Brief regering : Verslag van de bijeenkomst van NAVO Ministers van Buitenlandse Zaken (Foreign Ministers Meeting, FMM) op 3 december 2025
28 676 NAVO
Nr. 556
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 december 2025
Hierbij bied ik u het verslag van de bijeenkomst van NAVO Ministers van Buitenlandse
Zaken (Foreign Ministers Meeting, FMM) op 3 december jl. aan.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
D.M. van Weel
VERSLAG NAVO FOREIGN MINISTER MEETING VAN 3 december 2025
De NAVO Foreign Ministers Meeting (FMM) vond op 3 december jl. plaats in Brussel. De bijeenkomst vond plaats in de
context van de meest uitdagende veiligheidsomgeving in het Euro-Atlantisch gebied
in decennia, gezien onder meer de Russische agressie-oorlog in Oekraïne, hybride dreigingen
en incidenten op het NAVO-grondbied en toenemende samenwerking tussen Rusland, Iran,
Noord-Korea, Belarus en China. Het was de eerste FMM sinds de NAVO-top in Den Haag,
en de eerste voorbereidende FMM richting de volgende NAVO-top van 7 en 8 juli 2026
in Ankara, Turkije. De bondgenoten kwamen bijeen in een Noord-Atlantische Raad met
32 bondgenoten, alsook in een NAVO-Oekraïne Raad waaraan ook Oekraïne en de EU deelnamen.
Verhoging defensie-uitgaven
De bondgenoten bespraken het belang van voortvarende implementatie van de tijdens
de NAVO-top in Den Haag gemaakte afspraken om in 2035 5% van het BBP aan veiligheid
te besteden (waarvan 3,5% aan kern-defensie-uitgaven). Ook de Verenigde Staten riepen
tijdens de FMM de NAVO-bondgenoten nogmaals krachtig op om deze verhoging van de defensie-uitgaven
daadwerkelijk te realiseren en om te zetten in concrete defensiecapaciteiten.
Tijdens deze FMM herhaalden de bondgenoten gecommitteerd te zijn aan de Den Haag-afspraken.
Canada en Europa gaven daarbij aan de noodzaak te voelen om meer verantwoordelijkheid
te nemen voor de trans-Atlantische veiligheid. Sinds 2016 zijn de defensie-uitgaven
van Europese bondgenoten en Canada aanzienlijk gegroeid en deze zullen in de komende
jaren verder groeien. Veel bondgenoten bereiken al (veel) eerder dan in 2035 de in
Den Haag afgesproken doelstelling van 3,5% kern-defensie-uitgaven; sommige bondgenoten
hebben dit doel al bereikt of zelfs overschreden. In de aankomende jaren is het zaak
deze middelen goed en efficiënt te besteden en om te zetten in krachtige defensiecapaciteiten.
Nederland riep op tot voortvarende implementatie van de Den Haag-afspraken, en lichtte
de groei van de Nederlandse defensie-uitgaven toe, evenals dat er in Nederland brede
politieke steun voor verdere verhoging bestaat.
Bondgenoten bespraken ook het belang van het versterken van de defensie-productiecapaciteit
en industriële basis binnen het bondgenootschap. Diverse bondgenoten, waaronder Nederland,
benadrukten het belang van samenwerking tussen de Europese en Noord-Amerikaanse defensie-industrieën.
Oekraïne
De situatie in Oekraïne werd zowel besproken in de bijeenkomst van de Noord Atlantische
Raad, als in een aansluitende bijeenkomst van de NAVO-Oekraïne Raad met de Oekraïense
Minister van Buitenlandse Zaken Sybiha en de EU Hoge Vertegenwoordiger Kallas.
Veel bondgenoten verwelkomden de Amerikaanse inzet om een duurzame vrede in Oekraïne
te bewerkstelligen en benadrukten de positieve houding van Oekraïne in het proces
en het belang dat Oekraïne goed en constructief betrokken is. Diverse bondgenoten
gaven verder aan dat Rusland de oorlog in Oekraïne daarentegen voortzet en escaleert,
vasthoudt aan maximalistische eisen en niet geneigd lijkt tot serieuze concessies.
Diverse bondgenoten, waaronder Nederland, onderstreepten dat alleen de NAVO kan besluiten
over NAVO-gerelateerde vraagstukken in relatie tot het vredesproces. Ook werd het
belang benadrukt van Europese betrokkenheid, het beginsel dat grenzen niet met geweld
verschoven mogen worden en de noodzaak van krachtige veiligheidsgaranties aan Oekraïne.
Bondgenoten onderstreepten eveneens het belang om Oekraïne te blijven steunen: een
investering in de Oekraïense veiligheid is een directe investering in Trans-Atlantische
veiligheid. Het Kremlin beschouwt de oorlog in Oekraïne als onderdeel van een existentieel
conflict met het Westen. De Russische dreiging strekt dan ook verder dan Oekraïne.
Indien de positie van Oekraïne verder in het gedrang komt, riskeert Europa een langdurig
verslechterd veiligheidsklimaat waarin nog hogere defensie-uitgaven naar verwachting
noodzakelijk zullen zijn.
Diverse bondgenoten kondigden hiertoe nieuwe steun voor Oekraïne aan, waaronder via
het Prioritised Ukraine Requirements List (PURL) initiatief, waarmee bondgenoten Amerikaanse wapens en munitie voor Oekraïne
aanschaffen. Nederland kondigde, zoals de Minister van Defensie eerder aan de Kamer
meldde1, een additionele bijdrage van EUR 250 mln. aan PURL aan. Ook andere bondgenoten kondigden
nieuwe bijdragen aan PURL aan. Ook alloceert Nederland additioneel EUR 35 mln. aan
het Ukraine Comprehensive Assistance Package (UCAP), voor medische spullen, uitrusting en andere praktische ondersteuning die Oekraïense
troepen helpt de winter door te komen.
Nederland onderstreepte daarbij samen met diverse andere bondgenoten het belang van
meer structurele financiering en eerlijkere lastenverdeling van de steun aan Oekraïne.
Nederland benadrukte dat als alle Europese landen een meer evenredige bijdrage aan
de steun aan Oekraïne zouden besteden, de Oekraïense behoeften voldoende gefinancierd
zouden zijn, en riep bondgenoten dan ook op een grotere verantwoordelijkheid te nemen.
In deze context werden ook de financieringsopties voor steun aan Oekraïne in Europese
kader benoemd, waaronder de reparatieleningen op basis van bevroren Russische Centrale
Banktegoeden. Dit onderwerp zal tevens op de agenda staan van de aanstaande Europese
Raad op 18 en 19 december.
Overige onderwerpen
Diverse bondgenoten vroegen aandacht voor veiligheidsdreigingen en terrorisme in de
Westelijke Balkan (inclusief Russische beïnvloeding), het Midden-Oosten en Afrika
(inclusief de Sahel) en de Arctische regio. Bondgenoten onderstreepten ook het belang
van NAVO-partnerschappen met gelijkgezinde landen, bijvoorbeeld de vier Indo-Pacific-landen
en landen in de zuidelijke en oostelijke omgeving van het bondgenootschap.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken