jaren aan te werken
en gezamenlijk vol in te zetten op de veiligheid in het onderwijs.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
G. Moes
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
K.M. Becking
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Mede ondertekenaar
K.M. Becking, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap