Brief regering : A-brief Maritieme kinetische counter-UAS
27 830 Materieelprojecten
Nr. 473 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 november 2025
De recente incidenten met drones boven de Nederlandse vliegvelden en de eerdere incidenten
met Russische drones in Polen en Roemenië laten herhaaldelijk zien dat de dreiging
van uncrewed aerial systems (UAS), oftewel onbemenste luchtsystemen, groot is. Deze dreiging uit zich niet alleen
boven land. Ook voor marineschepen en koopvaardij neemt de dreiging van bewapende
onbemenste luchtsystemen snel toe, zoals te zien was bij de Houthi-aanvallen met kamikazedrones
op schepen in de Rode Zee, één van ‘s werelds drukste handelsroutes. De inzet van
onbemenste luchtsystemen door zowel statelijke als niet-statelijke actoren kan tijdens
maritieme operaties ernstige operationele gevolgen hebben.
Deze dreiging die uitgaat van met name grote aantallen kamikazedrones tegelijk, leidt
tot een andere manier van optreden van onze maritieme eenheden. Tegenstanders kunnen
met de inzet van onbemenste luchtsystemen eenvoudiger een vlootverband of een eenheid
mariniers detecteren en aanvallen. Waar eigen vlooteenheden voorheen juist dicht bij
elkaar bleven om ondersteuning te kunnen leveren aan elkaar, worden zij nu genoodzaakt
over te gaan tot een meer gedistribueerde vorm van optreden. Dit betekent dat eenheden
zelfstandig moeten kunnen voorzien in de verdediging van het eigen schip, en waar
van toepassing te beschermen koopvaardij, tegen onbemenste luchtluchtsystemen. Met
het project «Maritieme kinetische counter-UAS» (C-UAS) vult Defensie de urgente behoefte bij varende eenheden van de Koninklijke
Marine aan kinetische (hardkill) afweer van onbemenste luchtsystemen, waaronder kamikazedrones,
in.
Kwalitatieve en kwantitatieve behoefte
Op dit moment zijn hier geen effectieve middelen voor beschikbaar. Hoewel in het landdomein
een verscheidenheid aan C-UAS systemen beschikbaar is, kunnen deze systemen niet zomaar
dezelfde prestaties leveren in het maritieme domein, bijvoorbeeld vanwege continue
bewegende platformen en de invloed van zout water. De huidige maritieme afweer tegen
onbemenste luchtsystemen is momenteel grotendeels softkill georiënteerd, gericht op diens verstoring of misleiding. Voor een gelaagde, robuuste
verdediging zijn ook geschikte kinetische systemen nodig, die onbemenste luchtsystemen
fysiek uitschakelen. De kinetische systemen die nu wel kunnen worden ingezet, zijn
dure raketsystemen.
Er is dus sprake van een capability gap op enerzijds het beschermen van eenheden die zelf niet beschikken over een kinetisch
systeem om onbemenste luchtsystemen uit te schakelen en anderzijds het opbouwen van
een gelaagde eigen verdediging van marineschepen als aanvulling op de close-in weapon- en softkill-systemen. De beoogde capaciteit komt hiermee te staan tussen de klein kaliber zelfverdediging
op korte afstand en de langeafstandsraketten die nodig zijn om vlootverbanden te beveiligen
tegen langeafstandsdreigingen. Het laatste is bovendien een dure capaciteit waar slechts
een beperkt aantal van aan boord van een schip passen. Daarom is een afweersysteem
tegen een middellange afstand dreiging van onbemenste systemen een urgente behoefte
die voor hogere overlevingskansen zorgt van onze varende eenheden. Met de beoogde
maritieme kinetische C-UAS capaciteit vult Defensie deze capability gap in en versterkt daarmee de maritieme gevechtskracht en afschrikking binnen o.a. NAVO-operaties
evenals de effectieve begeleiding van koopvaardijschepen.
Defensie beoogt op korte termijn deze capaciteit aan te schaffen voor varende eenheden
van de Koninklijke Marine en deze, in samenwerking met de toekomstige leverancier,
meerjarig te blijven verbeteren. Voor de oplevering van deze capaciteit gaat Defensie,
in lijn met de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie (DSII)1, primair naar de Nederlandse defensie-industrie en als dat niet toereikend blijkt,
naar de Europese industrie met Nederlandse participatie. Hiermee geeft Defensie ook
uitvoering aan de motie Nordkamp c.s.2
Gerelateerde projecten
Dit project is gerelateerd aan de instandhoudingsprogramma’s van schepen waar dit
systeem op komt, waaronder het instandhoudingsprogramma luchtverdedigings- en commandofregatten.
Een afweersysteem tegen onbemenste luchtsystemen, draagt bij aan de operationele relevantie
van de platformen.
Doeltreffendheid en doelmatigheid
Met de uitvoering van dit programma geeft Defensie, onder verwijzing naar artikel 3.1
van de Comptabiliteitswet 2016, invulling aan doeltreffendheid en doelmatigheid.
– Doeltreffendheid: Defensie voorziet in de urgente behoefte van varende eenheden van de Koninklijke
Marine voor de kinetische afweer van onbemenste luchtsystemen. Dit verkleint de kans
dat vijandelijke inzet van drones tot een ernstige belemmering of stopzetting leidt
van onze maritieme operaties wereldwijd.
– Doelmatigheid: de inzet van de bestaande lange afstand wapensystemen aan boord van de schepen van
de Koninklijke Marine die onbemenste luchtsystemen kunnen bestrijden, is niet kosten-efficiënt
ten aanzien van de dreiging van goedkope (kamikaze)drones. Specifieke middellange
afstand counter-UAS middelen vormen een meer doelmatig tegenwicht.
Financiële aspecten
Met dit project is een investering gemoeid binnen de DMP-bandbreedte van € 250 miljoen
en € 1 miljard. Deze investering komt ten laste van het investeringsbudget van Defensie.
De middelen voor dit project komen uit de aanvullende middelen die in de Voorjaarsnota
2025 aan Defensie zijn toegewezen. Defensie gaat pas onomkeerbare verplichtingen aan
na instemming van de Kamer om de middelen van de Voorjaarsnota 2025 in de begroting
op te nemen.
Planning en vooruitblik
Het project heeft een duur van zeven jaar en omvat naast de ingebruikname van het
nieuwe wapensysteem ook de doorontwikkeling ervan. De middellange counter-UAS capaciteit
moet zo snel mogelijk aan boord van de eenheden worden geplaatst. Hiervoor dient eerst
de verwervingsprocedure te worden doorlopen en het contract met de beoogde leverancier
worden gesloten. Defensie gaat pas onomkeerbare verplichtingen aan na parlementaire
behandeling van de nota van wijziging op de ontwerpbegroting van het Defensiematerieelbegrotingsfonds
(K) voor het jaar 2026 om de benodigde middelen in de begroting op te nemen. Naar
verwachting wordt uw Kamer in het voorjaar van 2026 met een gecombineerde B/D-brief
geïnformeerd over het resultaat van de onderzoeks- en de verwervingsvoorbereidingsfase
van dit project.
De Staatssecretaris van Defensie, G.P. Tuinman
Indieners
-
Indiener
G.P. Tuinman, staatssecretaris van Defensie