Brief regering : Plan van aanpak Afrikaanse varkenspest in wilde zwijnen
29 683 Dierziektebeleid
Nr. 316 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 november 2025
Een uitbraak met Afrikaanse varkenspest (AVP) onder wilde zwijnen heeft zware consequenties
voor dieren, omwonenden en bedrijven. Bij een eventuele uitbraak onder wilde zwijnen
worden forse maatregelen genomen om verspreiding te voorkomen en het virus te bestrijden.
Ook ontstaat door een besmetting bij wilde zwijnen een risico op verspreiding naar
gehouden varkens. Vanwege de impact van de ziekte bij wilde zwijnen heb ik samen met
provincies, terreinbeherende organisaties en de varkenssector het «Plan van aanpak preventie & bestrijdingsvoorbereiding Afrikaanse varkenspest in wilde
zwijnen» opgesteld. Hierin staan maatregelen ter preventie van de introductie van AVP bij
wilde zwijnen en acties om de paraatheid voor de bestrijding van AVP bij wilde zwijnen
te versterken. Via deze brief informeer ik uw Kamer over dit plan van aanpak, mede
namens de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.
Over Afrikaanse varkenspest
AVP is een besmettelijke virusziekte bij wilde zwijnen en gehouden varkens. De ziekte
werd in 2014 in Europa geïntroduceerd, destijds in de Baltische staten. Op dit moment
zorgt AVP nog steeds voor uitbraken bij wilde zwijnen en gehouden varkens in verschillende
delen van Europa. Deze zomer is bijvoorbeeld op 150 kilometer van de Nederlandse grens
een besmetting bij een wild zwijn vastgesteld in Duitsland (Noordrijn-Westfalen).
Het virus wordt onder andere verspreid door menselijk handelen, bijvoorbeeld door
besmette varkensvleesproducten die in de natuur terecht komen. Mensen zijn niet gevoelig
voor het virus, Afrikaanse varkenspest is dus geen zoönose. Voor varkens en wilde
zwijnen is het echter zeer dodelijk, zodra deze besmet zijn zullen zij binnen 7 tot
14 dagen overlijden. Er is helaas geen vaccin beschikbaar tegen AVP.
In Europa geldt een bestrijdingsplicht voor AVP in zowel gehouden varkens als wilde
zwijnen. Een lidstaat moet ingrijpende maatregelen treffen na het vaststellen van
een uitbraak om verspreiding van het virus te voorkomen. Er worden bijvoorbeeld wildrasters
geplaatst om migratie van besmette wilde zwijnen te verminderen, de toegang voor publiek
tot gebieden waar wilde zwijnen leven wordt beperkt om besmette dieren niet te verstoren
en kadavers van besmette wilde zwijnen worden zo snel mogelijk uit het leefgebied
weggehaald. In het «Beleidsdraaiboek bestrijding Afrikaanse varkenspest: maatregelen bij een uitbraak
in wilde zwijnen»1 vindt u een overzicht van de maatregelen die genomen worden bij een uitbraak.
Hoe de maatregelen bij een uitbraak van AVP onder wilde zwijnen in de praktijk uitwerken
is te zien in Duitsland. Naast de vele uitbraken die sinds 2020 zijn vastgesteld in
de deelstaten Meckelenburg-Vorpommern, Brandenburg en Saksen is deze zomer AVP vastgesteld
bij een wild zwijn in Noordrijn-Westfalen. Dit geval is gevonden nabij Kirchhundem,
in het district Olpe op ongeveer 150 kilometer van de Nederlandse grens. Hier is een
beperkingszone van ongeveer 160.000 hectare (1.600 km2) ingesteld. In dit gebied zijn toegangsbeperkingen voor het publiek van kracht, is
ongeveer 139 kilometer aan afrasteringen geplaatst en zijn inmiddels 194 besmette
karkassen van wilde zwijnen gevonden en opgeruimd.
Plan van aanpak Afrikaanse varkenspest bij wilde zwijnen
Vanwege de aanwezigheid van AVP in Europa en de moeilijk controleerbare besmettingsroute
via weggegooide of achtergelaten besmette varkensvleesproducten, bestaat er een reële
kans op een introductie van AVP in wilde zwijnen in Nederland. Ik wil de kans op een
introductie van dit virus in wilde zwijnen verkleinen en goed voorbereid zijn op een
eventuele uitbraak. Daarom heb ik samen met provincies, terreinbeherende organisaties
en de varkenssector gewerkt aan het «Plan van aanpak preventie & bestrijdingsvoorbereiding Afrikaanse varkenspest in wilde
zwijnen». U treft dit plan aan in de bijlage bij deze brief. In de betrokken provincies zijn
populaties wilde zwijnen aanwezig: Limburg, Noord-Brabant, Gelderland en Overijssel.
Als terreinbeherende organisaties zijn Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en LandschappenNL
betrokken. Tenslotte vertegenwoordigt de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV)
de varkenssector.
Het plan van aanpak bestaat uit een overzichtelijke set afspraken met als doel om
de kans op introductie van het virus in Nederland verder te verkleinen en voorbereid
te zijn op een mogelijke uitbraak. Het plan bevat maatregelen ter preventie. Daarbij
wordt bijvoorbeeld aandacht besteed aan locaties waar de kans op de introductie van
AVP door mensen bij wilde zwijnen door experts het grootst wordt geacht. Op deze locaties
zullen de provincies en/of terreineigenaren maatregelen nemen om de kans van overdracht
van het virus te verkleinen. Andere acties zijn gericht op het evalueren, en indien
nodig verbeteren van beheer (afrastering, afschot, monitoring), het doen van onderzoek
naar effectieve, niet-dodelijke middelen voor het beheer van wilde zwijnen, versterken
van kennis bij jagers en een onderzoek naar mogelijkheden voor de afvoer van afval
van geschoten wilde zwijnen om belemmeringen bij het beheer van wilde zwijnen weg
te nemen.
In het plan zijn ook maatregelen opgenomen ter voorbereiding op een eventuele bestrijding
van een uitbraak van AVP bij wilde zwijnen. Zo worden gebieden in kaart gebracht die
als besmette zones kunnen worden aangewezen en worden voorbereidingen getroffen voor
het plaatsen van afrasteringen. Daarnaast worden er afspraken voorbereid over de inzet
van (vrijwillig) personeel en middelen bij zoekacties naar kadavers van wilde zwijnen.
Het plan om Nederland na een uitbraak weer virusvrij te krijgen wordt met de betrokkenen
geëvalueerd en indien nodig verbeterd. Vanwege de te verwachten impact van de maatregelen
in het geval van een uitbraak op de lokale en regionale maatschappij wordt verdere
samenwerking met veiligheidsregio’s verkend.
De uitvoering van het plan van aanpak loopt in principe tot medio 2028. De provincies
zijn daarbij bijvoorbeeld verantwoordelijk voor het faunabeheer en verschillende preventieve
acties rondom AVP bij wilde zwijnen. Als er in deze periode een uitbraak plaatsvindt
moet tot bestrijding worden overgegaan, waarbij de verantwoordelijkheid bij het Ministerie
van LVVN ligt. De acties uit het plan zullen dan waar mogelijk (en van toepassing)
versneld worden uitgevoerd onder regie van LVVN. De afspraken bouwen voort op eerder
gemaakte afspraken uit de Taskforce preventie Afrikaanse varkenspest. Over de evaluatie
van deze taskforce heb ik u eerder per brief geïnformeerd (Kamerstuk 29 683, nr. 314).
Verantwoordelijkheidsverdeling ten aanzien van wilde zwijnen en AVP
De betrokkenheid van de provincies en terreinbeherende organisaties in de uitvoering
van het plan van aanpak is van cruciaal belang. De provincies zijn het bevoegd gezag
en hebben de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het faunabeheer. Iedere betrokken
provincie heeft, in samenwerking met de provinciale Faunabeheereenheid (FBE) een vastgesteld
beleid dat uitgewerkt is in door gedeputeerde staten (GS) vastgestelde faunabeheerplannen.
Dit beleid richt zich over het algemeen op het beperken en beheersbaar houden van
de wilde zwijnenpopulatie rekening houdend met de waarde en rol van het wilde zwijn
in de natuur, binnen het ecosysteem en voor natuurbehoud in algemene zin. Het plan
van aanpak sluit aan op het provinciale faunabeleid en de faunabeheerplannen.
Het faunabeheer is gedecentraliseerd en zolang er geen besmetting met AVP bij wilde
zwijnen is vastgesteld is de provincie het bevoegd gezag ten aanzien van de schadebestrijding
en het populatiebeheer van wilde zwijnen. Dit verandert wanneer een besmetting met
AVP bij wilde zwijnen wordt geconstateerd. Naast de bevoegdheden van de provincies
op grond van de omgevingswet ontstaat op grond van zowel EU- als nationale veterinaire
wetgeving een verantwoordelijkheid en bevoegdheid bij de Rijksoverheid voor de bestrijding
van AVP. Het afgelopen jaar hebben we oefeningen gehad over AVP bij wilde zwijnen,
hier is ook stilgestaan bij de overgang in verantwoordelijkheden bij een uitbraak.
Tot slot
Met het uitvoeren van de acties in dit plan van aanpak krijgt de preventie van AVP
in wilde zwijnen een nieuwe impuls. Tegelijkertijd wil ik ook benadrukken dat preventie
van AVP in gehouden varkens van groot belang is. Met de varkenssector ben ik blijvend
in gesprek om aandacht te vragen voor preventie.
Ik ben blij met de samenwerking en toewijding van de betrokken partijen om op deze
manier samen te werken aan het versterken van de preventie van AVP bij wilde zwijnen.
Met de uitvoering van dit plan van aanpak heb ik er vertrouwen in dat we samen het
maximale doen om een introductie van AVP bij wilde zwijnen te voorkomen.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, F.M. Wiersma
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur