Brief regering : Toezegging gedaan tijdens het commissiedebat EU-Verordening ter bestrijding van online seksueel kindermisbruik van 24 november 2025
32 317 JBZ-Raad
34 843 Seksuele intimidatie en geweld
31 015 Kindermishandeling
Nr. 979 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID EN VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS
VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 25 november 2025
Tijdens het commissiedebat van 24 november jl. is met uw Kamer gesproken over de Verordening
ter bestrijding van online seksueel kindermisbruik, ook wel de CSAM-Verordening genoemd.
Met deze brief worden de toezeggingen aan uw Kamer zoals gedaan in het commissiedebat
gestand gedaan.
Kabinetsstandpunt
In het Deense voorstel dat nu voorligt is verplichte detectie van online seksueel
beeldmateriaal van kinderen helemaal uit het voorstel geschrapt en end-to-end-encryptie
wordt niet onmogelijk gemaakt. In plaats daarvan wordt voorgesteld de mogelijkheden
die bedrijven nu op grond van een tijdelijke derogatieregeling hebben om op eigen
initiatief te detecteren, permanent te maken.
Zoals in onze brief van 18 november aangegeven, hebben wij zorgen over het permanent
maken van vrijwillige detectie in de CSAM-Verordening.1 Deze zorgen worden gedeeld binnen het kabinet. De genoemde zorgen zien op de privacy,
de grondrechten en de digitale weerbaarheid. Bij het verlengen van de tijdelijke regeling
is er telkens een nieuw weegmoment waarbij kan worden gekeken naar deze zorgen en
een lidstaat zich desgewenst kan uitspreken. Bij het permanent maken is zo’n periodiek
weegmoment er niet meer.
Advies AIVD
Voor de standpuntbepaling van het kabinet voor de CSAM-verordening heeft het kabinet
advies ingewonnen bij de AIVD. De AIVD merkt in het advies expliciet op dat cybersecurity
slechts één facet van de discussie betreft; er zijn ook overwegingen vanuit andere
perspectieven (privacy, grondrechten, opsporing) die meegewogen dienen te worden.
Vanuit het perspectief van cybersecurity neemt het nieuwe voorstel de zorgen van de
AIVD nog onvoldoende weg. De cybersecurityrisico’s van het voorstel moeten worden
bezien vanuit het perspectief van een hacker, die misbruik zal proberen te maken van
de functionaliteit waarmee CSAM gedetecteerd moet worden. Ondanks dat er cybersecurityeisen
worden gesteld aan de technologieën die de providers gebruiken om CSAM te detecteren,
blijft er nog altijd sprake van detectietechnologieën die voor hun functionaliteit
toegang nodig hebben tot persoonlijke data op mobiele devices. Bij een dergelijke functionaliteit komt een omvangrijke en complexe infrastructuur
van beheersystemen kijken. Deze combinatie van een groot aantal toegangsrechten met
een complexe beheerinfrastructuur, maakt het geheel een interessant potentieel doelwit
voor kwaadwillende (statelijke) cyberactoren om potentieel toegang te krijgen tot
grote hoeveelheden mobiele gegevens. Hoewel de veiligheid van dergelijke systeem uiteindelijk
afhangt van de implementatie, brengt het ontwerp van deze maatregel in beginsel een
groter aanvalsoppervlak met zich mee, dat bovendien moeilijk te beheersen is. Dit
resulteert in een situatie waarvan de AIVD de risico's voor de digitale weerbaarheid
nog altijd als zeer hoog inschat.
Visie Offlimits en Autoriteit online Kinderpornografisch Materiaal
Ook hebben wij uw verzoek de visie van Offlimits en de Autoriteit online Kinderpornografisch
Materiaal (ATKM) te vernemen naar deze twee organisaties doorgeleid. Aangezien dit
een stichting respectievelijk zelfstandig bestuursorgaan betreft, is met deze partijen
besproken dat zij de Kamer zelfstandig kunnen informeren over hun inzichten met betrekking
tot de CSAM-Verordening. Offlimits heeft gemeld dat de grootste zorg van Offlimits
met de toevoeging van overweging 17a is weggenomen. Deze overweging zou verder versterkt
moeten worden door de strekking van de overweging, die benadrukt dat niets in deze
Verordening mag leiden tot of opgevat mag worden als een verplichting voor aanbieders
om te detecteren, in een artikel van de Verordening op te nemen. Offlimits beschouwt
vrijwillige detectie, naast de huidige praktijk, als een morele verplichting voor
bedrijven om de veiligheid van hun omgeving te waarborgen. Offlimits pleit er voor
dit uitsluitend te doen met bekend beeldmateriaal en niet met betrekking tot grooming
(of in een later stadium eventueel audio). De ATKM heeft gemeld Europese wetgeving
om de verspreiding van online kinderpornografisch materiaal tegen te gaan onontbeerlijk
te achten. De ATKM acht het verder cruciaal voor een effectieve aanpak van de verspreiding
van dit materiaal dat vrijwillige detectie mogelijk blijft en is voorstander van deze
mogelijkheid.
Tot slot
Cybersecurity is slechts één facet van de discussie. Andere perspectieven zoals privacy,
grondrechten en opsporing hebben ook meegewogen bij het bepalen van het huidige kabinetsstandpunt
ten aanzien van vrijwillige detectie. Zoals aangegeven in de Kamerbrief van 18 november
jl. is de positie die Nederland moet innemen ten aanzien van het huidige voorstel
zowel een kwestie van complexe inhoudelijke afwegingen als van strategische belangen
in het Europese krachtenveld. Daarbij is van belang dat enerzijds zo veel mogelijk
wordt ingezet op het tegengaan van de verspreiding van dit vreselijke materiaal en
dat anderzijds recht wordt gedaan aan grondrechtelijke zorgen, de digitale weerbaarheid
van de lidstaten en de privacy van gebruikers van internetdiensten.
Het kabinet hoopt dat deze informatie bijdraagt aan een verdere verduidelijking van
de kabinetsinzet om zich te onthouden inzake het voorliggende Deense voorstel en behulpzaam
is bij het verdere besluitvormingsproces rond de CSAM-Verordening.
De Minister van Justitie en Veiligheid, F. van Oosten
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, F. Rijkaart
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. van Marum
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede ondertekenaar
F. Rijkaart, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Mede ondertekenaar
E. van Marum, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties