Brief regering : Beleidsreactie op evaluatieproject TOVER (TOpzorg VERzilveren)
33 278 Interdepartementaal Beleidsonderzoek: Universitair Medische Centra (UMC’s)
Nr. 14
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 oktober 2025
Bij de start van het programma Topspecialistische Zorg en Onderzoek (TZO) in 2019
is de Tweede Kamer toegezegd om na de evaluatie geïnformeerd te worden over de resultaten
van dit programma. In de brief van 14 april jl.1 is de door ZonMw opgeleverde evaluatie van het evaluatieproject TOVER (TOpzorg VERzilveren)
met de Tweede Kamer gedeeld. Daarbij is aangekondigd dat een inhoudelijke reactie
op het rapport volgt zodra het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) is afgerond.
Nu het AZWA is getekend stuur ik hierbij mijn beleidsreactie op het rapport. Hiermee
wordt deze toezegging afgedaan.
Relevante afspraken AZWA
In het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) dat door alle betrokken zorgpartijen
op 8 september jl. is ondertekend zijn afspraken gemaakt over de versterking van de
samenwerking tussen umc’s en andere ziekenhuizen en klinieken én over een eerlijk
speelveld. Met de gemaakte afspraken wordt tegemoet gekomen aan de resultaten van
de evaluatie. Bij de uitwerking van deze afspraken geldt voor mij als uitgangspunt
dat het intensiveren van de samenwerking binnen de bestaande financiële kaders plaatsvindt,
omdat dit bijdraagt aan een evenwichtige verdeling van middelen in de zorg.
Concreet is afgesproken dat umc’s, ziekenhuizen en andere (zorg)partijen de komende
jaren wederkerige stappen zetten in het creëren van meer synergie in het regionaal
onderzoekslandschap en de onderzoeksinfrastructuur die hiervoor nodig is. Het gaat
hier om het regionaal inzetten van de (1) faciliteiten/apparaten, (2) data infrastructuren
en de (3) researchondersteuning ten behoeve van zowel het (eigenstandig) opzetten
van onderzoek alsmede het participeren in elkaars onderzoek door het includeren van
patiënten. NFU en NVZ maken in overleg met VWS afspraken over het intensiveren van
de samenwerking tussen umc’s, algemene ziekenhuizen, revalidatiecentra en categorale
instellingen teneinde de regionale onderzoeksinfrastructuur binnen de medisch specialistische
zorg te versterken en te verbreden. Doel is om de kennis, expertise en capaciteit
vanuit de umc’s toegankelijk te laten zijn voor aanbieders in de regio en de onderzoeksinfrastructuur
optimaal en doelmatig te benutten. Er worden hiervoor geen aanvullende kosten in rekening
gebracht als umc’s dit al bekostigd hebben uit publieke middelen. Regionaal worden
hier afspraken over gemaakt. Periodiek wordt de toegankelijkheid landelijk geëvalueerd.
De adviezen vanuit de TOVER evaluatie en de evaluatie van de beschikbaarheidsbijdragen
worden bij het maken van deze afspraken betrokken.
Ten aanzien van een eerlijk speelveld in de medisch specialistische zorg is in het
AZWA afgesproken dat VWS samen met de NZa, ZN, NVZ, NFU, ZKN, FMS, V&VN en Patiëntenfederatie
kwalitatief en kwantitatief de relevante onderdelen van het speelveld binnen de medisch
specialistische zorg in kaart zal brengen. Speciale aandacht zal worden besteed aan
de verschillen op het speelveld tussen de verschillende soorten (grotere en kleinere)
ziekenhuizen, de zelfstandige behandelcentra van ziekenhuizen, en zelfstandige behandelcentra.
Resultaten evaluatie
Het TZO-programma is in opdracht van ZonMw geëvalueerd door IQ healthcare (Radboudumc)
en ESHPM (Erasmus Universiteit). Het project TOVER had als centrale vraagstelling:
hoe kan, binnen de kaders van het huidige stelsel, de combinatie van topspecialistische
zorg met toegepast wetenschappelijk onderzoek en onderwijs duurzaam georganiseerd
en structureel bekostigd worden?
Mede op basis van de interviews en een uitgevoerd kostprijsonderzoek is naar voren
gekomen dat er veel variatie bestaat in de gehanteerde definitie en afbakening van
de topspecialistische functies, in de inzet van de TZO-subsidie en in de beoogde bekostigingsopties
van topspecialistische functies. De onderzoekers concluderen dat de verschillende
topspecialistische functies niet goed binnen één uniforme bekostigingsvorm of systeem
zijn te bundelen maar dat voor een duurzame bekostiging een combinatie van bekostigingsvormen
wenselijk lijkt.
De borging en ontwikkeling van topspecialistische zorg bij de drie ziekenhuizen die
in 2014 zijn gestart met TopZorg is nader onderzocht. De wetenschappelijke productie
in termen van gepubliceerde artikelen is (sterk) toegenomen en een significante stijging
in het marktaandeel voor (complexe) zorg is zichtbaar geworden. Verder blijkt dat
borging van de in TopZorg behaalde resultaten vooral afhankelijk is van gecontinueerde
financiering in combinatie met steun vanuit het ziekenhuismanagement en de medische
staf.
Door de onderzoekers zijn vier aanbevelingen ontwikkeld om de financieringsproblematiek
rondom de topspecialistische functie buiten academische centra (deels) op te lossen
binnen de kaders van het huidige zorgstelsel. De aanbevelingen zijn:
1. Voorzie in beschikbaarheidsbekostiging om vaste zorggerelateerde kosten die volgen
uit een aanzienlijke bovenregionale tertiaire verwijsfunctie te vergoeden. Deze aanbeveling richt zich op het knelpunt dat Topspecialistische centra doorgaans
een bovenregionale tertiaire verwijsfunctie hebben waarbij vaak een beschikbaarheidsfunctie
nodig is. Dit zijn vaak vaste kosten die niet goed toe te schrijven zijn aan de individuele
patiënten via de DBC-structuur.
2. Verken de mogelijkheden en wenselijkheid om een vrij onderhandelbare add-on voor topspecialistische
zorg boven op de DBC-structuur te ontwikkelen. Deze aanbeveling richt zich op het knelpunt dat de topspecialistische centra een
complexere patiëntpopulatie hebben dan algemene ziekenhuizen. Hier worden in de praktijk
knelpunten ervaren, bijvoorbeeld omdat de zorg ontoereikende maximum-tarieven kent,
of omdat zorgverzekeraars onvoldoende inzicht of afstemmingsmogelijkheden hebben om
een adequaat tarief te faciliteren.
3. Voorzie in structurele financiering van de vaste onderzoeksinfrastructuur binnen topspecialistische
instellingen. Deze aanbeveling richt zich op het knelpunt dat er buiten de financiering vanuit
algemene middelen van de instelling geen financiering van de onderzoeksinfrastructuur
beschikbaar is.
4. Maak het mogelijk voor topspecialistische centra om op te treden als hoofdaanvrager
bij onderzoekssubsidies. Deze aanbeveling richt zich op het knelpunt dat de toegang tot het verkrijgen van
onderzoekssubsidies vanuit topspecialistische centra als gebrekkig wordt ervaren.
MedZO
Gezien de raakvlakken met deze evaluatie hecht ik er aan om toe te lichten welke mogelijkheden
er binnen programma Medisch specialistische Zorg en Onderzoek (MedZO) wordt geboden
voor zorgaanbieders buiten de umc’s. Dit programma, dat in 2024 is gestart vanuit
het Integraal Zorg Akkoord (IZA), richt zich op het stimuleren van passende zorg en
de doelmatigheid en effectiviteit van interventies in algemene ziekenhuizen, revalidatiecentra,
categorale ziekenhuizen of instellingen en zelfstandige behandelcentra in de medisch
specialistische zorg. Dit programma wordt breed opengesteld en biedt ook voor de STZ-ziekenhuizen
een mogelijkheid voor het aanvragen van tijdelijke onderzoekssubsidies. De eerste
subsidieronde vanuit dit programma gericht op «passende en doelmatige zorg» is afgerond.
Er zijn verschillende STZ-ziekenhuizen die subsidie toegekend hebben gekregen voor
hun onderzoeksproject. Inmiddels is na deze zomer een tweede, soortgelijke subsidieronde
opengesteld. Aanvullend heeft vanuit dit programma de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen
(NVZ), als brancheorganisatie voor deze ziekenhuizen en revalidatiecentra, een subsidie
toegekend gekregen om de infrastructuur voor wetenschappelijk onderzoek te versterken
en kennis over effectieve zorginterventies toegankelijker te maken. Dit wordt onder
meer gerealiseerd door het oprichten van een Bureau Toegepast Onderzoek binnen de
NVZ, als coördinerende en faciliterende entiteit voor subsidieondersteuning, kennisdeling
en implementatiebevordering. Ook richt het project zich op een duurzame infrastructuur
ter ondersteuning van subsidieaanvragen, samenwerking tussen onderzoekers en kennisdeling.
Hiermee wordt een effectievere inzet van middelen vanuit het IZA en het MedZO programma
beoogd.
In het najaar van 2025 volgt een subsidieronde gericht op «bekostiging, kennisoverdracht
en implementatie». Binnen deze subsidieronde worden drie overkoepelende onderzoekstrajecten
beoogd gericht op 1) toepasbare bekostigingsmodellen en contractering van zorg ten
behoeve van innovatieve duurzame financiering in de zorg, 2) het verbeteren van onderwijs
in de zorg en 3) implementatie van innovaties ter borging van passende en doelmatige
zorg.
Tot slot
Hoewel ik begrijp waar de aanbevelingen in de evaluatie vandaan komen verwacht ik
dat een meer fundamentele zienswijze op de specialistische functie meer bijdraagt
aan het beperken van de gesignaleerde knelpunten. Ik zie daarom de afspraken in het
AZWA als dé sleutel voor veel van de knelpunten, omdat umc’s een belangrijke rol hebben
als aanjager van netwerkvorming en samenwerking. De beschikbare onderzoeksinfrastructuur
van de umc’s in Nederland moet daarbij nog beter en breder worden benut. Daarnaast
hecht ik aan een eerlijk speelveld binnen de medisch specialistische zorg en wil ik
onderzoeken of aanvullende maatregelen hiervoor noodzakelijk zijn. Met de beschreven
afspraken in het AZWA verwacht ik dat er de komende periode stappen worden gezet om
de geconstateerde knelpunten bij de topspecialistische functies buiten de academische
centra te beperken. Ik blijf de ontwikkelingen nauwlettend volgen en zal dit ook meenemen
in de periodieke overleggen met de betrokken koepels.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.A. Bruijn
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.A. Bruijn, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport