Brief regering : Indiening wetsvoorstel tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 ter bestendiging van de bevoegdheid om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen en te verwerken (Kamerstuk 36859)
36 859 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 ter bestendiging van de bevoegdheid om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen en te verwerken
Nr. 5 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 november 2025
Vandaag is het wetsvoorstel tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 ter bestendiging
van de bevoegdheid om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen en te verwerken,
bij uw Kamer ingediend.
Dit wetsvoorstel voorziet in de bestendiging van de bevoegdheid om biometrische gegevens
van vreemdelingen af te nemen en verwerken, geregeld in artikel 106a van de Vreemdelingenwet
2000, en in het behoud van die biometrische kenmerken in de vreemdelingenadministratie.
Daartoe wordt artikel 115 van de Vreemdelingenwet 2000 geschrapt.
Van een vreemdeling kunnen tien vingerafdrukken en een gezichtsopname worden afgenomen
met het oog op de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000 (artikel 106a van de Vreemdelingenwet
2000). Deze biometrische gegevens kunnen centraal worden opgeslagen in de vreemdelingenadministratie
en gekoppeld worden aan één identiteit (artikel 107 van de Vreemdelingenwet 2000).
Het gebruik van biometrische gegevens is essentieel voor een zorgvuldige en eenduidige
vaststelling van de identiteit van vreemdelingen. De nationale bevoegdheden om biometrische
gegevens van vreemdelingen af te nemen en te verwerken zijn noodzakelijk om biometrische
gegevens te kunnen gebruiken voor de identiteitsvaststelling in het kader van de procedures
in de vreemdelingenketen waarop Europese regelgeving geen of slechts beperkte invloed
heeft. Hierdoor kunnen biometrische gegevens worden gebruikt voor de identiteitsvaststelling
in de gehele vreemdelingenketen. Dit draagt bij aan de integriteit van het toelatingsproces
en voorkomt potentiële fraude en administratieve onregelmatigheden. Daarmee wordt
niet alleen de effectiviteit van het vreemdelingenbeleid versterkt, maar ook de betrouwbaarheid
van nationale toelatingsprocedures gewaarborgd. Bovendien ondersteunen de nationale
bevoegdheden een uniforme benadering van biometrische gegevens in de keten, wat de
samenwerking tussen de ketenpartners en internationale partners bevordert. De ervaringen
van partijen binnen de vreemdelingenketen laten ondubbelzinnig zien dat deze bevoegdheden
in belangrijke mate bijdragen aan een goede uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000.
Op grond van artikel 115 van de Vreemdelingenwet 2000 vervalt de nationale bevoegdheid
om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen en te verwerken op 1 maart
2026 en moeten alle gezichtsopnames en vingerafdrukken, die op basis hiervan in de
vreemdelingenadministratie zijn opgenomen, op die datum worden vernietigd. Met dit
wetsvoorstel wordt beoogd die bevoegdheid te bestendigen en de vernietiging van deze
gegevens te voorkomen. Wegvallen van deze bevoegdheid en vernietiging van de verzamelde
gegevens zou de uitvoeringspraktijk ernstig hinderen bij het vaststellen en verifiëren
van de identiteit van vreemdelingen, fraude en misbruik in de hand kunnen werken en
ingrijpende consequenties kunnen hebben.
De Afdeling Advisering van de Raad van State heeft recent een kritisch advies uitgebracht
over het wetsvoorstel. In het advies zijn opmerkingen gemaakt over de motivering van
de noodzaak van deze nationale bevoegdheid in het licht van de al bestaande bevoegdheden
op grond van Europese verordeningen, over het gebruik van gezichtsopnames voor de
opsporing en vervolging van strafbare feiten en de verwerking van gezichtsopnames
in CATCH-vreemdelingen, over de verwerking en vernietiging van biometrische gegevens
van vreemdelingen en over het opnemen van een evaluatiebepaling in het wetsvoorstel.
Naar aanleiding van dit advies zijn het wetsvoorstel en de memorie van toelichting
aangepast en aangevuld. De belangrijkste wijzigingen licht ik in deze brief toe. Ook
zal ik ingaan op de opmerkingen die door de Raad van State zijn gemaakt over de verwerking
van gezichtsopnames van vreemdelingen in CATCH-vreemdelingen.
Op dit moment zijn in de wet geen duidelijke voorwaarden bepaald voor de verstrekking
van gezichtsopnames ten behoeve van de opsporing en vervolging van strafbare feiten,
terwijl dit voor de verstrekking van vingerafdrukken voor dit doel wel is gedaan.
Daar heeft de Raad van State ook op gewezen in het advies. Naar aanleiding van het
advies is het wetsvoorstel aangepast. Hierdoor worden dezelfde eisen gesteld aan de
verstrekking van gezichtsopnames voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten
als aan de verstrekking van vingerafdrukken voor dit doel. Hiermee wordt aangesloten
bij de werkwijze die in de praktijk al wordt toegepast. De verwachting is dat deze
wijziging voor de praktijk dus geen consequenties zal hebben.
In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel is aangegeven dat uit de laatste
evaluatie van de Wet biometrie vreemdelingenketen blijkt dat er enkele knelpunten
bestaan ten aanzien van de naleving van het Protocol Identificatie en Labeling (PIL).1 Dit protocol beschrijft de gestandaardiseerde werkwijze voor het registreren, identificeren,
verifiëren, wijzigen en vernietigen van persoonsgegevens binnen de vreemdelingenketen.
Uit een audit is onder meer gebleken dat het proces van verwijdering van biometrische
gegevens van vreemdelingen niet verloopt zoals beschreven in het PIL. Het kabinet
hecht groot belang aan een zorgvuldige omgang met biometrische gegevens van vreemdelingen,
mede gezien de gevoelige aard ervan en het belang van bescherming van de persoonlijke
levenssfeer. Daarom is een traject ingezet dat is gericht op de vernietiging van gegevens
die daarvoor in aanmerking komen. Daarnaast wordt de selectie van deze gegevens op
orde gebracht, waardoor het in de toekomst wel mogelijk is om biometrische gegevens
tijdig te vernietigen. In het wetsvoorstel is een evaluatiebepaling opgenomen die
specifiek ziet op de verwerking en vernietiging van biometrische gegevens van vreemdelingen.
Binnen drie jaar na inwerkingtreding van deze wet wordt aan uw Kamer een rapport van
deze evaluatie aangeboden. Uit de evaluatie zal moeten blijken of de ingezette verbeteringen
voldoende hebben bijgedragen aan de naleving van het PIL.
In het advies plaatst de Raad van State kritische kanttekeningen bij de verwerking
van de gezichtsopnames van vreemdelingen uit de vreemdelingenadministratie in de database
CATCH-vreemdelingen om deze beschikbaar te stellen voor gezichtsvergelijking in het
kader van de opsporing en vervolging van strafbare feiten. De Raad van State heeft
daarbij de vraag opgeworpen of deze verwerking voldoet aan de vereisten uit de Algemene
Verordening Gegevensbescherming (AVG). Het advies is om de verwerking van deze gegevens
in deze vorm aan te passen of stop te zetten als deze niet behoorlijk is geregeld
en de noodzaak hiervan niet dragend kan worden onderbouwd. Naar aanleiding van het
advies heb ik besloten een verkenning te starten naar CATCH-vreemdelingen. Uitgangspunt
daarbij is dat de verwerking van biometrische gegevens van vreemdelingen in ieder
geval moet voldoen aan de eisen die de AVG daaraan stelt en daarmee ook dat moet kunnen
worden onderbouwd dat deze verwerking noodzakelijk is. In het kader van deze verkenning
zal worden gekeken naar technische mogelijkheden om het systeem anders in te richten
en naar de juridische inbedding hiervan. Voor het einde van het jaar zal ik uw Kamer
berichten over de voortgang en de eerste resultaten van deze verkenning.
Gezien de dringende noodzaak om deze bevoegdheid zo snel mogelijk en uiterlijk op
1 maart aanstaande te bestendigen, verzoek ik uw Kamer graag de behandeling van dit
wetsvoorstel met voorrang ter hand te nemen. Uiteraard zal ik van mijn kant ook al
het mogelijke doen om u hierbij van dienst te zijn.
De Minister van Asiel en Migratie, D.M. van Weel
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Asiel en Migratie