Brief regering : Reactie op verzoek commissie op de brief van G. en G. te U inzake verschillen in belastingdruktussen werkenden en niet-werkenden met een IVA-uitkering
29 544 Arbeidsmarktbeleid
Nr. 1225
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 28 november 2023
Op 6 april 2023 heeft uw vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid1 aan mij gevraagd te reageren op een toegezonden brief van G.L. en G.R. te U. Deze
briefschrijvers uiten hun zorgen over de verschillen in belastingdruk tussen werkenden
en niet-werkenden die een IVA-uitkering ontvangen. Omdat dit onderwerp ziet op loon-
en inkomensheffing beantwoord ik dit verzoek mede namens de Staatssecretaris van Financiën
– Fiscaliteit en Belastingdienst. Dit antwoord heeft langer op zich laten wachten
omdat wij eerst een door de Kamer verzochte Kabinetsreactie2 op de uitspraak van het gerechtshof Den Haag met betrekking tot een WGA-uitkering
en de grondslag van de arbeidskorting wilden versturen. Het onderwerp van die brief
ligt namelijk in het verlengde van het onderwerp dat de briefschrijvers aanhalen.
Deze Kabinetsreactie is op 19 september jl. aan uw Kamer gestuurd.
Allereerst wil ik briefschrijvers via dit schrijven bedanken voor hun brief en het
zichtbaar maken van de belastingdruk die zij ervaren met inkomsten uit een IVA-uitkering
(Inkomensvoorziening Volledig duurzaam Arbeidsongeschikten) ten opzichte van mensen
die werken. Zoals de briefschrijvers aangeven, komt dit door een verschil in verschuldigde
loonheffing (loonbelasting en premie volksverzekeringen). Kortgezegd vinden zij het
onrechtvaardig dat zij netto minder overhouden dan werkenden. Zij vinden dat zij op
eenzelfde wijze moeten worden belast als iemand die werkt.
Het verschil in belastingdruk dat wordt beschreven, wordt met name veroorzaakt door
de arbeidskorting. Deze heffingskorting is de afgelopen jaren sterk verhoogd, waardoor
dit verschil zichtbaar groter is geworden. De arbeidskorting wordt in beginsel enkel
toegekend over inkomen uit tegenwoordige arbeid. Een socialezekerheidsuitkering, zoals
de IVA-uitkering, wordt niet beschouwd als inkomen uit tegenwoordige arbeid. De arbeidskorting
kan daarop dan ook niet worden toegepast. Belastingplichtigen met een socialezekerheidsuitkering
betalen daardoor onder aan de streep meer belasting dan belastingplichtigen met inkomen
uit tegenwoordige arbeid. Zoals ook vermeld in de Kabinetsreactie van 19 september jl.3, is het feit dat de arbeidskorting op uitkeringen niet kan worden toegepast, in lijn
met de voornaamste doelen van de arbeidskorting, namelijk het bevorderen van de arbeidsparticipatie en (meer)
werken lonender te maken.
Het demissionaire kabinet vindt het belangrijk dat werken loont en dat de belastingdruk
op arbeid niet te hoog is. Op een krappe arbeidsmarkt is het extra belangrijk om te
stimuleren dat zoveel mogelijk mensen (meer) gaan werken. Het kabinet hecht eraan
dat wie de stap maakt om aan het werk te gaan of meer uren te werken, daar financieel
voordeel van heeft. In het coalitieakkoord (bijlage bij Kamerstuk 35 788, nr. 77) zijn verschillende maatregelen opgenomen om dit te bevorderen, waaronder de verhoging
van de arbeidskorting. De arbeidskorting is immers een gerichte maatregel om (meer)
werken lonender te maken. Het demissionaire kabinet hecht er ook aan om belasting
te heffen naar draagkracht. De heffingskortingen in de inkomensbelasting, zoals de
arbeidskorting die alleen op inkomen uit arbeid kan worden toegepast, helpen om werken
meer lonend te maken, maar betekenen ook dat het verschil in belastingdruk tussen
werkenden en mensen met socialezekerheidsuitkering groter wordt.
Er is bij mensen die een socialezekerheidsuitkering ontvangen, zoals een IVA-uitkering,
met name de laatste jaren een steeds groter wordend, voelbaar verschil in belastingdruk
ontstaan ten opzichte van werkenden. Dat verschil is voorstelbaar frustrerend voor
mensen die wel willen werken maar dat niet kunnen. Het is echter wel in lijn met de
huidige vormgeving van de inkomensbelasting en de nagestreefde doelen van onder meer
de arbeidskorting.
Het verschil in belastingdruk wordt gemonitord en we onderzoeken wat we hieraan kunnen
doen. De Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst neemt dit
mee in de verdere (beleids)ontwikkeling van de inkomstenbelasting, waar vereenvoudiging
van het belastingstelsel centraal staat.
Momenteel worden de heffingskortingen, waaronder de arbeidskorting, in de inkomstenbelasting
ook geëvalueerd. Daarnaast wordt door het Ministerie van Financiën gewerkt aan de
Bouwstenen voor een beter belastingstelsel, waarin ook aandacht wordt besteed aan
de doelen en vormgeving van ons belastingstelsel. Deze onderzoeken kunnen voor een
nieuw kabinet aanknopingspunten bieden voor het bezien van de verhouding van het netto-inkomen
tussen mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering en werkenden.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
C.E.G. van Gennip
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
C.E.G. van Gennip, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid