Brief regering : Appreciatie motie van het lid Podt c.s. over vereenvoudiging en versnelling van de tewerkstellingsvergunning voor kansrijke asielzoekers (Kamerstuk 36704-56)
36 704 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht in verband met maatregelen om de asielketen te ontlasten en de instroom van asielzoekers te verminderen (Asielnoodmaatregelenwet)
Nr. 76 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 juli 2025
Op 26 juni jl. vond het plenaire debat plaats over de wijziging van de Vreemdelingenwet
2000 en de Algemene wet bestuursrecht in verband met maatregelen om de asielketen
te ontlasten en de instroom van asielzoekers te verminderen (Asielnoodmaatregelenwet),
en de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de introductie van een
tweestatusstelsel en het aanscherpen van de vereisten bij nareis (Wet invoering tweestatusstelsel).
Conform de in het debat gedane toezegging, zend ik u met deze brief de appreciatie
van de aangekondigde motie1 van de leden Podt (D66), Boomsma (NSC) en Van Nispen (SP) met betrekking tot het
vereenvoudigen en versnellen of het laten vervallen van de tewerkstellingsvergunningplicht
van werkgevers voor kansrijke asielzoekers.
In de motie is opgenomen dat het aanvragen van de tewerkstellingsvergunning door werkgevers
die asielzoekers in dienst nemen een belemmering is. Voorts wordt de regering verzocht
deze belemmering weg te nemen, of het proces zoveel mogelijk te vereenvoudigen en
te versnellen.
Ik acht het van belang dat asielzoekers, voor wie de kans groot is dat zij een asielvergunning
krijgen, eerder aan het werk gaan. Dit is belangrijk voor de mensen zelf, maar ook
zodat zij daarmee een maatschappelijke bijdrage kunnen leveren. Indien ik de motie
zo mag interpreteren dat de regering wordt verzocht de tewerkstellingsvergunningplicht
waar mogelijk verder te vereenvoudigen en te versnellen, wil ik deze aan het oordeel
van uw Kamer laten. Het afschaffen van de vergunningplicht en vervangen door een meldplicht
acht ik niet haalbaar en niet wenselijk.
Bij de aanvraag van de tewerkstellingsvergunning toetst UWV of wordt voldaan aan alle
voorwaarden. Hierbij wordt onder meer gekeken of de werkgever marktconform beloont
en of het asielverzoek van de asielzoeker meer dan zes maanden in behandeling is.
Het controleren van deze voorwaarden, vooral of de asielzoeker mag werken, kan niet
door de werkgever zelf worden gedaan.
Bij het afschaffen van de vergunningplicht zouden werkgevers bijvoorbeeld zelf moeten
controleren of de asielzoeker nog een lopende asielaanvraag heeft. Als de asielaanvraag
(definitief) is afgewezen mag de asielzoekers immers niet meer werken. De werkgever
kan dit echter op dit moment niet zelf verifiëren. Daarbij komt dat met de implementatie
van de herziene Opvangrichtlijn bepaalde groepen asielzoekers met een lage kans op
inwilliging van hun aanvraag niet meer mogen werken. Daarom wil het kabinet vasthouden
aan de verplichting om een tewerkstellingsvergunning aan te vragen. De tewerkstellingsvergunning
biedt ook duidelijkheid en zekerheid voor werkgevers, wat gezien de boetes die kunnen
worden opgelegd vanwege illegale tewerkstelling onder de Wet arbeid vreemdelingen,
van groot belang is. Het overgaan op een meldplicht voor deze groep acht ik om deze
reden onwenselijk. Tenslotte wijs ik erop dat de toets of het loon marktconform is,
een bescherming biedt voor de asielzoeker. De vergunning wordt alleen verleend als
de werkgever zich houdt aan de geldende arbeidsvoorwaarden.
Het aantal verleende tewerkstellingsvergunningen voor asielzoekers is na het vervallen
van de 24-weken-eis sterk toegenomen. In 2024 heeft UWV 10.000 tewerkstellingsvergunningen
voor asielzoekers verleend. In het eerste half jaar van 2025 zijn er reeds 9.563 tewerkstellingsvergunningen
verleend. Het kabinet blijft zich ervoor inzetten om asielzoekers, van wie de kans
groot is dat zij een asielvergunning krijgen, te stimuleren om aan het werk te gaan.
Ik zet me daarom in om ook de overige belemmeringen, ook voor werkgevers, zoveel mogelijk
weg te nemen. Zo is UWV reeds gevraagd of de procedure kan worden versneld, zodat
een vergunning al binnen twee weken wordt verleend. Op dit moment kan UWV ca. 78%
van de compleet aangeleverde aanvragen al binnen twee weken behandelen.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Y.J. van Hijum
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Y.J. van Hijum, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid