Brief regering : Kinderopvang en Covid-19: tegemoetkoming eigen bijdrage ouders voor tweede sluitingsperiode
31 322 Kinderopvang
Nr. 425
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 februari 2021
Tussen 16 december 2020 en 8 februari jl. was de reguliere kinderopvang opnieuw gesloten
en helaas geldt dat voor de buitenschoolse opvang ook na 8 februari nog. Dat de kinderdagopvang
en de gastouderopvang inmiddels weer open zijn is goed nieuws voor deze kinderen en
voor hun ouders, voor wie het uitdagend is om de zorg voor kleine kinderen te combineren
met werk, (mantel)zorg of andere taken. Op dit moment is nog niet duidelijk wanneer
de buitenschoolse opvang weer open kan gaan.
De kinderopvangsector heeft sinds maart 2020, ondanks de twee gedwongen sluitingsperiodes,
enorm hard gewerkt. Covid-19 was van invloed op het reguliere werk, bijvoorbeeld door
de extra maatregelen die moesten worden genomen op het gebied van hygiëne en overdrachtsmomenten.
Daarnaast hebben de kinderopvangorganisaties voorzien in noodopvang (en in de buitenschoolse
opvang geldt dit nog steeds). Daardoor was er een veilige plek voor kwetsbare kinderen
en konden ouders met cruciale beroepen hun werk blijven doen in bijvoorbeeld de zorg,
het onderwijs of bij de politie. Alle medewerkers in de kinderopvangsector verdienen
hiervoor grote waardering.
Ervaringen noodopvang
Zoals eerder aan uw Kamer geschreven1 was het beroep op de noodopvang in deze tweede sluitingsperiode groter dan in het
voorjaar van 2020. Er zijn geen signalen dat er misbruik is gemaakt van de noodopvang.
Ook zijn er geen signalen dat het toegenomen gebruik van de noodopvang in de kinderopvang
tot grote problemen heeft geleid, omdat de vraag paste binnen de capaciteit die er
bij kinderopvangorganisaties beschikbaar is. Op (basis)scholen kon de noodopvang lokaal
tot knelpunten leiden, in combinatie met het geven van afstandsonderwijs. De kinderopvang
heeft het onderwijs aangeboden om scholen waar nodig en mogelijk te ondersteunen bij
de organisatie van de noodopvang. De brancheorganisaties van kinderopvang en primair
onderwijs hebben hiervoor gezamenlijk een handreiking opgesteld en hiervan werden
goede voorbeelden zichtbaar in de lokale praktijk.2
Tegemoetkoming ouders voor tweede sluitingsperiode
Het afgelopen jaar heeft eens te meer duidelijk gemaakt dat de kinderopvang een belangrijke
voorziening is voor onze samenleving. Om te zorgen dat ouders hun plek behouden op
de kinderopvang voor wanneer de kinderopvang weer regulier opengaat, heeft het kabinet
hen opgeroepen om tijdens de periodes van gedwongen sluiting hun reguliere facturen
door te blijven betalen. Voor de buitenschoolse opvang geldt deze oproep na 8 februari
nog steeds. Op deze manier hoeft ook niet te worden ingegrepen in het lopende kinderopvangtoeslagsysteem;
ouders blijven hun kinderopvangtoeslag gewoon ontvangen. Een ander belangrijk voordeel
is dat hiermee voorzien wordt in de (financiële) continuïteit van kinderopvangorganisaties
en dat kinderopvangorganisaties hiermee in staat worden gesteld noodopvang te bieden.
Net zoals over de sluitingsperiode van vorig jaar, zullen ouders ook voor de periode
vanaf 16 december 2020 van de overheid een tegemoetkoming ontvangen voor de eigen
bijdrage die zij hebben doorbetaald. Voor de kinderdagopvang en gastouderopvang loopt
deze tegemoetkoming tot 8 februari, voor de buitenschoolse opvang loopt de tegemoetkoming
door tot het einde van de sluiting. De einddatum hiervan is op dit moment nog niet
bekend.
Leeswijzer
In het vervolg van deze brief informeer ik uw Kamer over de vormgeving van die tegemoetkomingsregeling.
Hierbij onderscheid ik drie groepen: (1) ouders die kinderopvangtoeslag ontvangen,
(2) ouders die een overheidsbijdrage ontvangen op basis van gemeentelijke regelingen
en (3) personen zonder overheidsbijdrage in de kosten voor kinderopvang.
1. Ouders die kinderopvangtoeslag ontvangen
Naar aanleiding van de eerste sluitingsperiode, van 16 maart tot 7 juni 2020, is de
Tijdelijke Tegemoetkomingsregeling KO (TTKO) in het leven geroepen. De uitvoering
van deze noodmaatregel is succesvol verlopen. Ouders hebben breed gehoor gegeven aan
de oproep om door te blijven betalen. Het aantal opzeggingen van contracten en stopzettingen
van betalingen, week niet veel af van de cijfers in normale tijden. Op 8 juli 2020
hebben alle 570.000 ouders met kinderopvangtoeslag de uitbetaling ontvangen van de
SVB. Daarvan hebben 3.289 ouders (0,6%) bezwaar gemaakt tegen de beschikking. Dit
is minder dan verwacht op basis van ervaringen met andere regelingen. Ongeveer 100
ouders zijn in beroep gegaan. Gezien de overwegend positieve ervaringen met de TTKO
tot nu toe zal ik de tegemoetkoming voor de tweede sluitingsperiode op vergelijkbare
wijze vormgeven.
Zoals toegelicht in de Kamerbrief van 17 april 20203 is bij de eerste sluitingsperiode gekozen voor een opzet waarbij ouders automatisch
(dus zonder een aanvraag te hoeven doen) een tegemoetkoming ontvangen op basis van
de voor de kinderopvangtoeslag reeds bekende gegevens (zoals aantal kinderen dat naar
de kinderopvang gaat, aantal uren dat is geregistreerd en de doorgegeven hoogte van
het inkomen). Het blijft belangrijk dat ouders hun gegevens actueel houden. Daarbij
gaat het om de gegevens over het reguliere gebruik, niet om veranderingen in gebruik
doordat de kinderopvang gesloten is. De tegemoetkoming is een benadering van de betaalde
eigen bijdrage. Zo is de tegemoetkoming gebaseerd op het maximale uurtarief dat de
overheid jaarlijks vaststelt; ongeacht het daadwerkelijke uurtarief dat ouders betalen,
ontvangen zij een tegemoetkoming per uur op basis van het maximale uurtarief dat is
vastgesteld voor de soort opvang die zij afnemen.4
Om een snelle uitvoering mogelijk te maken en de complexiteit te beperken is bovendien
gewerkt met een definitieve beschikking op basis van één peildatum die aansluit bij
de sluitingsperiode. Op basis hiervan stelt Toeslagen een bestand samen waarin is
opgenomen hoeveel tegemoetkoming ieder huishouden krijgt. De SVB verzorgt vervolgens
de uitbetaling. Wijzigingen in de gegevens die zijn doorgevoerd na de peildatum zijn
dus niet van invloed op de hoogte van de tegemoetkoming. Dat betekent dat er in de
praktijk een verschil kan bestaan tussen de hoogte van de tegemoetkoming en de daadwerkelijk
betaalde eigen bijdrage. Voor veruit de meeste ouders waren deze verschillen naar
aanleiding van de eerste sluitingsperiode klein. In een klein aantal gevallen (ongeveer
3%) kon het gebeuren dat de verschillen groter waren. Dit kon zowel in het voordeel
als in het nadeel van ouders zijn en werd meestal veroorzaakt doordat de gegevens
over het urengebruik niet recent waren bijgewerkt in de aanvraag voor kinderopvangtoeslag.
In de afgelopen maanden is meer aandacht besteed aan de noodzaak voor ouders om gegevens
over het gebruik van kinderopvang bij Toeslagen actueel te houden. Hiermee hoop ik
het percentage ouders dat met grotere verschillen in de tegemoetkoming te maken krijgt,
verder te verkleinen. Dit laat onverlet dat verschillen kunnen blijven bestaan. We
vragen ouders om hun begrip hiervoor.
Een herzieningsmoment wordt voor de tweede sluitingsperiode, net als bij de eerste
periode, ingebouwd voor ouders die hun kind pas na de peildatum hebben aangemeld voor
kinderopvangtoeslag, terwijl er voor dit kind gedurende de sluitingsperiode wel al
lopend een contract was met de kinderopvangorganisatie. Om de regeling zo simpel en
hanteerbaar mogelijk te houden, is de herziening beperkt tot deze situatie. Overigens
worden wijzigingen in de gegevens, zoals een inkomensdaling of een stijging in urengebruik,
wel meegenomen in de hoogte van de kinderopvangtoeslag. Wanneer dit later in het jaar
door ouders voor de voorafgaande maanden wordt aangepast, leidt dit dus ook tot een
correctie in de kinderopvangtoeslag over die periode.5
De tegemoetkoming is een benadering van de eigen bijdrage voor de reguliere contracturen
en geldt dus niet voor eventuele extra uren noodopvang. Het is de bedoeling dat kinderopvangorganisaties
deze uren niet in rekening brengen bij ouders. De brancheorganisaties hebben daartoe
ook opgeroepen. Doordat alle ouders de reguliere facturen doorbetalen, zijn kinderopvangorganisaties
voorzien in de benodigde financiële continuïteit inclusief de mogelijkheid om noodopvang
aan te bieden.
Op dit moment wordt het juridisch kader om de tegemoetkoming voor de tweede maal uit
te keren uitgewerkt. Dat gebeurt met een wijziging van de TTKO. Het kabinet is voornemens
die wijziging medio maart gereed te hebben. Voor de regeling is een bedrag gereserveerd
van € 204 miljoen tot 8 februari. Het bedrag voor de periode erna (in verband met
de langere sluiting van de buitenschoolse opvang), wordt bekend op het moment dat
helder is wanneer de buitenschoolse opvang weer open kan gaan. De uitvoering zal opnieuw
plaatsvinden door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en Toeslagen. De uitbetaling aan
ouders voor de tweede sluitingsperiode is gepland medio april maar is nog afhankelijk
van hoe snel de buitenschoolse opvang weer opent en van een eventuele nieuwe sluiting.
2. Ouders met een gemeentelijke regeling
Ook voor ouders die normaliter via de gemeente een overheidsbijdrage ontvangen voor
gebruik van kinderopvang, wordt de werkwijze van vorig voorjaar herhaald. Gemeenten
worden opnieuw gevraagd om ouders die de eigen bijdrage voor kinderopvang voor een
gemeentelijke regeling hebben doorbetaald of nog doorbetalen voor buitenschoolse opvang6, tegemoet te komen.7 Het gaat dan om ouders die hun kinderen gebruik laten maken van het gemeentelijke
aanbod van voorschoolse educatie (VE), het kortdurend peuteraanbod, of op basis van
een sociaal medische indicatie (SMI).
Het Rijk zal net als in 2020 de decentralisatie-uitkering «voorschoolse voorziening
peuters» ophogen. Met deze ophoging kunnen gemeenten de eigen bijdrage van de ouders
die gebruik maken van de gemeentelijke regelingen vergoeden voor de tweede periode
van sluiting. Het totale bedrag aan gemeenten voor de periode tot aan 8 februari bedraagt
€ 5,1 miljoen.
3. Doelgroep die de kosten van kinderopvang heeft doorbetaald zonder overheidsbijdrage
Behalve bovenstaande groepen, zijn er ook personen die de kosten van kinderopvang
geheel zelf dragen. De inschatting is dat dit circa 4.800 huishoudens voor 8.000 kinderen
zijn. Ook zij zullen een tegemoetkoming krijgen voor het doorbetalen van de kinderopvangfacturen.8 Hiervoor wordt een Tijdelijke tegemoetkomingsregeling kinderopvang zonder overheidsvergoeding
(TTKZO) voorbereid. Deze tegemoetkoming zal zowel zien op het doorbetalen van de facturen
in het voorjaar van 2020 als tijdens de tweede sluitingsperiode. Deze tegemoetkoming
gebeurt op aanvraag door de personen die de rekening van de kinderopvang hebben betaald.
Dit is nodig omdat de overheid niet over gegevens van het kinderopvanggebruik van
deze ouders beschikt. Dit proces neemt daarom meer tijd in beslag dan de uitbetaling
aan ouders met kinderopvangtoeslag. In december 20209 is bekend geworden dat de Sociale Verzekeringsbank (SVB) de tegemoetkoming voor deze
doelgroep zal uitkeren. Voor de sluiting in het voorjaar van 2020 is een bedrag van
€ 8,5 miljoen gereserveerd. Voor de tweede sluiting is voor de periode tot 8 februari
een aanvullend bedrag van € 9 miljoen gereserveerd.
De SVB zal de tegemoetkoming voor beide periodes gelijktijdig uitvoeren. Het voornemen
is dat het aanvraagloket voor de TTKZO per 1 mei 2021 zal openen. Dit is echter nog
afhankelijk van hoe snel de buitenschoolse opvang weer opent en van een eventuele
nieuwe sluiting. Vanaf 1 mei kan men de tegemoetkoming aanvragen, onder andere door
de betaalde kinderopvangfacturen aan te leveren. De SVB beoogt uiterlijk acht weken
na ontvangst van de aanvraag te beslissen over de tegemoetkoming, waarna deze wordt
uitbetaald.
Het voordeel van het samenvoegen van tegemoetkomingen voor beide sluitingsperiodes
tot één aanvraagmoment is dat de administratieve lasten voor aanvragers wordt beperkt
en de uitvoeringscapaciteit efficiënter kan worden ingezet. Het nadeel is dat de doelgroep
die in het voorjaar van 2020 de facturen heeft doorbetaald en nog geen tegemoetkoming
heeft ontvangen, nog langer moet wachten. De tegemoetkoming aan personen zonder kinderopvangtoeslag
voor de tweede periode kan pas plaatsvinden, nadat de TTKO voor de tweede periode
(inclusief herziening) is uitgevoerd. Dat zorgt voor vertraging. Overwogen is de tegemoetkoming
die betrekking heeft op het voorjaar 2020 te laten uitvoeren voordat de tegemoetkoming
aan ouders met kinderopvangtoeslag voor de tweede sluitingsperiode wordt uitgevoerd.
Er is gekozen om eerst de circa 570.000 ouders met kinderopvangtoeslag een tegemoetkoming
te geven over de tweede sluitingsperiode. Met het bieden van een tegemoetkoming aan
deze grote groep ouders met kinderopvangtoeslag wordt de continuïteit van kinderopvangsector
en de mogelijkheid voor hen om noodopvang te bieden het meest gewaarborgd. Ik besef
dat het vervelend is voor de mensen die daardoor nog langer moeten wachten op hun
tegemoetkoming en vraag hun begrip hiervoor.
Tot slot
De Coronacrisis vraagt veel van iedereen. Ik waardeer alle inspanningen die worden
geleverd om de kinderopvang draaiende te houden. Met de tegemoetkoming voor ouders
levert de overheid daaraan een bijdrage, gericht op de continuïteit van deze belangrijke
sector. Zo verzekeren we ons nu en in de toekomst van een goede plek voor onze kinderen
waar zij zich volop kunnen ontwikkelen en van mogelijkheden voor ouders om deel te
nemen aan de arbeidsmarkt.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
W. Koolmees
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W. Koolmees, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid