Brief regering : Kennisgeving inhoud ontwerp-Uitvoeringsbesluit hoofdstuk VIII EU-verordening batterijen
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
31 209
Schoon en zuinig
Nr. 4110
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 juli 2025
Overeenkomstig artikel 21.6, vierde lid, van de Wet milieubeheer stel ik u hierbij
in kennis van het voorgenomen ontwerp-Uitvoeringsbesluit hoofdstuk VIII EU-verordening
batterijen (hierna: ontwerpbesluit) en voorzie ik in een korte vermelding van de inhoud
daarvan.
Verordening (EU) nr. 2023/1542 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2023
inzake batterijen en afgedankte batterijen, tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG
en Verordening (EU) 2019/1020 en tot intrekking van Richtlijn 2006/66/EG (hierna:
Batterijenverordening) bevat een geharmoniseerd regelgevingskader voor de gehele levenscyclus
van batterijen die in de Europese Unie in de handel worden gebracht of in gebruik
worden genomen en vervangt de Richtlijn batterijen. Omdat het gaat om een verordening,
hebben de daarin opgenomen regels rechtstreekse werking.
Het ontwerpbesluit hoofdstuk VIII EU-verordening batterijen voorziet alleen in de
uitvoering van het deel van de Batterijenverordening dat gaat over of verband houdt
met het beheer van afgedankte batterijen. Deze regels schrijven onder meer voor dat
de lidstaten een producentenregister moeten opstellen en administratieve en procedurele
regels moeten vaststellen voor de registratie van de producenten in dat register en
de goedkeuring van de producenten en de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid
betreffende de nakoming van de verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.
Het ontwerpbesluit voorziet in die administratieve en procedurele regels. Daarnaast
voorziet het ontwerpbesluit in een verbod om te handelen in strijd met daarbij aangegeven
regels uit hoofdstuk VIII, zodat overtreding hiervan kan worden gesanctioneerd.
Omdat voorschriften in de Batterijenverordening voor de regels in de Richtlijn batterijen
in de plaats komen, voorziet het ontwerpbesluit ten slotte ook in een technische aanpassing
van een aantal andere algemene maatregelen van bestuur. Het gaat hier om het Besluit
beheer autowrakken en het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen.
Het overige deel van de Batterijenverordening zal worden uitgevoerd via een separaat
regelgevingsspoor, omdat de Wet milieubeheer op dit moment niet voldoende rechtsbasis
hiervoor biedt. Het gaat hierbij om regels in de verordening die verband houden met
het in de handel brengen of in gebruik nemen van batterijen, zoals de in de hoofdstukken
II en III opgenomen duurzaamheids-, veiligheids-, etiketterings-, markerings- en informatievereisten,
en de in de verordening opgenomen regels die verband houden met de beoordeling van
de conformiteit van batterijen en van conformiteitsbeoordelingsinstanties. Een belangrijk
deel van die regels is, behalve op de bescherming van het milieu of de gezondheid
van de mens, ook gericht op de productveiligheid van batterijen. Er ligt thans een
wijziging van de Wet milieubeheer voor advies bij de Afdeling advisering van de Raad
van State, waarmee wordt beoogd de noodzakelijke rechtsbasis te bieden om ook aan
dat deel van de verordening uitvoering te kunnen geven.
Met deze kennisgeving informeer ik uw Kamer tevens over de uitvoering van de Batterijenverordening,
zoals vermeld in de brief van 22 december 2023 (Kamerstukken II 2023/24, 31 209, nr. 249). Omdat dit ontwerpbesluit uitsluitend strekt tot uitvoering van een Europese verordening,
is gelet op artikel 1:8 van de Algemene wet bestuursrecht van de in artikel 21.6,
tweede lid, van de Wet milieubeheer voorgeschreven voorhang bij het parlement afgezien.
Een vergelijkbare brief heb ik gezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der
Staten-Generaal. Het ontwerpbesluit is gelijktijdig met het verzenden van deze brief
aan Zijne Majesteit de Koning voorgelegd met het verzoek om het ter advisering aan
de Afdeling advisering van de Raad van State voor te leggen.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
A.A. Aartsen
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A.A. Aartsen, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat