Brief regering : Convenant gesloten t.b.v. bachelor Fries
36 600 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2025
Nr. 180
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 juli 2025
Het Fries kent in Nederland een bijzondere positie, namelijk als de officiële taal
in de provincie Fryslân naast het Nederlands. Een taal leeft als hij gesproken en
gelezen, en ook bestudeerd wordt. De afgelopen jaren bestonden er zorgen over de positie
van het Fries op academisch niveau. Middels deze brief informeer ik uw Kamer, mede
namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), over hoe het
Fries weer een duurzame positie heeft verkregen in het wetenschappelijk onderwijs
en uitvoering is gegeven aan de motie van de leden De Hoop (GL-PvdA) en Van der Molen
(CDA) en het amendement van het lid De Hoop.1
Friese taal
Een jaar geleden is in de Bestjoersôfspraak Fryske taal en kultuer 2024–2028 (BFTK)2 afgesproken dat het Rijk en de provincie zich gezamenlijk inzetten voor een volwaardige,
duurzame en toegankelijke bachelor Fries en de afspraken over de samenwerking vast
te leggen in een convenant. De Minister van BZK en ik zijn verheugd uw Kamer te kunnen
mededelen dat een convenant tussen het Ministerie van OCW, het Ministerie van BZK,
de provincie Fryslân en de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) op 10 juli 2025 is ondertekend.
Met dit convenant is een duurzame samenwerking tussen deze vier partijen ten behoeve
van een bachelor Fries geborgd.
Zo draagt ieder bij aan het beschermen en bevorderen van het Fries in het wetenschappelijk
onderwijs vanuit haar eigen rol en verantwoordelijkheid. De provincie Fryslân en het
Rijk hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid en zorgplicht voor de Friese taal
en cultuur. Het Ministerie van OCW is verantwoordelijk voor het beleidsterrein hoger
onderwijs en het Ministerie van BZK heeft op het gebied van erkende talen een coördinerende
rol binnen het Rijk. De RUG heeft als onderwijsinstelling aangegeven dit bachelorprogamma
te willen ontwikkelen en aanbieden. Zij besluit over en draagt zorg voor de inhoud,
vorm, kwaliteit en organisatie van het onderwijs.
De RUG heeft zich de afgelopen maanden met toewijding ingezet voor de ontwikkeling
van het bachelorprogramma. Het bachelorprogramma maakt deel uit van een bredere, doorgaande
leerlijn op het Fries. Zo kan de geïnteresseerde en enthousiaste scholier uit het
voortgezet onderwijs diens studie naar het Fries in het wetenschappelijk onderwijs
vervolgen. Ook kunnen afgestudeerden hun weg vervolgen in de Frisistiek (de wetenschappelijke
beoefening van het Fries) of een baan vinden op de (Friese) arbeidsmarkt. Het bachelorprogramma
Fries richt zich daarbij niet alleen op het aantrekken van «hoofdvakkers»3, maar juist ook op hoe een grotere groep «bijvak»-studenten bereikt kan worden, omdat
het doel is dat zo veel mogelijk studenten met de Friese taal en cultuur in aanraking
komen. Binnen een maand na de ondertekening zal het convenant in de Staatscourant
worden gepubliceerd.
Bij de ontwikkeling van het convenant heeft DINGtiid, het wettelijke adviesorgaan
voor de overheid op het gebied van de Friese taal, een adviserende rol gehad. Bij
deze willen de Minister van BZK en ik DINGtiid bedanken voor hun gevraagde en ongevraagde
adviezen over dit onderwerp.
Uitvoering motie en amendement
Met de ondertekening van het convenant geef ik verder invulling aan de verplichtingen
die voortvloeien uit het Europees Handvest voor regionale talen en talen van minderheden,
waarbij we als overheid de mogelijkheden faciliteren om het Fries op wetenschappelijk
niveau te onderwijzen en bestuderen. Daarbij geef ik uitvoering aan het amendement
van het lid De Hoop om structureel € 340.000 beschikbaar te stellen voor een bachelor
Fries.4 Ook geef ik middels het convenant uitvoering aan de motie van de leden De Hoop en
Van der Molen.5 In deze motie werd verzocht om de opleiding Fries in de wet te verankeren. Zoals
in eerdere Kamervragen aangegeven6 blijkt dat het vastleggen van een verplichting tot het verzorgen van een bachelor
Fries niet past bij de autonomie die aan de instelling toekomt op basis van de Wet
hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. In de wet is vastgelegd dat de bevoegdheid
voor het initiëren en verzorgen van een opleiding bij de onderwijsinstelling ligt.
De Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) heeft geadviseerd om
daarvoor in de plaats een convenant aan te gaan met de desbetreffende onderwijsinstelling
en zo uitvoering te geven aan de motie.7 Dit advies is ter harte genomen en in de BFTK is afgesproken middels het convenant
het academisch onderwijs naar het Fries duurzaam te verankeren. Hiermee beschouw ik
de motie als uitgevoerd.
Tot slot
Met de komst van het convenant heeft het Fries in het wetenschappelijk onderwijs een
duurzame borging gekregen. Maar een levende taal is meer dan een academische studie.
We blijven ons dan ook inzetten voor een duurzame borging van het Fries; van het kinderdagverblijf
tot het wetenschappelijk onderwijs.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
E.E.W. Bruins
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
E.E.W. Bruins, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap