Brief regering : Actualisatie excretieforfaits en stikstofcorrectiefactoren voor landbouwhuisdieren
35 334 Problematiek rondom stikstof en PFAS
33 037
Mestbeleid
Nr. 420
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 14 november 2025
Tijdens het wetgevingsoverleg van 7 oktober 2024 over de Wet wijziging Meststoffenwet
(Kamerstuk 36 618, nr. 43) in verband met de maximale mestproductie heb ik de Kamer toegezegd bij de Commissie
van Deskundigen Meststoffenwet (hierna: CDM) advies te vragen inzake een actualisatie
van de excretieforfaits voor landbouwhuisdieren (TZ202410-108). Dat advies heb ik
deze zomer ontvangen en bied ik hierbij aan. Daarmee beschouw ik mijn toezegging1 als afgedaan.
Om de uitscheiding van stikstof en fosfaat in dierlijke mest te berekenen kunnen veehouders
van graasdieren gebruik maken van de in bijlage D, tabel IA en IB van de Uitvoeringsregeling
Meststoffenwet (hierna: Urm) vermelde excretieforfaits. De excretieforfaits, of forfaitaire
productienormen, geven weer hoeveel stikstof en fosfaat in mest per dier en per diercategorie
op jaarbasis geproduceerd wordt.
De in bijlage D van de Urm opgenomen tabellen bevatten naast de excretieforfaits ook
stikstofcorrectiefactoren. Bij de opslag van mest in de stal en opslag treden gasvormige
stikstofverliezen op. De bruto stikstofproductie – de productie «onder de staart»
– moet met behulp van de stikstofcorrectiefactor gecorrigeerd worden om te komen tot
de netto stikstofproductie. De in de tabellen IA en IB opgenomen excretieforfaits
voor graasdieren zijn al gecorrigeerd voor de gasvormige stikstofverliezen en betreffen
dus de netto stikstofproductie.
Veehouders met graasdieren passen de (netto) excretieforfaits toe om binnen het stelsel
van gebruiksnormen het gebruik van dierlijke mest te verantwoorden. Daarnaast worden
voor de diercategorieën waarop het fosfaatrechtenstelsel van toepassing is, de forfaitaire
productienormen voor fosfaat gebruikt om te bepalen hoeveel dieren binnen het op het
bedrijf rustende fosfaatrecht mogen worden gehouden. Houders van staldieren bepalen
de excretie van stikstof en fosfaat op het bedrijf aan de hand van de stalbalans,
waarbij zij gebruik maken van de in bijlage D van de Urm opgenomen stikstofcorrectiefactoren
en gehalten aan stikstof en fosfaat in het lichaam van de dieren.
Voor een goede uitvoering van de mestregelgeving is het zaak dat de excretieforfaits
een zo goed mogelijke benadering zijn van de werkelijke productie van stikstof en
fosfaat. Regelmatige actualisatie van de excretieforfaits is dan ook gewenst. De laatste
keer dat de stikstofcorrectiefactoren voor staldieren geactualiseerd zijn, was in
2019 met inwerkingtreding op 1 januari 2020. De basis voor die actualisatie vormde
het CDM-advies uit 20192. Dat advies had betrekking op alle landbouwhuisdieren, maar aan het advies betreffende
de actualisatie van de excretieforfaits voor graasdieren is toen slechts gedeeltelijk
gevolg gegeven. Tijdens de internetconsultatie was door de sector namelijk naar voren
gebracht dat het advies gebaseerd was op verouderde gegevens. Dit was aanleiding om
de CDM te vragen een nieuw advies voor graasdieren uit te brengen, gebaseerd op actuelere
gegevens. Eind 2021 bracht de CDM haar advies uit over de actualisatie van de excretieforfaits
voor melkvee.3 Maar omdat opvolging geven aan het advies – zoals bleek uit de door de CDM uitgevoerde
impact-analyse – op sectorniveau zou kunnen resulteren in een toename van de stikstofproductie,
werd besloten de excretieforfaits voor melkvee niet te actualiseren.4 Ook werd geen opvolging geven aan het CDM-advies uit 2022 betreffende vleesvee5. De meest recente actualisering betrof de stikstofexcretieforfaits voor melkvee,
die per 1 januari 2025 zijn aangepast in verband met de gelijktijdige actualisatie
van de stikstofcorrectiefactor voor gasvormige stikstofverliezen.
In het bijgevoegde recent door mij ontvangen advies, adviseert de CDM om voor alle
diercategorieën zowel de excretieforfaits als ook de stikstofcorrectiefactoren te
actualiseren. De CDM heeft zich daarbij voor wat betreft de excretieforfaits gebaseerd
op de beschikbare gegevens van de Werkgroep Uniformering berekening Mest- en mineralencijfers
cijfers over de bruto excretie van de periode 2021–2023. Voor de stikstofcorrectiefactoren
heeft de CDM zich gebaseerd op de gegevens over de mestsamenstelling van mesttransporten
in dezelfde periode. Tevens is de CDM voor wat betreft zijn advies aangaande opgroeiende
varkens uitgegaan van het in februari 2025 gepubliceerde WUR-rapport over het gehalte
aan stikstof en fosfaat in opgroeiende varkens.6
Op mijn verzoek heeft de CDM in het advies tevens een impact-analyse opgenomen betreffende
de voorgestelde actualisatie van de excretieforfaits voor melk- en kalfkoeien. Uit
die impact-analyse – zie bijlage 5 van het advies – blijkt dat, als gevolg van de
aanpassing van de excretieforfaits en uitgaande van het aantal fosfaatrechten in de
markt in 2023, er op sectorniveau extra fosfaatruimte ontstaat van 4,7 miljoen kg
fosfaat. Binnen het fosfaatrechtenstelsel kan het aantal stuks melk- en kalfkoeien
daardoor in potentie toenemen met ca. 7% en de stikstofproductie met 16,5 miljoen
kg stikstof.
Zoals eerder aangegeven acht ik het van belang dat de excretieforfaits een zo goed
mogelijke benadering zijn van de werkelijke productie van stikstof en fosfaat in de
mest. Wat betreft de diercategorieën waarop het fosfaatrechtenstelsel niet van toepassing
is, zal ik in de komende periode een wijzigingsregeling van bijlage D van de Urm voorbereiden.
Met deze wijzigingsregeling geef ik invulling aan het advies van de CDM voor zover
het deze diercategorieën betreft, waaronder varkens, pluimvee en vleesvee. Binnenkort
zal de internetconsultatie van deze ontwerp-wijzigingsregeling starten. De consultatieperiode
zal daarbij maximaal twee weken kunnen duren in verband met de door mij beoogde datum
van inwerkingtreding van 1 januari 2026.
Het gevolg geven aan het advies van de CDM voor zover het de diercategorieën betreft
waar het fosfaatrechtenstelsel op van toepassing is, heeft zoals gezegd in potentie
invloed op het aantal dieren (melk- en kalfkoeien) dat kan worden gehouden onder dat
stelsel. Zorgvuldige besluitvorming hierover, vanwege de gevolgen daarvan voor andere
opgaven waar het kabinet zich voor geplaatst weet, zoals stikstof en klimaat, vergt
meer tijd. Een aanpassing van de excretieforfaits voor de diercategorieën waar het
fosfaatrechtenstelsel op van toepassing is, kan vanwege te doorlopen notificatie bij
de Europese Commissie niet eerder dan 1 januari 2027 inwerking treden, dus de tijd
daarvoor is er ook. Het kabinet zal uw Kamer op een later moment hierover informeren.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, F.M. Wiersma
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur