Brief regering : Voorhang oprichting stichting Interlandelijke Adoptie Nederland
36 519 Voornemen tot oprichting Stichting Interlandelijke Adoptiebemiddeling Nederland
A/ Nr. 1
BRIEF VAN DE MINISTER VOOR RECHTSBESCHERMING
Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen op
15 maart 2024.
De wens over de voorgenomen rechtshandeling nadere inlichtingen te ontvangen kan door
of namens een van beide Kamers of door ten minste vijftien leden van de Eerste Kamer
dan wel dertig leden van de Tweede Kamer te kennen worden gegeven uiterlijk 14 april
2024.
De voorgenomen rechtshandeling kan niet eerder worden verricht dan op 15 april 2024
dan wel binnen veertien dagen na het verstrekken van de in de vorige volzin bedoelde
inlichtingen.
Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 maart 2024
Met deze brief leg ik u het voorgenomen besluit voor tot oprichting van de stichting
Interlandelijke Adoptiebemiddeling Nederland. Dit is conform artikel 4.7, eerste lid,
onder a, van de Comptabiliteitswet 2016 op basis waarvan een besluit tot het oprichten
van een privaatrechtelijke rechtspersoon niet eerder wordt genomen dan 30 dagen na
voorlegging van het voornemen daartoe aan beide Kamers der Staten-Generaal schriftelijk
is medegedeeld. Op de achtergrond van dit voornemen ga ik hierbij graag nader in.
Het systeem voor interlandelijke adoptie wordt strikter gereguleerd. De Commissie
Joustra heeft vastgesteld dat er in het verleden op grote schaal misstanden hebben
plaatsgevonden bij adoptieprocedures en dat ook vandaag de dag de kans op misstanden
nog aanwezig is, vanwege kwetsbaarheden in het systeem. Na een fundamentele herbezinning
op de toekomst van interlandelijke adoptie heeft het kabinet in april 2022 besloten
dat interlandelijke adoptie als mogelijkheid blijft bestaan, maar wel in een systeem
met extra waarborgen om de kans op misstanden zo klein mogelijk te maken.1 Eén van de maatregelen die in dit kader wordt getroffen, is de oprichting van één
centrale bemiddelingsorganisatie, die in de plaats komt van de huidige vier bemiddelende
organisaties. Door de bemiddeling centraal te beleggen, extra eisen te stellen aan
de organisatie en het overheidsgezag en het toezicht te versterken wordt een belangrijke
verbeterslag gemaakt in het systeem.
Gezien de behoefte aan publieke sturing bij adoptiebemiddeling is er een verkenning
gedaan naar een geschikte rechtsvorm. In lijn met het advies van Andersson Elffers
Felix (AEF) is gekozen voor een stichting als rechtsvorm.2 Voor de oprichting van de stichting is een externe kwartiermaker aangesteld. De oprichting
gebeurt in nauwe samenhang met de afbouw van de huidige bemiddelende organisaties.
Het streven is dat de centrale bemiddelingsorganisatie vanaf juli 2024 is opgericht
en voorbereidende werkzaamheden voor de bemiddeling kan gaan verrichten, zoals het
werven van personeel en leggen van landencontacten ten behoeve van de transitie. De
stichting zal de naam Interlandelijke Adoptiebemiddeling Nederland (IAN) dragen.
Het voornemen tot oprichting van IAN is conform het Beleidskader voor betrokkenheid
van de rijksoverheid bij het oprichten van stichtingen getoetst door de Toetsingscommissie
Verzelfstandigingen en heeft geresulteerd in een positief advies. Tevens is conform
artikel 4.7, vierde lid, van de Comptabiliteitswet formeel overleg gevoerd met de
Algemene Rekenkamer over de voorgenomen oprichting. De Algemene Rekenkamer acht van
belang dat uw Kamer in deze brief wordt geïnformeerd over welke veranderingen in het
overheidsgezag en toezicht – en de verantwoording aan uw Kamer – op korte termijn
reeds invulling krijgen en wat later zal worden ingevuld door wijziging in wetgeving.
Hierover informeer ik uw Kamer als volgt.
In de concept statuten van IAN wordt uitdrukking gegeven aan haar taken en verplichtingen.
Ook de verhouding tussen de Minister en IAN is verder uitgewerkt in de statuten. Zo
benoemt de Minister de voorzitter van de raad van toezicht en is de toestemming van
de Minister nodig voor een wijziging van statuten of een ontbinding van de stichting.
Op dit moment wordt een nieuwe adoptiewet voorbereid. De Minister wijst hierin de
centrale bemiddelingsorganisatie aan als enige organisatie voor de bemiddeling bij
interlandelijke adoptie. Ook worden de taken van de centrale bemiddelingsorganisatie
in de wet omschreven. Tevens zal het toezicht in de adoptieketen worden versterkt
en een plek krijgen in deze wetgeving. Ik streef ernaar de nieuwe adoptiewet in het
derde kwartaal van dit jaar in consultatie te brengen. De inwerkingtreding is voorzien
na oprichting van IAN. Daarom zal de organisatie onder de huidige Wet opneming buitenlandse
kinderen ter adoptie (Wobka) een vergunning aanvragen om haar werkzaamheden tot inwerkingtreding
van de nieuwe wet uit te mogen oefenen. Aan die vergunningverlening en aan subsidieverlening
worden aanvullende voorwaarden verbonden, naast de al geldende voorwaarden. Deze aanvullende
voorwaarden komen voort uit het programma van eisen van 15 juli 2022 dat de basis
vormt voor de oprichting van IAN. Deze voorwaarden zien onder meer op de kwaliteit
van de dienstverlening, de verbinding met andere partners in de adoptieketen, de organisatie,
de medewerkers en het financieel kader.3 Hiermee wordt geborgd dat IAN, vooruitlopend op de nieuwe adoptiewet, al zoveel mogelijk
handelt volgens de aangescherpte eisen.
Voor meer achtergrondinformatie over de oprichting van de nieuwe stichting en de transformatie
van het systeem voor interlandelijke adoptie verwijs ik u graag naar mijn eerdere
brieven aan de Tweede Kamer.4 Verder zijn bijgevoegd de conceptstatuten van de stichting (bijlage 1) alsmede het
advies van de Toetsingscommissie Verzelfstandiging (bijlage 2) en de reactie van de
Algemene Rekenkamer (bijlage 3). Een gelijkluidende brief heb ik heden verzonden aan
de Voorzitter van de Eerste Kamer.
Ik blijf uw Kamer op de hoogte houden van de voortgang van de transformatie van het
systeem van interlandelijke adoptie, inclusief de oprichting van de centrale bemiddelingsorganisatie.
De Minister voor Rechtsbescherming, F.M. Weerwind
Ondertekenaars
F.M. Weerwind, minister voor Rechtsbescherming