Brief regering : Stand van zaken asfaltcentrales
28 089 Gezondheid en milieu
Nr. 241
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 7 juli 2022
Hierbij informeer ik uw Kamer over de emissies van benzeen en Polycyclische aromatische
koolwaterstoffen (PAK’s) bij asfaltcentrales en over de acties die de betreffende
bevoegde gezagen hebben genomen naar aanleiding van de uitstoot bij asfaltcentrales.
Hiermee geef ik invulling aan de ingediende motie van de leden Beckerman en Van Esch1 met het verzoek te onderzoeken hoeveel de uitstoot van schadelijke stoffen per asfaltfabriek
is en dat te delen met uw Kamer. Tevens informeer ik u met deze brief over de voortgang
van de voorgenomen wijziging omtrent de erkende maatregel bij asfaltcentrales. Over
dit voornemen bent u eerder geïnformeerd2.
De erkende maatregel stelt kwaliteitseisen aan asfalt en asfaltgranulaat volgens de
Beoordelingsrichtlijn (BRL) 9320. Zoals ook eerder met uw Kamer is gedeeld, blijkt
dat de erkende maatregel niet waarborgt dat aan de emissiegrenswaarde van PAK’s wordt
voldaan.
Overzicht emissies asfaltcentrales
In Nederland zijn 28 asfaltcentrales in bedrijf. De vergunningverlening, toezicht
en handhaving (VTH) voor asfaltcentrales is belegd bij het bevoegd gezag (gemeente
of provincie). Zo kan locatie-specifiek beoordeeld worden welke maatregelen moeten
worden genomen, met in achtneming van de onderdelen uit de wet- en regelgeving die
rechtstreeks van toepassing zijn. De bevoegde gezagen hebben de uitvoering van de
VTH-taken belegd bij de in hun regio opererende omgevingsdiensten.
Omgevingsdienst NL (ODNL), de vereniging van de 29 omgevingsdiensten, heefteen inventarisatie
uitgevoerd naar de uitstoot van benzeen en PAK’s bij asfaltcentrales. De gevraagde
gegevens zijn afkomstig van deomgevingsdiensten. Hieruit blijkt dat de meetgegevens
onderling lastig te vergelijken zijn, omdat de omstandigheden waaronder gemeten wordt
en de centrales onderling qua installaties/ techniek verschillend zijn. Ook is de
erkende maatregel ten aanzien van PAK’s nog van toepassing – er is nu geen wettelijke
verplichting om te meten – waardoor niet overal metingen zijn uitgevoerd betreffende
de emissie van PAK’s.
In de bijlage treft u een actueel overzicht van deze inventarisatie aan zoals toegestuurd
door ODNL, waarvoor de afzonderlijke omgevingsdiensten informatie hebben aangeleverd.
Hierin zijn ook de handhavende acties benoemd die de verschillende omgevingsdiensten
hebben ingezet om de geconstateerde overschrijdingen van benzeen terug te dringen.
Het overzicht laat zien dat omgevingsdiensten meer inzetten op het verrichten van
metingen. In vergelijking met de stand van zaken bij de vorige kamerbrief is meer
bekend over de emissies van de asfaltcentrales. Door de omgevingsdiensten zijn op
basis van de meetresultaten toezicht- en handhavingsprocedures in gang gezet. Ook
zijn er gesprekken gestart met asfaltcentrales om voor te sorteren op de situatie
na het intrekken van de erkende maatregel.
Uit het onderzoek van Omgevingsdienst NL blijkt dat 61% van de centrales voldoet aan
de emissienorm voor benzeen. Voor PAK’s geldt dat 42% voldoet aan de emissienorm.
De centrales die niet voldoen aan de PAK emissienorm voldoen wel aan de «erkende maatregel»
(certificaat BRL 9320). Het huidige beeld, met gedetailleerde meetresultaten per centrale,
is lastig vergelijkbaar met het overzicht dat in december 2021 met uw Kamer is gedeeld
waarmee destijds een globaler beeld is gegeven. Door de uitgevoerde metingen is nu
meer informatie bekend over de emissies van de verschillende asfaltcentrales.
Vervolg
Deze inventarisatie van ODNL laat zien dat extra stappen nodig zijn. Met betrekking
tot benzeen moeten asfaltcentrales voldoen aan de emissienorm en zien we dat bevoegd
gezagen hier toezicht- en handhavingsprocedures zijn gestart. Voor PAK’s ligt dit
ingewikkelder vanwege de erkende maatregel. Met het oog op het milieu en de gezondheid
van omwonenden is het van belang dat luchtverontreinigende overschrijdingen bij asfaltcentrales
op een zo kort mogelijke termijn worden opgelost. Technisch zijn er mogelijkheden
om emissies te reduceren, dit vraagt in bepaalde gevallen om extra investeringen.
Ik vind het zeer belangrijk dat bedrijven hierin hun verantwoordelijkheid nemen; de
emissiegrenswaarden zijn er immers juist om mens en milieu te beschermen. Aangezien
sommige asfaltcentrales er nu al wel in slagen om de gestelde emissiewaarden te behalen,
is het van belang dat bedrijven, bevoegd gezagen en omgevingsdiensten van elkaar leren.
Omgevingsdienst NL heeft het initiatief genomen om tot een landelijk geharmoniseerde
aanpak te komen van het meten van emissies bij asfaltcentrales.
De problematiek rond de asfaltcentrales toont het belang van een goede werking van
het stelsel van vergunning, toezicht en handhaving. Om de aanbevelingen van de commissie
Van Aartsen op te volgen, wordt momenteel het interbestuurlijk programma versterking
VTH-stelsel (IBP) opgezet. Over het programmaplan IBP wordt u separaat geïnformeerd.
Daarnaast reserveert het coalitieakkoord structureel geld voor de versterking van
het VTH-stelsel. Het beleidsprogramma IenW3 gaat in op de besteding van deze gelden.
Ik ben ook in gesprek met de gemeenten Nijmegen, Eindhoven en ‘s Hertogenbosch over
de problematiek van de asfaltcentrales in hun gemeenten. Gesproken is over de zorgen
van de inwoners en de behoefte van gezamenlijk overheidshandelen.
Er is behoefte aan een betere landelijke afstemming en het optreden als één overheid
als het gaat om de aanpak en het meten van emissies van asfaltcentrales. De ODNL heeft
hierin een faciliterende rol, die ik van harte ondersteun. Het is belangrijk dat de
bevoegde gezagen zich blijven inzetten om de geconstateerde overschrijdingen teniet
te doen en niet afwachten tot het intrekken van de erkende maatregel.
Erkende maatregel PAK’s
Ten aanzien van emissies van PAK’s bij asfaltcentrales is een erkende maatregel van
toepassing. De erkende maatregel stelt kwaliteitseisen aan asfalt en asfaltgranulaat
volgens de Beoordelingsrichtlijn (BRL) 9320. Als het asfalt en asfaltgranulaat aan
de kwaliteitseisen volgens de BRL 9320 voldoet, dan zouden de emissies van PAK’s die
vrijkomen bij het productieproces ook moeten voldoen aan de emissiegrenswaarde voor
PAK’s. Zoals ook eerder met uw Kamer is gedeeld, blijkt dat de erkende maatregel niet
waarborgt dat aan de emissiegrenswaarde van PAK’s wordt voldaan. Het Ministerie van
IenW is om die reden een verkenning gestart met het voornemen – met een wijziging
van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) – de erkende maatregel voor PAK’s
te schrappen. De betrokken partijen zijn geraadpleegd en op basis hiervan is een voorstel
in voorbereiding om in 2023 een wijzigingsbesluit te nemen en de erkende maatregel
te schrappen4.
Tot slot
Met het oog op het milieu en de gezondheid van omwonenden is het van belang dat luchtverontreinigende
overschrijdingen bij asfaltcentrales op een zo kort mogelijk termijn worden opgelost.
Ik ben en blijf hierover met de betrokken partijen in gesprek.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
V.L.W.A. Heijnen
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
V.L.W.A. Heijnen, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat