Brief regering : Inzet Wet beschikbaarheid goederen
32 637 Bedrijfslevenbeleid
Nr. 713
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 14 oktober 2025
Hierbij informeer ik uw Kamer over mijn ingrijpen bij het bedrijf Nexperia op grond
van de Wet beschikbaarheid goederen (Wbg).
Op dinsdag 30 september 2025 heb ik, vanwege ernstige bestuurlijke tekortkomingen
bij halfgeleiderfabrikant Nexperia, de Wet beschikbaarheid goederen (Wbg) toegepast.
Gezien de bedrijfsgevoelige aard van deze zaak heb ik destijds geen openbare mededeling
gedaan. Op zondag 12 oktober 2025 is het betreffende bevel via derden naar buiten
gekomen, waardoor ik mij genoodzaakt zag nog diezelfde dag een verklaring1 te publiceren. Ook is door derden over de vertrouwelijke, onafhankelijke enquêteprocedure
bij Nexperia van de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam bericht. Deze
procedure, gestart door medewerkers van Nexperia, staat los van mijn ingrijpen op
grond van de Wbg. Op maandag 13 oktober 2025 heeft de Ondernemingskamer toestemming
gegeven voor de openbaarmaking van de inhoud van deze enquêteprocedure. Door bovenstaande
ontwikkelingen kan ik nu, met deze Kamerbrief, nadere toelichting en context verschaffen.
Voorgeschiedenis en het belang van Nexperia
Nexperia vervult een cruciale rol in het Nederlandse en Europese halfgeleider-ecosysteem
en is van groot economisch veiligheidsbelang vanwege de cruciale marktpositie in de
chipindustrie door zowel de omvang van het marktaandeel in het relevante marktsegment,
de faciliteiten in Europa als de intellectuele eigendomsrechten in de eigen productsegmenten.
Het hoofdkantoor staat in Nederland en er zijn belangrijke productieonderdelen en
R&D-faciliteiten in Europa en Azië.
Vanaf eind 2023 heeft Nexperia op eigen initiatief gesprekken gevoerd met het Ministerie
van Economische Zaken (EZ) om economische veiligheidszorgen rond Nexperia op vrijwillige
en constructieve wijze gezamenlijk te adresseren. Deze gesprekken verliepen voortvarend,
en ik heb zelf ook een gesprek gehad met de CEO van het bedrijf over dit onderwerp.
Verdenking van bestuurlijke tekortkomingen bij Nexperia met gevolgen voor een cruciale
sector voor de Nederlandse en Europese economie
Recentelijk heb ik serieuze signalen ontvangen van bestuurlijke tekortkomingen binnen
Nexperia, voortkomend uit specifieke handelingen van de CEO. Deze tekortkomingen vormen
een acute en ernstige bedreiging voor de continuïteit van het bedrijf en aldus het
behoud van cruciale technologische kennis, alsook van productie- en ontwikkelcapaciteiten
in Nederland en Europa. Deze tekortkomingen zien onder andere op de oneigenlijke verplaatsing
van productiecapaciteit, financiële middelen en intellectuele eigendomsrechten naar
een buitenlandse entiteit die eigendom is van de CEO en die niet aan Nexperia verbonden
is. Dit bracht risico’s met zich mee op het weglekken van kennis en daarmee het verlies
van toekomstige productiecapaciteit die onder andere cruciaal is voor de Europese
auto-, consumentenelektronica- en defensie-industrie. De tekortkomingen hebben ook,
hoewel in mindere mate relevant, invloed gehad op de lopende gesprekken tussen mijn
ministerie en Nexperia.
Gezien de aard en ernst van deze signalen over de geschetste tekortkomingen ben ik
van oordeel dat er sprake was van mogelijk aanzienlijke gevolgen voor de Nederlandse
en Europese economie, en daarmee een dreiging voor de economische veiligheid. Het
doel van het nu opgelegde bevel is om deze risico’s weg te nemen en de stabiliteit
van het bedrijf te waarborgen, teneinde een risicovolle strategische afhankelijkheid
te voorkomen. Hiermee is naar mijn oordeel deze uitzonderlijke inzet van de Wbg gerechtvaardigd,
waarbij dat het alle belanghebbenden vanzelfsprekend vrij staat om hiertegen in bezwaar
te gaan.
Ik hecht er belang aan te onderstrepen dat ik dit bevel heb genomen zonder last of
ruggespraak met welk land dan ook. Na het uitvaardigen van het bevel op 30 september
jl. heb ik vanzelfsprekend relevante partijen en partners geïnformeerd over de inhoud
daarvan.
Effect van het bevel op Nexperia
Het bevel, opgelegd op basis van de Wbg, zorgt ervoor dat ik als Minister van Economische
Zaken beslissingen tegen kan houden indien deze (potentieel) schadelijk zijn voor
de productiecapaciteit, kennispositie of continuïteit van het bedrijf, de toekomst
van Nexperia als Nederlands en Europees bedrijf en voor het behoud van deze cruciale
speler in de waardeketen voor Europa. Dit bevel staat het reguliere productieproces
en de reguliere bedrijfsvoering van het bedrijf niet in de weg. Het bevel is tijdelijk
voor de duur van maximaal één jaar.
Onafhankelijke enquêteprocedure
De onderneming heeft zelf, los van mijn ingrijpen, een enquêteprocedure gestart bij
de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam. Daarin is de onderneming vertegenwoordigd
door enkele bestuurders. Deze procedure staat dus los van mijn bevel op grond van
de Wbg. Wel ben ik logischerwijs inmiddels belanghebbende in deze procedure gelet
op het bevel dat ik heb gegeven.
De Ondernemingskamer heeft, onafhankelijk van mijn bevel en op grond van een eigen
en zelfstandige beoordeling, voor de duur van de procedure één van de statutaire bestuurders
(de CEO) geschorst, een tijdelijke niet-uitvoerend bestuurder met doorslaggevende
stem benoemd, en de aandelen in de onderneming, met uitzondering van één aandeel,
ten titel van beheer overgedragen aan een door haar aangestelde beheerder. Dit onderstreept
dat naar onafhankelijk oordeel van de rechter er voldoende reden is om aan juist beleid
en een juiste gang van zaken bij Nexperia te twijfelen.
Exportcontrolemaatregel
Inmiddels ben ik geïnformeerd dat de Chinese overheid een bedrijfsspecifieke exportcontrolemaatregel
heeft opgelegd aan alle locaties van Nexperia in China. Op verschillende niveaus vinden
hierover gesprekken plaats met de Chinese autoriteiten. Vanwege de vertrouwelijkheid
en in het belang van het bedrijf en de Nederlandse en Europese economie kan ik geen
uitspraken doen over de inhoud van deze gesprekken. In algemene zin is een belangrijk
uitgangspunt voor het kabinet dat exportcontrole een non-proliferatie-instrument2 is dat zo nauwkeurig mogelijk voor dat doel dient te worden ingezet.
Tot slot, gezien de belangen die hiermee gemoeid zijn en gegeven de relatie die we
met China hebben, blijf ik in het licht van het bovenstaande in gesprek met de Chinese
autoriteiten om tot een constructieve oplossing te komen in het belang van de continuïteit
van Nexperia.
De Minister van Economische Zaken,
V.P.G. Karremans
Indieners
-
Indiener
V.P.G. Karremans, minister van Economische Zaken