Brief regering : Maatregelen garantiebedrag Wajong
26 448 Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI)
Nr. 861
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 december 2025
1. Aanleiding en achtergrond
In vervolg op de berichtgeving in de Stand van de uitvoering sociale zekerheid van
juni1 dit jaar informeer ik uw Kamer met deze brief over de stand van zaken rondom de piek
in beëindigingen van Wajong-uitkeringen per 1 januari 2026. Deze beëindigingen volgen
uit de bestaande wettelijke kaders en betreffen Wajonggerechtigden die na vijf jaar
onafgebroken werken zonder voorziening ten minste 75% van het maatmaninkomen verdienen.
Ik acht het van belang uw Kamer te informeren over de maatregelen die ik tref ter
ondersteuning van een zorgvuldige uitvoering met oog voor de vaak kwetsbare mensen
die het betreft.
De Wajong kent het uitgangspunt dat het recht op uitkering vervalt indien de Wajonggerechtigde
duurzaam in staat blijkt zelf in het levensonderhoud te kunnen voorzien. UWV heeft
vastgesteld dat vanaf 1 januari 2026 naar verwachting een grote groep Wajonggerechtigden
aan deze wettelijke criteria gaat voldoen. In deze gevallen eindigt het recht op de
Wajong-uitkering, evenals – indien van toepassing – het recht op het garantiebedrag.
Het garantiebedrag is ingevoerd bij en in verband met de Wet vereenvoudiging Wajong
die op 1 januari 2021 inging. Deze wet voegde de verschillende eerdere Wajong-regelingen
(oude Wajong, Wajong 2010 en Wajong 2015) samen tot één uniform regime met als doel
de regels voor jonggehandicapten te vereenvoudigen en te harmoniseren. Tegelijkertijd
konden de nieuwe regels voor een groep werkende Wajonggerechtigden negatief uitpakken.
Het garantiebedrag2 voorkwam dat werkende Wajonggerechtigden er door de nieuwe regels van de Wet vereenvoudiging
Wajong er financieel op achteruit zouden gaan. Het garantiebedrag is aangekondigd
als een tijdelijke overgangsmaatregel, maar ondanks dat mensen dit hadden kunnen weten,
kunnen de gevolgen van het wegvallen ervan toch onverwacht en aanzienlijk zijn.
In verband met de invoering van de Wet vereenvoudiging Wajong heeft UWV om uitvoeringstechnische
redenen vanaf 1 januari 2021 de termijn van vijf jaar opnieuw laten aanvangen voor
werkende Wajonggerechtigden. Dit is voor hen gunstig geweest, omdat zij daardoor langer
naast hun inkomen uit werk de Wajong-uitkering, en daarmee dus ook het garantiebedrag,
behielden. Er is als gevolg daarvan per 1 januari 2026 wel een (eenmalige) piek aan
beëindigingen van Wajong-uitkeringen te zien.
De beëindiging van de Wajong-uitkering, en daarmee ook het garantiebedrag, is een
indicatie dat de betreffende Wajonggerechtigde duurzaam en zelfstandig participeert
op de arbeidsmarkt. Dat vind ik vanuit het perspectief van arbeidsparticipatie en
economische zelfstandigheid een positieve ontwikkeling. Tegelijkertijd kan het beëindigen
van het garantiebedrag voor een deel van de Wajonggerechtigden een forse, en in sommige
gevallen plotselinge, terugval in inkomen betekenen. Een deel van deze mensen was
zich tot voor deze zomer van dit mogelijke verlies van hun garantiebedrag niet voldoende
bewust en/of heeft hier niet (voldoende) op geanticipeerd. UWV is daarom halverwege
dit jaar gestart met het informeren van alle werkende Wajonggerechtigden bij wie het
recht op een Wajong-uitkering mogelijk per 1 januari 2026 eindigt. Beginnend bij de
mensen voor wie dit de meeste impact kan hebben, is UWV vanaf oktober jl. bezig om
alle Wajonggerechtigden die in juni en september jl. een brief hebben gekregen persoonlijk
te bellen om de brief toe te lichten, en na te gaan wat dit voor hen betekent. Bij
een groot deel van de Wajonggerechtigden leidt de beëindiging van het Wajong-uitkering
niet tot financiële problemen.3
Uit de telefonische contacten met de Wajonggerechtigden bij wie de meeste impact wordt
verwacht, blijkt het verlies van het garantiebedrag een negatieve impact te kunnen
hebben op de situatie van een deel van de Wajonggerechtigden. Zo hebben mensen, mede
op basis van hun Wajong-uitkering ter hoogte van het garantiebedrag, een hypotheek
of een huurovereenkomst afgesloten en dreigen zij hun huis te verliezen als het garantiebedrag
wegvalt. Het gemiddelde inkomensverlies is ongeveer € 750 bruto per maand4. Wajonggerechtigden die zich zorgen maken, kunnen na de beoordeling door UWV, de
hulp van een budgetcoach of van Team Geldzorgen5 van UWV krijgen. Samen kan dan worden gekeken of de inkomensachteruitgang (deels)
kan worden opgevangen door het aanvragen van inkomensafhankelijke regelingen, zoals
toeslagen of het gemeentelijke minimabeleid. Ook kunnen Wajonggerechtigden terecht
op de website van UWV voor informatie over welke voorwaarden er gelden en welke ondersteuning
UWV kan bieden.
Niet alleen kunnen de beëindigingen van de Wajong-uitkering een forse impact hebben
op Wajonggerechtigden die het betreft, de piek aan beëindigingen van het garantiebedrag
vormt daarnaast ook een knelpunt voor de uitvoering.
UWV heeft aangegeven dat het niet lukt om alle gevallen in één maand6 te beoordelen, maar hiervoor meer tijd nodig te hebben. Op basis van de huidige cijfers
verwacht UWV namelijk dat vanaf 1 januari 2026 ongeveer 12.500 Wajonggerechtigden
aan de beëindigingsvoorwaarden zullen voldoen en hun recht op een Wajong-uitkering
zullen verliezen. Van deze groep verliezen naar verwachting ongeveer 3.400 mensen
hun Wajong-uitkering ter hoogte van het garantiebedrag. Pas ná de daadwerkelijke beoordeling
wordt duidelijk bij wie het uitkeringsrecht werkelijk eindigt.
2. Zorgvuldige uitvoering
Vanwege deze problemen heb ik besloten om ter ondersteuning van een zorgvuldige uitvoering
een aantal maatregelen te treffen, waarover ik u in deze brief informeer. UWV wordt
hiermee in de gelegenheid gesteld de beëindiging van de Wajong-uitkeringen zorgvuldig
voor te bereiden en het wegvallen van het garantiebedrag te verzachten door individuele
begeleiding en duidelijke informatie, zodat mensen tijdig weten welke hulp en regelingen
voor hen beschikbaar zijn. Daarnaast zijn de maatregelen erop gericht de impact van
het wegvallen van het garantiebedrag in bepaalde gevallen te verzachten. Het gaat
hierbij om de volgende maatregelen.
A. Ter ondersteuning van een zorgvuldige uitvoering worden Wajonggerechtigden zo snel
mogelijk geïnformeerd over het feit dat hun uitkering beëindigd wordt, maar de daadwerkelijke
beëindiging van alle uitkeringen vindt pas plaats op 1 januari 2027.
B. Loonkostensubsidie, loondispensatie en beschut werk leiden niet tot beëindiging van
de uitkering. Zolang een Wajonggerechtigde met deze vorm van structurele arbeidsondersteuning
werkt, blijft de uitkering doorlopen. Dit vergt een wetswijziging.
C. Het wijzigen van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten om de wijze waarop
het maatmaninkomen voor de Wajong wordt geïndexeerd aan te passen.
Ik zal UWV vragen deze maatregelen per 1 januari 2026 uit te voeren, waarbij voor
de maatregelen B en C wordt geanticipeerd op aanpassing van regelgeving.
Als gevolg van hiervan zullen minder mensen te maken krijgen met een plotselinge beëindiging
en hebben de mensen van wie de uitkering wel beëindigd wordt meer tijd om hierop te
anticiperen.
A. Uitstel daadwerkelijke beëindiging uitkeringen naar 1 januari 2027
Gezien de grootte van de groep en de zorgvuldigheid die ik wil betrachten in de communicatie
en ondersteuning van de Wajonggerechtigden bij wie de uitkering beëindigd gaat worden,
gaat UWV met mijn instemming de daadwerkelijke beëindiging van de uitkeringen die
in 2026 beëindigd gaan worden, uitstellen tot 1 januari 2027. Het betreft hier tegenwettelijk
beleid dat tijdelijk voor het jaar 2026 wordt gedoogd. Dit betekent dat UWV, zodra
de Wajonggerechtigde aan de voorwaarden voldoet, deze zo spoedig mogelijk zal beoordelen,
informeren en de benodigde ondersteuning zal aanbieden. Gegeven de grote hoeveelheid
en de zorgvuldigheid die dit kost, lukt het niet dit in één maand voor de hele groep
te doen.
Om te voorkomen dat dit tot overhaaste uitvoering en/of rechtsongelijkheid leidt,
zal de daadwerkelijke beëindiging voor alle Wajonggerechtigden waarvan in 2026 blijkt
dat ze aan de voorwaarden voldoen, pas geëffectueerd worden per 1 januari 2027.7
Ik neem deze maatregel om UWV meer tijd te gunnen de aankomende beëindigingen voor
te bereiden. Dit komt de zorgvuldigheid van het proces ten goede. Het stelt UWV in
staat om zowel de gevallen met de nodige zorgvuldigheid te kunnen beoordelen als Wajonggerechtigden
gedurende dit proces goed te informeren (met brieven en nabellen) en eventueel te
ondersteunen (bijvoorbeeld door de inzet van een budgetcoach). Hiertoe is met UWV
afgesproken dat zij deze groep in 2026 hierover blijft informeren en dat UWV aan hen
die dat nodig hebben of daarom vragen passende ondersteuning biedt om zich aan te
passen aan hun inkomensachteruitgang. Dit kan bijvoorbeeld door het meehelpen met
het aanvragen van fiscale toeslagen of gemeentelijk inkomensondersteuningsbeleid.
Ook voorkomt dit uitstel dat UWV de uitkeringen van vergelijkbare mensen in verschillende
maanden beëindigt, wat een rechtsongelijkheid zou betekenen óf dat UWV de beëindigingen
onder hoge druk moet doen zonder de gewenste zorgvuldigheid. Dit uitstel leidt daarmee
tot gelijke behandeling en een zorgvuldiger beëindigingsproces.
Ik beschouw deze maatregel als passend, omdat zij begunstigend is voor Wajonggerechtigden.Het
leidt er ook toe dat Wajonggerechtigden meer tijd krijgen om zich aan te passen aan
de aankomende beëindigingen. De Wajonggerechtigden die hun uitkeringen dreigen te
verliezen, zijn een kwetsbare groep en de beëindiging van hun uitkeringsrecht kan
een grote financiële impact op hen hebben. Ik acht het van belang dat er met deze
groep zorgvuldig wordt omgegaan. Alhoewel dit uitstel voor hen geen afstel van het
beëindigen van hun uitkering betekent, geeft dit hen wel meer tijd om maatregelen
te treffen die hun inkomensterugval zouden kunnen verzachten. Voor deze groep kan
uitstel daarmee een groot verschil maken.
B. Loonkostensubsidie, loondispensatie en beschut werk leiden niet tot beëindiging
van de uitkering
Ik ben bezig met een (beperkte) aanpassing van de Wajong in het wetsvoorstel «Wijziging
toets op re-integratieinspanningen en WIA-voorschotregeling»8. Het betreft de onderdelen die zien op de uitbreiding van de uitzonderingen op de
beëindigingsgrond met situaties waarin sprake is van loondispensatie, loonkostensubsidie
of beschut werk9. Er wordt voorgesteld de Wajong-uitkering en daarmee ook het garantiebedrag te laten
doorlopen als een Wajonggerechtigde met deze vormen van structurele arbeidsondersteuning
werkt, ook al verdient deze persoon na vijf jaar onafgebroken werken 75% of meer van
het maatmaninkomen. Om te voorkomen dat een deel van de Wajonggerechtigden tot het
moment van de inwerkingtreding van het wetsvoorstel nadeel ondervinden, stem ik er
mee in dat UWV reeds vanaf 1 januari 2026 handelt conform de voorgestelde wijzigingen.
C. Anticiperen op maatmaninkomen geïndexeerd op basis van het wettelijk minimumloon
Verder ben ik voornemens het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten te wijzigen.
Meer specifiek gaat het om een wijziging van de wijze waarop het maatmaninkomen voor
de Wajong wordt geïndexeerd10. In de wet is opgenomen dat het Wajong-recht eindigt als de Wajonggerechtigde na
vijf jaar onafgebroken werken zelfstandig ten minste 75% van het maatmaninkomen kan
verdienen. Als iemand dus voldoende kan verdienen ten opzichte van het maatmaninkomen,
dan eindigt het Wajong-recht en daarmee ook het garantiebedrag. Een juiste vaststelling
van het maatmaninkomen is dus belangrijk.
Voor Wajonggerechtigden wordt het maatmaninkomen bij de start van de uitkering meestal
vastgesteld op het wettelijk minimumloon (wml) per uur inclusief vakantiegeld. Na
de vaststelling van het maatmaninkomen wordt deze niet aangepast aan (de stijging
van) het wml, maar volgens de CBS-index van de cao-lonen per uur. Dit is vastgelegd
in het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.
De CBS-index van de cao-lonen per uur loopt de afgelopen jaren niet in pas met de
indexering van het wettelijk minimumloon. Dit komt door de beleidsmatige verhoging
van het wml per januari 2023 met ruim 8%. Daardoor is het wml harder gestegen dan
de CBS-index van de cao-lonen per uur. Dat leidt ertoe dat een groot deel van de Wajonggerechtigden
door indexering nu een maatmaninkomen onder het wml heeft.
Dit raakt de groep Wajonggerechtigden die weliswaar 75% van het door indexering verlaagde
maatmaninkomen verdient, maar minder dan 75% van het huidige wml.11 Het ligt in de rede dat de betreffende groep Wajonggerechtigden na beëindiging van
hun uitkering direct om herleving zal vragen en naar verwachting weer zullen instromen.
Bij een verzoek op herleving zal beoordeeld worden of zij in staat zijn om 75% van
het maatmaninkomen te verdienen. De verwachting is dat verzekeringsarts en arbeidsdeskundige
zullen oordelen dat dat niet geval is. Deze beoordeling vindt plaats binnen de kaders
en richtlijnen van een sociaal-medische beoordeling, maar er blijft sprake van een
zekere mate van professionele zelfstandigheid. Een herlevingsaanvraag vergt veel van
de Wajonggerechtigde, kan stress oproepen, wat de inzetbaarheid kan beïnvloeden, en
kan leiden tot onzekerheid over het (totaal)inkomen. Ook voor UWV leidt de beoordeling
van herlevingsaanvragen tot inzet van schaarse (sociaal-medische) uitvoeringscapaciteit.
Ik wil daarom in het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten aanpassen en regelen
dat voor de Wajong het maatmanloon op het wml wordt vastgesteld, als de uitkomst van
de indexering van het maatmanloon op basis van de CBS-index voor cao-lonen onder wml
terecht komt. Dit zal aan uw Kamer worden voorgelegd via een voorhangprocedure. Vooruitlopend
op de wijziging van het Schattingsbesluit, sta ik UWV toe op deze uitvoering reeds
te anticiperen. Inschatting is dat bij ongeveer 5% van de Wajonggerechtigden in de
piek van beëindigingen de uitkering niet beëindigd wordt.
3. Tot slot
Met de maatregelen waarover ik u in deze brief informeer, hoop ik ervoor te zorgen
dat deze beëindigingen op een zorgvuldige manier afgehandeld worden en mensen daarbij
de ondersteuning krijgen die zij nodig hebben. Hoewel het altijd de bedoeling is geweest
dat het garantiebedrag op een gegeven moment beëindigd zou worden en het een goed
teken is dat zoveel mensen met een Wajong-uitkering hun eigen inkomen zijn gaan verdienen,
begrijp ik dat het wegvallen van dit bedrag een grote impact op mensen kan hebben.
Om die reden zal ik, in samenwerking met UWV, de afhandeling van de beëindiging van
de Wajong-uitkeringen nauwlettend in de gaten houden en uw Kamer hierover periodiek
informeren via de Stand van de Uitvoering sociale zekerheid.
In verband met mijn voornemen toe te staan dat UWV vanaf 1 januari 2026 handelt conform
de in deze brief opgenomen maatregelen, stuur ik een afschrift van deze brief naar
de Eerste Kamer.
Afsluitend meld ik dat de Periodieke Evaluatie van de Wajong niet eind 2025, maar
waarschijnlijk in het eerste kwartaal van 2026 met u gedeeld zal worden, omdat de
eerder toegezegde toezending hiervan eind 2025 onhaalbaar is gebleken. Er is vertraging
opgetreden door de inzet van capaciteit ten behoeve van de uitwerking van de in deze
brief opgenomen maatregelen.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.N.J. Nobel
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.N.J. Nobel, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid