Brief regering : Integrale aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld
34 843 Seksuele intimidatie en geweld
Nr. 53 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP EN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 februari 2022
Seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld is een pijnlijk én hardnekkig
maatschappelijk probleem. Gebeurtenissen in de sportsector, theaterwereld en recente
onthullingen rond betaald voetbalorganisatie Ajax en het televisieprogramma The Voice of Holland maken dit opnieuw duidelijk. Deze reeks van incidenten laten een patroon zien waarbij
machtsongelijkheid en genderstereotypen keer op keer een voedingsbodem blijken voor
intimidatie en (machts)misbruik. Als maatschappij slagen we er nog onvoldoende in
om het tij te keren en mensen en hun directe omgeving te behoeden voor deze inbreuk
op hun leven. Het doorbreken van deze impasse vraagt directe actie én langdurige inzet,
ook van de rijksoverheid. Alleen op die manier kunnen wij als samenleving de cultuur
van wegkijken, goedpraten, bagatelliseren, schaamte en victim blaming veranderen.
Een breed maatschappelijk en diepgeworteld probleem als seksueel grensoverschrijdend
gedrag en seksueel geweld vraagt een integrale én gecoördineerde inzet van de overheid.
Ter ondersteuning en versterking van deze inzet stelt het kabinet een onafhankelijke
regeringscommissaris aan die de beoogde afname van grensoverschrijdend gedrag kan
aanjagen en richting kan geven aan het maatschappelijk debat. In deze brief schetsen
wij, namens het kabinet, op welke wijze er invulling gegeven zal worden aan deze verantwoordelijkheid.
Gecoördineerde aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld
Sinds de opkomst van #MeToo in 2017 hebben de verschillende departementen die een
rol hebben in het tegengaan van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld
steeds meer verbinding en samenwerking gezocht. Samen zetten zij zich in voor het
voorkomen van slachtoffer- en daderschap, het versterken van tijdige signalering en
het stoppen en duurzaam oplossen van situaties van grensoverschrijdend gedrag en geweld.1 Hierbij wordt nauw samengewerkt met een breed en divers veld van maatschappelijke
organisaties, kennis- en expertisecentra, werkgevers- en werknemersorganisaties, overheidsinstanties,
(mede)overheden en vele andere professionals. Daarmee is een belangrijke stap gezet
richting meer samenhang en coördinatie in de aanpak van seksueel geweld.
Tegelijkertijd laten de recente onthullingen zien dat extra inzet noodzakelijk is.
Seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld is een wijdverspreid én hardnekkig
probleem. Het manifesteert zich in alle lagen van onze samenleving en kent vele verschijningsvormen.
Het vindt plaats achter de voordeur, in het publieke domein, binnen (sport)verenigingen
en op de werkvloer. De aanpak van deze vormen van intimidatie en misbruik strekt zich
dan ook uit over de volle breedte van de rijksoverheid. Het is cruciaal dat interventies
die vanuit de ministeries geïnitieerd en ondersteund worden, en de (maatschappelijke)
organisaties die hier uitvoering aan geven, zo optimaal mogelijk op elkaar aansluiten.
Dit vraagt om meer regie en coördinatie. Daarom wordt onder onze centrale regie toegewerkt
naar een integrale en gecoördineerde aanpak van seksueel grensoverschrijdend gedrag
en seksueel geweld.
Nationaal actieplan Aanpak Seksueel grensoverschrijdend gedrag en Seksueel geweld
Dit kabinet zal de aankomende periode toewerken naar een nationaal actieplan, gericht
op een langjarige inzet en duurzame verandering. Hierbij wordt nadrukkelijk de verbinding
gezocht met decentrale overheden, sociale partners, kennis- en expertisecentra, specifieke
sectoren, overheidsinstanties en maatschappelijke organisaties. Dit voorjaar zullen
wij uw Kamer nader informeren over het proces rond en de contouren van het actieplan.
Om te komen tot deze hernieuwde aanpak gaan wij het huidige pakket aan maatregelen
bezien en waar nodig (opnieuw) onder de aandacht brengen, versterken en versnellen.
Waar nodig worden nieuwe maatregelen geïntroduceerd. Hierbij is gendersensitiviteit
een belangrijk leidend principe. Je gender(identiteit) heeft immers grote invloed
op het risico dat je loopt om op enig moment slachtoffer te worden van seksueel overschrijdend
gedrag of geweld. Zo zijn vrouwen sterk oververtegenwoordigd onder slachtoffers, en
geldt hetzelfde voor mannen onder daders.
Het voornaamste doel van het actieplan is de fundamentele cultuurverandering die nodig
is om een einde te maken aan seksueel grensoverschrijdend gedrag en geweld te helpen
vormgeven, versnellen en verduurzamen. Dit vraagt een rijksoverheid die bewustwording
creëert, faciliteert, normeert, handvatten biedt en waar nodig sanctioneert. Op die
manier werken we aan een samenleving waarin geen plek is voor seksuele intimidatie
en geweld. Waar alles wordt gedaan om elke vorm hiervan te voorkomen. Waarin het normaal
is dat meldingen op elke plek ondubbelzinnig worden opgepakt en aangepakt. Waar daders
verantwoordelijk worden gehouden en slachtoffers kunnen rekenen op begrip. Waarin
we steun mobiliseren en handelingsperspectief bieden aan diegene die willen helpen,
maar niet altijd weten hoe ze dat het best kunnen doen. Waar seksualiteit en seksuele
grenzen open en op respectvolle wijze besproken worden en een natuurlijke plek hebben
in de opvoeding van onze kinderen, zowel thuis als op school.
Instellen van een regeringscommissaris
Dit kabinet is verheugd u te melden dat zij Mariëtte Hamer zal aanstellen als regeringscommissaris grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld. De benoeming vindt begin april plaats en geldt voor een periode van drie jaar.
De regeringscommissaris heeft één einddoel: het versterken van de aanpak van seksueel
grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld en het aanjagen van de noodzakelijke
cultuurverandering.
Bij de verwezenlijking van deze doelen heeft de commissaris een onafhankelijke positie
en eigenstandig mandaat. Zo adviseert de commissaris gevraagd én ongevraagd het kabinet
bij de totstandkoming en uitvoering van de integrale en gecoördineerde aanpak. De
commissaris is een herkenbaar en toegankelijk boegbeeld van de cultuurverandering
die wij als samenleving vorm moeten geven. Hierbij past het initiëren van maatschappelijk
debat en dialoog, alsook het stimuleren van initiatieven op dit terrein. De commissaris
heeft een belangrijke signaleringsfunctie, en zorgt dat meldingen van ongewenste ontwikkelingen
worden doorgeleid. Uiteraard in nauwe verbinding met de relevante (overheids)instanties
en klachtenlokketten.
Bij de uitvoering van deze taken werkt de commissaris nauw samen met de betrokken
ministeries, medeoverheden, toezichthoudende organen, sociale partners en betrokken
overheidsinstanties. Tegelijkertijd staat de commissaris doorlopend in verbinding
met relevante stakeholders in het veld en kan terugvallen op een stevig netwerk onder
ervaringsdeskundige, slachtoffers en professionals bij organisaties die zich dagelijks
inzetten op dit terrein. Belangrijke maatschappelijke spelers in deze zijn in ieder
geval Stichting Rutgers, platform Professionalisering Vertrouwenspersonen en het College
voor de Rechten van de Mens.
Acties naar aanleiding van onthullingen bij The Voice of Holland
Gegeven de brede maatschappelijke verontwaardiging hechten wij eraan om in deze brief
ook kort stil te staan bij de onthullingen over het televisieprogramma The Voice of Holland. Uw Kamer heeft hier inmiddels meerdere Kamervragen over gesteld. Zonder op de beantwoording
van deze vragen vooruit te lopen, staan we graag bij een aantal punten stil. De Staatssecretaris
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is in gesprek met partijen uit de mediasector
over het voorkomen van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Ook organiseert zij op
korte termijn een rondetafelgesprek hierover. Daarnaast publiceert de Raad voor Cultuur
op verzoek van het vorige kabinet rond de zomer zijn advies over grensoverschrijdend
gedrag in de culturele en creatieve sector. De onthullingen rond The Voice zullen
zij hierbij betrekken naast andere casussen van grensoverschrijdend gedrag in de sector.
Ook in onderwijs en onderzoek is er volop aandacht voor deze problematiek. De Koninklijke
Nederlandse Akademie van Wetenschappen brengt – op verzoek van de Minister van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap – eind april 2022 het adviesrapport «voedingsbodem en preventie
van ongewenst gedrag in de wetenschap» uit. Daarnaast voert de Inspectie van het Onderwijs
een thema-onderzoek uit naar sociale veiligheid in het hoger onderwijs, daarbij wordt
in het bijzonder aandacht besteed aan kunst- en modeonderwijs.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zal het beleid rondom psychosociale
arbeidsbelasting (waaronder ongewenst gedrag) en specifiek omtrent de vertrouwenspersoon
tegen het licht houden. Het doel is om te bekijken hoe deze aanpak versterkt en effectiever
gemaakt kan worden en minder vrijblijvend in de wijze waarop werkgevers invulling
geven aan de verplichtingen. Met deze insteek worden de komende weken gesprekken met
sociale partners, de deelnemers van het platform professionalisering vertrouwenspersonen
en de indieners van de petitie over de ratificatie van het ILO-verdrag C 190 inzake
het uitbannen van geweld en intimidatie op de werkvloer gevoerd. Ook het initiatiefwetsvoorstel
van GroenLinks en de reactie van de Raad van State hierop wordt betrokken bij het
heroverwegen van de beleidsinzet. Daarnaast zal de Minister het ratificatieproces
van het ILO-verdrag in gang zetten met inachtneming van de Europese procedures hieromtrent.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft het Frans voorzitterschap van
de EU verzocht om spoedige behandeling en afronding van deze procedures.
Tot slot
Het voorkomen van grensoverschrijdend gedrag is een belangrijk thema dat niet alleen
vanuit de politiek opgelost kan worden. Het creëren van een veilige samenleving is
een opdracht voor ons allen.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
R.H. Dijkgraaf
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
C.E.G. van Gennip
Indieners
-
Indiener
R.H. Dijkgraaf, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Medeindiener
C.E.G. van Gennip, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid