Brief regering : Kabinetsreactie evaluatie bijzondere regelingen motorrijtuigenbelasting (MRB) en belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM)
32 800 Maatregelen op het gebied van autobelastingen («Autobrief»)
Nr. 81
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 september 2023
De bijzondere regelingen in de motorrijtuigenbelasting (MRB) en de belasting van personenauto's
en motorrijwielen (BPM) bevatten meer dan 40 bijzondere regelingen in de vorm van
onder meer vrijstellingen en verlaagde tarieven voor diverse categorieën voertuigen.
Het Ministerie van Financiën heeft vorig jaar het SEO Economisch Onderzoek (SEO) gevraagd
deze regelingen te evalueren. Op 1 juli 2022 is het rapport met uw Kamer gedeeld (Kamerstuk
32 800, nr. 76). Hierbij bied ik u de kabinetsreactie op dit rapport aan.
Scope van de evaluatie
De evaluatie van de bijzondere regelingen rondom de MRB en BPM vloeit voort uit de
Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek (RPE). De RPE stelt dat de doeltreffendheid
en doelmatigheid van beleid periodiek moet worden geëvalueerd. Bij de evaluatie heeft
SEO daarom gekeken naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van 14 BPM-regelingen
en 27 MRB-regelingen. Daarnaast heeft SEO conform het toetsingskader fiscale regelingen1 bekeken of de fiscale regeling een helder beschreven doel heeft, of overheidsingrijpen
wenselijk is en of het gekozen instrument geschikt is.
Bevindingen onderzoekers
Op grond van de evaluatie doet SEO twee algemene aanbevelingen. Ten eerste adviseren
de onderzoekers om de doelstelling van de bijzondere regelingen te operationaliseren
en hiervoor indicatoren en streefwaarden te gebruiken. Daarnaast adviseren zij om
kennisdossiers op te bouwen om versplintering van kennis bij de Belastingdienst over
datasets van de betreffende bijzondere regelingen tegen te gaan en een soepele kennisoverdracht
bij wisselend personeel te bevorderen.
Ten aanzien van de regelingen heeft SEO specifieke aanbevelingen gedaan. Hieronder
worden de aanbevelingen per onderdeel samengevat. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen
van de budgettaire tabel en het aantal gebruikers per regeling uit het onderzoeksrapport
van SEO.
1. Nihiltarief in de MRB voor OV-autobussen op LPG of aardgas en verlaagde brandstoftoeslag
voor gas in de MRB
In de wet MRB 1994 geldt onder voorwaarden een nihiltarief voor een autobus die op
LPG of aardgas rijdt en die hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het openbaar vervoer.
Daarnaast geldt in de wet MRB 1994 een lager tarief voor personenauto’s die in het
kentekenregister de brandstofsoort CNG, LNG of de brandstofsoort LPG met de typeaanduiding
af-fabriek-, G3- of R115-installatie is opgenomen.
Onderzoekers adviseren deze twee regelingen af te schaffen. De doelstelling van de
regelingen is volgens SEO achterhaald: door het rijden op gas fiscaal te stimuleren
blijft dat relatief aantrekkelijk terwijl er schonere alternatieven beschikbaar zijn.
2. MRB-vrijstelling voor taxi’s en OV
In de wet MRB 1994 geldt een vrijstelling voor personenauto’s die geheel of nagenoeg
geheel worden gebruikt voor het verrichten van openbaar vervoer of taxivervoer in
de zin van de Wet personenvervoer 2000. Dit is de zogenoemde taxivrijstelling. De
regeling heeft als doel het OV te stimuleren. De onderzoekers adviseren de taxivrijstelling
af te schaffen óf te vervangen voor beleid dat hetzelfde doel behaalt zonder negatieve
effecten voor het milieu. Neveneffect van de regeling is dat deze dieselauto’s aantrekkelijk
maakt doordat ze relatief goedkoop zijn in gebruik en daar geen hogere mrb tegenover
staat. Daarnaast stelt het SEO dat het gebruik van taxi’s relatief aantrekkelijk wordt
gemaakt ten opzichte van andere (milieuvriendelijkere) vormen van vervoer.
Volgens SEO heeft de vrijstelling in de praktijk hoogstwaarschijnlijk zeer beperkt
effect op de reiskosten2 en laat het onderzoek van het Kennisinstituut voor Mobiliteit (2018)3 zien dat reizigers in het openbaar vervoer slechts beperkt reageren op prijsveranderingen.
Mogelijk heeft de regeling effect op het aanbod van taxi’s en OV, maar dat was volgens
SEO niet goed na te gaan.
3. MRB-vrijstelling voor oldtimers (auto’s van 40 jaar en ouder)
In de wet MRB 1994 geldt voor voertuigen die 40 jaar en ouder zijn een vrijstelling.
De zogenoemde vrijstelling voor oldtimers. SEO adviseert de oldtimerregeling te versoberen
door de regeling toe te spitsen op specifieke modellen die tot mobiel erfgoed worden
gerekend. Daarmee verbetert de doeltreffendheid van de regeling. De regeling is oorspronkelijk
ingevoerd vanwege beperkt gebruik van de weg door deze groep, maar is in de loop van
de tijd veranderd in een regeling voor het behoud van mobiel erfgoed. Volgens onderzoekers
draagt de regeling bij aan een toename van het aantal oude voertuigen die relatief
vervuilend zijn. Tegelijkertijd geven de onderzoekers aan dat het in de praktijk lastig
is om tot een gedetailleerde juridische definitie van mobiel erfgoed te komen. Dit
heeft tot gevolg dat alternatief beleid niet goed direct gericht kan zijn op het behoud
van mobiel erfgoed. Daarnaast kan volgens het SEO Betalen naar Gebruik passend alternatief
beleid zijn onder de aanname dat mobiel erfgoed slechts beperkt gebruikt wordt. In
dat geval zijn de kosten voor het hebben van een dergelijk voertuig beperkt, als daarmee
daadwerkelijk weinig wordt gereden. Bij invoering van Betalen naar Gebruik in Nederland
vervalt in dat geval de noodzaak voor een regeling voor oldtimers. Het neveneffect
van extra vervuiling door het gebruik van oude voertuigen wordt daardoor ook ingeperkt
aangezien er per gebruik wordt belast.
4. MRB-kwarttarief kampeerauto
In de wet MRB 1994 geldt – vanwege samenhang met beperkt gebruik van de weg – een
kwarttarief voor personenauto’s waarvan de binnenruimte is ingericht voor het vervoer
en verblijf van personen en is voorzien van een vaste kook- en slaapgelegenheid. Het
zogenoemde kwarttarief kampeerauto. Voor kampeerauto’s die bedrijfsmatig worden verhuurd
geldt in de wet MRB 1994 een halftarief.
SEO adviseert het kwarttarief kampeerauto anders vorm te geven, want circa vijftig
procent van de eigenaren van kampeerauto’s schorst het kenteken voor een deel van
het jaar, waardoor het feitelijke tarief lager is dan het kwarttarief. Bovendien is
het budgettair beslag van de regeling gemiddeld genomen ruim € 288 miljoen per jaar.
In 2019 en 2020 lag het budgettaire belang met respectievelijk € 330 miljoen en € 334
miljoen zelfs ruim daarboven. Als vorm van alternatief beleid adviseert SEO het gebruik
van de weg te belasten.
5. Regelingen in MRB en BPM die een publiek belang dienen
Binnen de Wet BPM 1992 en de Wet MRB 1994 zijn er verschillende bijzondere regelingen
waarbij het «dienen van het publieke belang» van de gebruikersgroepen de hoofddoelstelling
is voor het bestaan van die regelingen. Het gaat hierbij om de volgende regelingen:
Uitzonderingen in de MRB
• Vrijstelling ambulances
• Vrijstelling dierenambulances
• Vrijstelling voor defensie- en politiemotorrijtuigen
• Vrijstelling brandweer
•
Vrijstelling reinigingsdiensten
• Vrijstelling lijkwagens1
Uitzonderingen in de BPM
• Vrijstelling militaire voertuigen
• Teruggaaf dierenambulances
• Teruggaaf politievoertuigen
•
Teruggaaf brandweer
• Teruggaaf lijkwagens
• Teruggaaf ambulances
• Teruggaaf gevangenenvervoer
X Noot
1
Deze vrijstelling in de Wet MRB 1994 geldt tevens ook vanwege samenhang met beperkt
gebruik van de weg.
SEO adviseert de regelingen die een publiek belang dienen te vervangen door een verhoging
van budgetten of een subsidieregeling zodat hetzelfde doel wordt behaald terwijl de
prikkel voor realisatie van milieudoelstellingen via de autobelastingen niet wordt
verminderd.
6. Regelingen in de BPM en MRB voor bestelauto ondernemer
In de wet MRB 1994 geldt een lager tarief voor bestelauto ondernemer. In de Wet BPM
1992 geldt een vrijstelling voor de bestelauto ondernemer. Deze twee regelingen dienen
ter stimulatie van ondernemerschap. SEO adviseert deze twee regelingen te vervangen
door beleid dat hetzelfde doel behaalt zonder negatieve effecten op het milieu. Volgens
de onderzoekers verlagen de regelingen de kosten voor ondernemers die gebruikmaken
van een bestelauto, maar wat de impact hiervan is op het ondernemerschap is niet duidelijk.
Zo is onbekend of hierdoor de overlevingskansen van bedrijven toenemen, er per saldo
meer bedrijven zijn in Nederland of de toegevoegde waarde (bbp) toeneemt. Verder zorgen
deze regelingen ook voor een hogere uitstoot van broeikasgassen door de voertuigen.
Met de opkomst van emissiearme bestelauto’s kunnen deze regelingen meer in lijn worden
gebracht met het tweede doel van de autobelastingen (het leveren van een bijdrage
aan het behalen van luchtkwaliteits- en klimaatdoelstellingen).
7. De MRB-regelingen met de doelstelling beperkt weggebruik
Binnen de Wet MRB 1994 gelden er vrijstellingen en lagere tarieven voor voertuigen
die samenhangen met beperkt gebruik van de weg. Hier gaat hierbij naast de hiervoor
reeds genoemde MRB-regelingen voor kampeerauto’s en lijkwagens om de volgende regelingen:
• Gematigd tarief rijdende winkel
• Kwarttarief kermis- en circus
• Kwarttarief werktuig of -plaats
• Kwarttarief paardenvervoer
• Vrijstelling wegenbouw
• Vrijstelling gebruik openbare weg over geringe afstand
Volgens SEO is het doel van de regeling – het compenseren voor beperkt gebruik – tegenstijdig
met de grondslag van de MRB, dat van een houderschapsbelasting.
Bovendien is het een aanname dat deze voertuigen slechts beperkt gebruik van de weg
maken, er wordt namelijk niet gecontroleerd of een voertuig beperkt wordt gebruikt.
De onderzoekers geven aan dat een toekomstige invoer van een stelsel van Betalen naar
Gebruik, deze regelingen overbodig zouden maken.
Kabinetsreactie
Het kabinet heeft het evaluatierapport van SEO over de doeltreffendheid en/of doelmatigheid
van de bijzondere regelingen, maar ook de onderzoeksrapporten van de Algemene Rekenkamer
in de periode 2019 en 2020 tot zich genomen (Kamerstuk 32 800, nr. 63 en 68). Het kabinet heeft daarbij kennisgenomen van de observatie dat de doelstelling van
de regelingen duidelijker geformuleerd moeten worden en adviseert de volgende kabinetten
om dit door te voeren. Dit geldt ook voor de aanbeveling om kennisdossiers bij de
Belastingdienst op te bouwen.
Als gevolg van de demissionaire status van het kabinet Rutte IV moet de beslissing
over de toekomst van een aantal van de geëvalueerde regelingen worden overgelaten
aan een volgend kabinet. In een enkel geval is dit ook het gevolg van nader onderzoek
dat noodzakelijk is. Hierbij wordt gekeken of een bijzondere regeling op een verantwoorde
manier kan worden beëindigd. Daar waar het kabinet wel ruimte zag voor het doen van
concrete voorstellen, zijn deze opgenomen in het Belastingplan 2024 (Kamerstuk 36 418). Deze voorstellen worden in het vervolg van deze brief nader toegelicht.
Het kabinet wenst te benadrukken dat het op het standpunt staat dat indien een fiscale
regeling negatief wordt geëvalueerd, deze regeling dient te worden afgeschaft dan
wel dient te worden hervormd en/of versoberd.4 Hierbij is het van belang om te beoordelen of het doel van de regeling nog relevant
is, of het ongewenste neveneffecten heeft, en of de regeling nog doelmatig en doeltreffend
is. Daarnaast moet rekening worden gehouden met het inwerkingtredingsjaar van de maatregelen
vanwege het handelingsperspectief van burgers en ondernemers, maar ook vanwege de
beschikbare IV-capaciteit bij de Belastingdienst om de maatregelen op tijd in te kunnen
invoeren.
1. Nihiltarief in de MRB voor OV-autobussen op LPG of aardgas en verlaagde brandstoftoeslag
voor gas in de MRB
Het kabinet stelt naar aanleiding van de uitkomsten van het SEO-rapport en in het
kader van vereenvoudiging van het belastingstelsel voor5 om deze regelingen per 1 januari 2030 (OV-bussen) respectievelijk per 1 januari 2026
(verlaagde brandstoftoeslag) te beëindigen.
Deze fossiele regelingen zijn destijds geïntroduceerd om de CO2-uitstoot en de afhankelijkheid van benzine en diesel te verminderen. Aardgas gold
toen als een schone en betaalbare brandstof, die een alternatief kon bieden voor benzine
en diesel. Het stimuleren van het gebruik van aardgasvoertuigen werd gezien als een
manier om deze doelen te bereiken. Zoals SEO en de Algemene Rekenkamer6 in hun onderzoek hebben geconcludeerd is de doelstelling van deze regelingen achterhaald
voor wat betreft de inzet van fossiel gas. Het beleid van het kabinet is nu gericht
op het stimuleren van duurzame alternatieven, zoals elektrische auto's en waterstofauto’s.
Tegelijkertijd blijft het kabinet inzetten op verdere groei van het aandeel biobrandstoffen
in de huidige infrastructuur.7 Ook in het kader van het Europese Fit for 55-pakket en de hoge doelen uit REDIII
(Renewable energy directive) en de ETS (European Union Emissions Trading System) blijft
het kabinet de mogelijkheden verkennen voor investeringen in de infrastructuur van
hernieuwbare energie in mobiliteit. De opgebouwde (gas) infrastructuur blijft daarom
relevant voor de transitie naar de verdere inzet van hernieuwbare brandstoffen.
Specifiek voor de regeling voor autobussen kost de uitvoering – in verhouding tot
het aantal gebruikers – relatief veel capaciteit om vast te stellen of een autobus
daadwerkelijk wordt ingezet in het openbaar vervoer. Afschaffen van de regeling heeft
daarmee de voorkeur in het kader van de eenvoud en uitvoerbaarheid. Gelet op het reeds
afgesloten Bestuursakkoord zero emissie OV-busvervoer8 in 2030 dat uitgaat van zero-emissie bussen per 2030 heeft het kabinet besloten om
deze regeling per 1 januari 2030 af te schaffen.
2. MRB-vrijstelling voor taxi’s en openbaar vervoer (OV)
Het kabinet adviseert aan het volgend kabinet om naar aanleiding van de evaluatie
door SEO de gevolgen van de regeling op doelgroepenvervoer nader te onderzoeken. Het
kabinet erkent dat de regeling administratieve lasten met zich meebrengt voor zowel
de uitvoering als de gebruikers van de regeling.
Tegelijkertijd wordt er in het OV nauwelijks gebruik gemaakt van personenauto’s. De
regeling beslaat daarom voornamelijk de taxisector waar het doelgroepenvervoer een
belangrijke rol speelt.9 Voor deze markt zijn deelauto’s, fietsen etc. geen goed alternatief en komen hogere
kosten waarschijnlijk voornamelijk terecht bij opdrachtgevers (zoals gemeenten) en
ondernemers in het doelgroepenvervoer. Voordat tot beëindiging van deze regeling wordt
overgegaan moeten de eventuele gevolgen voor het doelgroepenvervoer nader worden onderzocht
en zal moeten worden bezien of voor eventuele nadelige effecten een passende oplossing
voorhanden is. Hiervoor is nader overleg nodig met de betrokken partijen. Daarnaast
moet onderzocht worden welke wijzigingen van de indexering van de wettelijke maximumtarieven
voor taxivervoer nodig zijn zodat taxi-ondernemers de extra kosten kunnen doorberekenen
aan klanten en opdrachtgevers (zoals gemeenten). Het gaat hierbij om enkele centen
per kilometer.
Verder kunnen taxi’s voor de markt bestaande uit niet gecontracteerd vervoer, zoals
gesteld door SEO gezien worden als een mogelijk verdringende factor voor de fiets
of bus, maar blijven ze voor het kabinet een milieuvriendelijk alternatief voor eigen
autobezit, zijn ze onderdeel van de OV-keten, en voorzien ze in vervoer voor mensen
die geen gebruik kunnen maken van regulier OV.
3. MRB-vrijstelling voor oldtimers (auto’s van 40 jaar en ouder)
Het kabinet stelt naar aanleiding van de evaluatie door SEO en in het kader van vereenvoudiging
van het belastingstelsel voor om de regeling per 1 januari 2028 te versoberen tot
voertuigen die tot 1988 zijn gebouwd.10 Bij omzetting in 2028 naar bouwjaar tot 1988 wordt rekening gehouden met de overgangsregeling
voor motorrijtuigen die voor het eerst in gebruik zijn genomen vóór 1 januari 1988
maar waarvan de datum 1e toelating nog geen 40 jaar geleden is. Deze overgangsregeling loopt af in 2028. Met
het voorstel wordt de huidige groep voertuigen van 40 jaar en ouder ontzien en tegelijkertijd
voorkomen dat er nieuwe voertuigen (met een bouwjaar vanaf 1988) de regeling instromen.
4. MRB-kwarttarief kampeerauto
De regeling is bedoeld om kampeerauto’s te compenseren vanwege het beperkte gebruik
van de weg. Het kabinet stelt voor11 – naar aanleiding van de evaluatie van SEO – om het kwarttarief voor kampeerauto’s
per 1 januari 2026 te versoberen naar een halftarief. Voor bedrijfsmatig gehouden
kampeerauto’s geldt reeds een halftarief. Gelet de gelijkgetrokken tarieven kan het
onderscheid tussen particulier en bedrijfsmatig gehouden kampeerauto’s komen te vervallen.
Bedrijfsmatig gehouden kampeerauto’s vallen vanaf wijziging onder het halftarief voor
particuliere kampeerauto’s. Zoals de onderzoekers hebben geconcludeerd levert de bijzondere
regeling voor de kampeerauto’s een aanzienlijke belastingderving in de autobelastingen
op. Voorts stoten kampeerauto’s, in vergelijking met personenauto’s relatief meer
CO2, stikstofoxiden en fijnstof uit en dragen daarmee relatief meer bij aan de totale
emissie door het wegverkeer. Daarnaast schorst circa de helft van de gebruikers de
kampeerauto minimaal één keer per jaar. Door schorsing wordt de facto een lagere mrb
betaald dan het geldende tarief. Het kabinet kiest bewust voor om de regeling niet
af te schaffen. Door te versoberen naar halftarief blijft de mrb voor de huidige bezitters
van kampeerauto’s billijk.
5. Regelingen in MRB en BPM die een publiek belang dienen
In tegenstelling tot het SEO-advies kiest het kabinet ervoor om de regelingen die
een publiek belang dienen vooralsnog niet aan te passen. Het kabinet onderschrijft
de bevinding dat het vaststellen van voldoende budget voor de uitvoering van publieke
taken de voorkeur verdient boven het inrichten van fiscale regelingen. Het overhevelen
van de regelingen naar budgetten aan de uitgavenkant is echter een ingewikkelde operatie
met onvermijdelijke herverdelingseffecten. Naar verwachting zullen de uitvoeringskosten
bij een eventuele omzetting naar subsidies hoger liggen dan het onverkort blijven
uitvoeren van de huidige fiscale regeling.
6. Regelingen in de BPM en MRB voor bestelauto ondernemer
De bpm-vrijstelling bestelauto ondernemer wordt reeds per 1 januari 2025 afgeschaft12. Deze wijziging is vorig jaar opgenomen in het Belastingplan 2023. Het kabinet kiest
– mede gelet op de demissionaire status – ervoor om de belastingdruk voor bestelauto’s
van ondernemer niet verder te verzwaren middels een versobering van de MRB-regeling.
Deze keuze volgt uit een eerdere overweging of het mrb-tarief kon worden verhoogd
en waarvan destijds is afgezien.13 Het is aan het volgende kabinet om de uitkomsten van de evaluatie te heroverwegen.
7. De MRB-regelingen met de doelstelling beperkt weggebruik
Bij een eventuele verdere uitwerking van Betalen naar Gebruik door een volgend kabinet
kunnen de uitzonderingen in de MRB die samenhangen met beperkt gebruik van de weg,
worden herzien. Het gaat hierbij onder andere om de volgende regelingen:
• Teruggaaf bedrijfsvoertuigenpark vrachtwagens
• Gematigd tarief rijdende winkel
• Vrijstelling keuringsritten met geschorst kenteken
• Kwarttarief kermis- en circus
• Kwarttarief werktuig of -plaats
• Vrijstelling wegenbouw
• Vrijstelling gebruik openbare weg over geringe afstand
• Tarief bedrijfsvoorraad / herstelbedrijf
• Vrijstelling lijkwagens
8. Kwarttarief MRB-paardenvervoer
In de wet MRB 1994 geldt een kwarttarief voor een voertuig dat is ingericht voor het
vervoer van paarden ten behoeve van de paardensport en uitsluitend niet-beroepsmatig
wordt gebruikt. De zogenoemde regeling voor paardenvervoer. De regeling is bedoeld
om de groep te compenseren vanwege het beperkte gebruik van de weg. Zoals hierboven
beschreven gelden in dit kader meerdere bijzondere regelingen in de mrb en is het
voorstel om dit te bezien in het kader van een eventuele toekomstige uitwerking van
Betalen naar Gebruik. Specifiek voor het kwarttarief in de mrb voor paardenvervoer
geldt echter dat de regeling door de ruime interpretatie van de voorwaarden moeilijk
uitvoerbaar is. Bovendien ontvangt de Belastingdienst regelmatig verzoeken van personen-
en bestelauto's die niet geschikt (veilig en diervriendelijk) zijn voor het vervoeren
van paarden. Daarbij is het gebruik van de regeling de afgelopen jaren fors toegenomen:
van 1.898 gebruikers in 2018 tot 3.100 in 2022.
Deze toenemende aantallen en de ruime interpretatie van de voorwaarden maken de regeling
moeilijk handhaafbaar. Het kabinet stelt daarom voor14, gelet op het voorgaande en in het kader van vereenvoudiging van het belastingstelsel,
om de regeling per 1 januari 2026 te beëindigen. De fiscale milieuprikkels in de MRB
worden daarmee ook van toepassing op deze groep voertuigen. Verder draagt het afschaffen
van de vrijstelling bij aan de uitvoerbaarheid, eenvoudiger maken van het stelsel
en de fiscale neutraliteit in de MRB ten opzichte van andere sporten en hobby’s.
9. Teruggaaf BPM-geldtransport
In de Wet BPM 1992 wordt op verzoek een bpm-teruggaaf verleend voor voertuigen die
zijn ingericht voor geldtransport en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn (zogenoemde
geldtransportwagens). De regeling voor geldtransportwagens is destijds in de wet BPM
1992 opgenomen omdat deze voertuigen binnen de huidige regels als personenauto worden
aangemerkt doordat de laadruimte zitplaats biedt aan een bewaker. Het kabinet stelt
in het kader van vereenvoudiging van het belastingstelsel voor15 om deze regeling per 1 januari 2026 te beëindigen.
Door beëindiging van de regeling worden deze voertuigen in de heffing van de BPM betrokken,
zodat het CO2-zuiniger alternatief voor deze voertuigen aantrekkelijker wordt. Dit past binnen
de bredere context van de klimaat- en milieudoelen.
De teruggaafregeling voor geldtransportwagens brengt daarnaast administratieve lasten
met zich voor zowel de uitvoering als de gebruikers van de regeling. Door beëindigen
van de regeling wordt het belastingstelstel eenvoudiger en beter uitvoerbaar.
Ik hoop uw Kamer met deze brief voldoende te hebben geïnformeerd en dat de voorgestelde
maatregelen ondanks de demissionaire status van het kabinet doorgevoerd kunnen worden.
De Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst, M.L.A. van Rij
Budgettair beslag en aantal gebruikers per regeling uit onderzoeksrapport SEO
Uitzondering
Gebruikers 2020
Budgettair beslag 2020 (mln)
Nihiltarief in de MRB voor OV-autobussen op LPG of aardgas
–
–
Vrijstelling taxi of ov
28.736
50,50
Brandstoftoeslag nihil of verlaagd voor gas
82.747
78,2
Kwarttarief kampeerauto
122.935
3341
Halftarief kampeerauto (bedrijfsmatige verhuur)
996
1,8
Kwarttarief paardenvervoer
2.954
1,4
Vrijstelling lijkwagens
1.138
1,7
Vrijstelling oldtimers («motorrijtuigen van 40 jaar en ouder»)
199.118
74,8
Overgangsregeling oldtimers
76.621
13
Teruggaaf lijkwagens
36
0,4
Teruggaaf geldtransport
<10
–
Verlaagd tarief bestelbus ondernemer
811.511
959
Teruggaaf bedrijfsvoertuigenpark vrachtwagens
45
0,2
Gematigd tarief rijdende winkel
852
0,2
Vrijstelling keuringsritten met geschorst kenteken
67.405
0,1
Kwarttarief kermis- en circus
970
0,5
Kwarttarief werktuig of -plaats
413
0,2
Vrijstelling wegenbouw
196
0,2
Vrijstelling gebruik openbare weg over geringe afstand
288
0,3
Tarief bedrijfsvoorraad / herstelbedrijf
32.008
13,7
Aftrek gewicht rolstoelinstallatie
2.100
0,1
Verlaagd tarief bestelauto ingericht voor gehandicapten
12.080
15,8
Vrijstelling ambulances
1.508
3,7
Vrijstelling dierenambulances
298
0,4
Vrijstelling voor defensie- en politiemotorrijtuigen
14.054
14,9
Vrijstelling brandweer
5.001
4,5
Vrijstelling reinigingsdiensten
3.551
1,4
Vrijstelling buitenlandse motorrijtuigen
73
–
Vrijstelling gecombineerd rail-wegvervoer
<10
–
Vrijstelling bijzondere kentekens
1111
11 mln
Vrijstelling militaire voertuigen
n.b.
n.b.
Vrijstelling bij invoer in specifieke omstandigheden
6.688
13 mln
Teruggaaf politievoertuigen
814
10,6 mln
Teruggaaf brandweer
110
1,4 mln
Teruggaaf invalide voertuigen
<10
–
Teruggaaf ambulances
63
1,2 mln
Teruggaaf gevangenenvervoer
<10
–
Teruggaaf groepsrolstoelvervoer
1,2 mln
Teruggaaf dierenambulances
<10
–
Teruggaaf bestelauto’s gehandicapten
304
4,1 mln
X Noot
1
SEO is hier uitgegaan van alle kampeerauto’s zonder schorsing. Het gerapporteerde
budgettaire beslag in bijlage 9 van de Miljoenennota houdt wel rekening met schorsing.
Bij schorsing wordt dan geen budgettair beslag berekend als gevolg van het kwarttarief.
Circa de helft van de gebruikers schorst de kampeerauto een deel van het jaar.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M.L.A. van Rij, staatssecretaris van Financiën