Brief regering : Capaciteitstekort forensische artsen NFI
33 628 Forensische zorg
Nr. 91
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 1 april 2022
Met deze brief informeer ik uw Kamer over een relevant capaciteitsvraagstuk bij de
forensisch kinderartsen van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Dit team levert
twee soorten onderzoeken ten behoeve van de strafrechtketen: onderzoek op locatie
van slachtoffers van zedendelicten en rapportages over de duiding van complexe letsels,
die nodig zijn bij de strafrechtelijke afhandeling van zware kindermishandelingszaken.
Door het onverwachte vertrek per 1 maart van twee forensisch artsen die hun opleiding
net hadden afgerond is het team nu zo klein geworden (4 fte van de 8 fte formatieruimte)
dat het NFI niet langer in staat is om op eigen kracht 24/7 piketdienst met landelijke
uitruk voor minderjarige slachtoffers (0–15 jaar) in zedenzaken aan te bieden. Tussen
1 maart en 26 maart jl. was de best mogelijke dienstverlening die het NFI met de resterende
NFI-artsen kon realiseren dat er zes dagen per week tijdens kantooruren werd uitgerukt
om slachtoffers in de leeftijdscategorie 0–12 jaar te onderzoeken. Met behulp van
forensische artsen van buiten het NFI kon dit worden uitgebreid naar zeven dagen per
week.
Slachtoffers in de leeftijdscategorie 13–15 jaar kan het NFI sinds 1 maart niet meer
onderzoeken. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een forensische arts van de GGD of,
als die ook niet beschikbaar is, door een andere arts die de politie bereid vindt
(bijvoorbeeld een kinderarts). Het NFI kan deze artsen telefonische consultatiebijstand
bieden als dat nodig is. Tot nu toe zijn alle slachtoffers bij wie dat nodig was door
een arts onderzocht. Ik betreur ten zeerste dat in sommige gevallen slachtoffers langer
hebben moeten wachten of dat er geen forensisch arts beschikbaar was. Het betreft
hier een zeer kwetsbare groep en ernstige feiten, waardoor het van het grootste belang
is dat er adequaat onderzoek wordt verricht.
De afgelopen weken heeft het NFI met de politie, het Openbaar Ministerie (OM) en mijn
ministerie gezocht naar een oplossing. Doordat de extra capaciteit van de extern ingehuurde
artsen voor langere duur is geregeld is sinds 26 maart jl. de dienstverlening voor
de leeftijdsgroep 0–12 jaar weer op basis van een 24/7 uitrukpiket. Voor de leeftijdsgroep
13–15 jaar wordt daaraan nog hard gewerkt.
Nadere toelichting
De krapte aan forensisch artsen bestaat al langere tijd en treft niet alleen het NFI,
maar alle diensten waar forensisch artsen werkzaam zijn.1 Er is sprake van een vergrijzende beroepsgroep met te weinig instroom in de opleidingen.
In 2018 kondigde het kabinet maatregelen aan om de forensische geneeskunde te versterken
door deze discipline aantrekkelijker te maken, een steviger fundament te geven en
aldus de instroom in het vakgebied te stimuleren. Sinds 2018 zijn er stappen gezet,
maar het lukt nog niet om voldoende instroom te genereren. In dit verband verwijs
ik naar de brief die de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens
de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en mijzelf, op 28 februari
jl. aan uw Kamer heeft gestuurd over een dringend en acuut tekort in sommige regio’s
aan forensisch artsen voor de uitvoering van de lijkschouw.2 Ook de Inspectie Gezondheid en Jeugd concludeerde recent dat de gemeentelijke lijkschouw
onder druk staat door het tekort aan forensisch artsen. In reactie daarop hebben de
toenmalige bewindslieden op 15 november 2021 aangegeven dat een structurele investering
van € 20 miljoen nodig is.3
De afgelopen tijd is intensief gesproken met andere (werkgevers van) forensische artsen
om te bezien of zij het NFI kunnen bijstaan, zodat het onderzoek op minderjarige slachtoffers
van zedendelicten geborgd blijft. Dit zijn met name de GGD’en. Vanwege de algehele
krapte aan forensisch artsen is het voor iedereen echter lastig om bijstand te bieden,
zeker op korte termijn. Bijkomende moeilijkheid is dat niet iedere forensische arts
over de specifieke deskundigheid beschikt die nodig is voor deze onderzoeken. Dit
is bij te leren, maar dat kost tijd. Om die reden zijn en worden ook andere mogelijkheden
verkend, zoals het inzetten van forensisch artsen die zijn gepensioneerd of die ander
werk zijn gaan doen, van forensisch verpleegkundigen, of van artsen uit aanpalende
disciplines zoals kinderartsen. Ook heb ik mijn Belgische collega gevraagd of er vanuit
Nederlandstalig België tijdelijk capaciteit geleend kan worden, maar in België blijkt
eveneens grote krapte te heersen.
De resterende forensisch artsen van het NFI zijn bereid gevonden om tijdelijk extra
inzet te leveren om de dienstverlening voor zedenzaken zo goed mogelijk in stand te
houden. Daar ben ik hen erkentelijk voor. Het is van groot belang dat jonge slachtoffers
in zedenzaken zo snel mogelijk geholpen worden. In combinatie met de extra capaciteit
van de extern ingehuurde artsen is het NFI daardoor in ieder geval de komende maanden
weer in staat om een 24/7 uitrukpiket te bieden voor slachtoffers in de leeftijd 0–12
jaar (ca. 100 per jaar). Dit is de kwetsbaarste groep die het meest baat heeft van
de specifieke deskundigheid van het NFI.
Voor slachtoffers in de leeftijd 13–15 jaar (ca. 100 per jaar) zal in de eerste plaats
een beroep worden gedaan op forensisch artsen van de GGD. Zij onderzochten ook voor
1 maart al een deel (ca. 20%) van de slachtoffers in deze leeftijdsgroep. Als er in
een concreet geval bij de GGD geen forensische arts beschikbaar is die het onderzoek
kan uitvoeren dan zullen politie, OM en NFI gezamenlijk al het mogelijke doen om ad-hoc
een andere geschikte arts te vinden. Het NFI is beschikbaar om deze arts telefonisch
consultatiebijstand te bieden bij het uitvoeren van het onderzoek, zodat dit zo goed
mogelijk gebeurt. Ik realiseer mij dat deze situatie potentieel belastend is voor
het slachtoffer en zijn/haar omgeving en nadelig voor de bewijswaarde van de te bemonsteren
sporen. Gegeven de beschikbare capaciteit voorzien we zo in een zo maximaal mogelijke
bediening. Politie, OM en NFI zetten zich samen met GGD en anderen in om de impact
zoveel mogelijk te beperken.
Door de extra inzet die de geschetste noodmaatregelen van de NFI-artsen vragen zijn
er ook gevolgen voor de tweede soort onderzoeken die zij leveren, namelijk de duiding
van complexe letsels in kindermishandelingszaken. De aanzienlijke achterstand die
hier in de afgelopen tijd is ontstaan zal hierdoor minder snel kunnen worden weggewerkt
en mogelijk verder oplopen.
Deze ontwikkelingen onderstrepen nog eens hoe belangrijk het is dat het tekort aan
forensisch artsen wordt opgelost. In de komende weken vinden gesprekken plaats waarbij
alle mogelijke alternatieven worden verkend. Zodra er zicht is op een structurele
oplossing, of zodra zich een belangrijke verandering voordoet in de geschetste noodmaatregelen,
zal ik uw Kamer nader informeren. Het mag duidelijk zijn dat ik vind dat deze zaken
met jeugdige slachtoffers de hoogste prioriteit verdienen.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D. Yeşilgöz-Zegerius
Indieners
-
Indiener
D. Yesilgöz-Zegerius, minister van Justitie en Veiligheid