Brief regering : Vernieuwing Wet op de consignatie van gelden en grondslagen consignatie
32 013 Toekomst financiële sector
Nr. 313
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 december 2025
De Wet op de consignatie van gelden (Wcg) is aan herziening toe. De wet is verouderd
en werkt in de praktijk niet goed meer. De wet regelt de bewaring door de staat van
geld van burgers en instellingen. Dit geld, dat wordt bewaard in de zogeheten consignatiekas,
is bestemd voor derden die het geld niet zelf in ontvangst kunnen nemen, zoals erfgenamen
die onbekend zijn of schuldeisers die zich niet hebben gemeld. Het Ministerie van
Financiën beheert de consignatiekas. Met deze brief informeer ik u, mede namens de
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, over de knelpunten in de huidige wetgeving,
en over mijn voornemen om de Wcg en de grondslagen voor consignatie in andere wetgeving
te vernieuwen.
De huidige Wet op de consignatie van gelden
De Wcg bestaat hoofdzakelijk uit technische regels over de wijze waarop en de voorwaarden
waaronder geconsigneerd kan worden, en regels over de wijze waarop het geld door de
rechthebbende kan worden verkregen. De grondslagen om te mogen consigneren, staan
niet in de Wcg. Deze zijn te vinden in specifieke wetten, zoals het Burgerlijk Wetboek,
de Faillissementswet of de Omgevingswet. De huidige Wcg dateert van 1980 en is sindsdien
niet noemenswaardig gewijzigd.1 De wet is verouderd en om die reden aan vernieuwing toe. Ook de grondslagen voor
consignatie zijn in de loop der tijd niet of nauwelijks aangepast.
Knelpunten in de praktijk
De huidige Wcg en de bestaande grondslagen voor consignatie leiden in de praktijk
tot een aantal knelpunten. Grofweg zijn die in vier categorieën in te delen.
1. Knelpunten als gevolg van de ouderdom van de Wet op de consignatie van gelden
Veel bepalingen uit de Wcg sluiten niet meer aan op andere inmiddels geldende wetgeving.
Zo sluiten de bepalingen uit de Wcg tekstueel en inhoudelijk niet goed aan op de Algemene
wet bestuursrecht, waaraan ik ben gebonden bij de uitoefening van mijn bevoegdheden
op basis van de Wcg. Ook is de betekenis van sommige bepalingen door tijdsverloop
in combinatie met een summiere memorie van toelichting uit 1980 of onheldere redactie
onduidelijk geworden of achterhaald. Dat geldt bijvoorbeeld voor bepalingen die nog
uitgaan van contante storting van gelden, terwijl consignatie tegenwoordig altijd
giraal gebeurt.2 Als gevolg hiervan ontstaat onduidelijkheid en rechtsonzekerheid voor de gebruikers
van de consignatiekas en ontstaan problemen in de uitvoering. Deze knelpunten in de
Wcg nopen tot algehele herziening en modernisering van deze wet.
2. Onduidelijkheden en inconsistenties in de bestaande grondslagen voor consignatie
De grondslagen om in een bepaald geval te mogen consigneren zijn voor het grootste
deel al lange tijd niet meer herzien. Dit leidt tot problemen in de praktijk. Zo bevatten
bepalingen inconsistenties of onduidelijkheden. Daardoor is in sommige gevallen niet
goed duidelijk wat de strekking van de consignatiegrondslag is, hoe ver deze reikt
of hoe deze zich verhoudt tot vergelijkbare bepalingen. Dit probleem speelt met name
bij erfenissen, waarbij voor erfgenamen en notarissen niet duidelijk is aan welke
voorwaarden zij moeten voldoen om te mogen consigneren. Ook bij consignatie in het
kader van faillissementen bevatten de grondslagen voor consignatie onduidelijkheden.
Ik onderzoek of deze bepalingen vernieuwd kunnen worden en daarbij inconsistenties
en onduidelijkheden weggenomen kunnen worden.
3. Ontbrekende grondslagen voor consignatie
Het komt regelmatig voor dat burgers of instellingen behoefte hebben aan de mogelijkheid
om te consigneren, terwijl daar momenteel geen grondslag voor bestaat. De Wcg biedt
wel de discretionaire bevoegdheid om in een individueel geval consignatie toe te staan,
maar niet als er structureel behoefte aan een mogelijkheid tot consignatie bestaat.
Die behoefte bestaat bijvoorbeeld bij nalatenschappen waarbij een deel van de erfgenamen
onbekend of onvindbaar is. Ik onderzoek of ik bij de vernieuwing van de Wcg in deze
behoefte aan een grondslag voor consignatie kan voorzien. Daarnaast onderzoek ik of
er andere gevallen zijn waarin maatschappelijke behoefte bestaat voor een grondslag
voor consignatie.
4. Overbodige grondslagen voor consignatie
Tot slot bestaan er grondslagen voor consignatie die in de praktijk niet (meer) gebruikt
worden. Dat geldt bijvoorbeeld voor de grondslagen voor consignatie in de Wet op de
lijkbezorging3 voor de afkoopsom voor de schadeloosstelling in verband met het verbod op begraven
in kerkgebouwen en in de Wet op de strandvonderij met betrekking tot aangespoelde
zaken. Deze grondslagen zijn in de afgelopen decennia niet meer gebruikt en het ligt
daarom voor de hand om te onderzoeken of deze grondslagen geschrapt kunnen worden.
Planning vernieuwing Wet op de consignatie van gelden
Ik bereid een wetsvoorstel voor waarin bovenstaande knelpunten worden opgelost. Dit
zal ik doen in nauwe afstemming met de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
De Minister van Financiën,
E. Heinen
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
E. Heinen, minister van Financiën