Brief regering : Evaluatie Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid
36 800 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026
Nr. 27
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 december 2025
Op 18 juni 2025 informeerde mijn ambtsvoorganger uw Kamer over de evaluatie van het
Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) en is het onderzoeksrapport
aan uw Kamer aangeboden (Kamerstuk 36 600 VI, nr. 158). Er is uw Kamer toen toegezegd dit najaar een beleidsreactie toe te zenden. Met
deze brief doe ik die toezegging gestand.
Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) is in 2004 opgericht
door publieke en private organisaties met als doel de maatschappelijke veiligheid
te vergroten. Derhalve is het CCV een belangrijke partner voor het Ministerie van
Justitie en Veiligheid (JenV) bij het realiseren van de beleidsdoelstellingen op het
terrein van criminaliteitspreventie en veiligheid.
Voor zijn werkzaamheden ontvangt het CCV van rijkswege een (basis)subsidie. Wettelijk
is voorgeschreven dat subsidies periodiek worden geëvalueerd. Daarom heeft JenV via
het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC), vijf jaar na de laatste evaluatie,
aan SEO Economisch onderzoek opdracht gegeven een evaluatieonderzoek uit te voeren
dat inzicht geeft in het functioneren van het CCV in de periode 2019–2024. Daarbij
is door de onderzoekers gekeken naar de vraag in hoeverre het CCV zijn doelstelling
een bijdrage te leveren aan de maatschappelijke veiligheid heeft behaald en in hoeverre
dat op een effectieve en efficiënte wijze plaatsvindt. Daarnaast wordt in het onderzoeksrapport
beschreven in welke mate de aanbevelingen uit eerdere evaluaties door het CCV zijn
opgevolgd. In het navolgende worden de bevindingen nader besproken en geef ik daarop
mijn reactie.
Bevindingen uit de evaluatie
Uit het onderzoekrapport volgt dat het CCV de meeste doelen heeft bereikt. Het hoofddoel
van het CCV is het voorkomen van criminaliteit en het waarborgen van de maatschappelijke
veiligheid. Het CCV zet daarbij in op het aanbieden en ontwikkelen van dienstverlening
en (preventieve) instrumenten die publieke en private organisaties kunnen helpen criminaliteit
te voorkomen. In algemene zin slaagt het CCV in die opdracht. Afnemers zijn tevreden
over de dienstverlening van het CCV en de kwaliteit van producten en diensten van
het CCV worden als hoog beoordeeld. Het CCV zou meer impact kunnen maken en zijn bereik
kunnen vergroten door het palet aan producten en diensten breder onder de aandacht
te brengen. Ook komt in het onderzoek naar voren dat het CCV volgens afnemers meer
zou moeten inzetten op vernieuwing en focus moet aanbrengen in het aanbod gezien de
grote verscheidenheid aan thema’s en werkzaamheden.
Verder heeft het CCV gedeeltelijk opvolging gegeven aan de drie belangrijkste aanbevelingen
uit voorgaande evaluaties. De eerste aanbeveling uit de vorige evaluaties is om beter
aan te sluiten bij de behoefte van private en publieke doelgroepen. Door de komst
van het Platform Veilig Ondernemen-bestel en de rol van het CCV daarin is het CCV
er beter in geslaagd en onderscheid te maken in het bedienen van private en publieke
afnemers. Een tweede aanbeveling uit de eerdere evaluatie zag op het monitoren van
activiteiten en evalueren van de resultaten. De onderzoekers constateren dat monitoring
en effectmeting nog altijd niet structureel en eenduidig plaatsvindt. Tot slot stellen
de onderzoekers op basis van hun bevindingen vast dat de relatie en samenwerking tussen
JenV en het CCV goed is, net als tijdens de laatste evaluatie in 2019. Daarbij wordt
opgemerkt dat het CCV volgens JenV in mindere mate een signalerende en innoverende
rol op zich heeft genomen dan verwacht.
Verder staat in het evaluatierapport dat het CCV efficiënt werkt en met een kleinere
reële subsidie dezelfde doelen heeft weten te behalen. De (basis)subsidie is de afgelopen
jaren nominaal gelijk gebleven, terwijl de inflatie en loonkosten zijn gestegen. De
dalende basissubsidie dwingt het CCV en de opdrachtgevers tot een gesprek over de
rol die het CCV speelt in het veiligheidsdomein en in welke mate de (basis)subsidie
daarvoor toereikend is. Bovendien leiden dalende reële middelen voor het CCV tot financiële
onzekerheid en noopt dit de organisatie tot het maken van keuzes. Het voorgaande maakt
ook dat er beperkt ruimte is voor innovatie en ondernemerschap.
Reactie op de bevindingen
Uit het rapport volgt dat afnemers in hoge mate tevreden zijn over de kwaliteit van
de dienstverlening en dat zij het CCV goed weten te vinden. Gezien de hoge waardering
onder de doelgroep zijn complimenten voor de inzet en dienstverlening van de medewerkers
van het CCV op zijn plaats. Verder wil ik benadrukken dat het CCV voor JenV een belangrijke
partner is bij het realiseren van onze beleidsdoelstellingen op het terrein van criminaliteitspreventie
en veiligheid. Het CCV zorgt er op belangrijke thema’s voor dat beleid dat op het
departement wordt ontwikkeld daadwerkelijk wordt geïmplementeerd en toegepast door
gemeenten, bedrijven en burgers.
Mijn departement heeft naar aanleiding van de bevindingen uit het evaluatierapport
met het CCV besproken op welke wijze de verbeterpunten kunnen worden opgepakt. Een
eerste onderdeel daarvan is het in kaart brengen van de diverse communicatiekanalen
van het CCV en het herzien van de communicatiestrategie om het aanbod aan producten
en diensten breder beschikbaar te maken en de doelgroep nog beter te bedienen. Het
CCV beziet komende periode wat het bereik is van de communicatie uitingen via onder
meer de website, sociale media en de nieuwsbrief en welke aanpassingen nodig zijn
om het bereik te vergroten.
Een ander belangrijk aandachtspunt is het structureel en eenduidig monitoren en evalueren
van activiteiten en diensten van het CCV. Hier ligt een duidelijke opdracht voor het
CCV. Ook vanuit het opdrachtgeverschap van JenV acht ik het van belang dat met de
bassisubsidie de maatschappelijke veiligheid wordt vergroot en dat nog beter inzichtelijk
wordt gemaakt op welke wijze het CCV daaraan bijdraagt. Daarom zal op weg naar de
jaarprogrammering voor 2026 monitoring en evaluatie vast onderdeel worden van het
programmeringsproces, zodat tijd en financiële middelen worden gereserveerd voor het
monitoren van activiteiten en diensten, objectief beoordelen van de resultaten en,
waar mogelijk, inzichtelijk maken van het effect hiervan. Dit kan het CCV ook helpen
bij hun constante inspanningen om de kwaliteit van hun producten en diensten op het
niveau te houden dat nu uit de beleidsevaluatie blijkt.
In het onderzoeksrapport komt verder naar voren dat het maken van keuzes en bepalen
van prioriteiten steeds belangrijker wordt, onder meer ook door de budgettaire taakstelling
die voortvloeit uit het regeerprogramma van het kabinet en er voor zorgt dat de subsidie
voor de basisprogrammering in 2029 met 22 procent is teruggebracht. In dit kader zijn
het CCV en JenV al langere tijd met elkaar in gesprek over de noodzakelijke keuzes
die gemaakt moeten worden, in de eerste plaats voor de volgende jaarprogrammering
van 2026, maar ook voor daarna. Tijdens deze gesprekken wordt op verschillende niveaus
stilgestaan bij de rol die het CCV vervult binnen het veiligheidsdomein, welke taken
en diensten onverminderd belangrijk zijn en waar synergiewinst behaald kan worden.
Tot slot streeft het CCV ernaar de signaalfunctie beter invulling te geven door op
structurele basis actualiteiten en ontwikkelingen in het veiligheidsdomein met JenV
te delen via onze reguliere overleggen en daarbuiten op medewerkersniveau. Daarbij
is een belangrijke rol weggelegd voor de teamleiders van het CCV die betrokken zijn
bij de diverse thema’s en zelf ook werkzaam zijn als adviseur en in aanraking komen
met publieke en private organisaties uit het veiligheidsdomein.
Concluderend ben ik tevreden met de uitkomsten van het onderzoek en spreek ik mijn
waardering uit voor het belangrijke werk van het CCV. De uitkomsten zijn na ontvangst
besproken met het CCV en onderstrepen voor een groot deel het beleid dat wij reeds
voeren. Ik zie dan ook geen reden voor beleidswijzigingen en heb met het CCV afgesproken
dat wij verder gaan op de reeds ingeslagen weg en samen zullen blijven optrekken bij
de financiële opgaven van komende tijd. De onderzoeksresultaten en opvolging daarvan
blijven komende tijd nadrukkelijk onderwerp van gesprek. Ik dank het WODC en SEO Economisch
onderzoek voor de uitvoering van dit onderzoek en de aanbevelingen.
De Minister van Justitie en Veiligheid, F. van Oosten
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid