Brief regering : Voornaamste budgettaire mutaties van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat sinds de tweede suppletoire begroting 2025
36 800 XII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2026
36 800
A
Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026
36 800 J Vaststelling van de begrotingsstaat van het Deltafonds voor het jaar 2026
Nr. 11
BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Met deze brief wordt de Kamer, mede namens de Staatssecretaris van Infrastructuur
en Waterstaat, geïnformeerd over de voornaamste budgettaire mutaties van de begroting
van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII), het Mobiliteitsfonds (A)
en het Deltafonds (J) sinds de tweede suppletoire begroting 20251.
HXII – Artikel 24 Inspectie Leefomgeving en Transport
Risico op overschrijding uitgavenkader
Door onvoorziene ontwikkelingen verwacht de ILT niet binnen het beschikbaar budgettair
kader te blijven. Het risico van overschrijding van het kader betreft maximaal € 3,5
miljoen. Het gaat hierbij vooral om prijsstijgingen van ICT en de extra inzet voor
incidenten Bruine vloot.
HXII – Artikel 25 Brede Doeluitkering
Aangaan verplichtingen Brede Doeluitkering (BDU) voor 2026
Volgens de BDU-systematiek worden de verplichtingen voorafgaand aan het jaar van betaling
aangegaan. De beschikking voor het jaar 2026 wordt eind 2025 afgegeven aan de twee
vervoersregio’s Metropoolregio Rotterdam en Den Haag (MRDH) en Vervoerregio Amsterdam
(VRA).
Bij het opstellen van de Najaarsnota was nog niet in alle gevallen bekend welke afzonderlijke
afspraken met welk kaseffect in 2025 moeten worden vastgelegd. Hierdoor is bij de
Najaarsnota slechts een deel van de verplichtingen voor 2026 aangegaan. De totale
hoogte van het verplichtingenbudget dat in 2025 extra wordt aangegaan bedraagt € 146,4
miljoen. Dit bedrag is onder te verdelen in € 90,6 miljoen door middel van een algemene
verplichtingenschuif van 2026 naar 2025 en € 55,8 miljoen voor vastlegging specifieke
projecten. Deze projecten worden hieronder toegelicht.
Het gaat hierbij om de bijdrage aan de BDU-regio’s voor de bijdrage aan Zuid-Holland
Bereikbaar van € 4,3 miljoen (MRDH), onderdoorgang Trekvlietbrug van € 3,4 miljoen
(MRDH), een Rijksbijdrage aan studiekosten en het partieel uitvoeringsbesluit voor
de Vlietlijn van € 18,2 miljoen (MRDH), een Rijksbijdrage aan studiekosten voor de
Oude Lijn van € 1 miljoen (MRDH), Metronet van € 8,3 miljoen (MRDH), Spreiden en Mijden
van € 2 miljoen (VRA), Kwartiermakersfase en bijdrage planstudie Stadsbrug van € 0,8
miljoen (VRA), Guisweg van € 3,5 miljoen (VRA) en de OV Verbinding Amsterdam Haarlemmermeer
(OVAH) van € 14,3 miljoen (VRA).
HXII – Artikel 26 Bijdragen investeringsfondsen
Het verplichtingenbedrag wordt met € 2,9 miljoen overschreden, doordat de bij 2e suppletoire begroting vastgestelde bijdrage aan het Deltafonds (DF) voldaan moet
worden. De verplichtingen en uitgaven hebben op dit artikel een één-op-één relatie.
In de Najaarsnota is abusievelijk het verplichtingenbedrag afwijkend van het kasbedrag
gemuteerd. Met deze mutatie wordt het verplichtingenbudget gelijkgetrokken aan de
uitgaven. Ter informatie: vanaf 2026 is het voedingsartikel voor het Mobiliteitsfonds
(MF) en DF op de HXII-begroting afgeschaft.
HXII – Artikel 97 Algemeen departement
Vastleggen verplichting Regeringsvliegtuig
Het contract voor de exploitatie van het Regeringsvliegtuig was vastgelegd tot en
met 2025. Het contract loopt de komende jaren door en moet daarom in 2025 weer in
de administratie vastgelegd worden voor de komende jaren. Het gaat om een administratieve
correctie waarvoor het verplichtingenbudget met € 58,1 miljoen voor 2025 wordt opgehoogd.
Overboekingen naar het BTW-compensatiefonds
Onder voorbehoud van de afstemming met het Ministerie van Financiën, vindt er een
overboeking plaats naar het BTW-compensatiefonds. Het betreft een overboeking vanuit
HXII van € 0,019 miljoen voor de 2e overboeking naar het BTW-compensatiefonds in het
kader van het Schone Lucht Akkoord en de in 2025 toegekende specifieke uitkeringen
aan gemeenten en provincies. Het gaat hier om de afdracht van het BTW-compensabele
deel van de verstrekte uitkeringen na 1 september 2025.
Mobiliteitsfonds – Artikel 12 Hoofdwegennet
Hogere verplichtingen Exploitatiekosten Blankenburgverbinding
Voor de exploitatiekosten Blankenburgverbinding worden eind 2025 de opdrachten voor
2026 aan de uitvoeringsinstanties verplicht. Dit om vertraging in de werkzaamheden
te voorkomen. Dit leidt tot extra benodigd verplichtingenbudget van € 11,5 miljoen
in 2025.
Terugboeking overschotten Vrachtwagenheffing (VWH)
Voor de programma Vrachtwagenheffing zijn op het Mobiliteitsfonds middelen vrijgemaakt.
In de huidige systematiek vindt de verantwoording van bepaalde uitgaven voor de uitvoering
van dit programma plaats op de begroting Hoofdstuk XII. Deze budgetten worden overgeheveld
naar HXII. Op deze budgetten doen zich in 2025 mogelijk lagere uitgaven voor dan van
tevoren gepland, door niet uitgevoerde werkzaamheden of vertragingen. Voor deze posten
geldt dat de dit jaar niet-bestede middelen (max. € 41,4 miljoen) nu (tijdelijk) worden
teruggeboekt naar het Mobiliteitsfonds.
Mobiliteitsfonds – Artikel 14 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma’s
Hogere verplichtingen bereikbaarheidsprogramma’s
De verplichtingenoverschrijding van € 25,7 miljoen op de budgetten voor Woningbouw
en Mobiliteit (WoMo) – Woningbouw korte termijn en Mobiliteitspakketten wordt veroorzaakt
doordat de meerjarige verplichtingen van de beschikkingen nog niet gecorrigeerd waren
voor prijspeil 2025. De bijbehorende verplichtingenruimte in de jaren buiten 2025
was bij het aangaan van deze verplichtingen wel meerjarig maar niet in 2025 beschikbaar.
Hierdoor doet zich nu een eenmalige overschrijding van de verplichtingen voor. Meerjarig
leidt dit niet tot een verplichtingen- of kastekort. Dit is pas na de Najaarsnota
bekend geworden en om vertraging op het gebied van woningbouw te voorkomen is het
van belang dat deze beschikkingen nu alsnog geïndexeerd worden.
Bijdrage Provinciefonds
In 2025 wordt er een bijdrage gedaan van € 7 miljoen aan de provincie Limburg, voor
gedecentraliseerde stoptreindiensten. Bij het opstellen van de Najaarsnota was er
nog geen duidelijkheid over de bijdrage. Met de provincie is begin november overeenstemming
bereikt over de definitieve afspraken.
Mobiliteitsfonds – Artikel 15 Hoofdvaarwegennet
Ontvangsten nieuwe sluis Terneuzen
In 2025 wordt er een aanvullende bijdrage door Vlaanderen gedaan van € 15 miljoen.
Deze bijdrage is bedoeld om de hogere uitvoeringskosten te dekken. Zo zijn er tijdens
het project onder andere meerkosten gemaakt door onvoorziene bodemvondsten en verontreinigingen.
Deze ontvangst was ten tijde van de Najaarsnota niet voorzien.
Overprogrammering Mobiliteitsfonds – Artikel 12, Artikel 13 en Artikel 15
De overprogrammering is momenteel € 100 miljoen voor het gehele Mobiliteitsfonds.
Deze zijn verdeeld over artikel 12 Hoofdwegennet (€ 64 miljoen), artikel 13 Spoorwegennet
(€ 5 miljoen) en het Hoofdvaarwegennet (€ 31 miljoen). Overprogrammering houdt in
dat de programmering in 2025 hoger is dan het beschikbare kasbudget. Met overprogrammering
wordt geanticipeerd op een voorspelbare mate van vertraging, die zich op projectniveau
in de regel voordoet. De vertragingen in het hele programma worden met de overprogrammering
opgevangen.
Het is mogelijk dat deze vertragingen zich dit jaar niet voordoen, in lijn met het
reeds in de najaarsnota benoemde nadelig saldo over 2025. Dit is het gevolg van steeds
realistischere ramingen en de gegroeide productiecapaciteit. Als deze vertragingen
zich niet voordoen, wordt artikel 12 met maximaal € 64 miljoen, artikel 13 met maximaal
€ 5 miljoen en het Hoofdvaarwegennet met maximaal € 31 miljoen overschreden. Het bij
de tweede suppletoire begroting gemelde nadelig saldo op het Mobiliteitsfonds van
€ 189,2 miljoen neemt met maximaal € 100 miljoen toe.
Overprogrammering Deltafonds – Artikel 1 Investeren in waterveiligheid
Op dit artikel is de overprogrammering van het gehele Deltafonds opgenomen. Overprogrammering
houdt in dat de programmering in 2025 hoger is dan het beschikbare kasbudget. De overprogrammering
is momenteel € 76,1 miljoen en staat op artikel 1 van het Deltafonds. Met overprogrammering
wordt geanticipeerd op een voorspelbare mate van vertraging, die zich op projectniveau
in de regel voordoet. De vertragingen in het hele programma worden met de overprogrammering
opgevangen.
Het is niet helemaal voorspelbaar of de vertragingen in het programma binnen artikel
1 en/of elders binnen het Deltafonds zich zullen voordoen. Het kan zijn dat op een
ander artikel dan artikel 1 binnen het Deltafonds vertraging optreedt en dus onderbesteding
van budget. Ook is het de vraag of zich daadwerkelijk nog vertragingen voordoen, als
gevolg van steeds realistischere ramingen en groei in de productiecapaciteit. Als
deze vertragingen zich niet voordoen, wordt artikel 1 Investeren in waterveiligheid
maximaal met € 76,1 miljoen overschreden. Het bij de 2e suppletoire begroting gemelde nadelig saldo Deltafonds van € 100 miljoen neemt met
maximaal € 76,138 miljoen toe.
Deltafonds – Artikel 4 Experimenteren cf. art. III Deltawet
Op dit artikel wordt een overschrijding voorzien van het kasbudget met € 4,5 miljoen
en van het verplichtingenbudget met € 5,9 miljoen. Dit heeft betrekking op het aanbrengen
van bodembescherming bij aansluiting van spuimiddelen en pompen. De tweede betaaltermijn
van € 3,0 miljoen was verwacht in 2026. Omdat de werkzaamheden al zijn uitgevoerd
moet de betaling in 2025 worden voldaan. Daarnaast is er een onvoorziene betaling
van € 1,5 miljoen, die betaald moet worden in verband met indexatie. De overschrijding
van dit artikel wordt gecompenseerd binnen het Deltafonds door een verwachte lagere
realisatie op artikel 7 Investeren in waterkwaliteit, waar met name de realisatie
op het programma KRW lager uitvalt.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
R. Tieman
Ondertekenaars
R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat