Brief regering : Verslag van de NAVO ministeriële bijeenkomst van 6 en 7 april 2022
28 676 NAVO
Nr. 402 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 14 april 2022
Hierbij bied ik u het verslag aan van de NAVO ministeriële bijeenkomst van 6 en 7 april
2022.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
W.B. Hoekstra
VERSLAG NAVO MINISTERIËLE BIJEENKOMST VAN 6 EN 7 APRIL 2022
Op woensdag 6 en donderdag 7 april 2022 vond een fysieke bijeenkomst van de NAVO-ministers
van Buitenlandse Zaken plaats in Brussel. De Minister van Buitenlandse Zaken nam deel
aan deze vergadering.
De bijeenkomst bestond uit drie delen: een avondsessie op 6 april en twee werksessies
op 7 april. Bij de eerste werksessie op de tweede dag sloten ook NAVO-partners Georgië,
Oekraïne, Zweden, Finland, Australië, Japan, Nieuw-Zeeland (via videoverbinding),
Zuid-Korea en de EU in de persoon van de EU Hoge Vertegenwoordiger Borrell aan. De
oorlog in Oekraïne stond in alle discussies centraal. Bondgenoten waren eensgezind
in hun solidariteit met Oekraïne. Zij veroordeelden de Russische inval in Oekraïne
en spraken hun afschuw uit over de misdrijven jegens burgers in Boetsja.
Het belangrijkste resultaat van de bijeenkomst was het besluit van NAVO-ministers
tot voortzetting en intensivering van hun steun aan Oekraïne. Voorts werd een pakket
aangenomen met maatregelen waarmee Bosnië-Herzegovina, Georgië en Moldavië, die extra
bloot staan aan ongewenste Russische inmenging, te ondersteunen. Ten slotte werd ook
het handvest aangenomen voor DIANA (Defence Innovation Accelerator for the North Atlantic). DIANA zal nieuwe technologieën de bedoeld zijn om toekomstige defensie-uitdagingen
te weerstaan, testen, evalueren en valideren. Nederland heeft in een eerdere fase
reeds toegezegd een van de testlocaties te zullen verzorgen. Dit aanbod werd aanvaard.
Er zullen in totaal 60 testlocaties zijn, verspreid over de 30 bondgenoten.
Avondsessie 6 april: NAVO 2030/Strategisch Concept
De veiligheidssituatie in Europa is de afgelopen maanden verslechterd. De noodzaak
van een volgend Strategisch Concept, waarmee richting kan worden gegeven aan het handelen
van de NAVO in de komende periode, is groot. Tijdens deze sessie waren ministers eensgezind
dat dit volgende Strategisch Concept sterk beïnvloed zal worden door de inval van
Rusland in Oekraïne. Niet langer zal Rusland kunnen worden benoemd als partner. Dit
betekent ook een sterkere oriëntatie op collectieve verdediging als een van de drie
kerntaken. Nederland onderstreepte daarbij dat het langere termijn perspectief niet
uit het oog verloren moet worden. Dat betekent zowel aandacht voor de andere twee
kerntaken (crisis management en coöperatieve veiligheid), als het zekerstellen van
voldoende defensiebudgetten, alsook het alert blijven op de uitdagingen waarvoor China
het bondgenootschap stelt, bijvoorbeeld op het terrein van cyber. Ook andere bondgenoten
waren van mening dat China een belangrijke uitdaging vormt voor het bondgenootschap,
die ook haar weerslag zal moeten krijgen in het volgende Strategisch Concept.
In een wereld die onderling steeds nauwer verweven raakt en waarin dreigingen en uitdagingen
voor het Euro-Atlantische gebied overal ter wereld kunnen ontstaan, zijn partnerschappen
van grote waarde. Veel bondgenoten wezen daarbij in het bijzonder op de noodzaak van
samenwerking met vier landen in het Indo-Pacifische gebied: Australië, Japan, Nieuw-Zeeland
en Zuid-Korea.
Net als de meeste andere bondgenoten onderstreepte Nederland het belang van nauwe
samenwerking tussen de NAVO en de EU. Met een instrumentarium dat complementair aan
elkaar is, moest die samenwerking naadloos zijn. Geen Europees leger, conform de Motie
van het lid Van Haga 1, ieder handelend binnen de eigen rol. De verschikkingen in Boetsja zetten veel bondgenoten
er ten slotte mede toe aan aandacht in het volgende Strategisch Concept te vragen
voor human security.
Eerste sessie 7 april: Rusland/Oekraïne en aantasting internationale rechtsorde
De oorlog van Rusland in Oekraïne heeft ook repercussies buiten het Euro-Atlantisch
gebied. Daarom namen aan deze sessie niet alleen de Oekraïense Minister Kuleba, maar
ook ministers uit partnerlanden Georgië, Zweden, Finland, Australië, Japan, Nieuw-Zeeland
en Zuid-Korea deel, alsook de EU Hoge Vertegenwoordiger Borrell.
Bondgenoten en partners spraken de noodzaak uit van meer steun aan Oekraïne. De oorlog
in Oekraïne is niet alleen een aanval op een land, maar ook een aanval op de waarden
die bondgenoten en partners delen. De internationale rechtsorde, één van de kernwaarden,
wordt in toenemende mate uitgedaagd. Niet alleen door Rusland. Bondgenoten bespraken
het belang gezamenlijk op te treden ter bescherming en versterking van de internationale
rechtsorde. Nederland onderstreepte het belang van het beschermen en versterken van
de internationale rechtsorde en benadrukte dat ieder land zijn eigen keuzes, ook met
betrekking tot defensie, moet kunnen maken.
Om vorm te geven aan de nauwere betrokkenheid tussen de NAVO en de partners in de
Indo-Pacific (Australië, Japan, Nieuw-Zeeland en Zuid-Korea) werd een beleidsagenda
voor samenwerking afgesproken. Deze agenda ziet met name op de volgende tien onderwerpen:
wapenbeheersing, ontwapening en non-proliferatie, contraterrorisme, cyberveiligheid,
hybride dreigingen, de impact van klimaatverandering op veiligheid, maritieme veiligheid,
weerbaarheid, internationale regels en orde, strategische perspectieven op regionale
veiligheid en technologie.
Tweede sessie 7 april: Rusland/Oekraïne
Tijdens deze sessie spraken de dertig bondgenoten over de steun aan Oekraïne en andere
partnerlanden, alsook over de toekomstige relatie van de NAVO met Rusland.
Net als andere bondgenoten, benadrukte ook Nederland de noodzaak Oekraïne te blijven
steunen om zichzelf te kunnen verdedigen. Daarbij is het wel van belang te voorkomen
dat de NAVO niet direct betrokken raakt bij het conflict. Daarom hecht ook Nederland
eraan vast te houden aan het niet instellen van een no-fly zone, conform de motie van het lid Van Haga2.
Bondgenoten waren eensgezind over de noodzaak Bosnië-Herzegovina, Georgië en Moldavië
te ondersteunen in de versterking van hun weerbaarheid tegen de Russische dreiging.
Het voorgestelde steunpakket, waarin onder meer een resilience advisory support team werd aangeboden alsmede ondersteuning bij het versterken van cyberdefensie, werd
aangenomen.
Nederland benadrukte net als andere bondgenoten dat de NAVO zich niet moest laten
belemmeren door de NATO Russia Founding Act uit 1997 om de afschrikking en verdediging aan de Oostflank te versterken. Dat neemt
echter niet weg dat er elementen van waarde in de Akte zitten.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W.B. Hoekstra, minister van Buitenlandse Zaken