Brief regering : Diverse onderwerpen op het gebied van migratie
30 573 Migratiebeleid
19 637
Vreemdelingenbeleid
Nr. 238
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 december 2025
In deze brief kom ik onder meer terug op verschillende – door uw Kamer aangenomen
– moties en toezeggingen met betrekking tot diverse onderwerpen op het gebied van
migratie.
SJenV zegt toe te (laten) onderzoeken in hoeverre het mogelijk is de kwantitatieve
inzet van lichtere toezichtmaatregelen te meten.
In 2021 is aan uw Kamer toegezegd te onderzoeken in hoeverre het mogelijk is de kwantitatieve
inzet van lichtere toezichtmaatregelen te meten. Deze toezegging vloeit voort uit
de constatering dat er onvoldoende gegevens beschikbaar zijn over de toepassing van
deze maatregelen en dat geen onderscheid kan worden gemaakt in het effect van de verschillende
middelen. In de Staat van Migratie wordt jaarlijks inzage gegeven in het aantal opgelegde
gebiedsgeboden. Ook kan worden gerapporteerd over de meldplicht, voor zover bekend
bij de Dienst Terugkeer en Vertrek. Gegevens over ingenomen of gevorderde reisdocumenten
(zoals een paspoort) worden weliswaar geregistreerd in de systemen van de ketenpartners,
maar cijfermatige gegevens kunnen momenteel niet aan deze systemen worden ontleend.
Dit vergt aanvullende capaciteit die thans niet beschikbaar is.
Motie van het lid Eerdmans over altijd de verblijfsvergunning intrekken in geval van
eerwraak1.
In de motie Eerdmans van 10 september jl. wordt het kabinet gevraagd om in geval van
eerwraak altijd de verblijfsvergunning in te trekken.
Eerwraak is een verschrikkelijk misdrijf. Dit kabinet zal waar mogelijk altijd tot
intrekking van de verblijfsvergunning van de dader overgaan.
Een absolute toezegging om altijd de verblijfsvergunning in te trekken, kan echter niet gegeven worden. Het kabinet
is daarbij gehouden aan geldende wet- en regelgeving. Voor het intrekken van de verblijfsvergunning
op grond van gevaar voor de openbare orde, is ten minste een onherroepelijke rechterlijke
veroordeling van de desbetreffende vreemdeling nodig. Naarmate een vreemdeling langer
in Nederland verblijft, dient de opgelegde straf zwaarder te zijn; deze zogenoemde
«glijdende schaal» is neergelegd in artikel 3.86 van het Vreemdelingenbesluit 2000.
Daarnaast is de IND gehouden om te toetsen aan het evenredigheidsbeginsel of er specifieke
redenen zijn, zoals de aanwezigheid van kleine kinderen, die de intrekking van de
verblijfsvergunning zouden kunnen belemmeren. En bij een aantal categorieën vreemdelingen,
asielstatushouders, EU-burgers en hun gezinsleden, langdurig ingezetene derdelanders
en Turken die verblijfsrecht ontlenen aan het Associatieverdrag met EU-Turkije, moet
de IND op grond van het EU-recht toetsen of de vreemdeling nog steeds een actuele bedreiging vormt voor de fundamentele belangen van de samenleving.
MAenM zegt toe de Kamer na afronding van het dossier inzake de financiële onrechtmatigheid
bij GoedWerk te informeren over de uitkomst, tijdslijn en getroffen maatregelen
Bij de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV) is een financiële onregelmatigheid geconstateerd,
waar ik uw Kamer op 11 juli jl.2 op basis van de handreiking melding integriteitsschendingen (potentieel) significante
financiële gevolgen voor het Rijk over heb geïnformeerd. De Auditdienst Rijk (ADR),
de Algemene Rekenkamer (ARK) en het Ministerie van Financiën zijn destijds geïnformeerd.
De (potentiële) financiële impact bedraagt meer dan € 100.000.
Inmiddels zijn het onderzoek en de in dat kader gangbare procedures afgerond, en zijn
er financiële onregelmatigheden vastgesteld in de subsidieverantwoording van Stichting
Goedwerk. Als gevolg daarvan heeft DTenV ca. € 250.000 aan subsidie teruggevorderd
voortvloeiend uit de vaststelling van het project OZV 7.0. Deze terugvordering is
in rechte vast komen te staan. Uiteenlopende stappen (onder meer beslaglegging) hebben
tot heden niet geleid tot terugbetaling. De vaststelling van het laatste project:
OZV 8.0, dat door Stichting Goedwerk met subsidie van de DTenV is uitgevoerd heeft
plaatsgevonden. Besloten is om bij de ambtshalve vaststelling van het project OZV
8.0 rekening te houden met het gerealiseerde aantal vertrekkers zoals ook de landsadvocaat
heeft geadviseerd. Dat betekent dat de subsidie voor dit project vastgesteld zal worden
op € 305.335. Een bedrag van € 140.316 zal worden teruggevorderd. Dit komt boven op
de nog openstaande vordering van ca. € 250.000 voortvloeiend uit vaststelling van
het project OZV 7.0. Stichting Goedwerk heeft de mogelijkheid om rechtsmiddelen aan
te wenden tegen dit besluit.
Gebleken is dat er vanuit het subsidierecht geen verdere maatregelen getroffen kunnen
worden tegen Stichting Goedwerk noch is er aanleiding om via de strafrechtelijke weg
actie te ondernemen. Binnen DTenV is extra aandacht besteed aan verschillende beheersmaatregelen
zoals het aanpassen van de wijze van bevoorschotting en, daar waar gewenst, het uitvoeren
van intensievere tussentijdse controles.
De Minister van Asiel en Migratie,
D.M. van Weel
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Asiel en Migratie