Brief regering : Kittens met vogelgriep en de nieuwe humane risico-inschatting van de Risk Assessment groep van het RIVM
28 807 Vogelpest (Aviaire influenza)
28 286 Dierenwelzijn
Nr. 311 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 1 december 2025
Met deze brief informeer ik de Kamer, mede namens de Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport, onder andere over kittens met vogelgriep en de nieuwe humane risico-inschatting
van de Risk Assessment groep van het RIVM. In deze brief laat ik weten wat katteneigenaren
kunnen doen als hun dier verschijnselen vertoont passend bij vogelgriep en geef ik
informatie en adviezen voor mensen die met wilde vogels in aanraking komen. Dit laatste
doe ik naar aanleiding van de verhoogde aanwezigheid van vogelgriepvirus bij levende
wilde eenden, waar ik de kamer afgelopen 13 november (Kamerstuk 28 807, nr. 310) over heb geïnformeerd. De huidige vogelgriepsituatie is zeer zorgelijk. Ik heb daarom
het bezoekersverbod voor commerciële pluimveebedrijven aangescherpt zoals vermeld
in deze brief.
Kittens met vogelgriep
Op 19 november jl. heeft Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) gemeld dat er een
kitten positief is getest op hoogpathogene vogelgriep (HPAI) op een locatie waar ook
melkgeiten worden gehouden. Het gaat om de H5N1-variant van het HPAI-virus. Het betreffende
kitten was dood gevonden door de eigenaar. Afgelopen 20 november is het specialistenteam
van de NVWA op de locatie geweest voor een inventarisatie en heeft de dieren onderzocht
en bemonsterd. Op het bedrijf waren geen andere kittens uit het nest meer aanwezig,
maar wel nog drie volwassen katten waaronder de moederkat van het overleden kitten.
Zowel de katten als de aanwezige melkgeiten zijn onderzocht door de NVWA. Geen van
deze dieren vertoonde klinische verschijnselen. WBVR heeft de monsters van de katten
en melkgeiten getest op vogelgriepvirus. In de monsters is gelukkig geen vogelgriepvirus
aangetoond.
De andere zeven kittens uit het nest zijn, nadat ze naar verschillende nieuwe eigenaren
zijn gegaan, ook overleden. Waarschijnlijk ook aan het vogelgriepvirus. Hoe de kittens
besmet zijn geraakt met het vogelgriepvirus is niet zeker. De eigenaar heeft aangegeven
dat het moederdier op 27 oktober een karkas van een wilde vogel heeft gevonden en
mee naar het nest heeft genomen. Het vermoeden is dat deze vogel besmet was met het
vogelgriepvirus en de kittens besmet zijn geraakt door het eten van deze vogel. De
NVWA heeft de lokale GGD geïnformeerd over de situatie en zij hebben contact gehad
met alle nieuwe eigenaren van de kittens. Daar waar dat, in verband met de incubatietijd,
nog nuttig was hebben de eigenaren een test op vogelgriep aangeboden gekregen. Bij
een aantal van hen is actieve monitoring ingezet. Tot nu toe heeft niemand van de
betrokkenen klachten ontwikkeld.
Het is bekend dat katten, net als andere zoogdieren, vogelgriep kunnen krijgen. Zo
is recent nog een vos gevonden met HPAI en eerder is ook vogelgriep vastgesteld bij
bijvoorbeeld bunzingen, steenmarters en zeehonden. Ook heeft de Faculteit Diergeneeskunde
al eerder antistoffen tegen het vogelgriepvirus aangetoond bij Nederlandse zwerfkatten
(Kamerstuk 28 807, nr. 2936) en huiskatten die buitenkomen (Kamerstuk 28 807, nr. 306). Dit is de eerste keer dat het vogelgriepvirus is aangetoond in een Nederlandse
kat en het dier hieraan is doodgegaan. In andere landen zijn wel al eerder meldingen
geweest van katten die verschijnselen vertoonde passend bij vogelgriep en dood zijn
gegaan aan het vogelgriepvirus, zoals in Frankrijk, Polen, Italië, Canada, Verenigde
Staten en Zuid-Korea.
Het vaststellen van vogelgriep bij kittens past binnen het bestaande beeld dat het
virus bij zoogdieren kan voorkomen. Dit is de eerste keer dat bij de NVWA een melding
is binnengekomen van een huiskat die positief testte op hoogpathogene vogelgriep.
De kans dat een kat of andere zoogdieren besmet raken is klein. Desondanks is het
van belang dat katteneigenaren alert blijven. Wanneer een kat ziekteverschijnselen
vertoont die passen bij vogelgriep, nadat het dier mogelijk in contact is geweest
met een besmette vogel, wordt geadviseerd direct een dierenarts te raadplegen en passende
hygiënemaatregelen te nemen. Mogelijke symptomen zijn onder andere: koorts, hijgen
of benauwdheid, sloomheid, oogontsteking, loopneus, roodheid van de ogen, slijmerige
neus- of ooguitvloeiing en neurologische verschijnselen zoals trillen of een wankele
gang.
Informatie voor katteneigenaren is beschikbaar op de website van de Rijksoverheid. Daarnaast geldt een meldplicht voor positieve laboratoriumuitslagen van HPAI bij zoogdieren, waaronder katten. Vooralsnog is het risico
van overdracht van vogelgriep tussen dieren en mensen laag, het is sporadisch voorgekomen
in het buitenland bij nauw contact tussen mensen en besmette dieren. Gelet op het
mogelijke zoönotische risico wordt de situatie echter nauwgezet gemonitord.
Risico inschatting humaan
De Risk Assessment groep (RA-groep) vogelgriep van het RIVM houdt samen met andere
kennisorganisaties zicht op vogelgriep in Nederland en andere landen en schat in hoe
groot het risico op infectie met het HPAI-virus is voor de volksgezondheid. Deze expertgroep
is op 11 november jl. bij elkaar gekomen. Voor hun inschatting maakt zij gebruik van
openbare informatie uit wetenschappelijke artikelen, rapportages door overheden en
informatie beschikbaar binnen de diverse (internationale) projectgroepen waar de experts
bij betrokken zijn. Zij schatten het risico op dit moment nog steeds in als zeer laag
voor de algemene Nederlandse bevolking. Wel schat de expertgroep het risico voor mensen
die voor hun werk met besmette dieren in aanraking komen nu in als gemiddeld. Dit
risico was eerder laag-gemiddeld. Door het hoge aantal besmettingen bij wilde vogels
en bij pluimveehouderijen, is de kans op blootstelling voor mensen die voor hun werk
met (mogelijk) besmette dieren in aanraking komen nu hoger dan eerder.1
Gelet op de verhoogde aanwezigheid van vogelgriepvirus bij levende wilde eenden, zoals
ik heb aangegeven in de Kamerbrief van afgelopen 13 november (Kamerstuk 28 807, nr. 310), en dat deze voor een belangrijk deel geen verschijnselen vertonen, heeft de RA-groep
aanvullende vragen over dit signaal gesteld. Belangrijkste vraag was in hoeverre beroepsmatig
betrokken personen (kooiker, jager, poelier) en consumenten ongemerkt blootgesteld
kunnen worden. Er werd geconstateerd dat inmiddels rond de 25% van de onderzochte
levende wilde eenden positief testen op vogelgriepvirus. Deze wilde eenden vertoonden
geen verschijnselen passend bij vogelgriep. Dit soort vogels worden op dit moment
mogelijk ook geschoten of gevangen en geslacht voor consumptie. Het vervoer en met
name het slachtproces levert daarbij een risico op, in het bijzonder het plukken en
villen van de dieren. Het risico van het eten van voldoende verhit eendenvlees is
verwaarloosbaar. Naar aanleiding hiervan heb ik de betrokken partijen (kooiker, jager,
poelier) op de hoogte gesteld van de risico’s, en geadviseerd over het gebruik van
persoonlijke beschermingsmiddelen en wat te doen bij klachten.
Omdat uit eerdere onderzoeken al bekend was dat eendensoorten zonder duidelijke symptomen
vogelgriep kunnen hebben, bestaat er al langer een strengere meldplicht voor de eendenhouderijen. Hierbij moet bijvoorbeeld ook al gemeld worden bij vroege
symptomen als verminderde voedselopname. In de praktijk zijn hierdoor in eerdere vogelgriepseizoenen
uitbraken bij eendenhouderijen snel gedetecteerd. Daarom lijkt er voor personen werkzaam
op eendenhouderijen dan ook geen verhoogd risico op (ongemerkte) blootstelling, vergeleken
met andere pluimveehouderijen. Er is wel een verhoogd risico voor mensen die met mogelijk
besmette levende wilde vogels in aanraking komen vanuit hun (vrijwilligers) werk,
zoals vogelringers en mensen werkzaam op de dierenambulance of in de dierenopvang.
Ook deze zijn op de hoogte gesteld van het toegenomen risico, het belang van het gebruik
van persoonlijke beschermingsmiddelen en wat te doen bij klachten.
Wees alert bij contact met wilde vogels
Voor iedereen die in contact komt met wilde vogels geldt dat men erop bedacht moet
zijn dat wilde vogels besmet kunnen zijn, met name wilde eenden. Bij het hanteren
van levende wilde vogels of kadavers is het daarom belangrijk dat de veiligheidsmaatregelen
in acht worden genomen zoals beschreven in de Leidraad omgang met wilde dieren met vogelgriep. Ik wil ook (nogmaals) wijzen op het belang van de (humane) griepvaccinatie om de
kans op het ontstaan van nieuwe mengvorm van de humane griep en vogelgriep te verkleinen.
Aanscherping bezoekersverbod en tentoonstellingsverbod
Per 26 november is het bezoekersverbod voor commerciële pluimveebedrijven verder aangescherpt vanwege de huidige vogelgriep
situatie. Bezoek is enkel toegestaan als het noodzakelijk is voor de volksgezondheid,
diergezondheid, het dierenwelzijn of de gezondheid van in de stal aanwezige personen.
Onder deze noodzakelijke bezoeken vallen ook toezichthoudende taken die verband houden
met de naleving van regels op het vlak van voornoemde belangen.
Daarnaast zal op korte termijn ook het tentoonstellingsverbod worden aangescherpt.
Eerder gold er al een tentoonstellingsverbod voor risicovogels (Kamerstuk 28 807, nr. 309), met deze verzwaring geldt het verbod voor alle vogels.
Tot slot
De besmettingen met gehouden en wilde vogels houden velen bezig. Ik maak me veel zorgen
over de ontwikkelingen. Het is zeer ingrijpend voor houders, maar ook voor andere
betrokkenen in het veld, zoals medewerkers van de gemeente, dierenhulporganisaties,
terreinbeherendeorganisaties en het Dutch Wildlife Health Centre die wilde dieren
onderzoekt op vogelgriep. Medewerkers van het laboratorium Wageningen Bioveterinary
Research, de Gezondheidsdienst voor Dieren, de ruimingsploegen, de NVWA en vele anderen
werken dag en nacht ten behoeve van de bestrijding van vogelgriep op houderijen. Mede
doordat houders verdenkingen snel melden kunnen we nieuwe besmettingen snel bestrijden.
Ik wil mijn waardering uitspreken voor de inzet van alle betrokken.
Door de korte lijnen tussen NVWA, RIVM en GGD en de pro-actieve surveillance van de
GGD’en, inclusief het eventuele testen bij klachten van de houder en werknemers van
een besmet bedrijf, houd ik ook zicht op onverhoopte humane besmettingen. Ik roep
daarom alle getroffen houders op gebruik te maken van het (vrijwillige) aanbod van
de GGD om te testen bij klachten.
Dat kittens, net zoals andere zoogdieren, besmet kunnen raken met het vogelgriepvirus
is niet nieuw. Wel wil ik katteneigenaren oproepen alert te blijven en bij klachten passend bij vogelgriep direct contact op te nemen met de dierenarts. Daarnaast roep ik iedereen die in contact
komt met wilde vogels op om de veiligheidsmaatregelen in acht te nemen. Ik blijf u, samen met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport, informeren over relevante ontwikkelingen rondom vogelgriep.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, F.M. Wiersma
Indieners
-
Indiener
F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur