Brief regering : Wetsevaluatie Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018 (Wmcz 2018)
34 858 Nieuwe bepalingen met betrekking tot de medezeggenschap van cliënten in zorginstellingen (Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018)
Nr. 46 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 november 2025
Op grond van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018 (Wmcz 2018) dient
binnen vijf jaar na inwerkingtreding een verslag over de doeltreffendheid en effecten
van de Wmcz 2018 in praktijk aan de Staten-Generaal te worden gezonden. Ter uitvoering
van deze wettelijke verplichting heeft mijn ambtsvoorganger aan Berenschot B.V. opdracht
gegeven de wetsevaluatie van de Wmcz 2018 uit te laten voeren. Het rapport van Berenschot
B.V. met de wetsevaluatie zit als bijlage bij deze brief. Deze evaluatie wordt gelijktijdig
aangeboden aan de Eerste Kamer.
De Wmcz 2018 geldt voor zorginstellingen, jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen1 en heeft als belangrijkste doelen de positie van cliëntenraden te verstevigen ten
opzichte van instellingen, en tegelijkertijd tegemoet te komen aan de wens van instellingsbesturen
en cliëntenorganisaties tot grotere ruimte voor maatwerk. Bij de evaluatieopdracht
stond de vraag centraal of de doelen die de wetgever voor ogen had met de Wmcz 2018
zijn gerealiseerd.
In het rapport met de wetsevaluatie concluderen de onderzoekers dat de Wmcz 2018 over
het algemeen voldoet. Zij concluderen verder als volgt:
• Niet alle zorginstellingen en jeugdhulpaanbieders die onder de Wmcz 2018 vallen, hebben
na vijf jaar een cliëntenraad ingericht;
• Redenen om geen cliëntenraad op te richten zijn: een gebrek aan animo bij cliënten,
kortdurend verblijf, te jonge cliënten of het gegeven dat inspraak/medezeggenschap
al op een andere wijze van medezeggenschap plaatsvindt;
• 37% van de respondenten geeft aan dat cliëntenraden daadwerkelijk meer invloed hebben
gekregen door de Wmcz 2018 op besluiten van het bestuur;
• Knelpunten bij het kunnen uitoefenen van medezeggenschap zijn onvoldoende of te late
informatievoorziening, gebrekkige terugkoppeling en beperkte achterbanraadpleging;
• De uitvoering van de wet is sterk afhankelijk van de cultuur binnen de instelling
en de betrokkenheid of deskundigheid van personen (zowel bij de leden van het bestuur
als de leden van de cliëntenraad);
• In de eerste lijn en bij medisch specialistische bedrijven is geen positieve cultuuromslag
te zien, omdat zij geen nut en noodzaak zien in het oprichten van een cliëntenraad;
• De verplichting tot verstrekken van financiële middelen en ondersteuning wordt in
de praktijk verschillend uitgevoerd;
• Door meer ruimte voor maatwerk ontstaan enerzijds meer vormen van medezeggenschap
naast de cliëntenraad en anderzijds ontstaan andere vormen van medezeggenschap die
niet altijd aan de verplichtingen van Wmcz 2018 voldoen;
• De Wmcz 2018 biedt onvoldoende basis voor (regionale) samenwerkingsverbanden;
• De meeste zorg- en jeugdhulpaanbieders merken weinig van het extern toezicht door
de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) op aanwezigheid van cliëntenraden.
De onderzoekers concluderen dat de Wmcz 2018 meer juridische basis voor het versterken
van de cliëntenraad en ruimte voor maatwerk biedt. Het daadwerkelijk invloed op de
besluitvorming bij instellingen en jeugdhulpaanbieders kunnen uitoefenen, is voor
een groot deel afhankelijk van de bestuurscultuur, bestuurshouding en de praktische
invulling van de rechten. De onderzoekers zien geen reden om de wettekst aan te passen,
maar geven aanbevelingen om het animo bij cliëntenraden te vergroten en een cultuurverandering
te bereiken.
De onderzoekers doen vijf aanbevelingen voor besturen van instellingen, te weten:
1. Bestuurders moeten in scholing over de Wmcz 2018 investeren om de inspraak en medezeggenschap
cultuur binnen de instelling te versterken;
2. Bestuurders moeten het initiatief nemen om een professionele- en structurele onafhankelijke
ondersteuning te faciliteren. En daarvoor richtlijnen vaststellen afhankelijk van
type en omvang van de instelling;
3. Bestuurders moeten medezeggenschap aantrekkelijker maken door het vergoeden van een
onkostenvergoeding die tenminste marktconform is;
4. Bestuurders moeten tijdig de belangrijkste onderwerpen door de onafhankelijke ondersteuners
laten voorbereiden in een begrijpelijke taal en behapbare documenten;
5. Bestuurders en cliëntenraden moeten zich samen inzetten voor ledenwerving en achterbanraadpleging.
Daarnaast doen zij de volgende twee aanbevelingen voor het Ministerie van VWS:
1. Verduidelijk wanneer de Wmcz 2018 van toepassing is;
2. Stimuleer de kenbaarheid van de Wmcz 2018.
Ik ben de onderzoekers van Berenschot BV dankbaar voor het onderzoek dat zij hebben
verricht. Ook alle respondenten die hebben bijgedragen aan de totstandkoming van dit
rapport, wil ik hartelijk danken voor hun inbreng.
Ik ga eerst gesprekken voeren met het veld en nadenken over de vervolgstappen naar
aanleiding van de conclusies van dit rapport. Voor de zomer wordt uw Kamer geïnformeerd
over deze vervolgstappen.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, N.J.F. Pouw-Verweij
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
N.J.F. Pouw-Verweij, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport