Brief regering : Reactie op verzoek commissie inzake tabaksverslaving een ernstig knelpunt binnen de gezondheidszorg
2019D29807
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 4 juli 2019
Met deze brief ontvangt u, mede namens de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport, mijn reactie op uw Commissiebrief d.d. 28 mei 2019. In uw brief vraagt u
om een reactie op de brief van een manager van een rookvrije verslavingskliniek behorende
tot Verslavingszorg Noord Nederland in Heerenveen. Deze manager vraagt aandacht voor
het feit dat een klinische behandeling voor rokers met een ernstige tabaksverslaving
niet door zorgverzekeraars wordt vergoed, terwijl dat in sommige gevallen de enige
behandeling is om van een ernstige tabaksverslaving af te komen.
Met het Nationaal Preventieakkoord (Kamerstuk 32 793, nr. 339) wordt stevig ingezet op stoppen met roken. Denk aan de inzet op een meerjarige stoppen
met roken campagne, het vrijstellen van het eigen risico door individuele verzekeraars
bij eerstelijns stoppen met roken zorg en het implementeren van de Richtlijn Behandeling
Tabaksverslaving en Stoppen met Roken Ondersteuning en de Zorgstandaard Tabaksverslaving
20191. Er is volgens de ondertekenaas van het akkoord nog veel winst te behalen door rokers
meer zorg op maat te bieden. Jaarlijks onderneemt 33% van de rokers een serieuze stoppoging
van 24 uur of meer. Van deze groep maakt maar 8% gebruik van een stoppen met roken
programma. Tegelijkertijd geeft 80% van de rokers aan te willen stoppen. We streven
daarom naar toegankelijke en beschikbare zorg voor alle rokers die willen stoppen.
De oplossing is deels gelegen in het inkoopbeleid van zorgverzekeraars. Op basis van
de Zvw wordt jaarlijks één stoppen met roken programma vergoed. Een programma bestaat
uit gedragsmatige begeleiding al dan niet in combinatie met farmacotherapie. Er wordt
in de Zvw geen beperking gesteld aan de duur van het programma of aan de behandelaar;
ook een verslavingsarts kan deze zorg bieden.
In de recente Zorgstandaard staat dat het wenselijk is dat stoppers zorg ontvangen
die aansluit op hun behoeften en dat dit voor sommige rokers een meer intensieve behandeling
kan betekenen. Op dit moment zijn zorgverzekeraars en zorgaanbieders in gesprek over
de wijze waarop deze Zorgstandaard geïmplementeerd kan worden. Ik verwacht dat we
veel kunnen bereiken als we
ervoor zorgen dat stoppers meer zorg op maat krijgen. Overigens kan een tabaksverslaving
nu al mee behandeld worden als iemand wordt opgenomen voor de behandeling van een
alcoholverslaving.
In de voornoemde Richtlijn en Zorgstandaard zijn geen aanbevelingen opgenomen voor
een klinische behandeling van tabaksverslaving. De effectiviteit van een klinische
behandeling is niet of nauwelijks onderzocht. Enkele landen hebben met deze zorg geëxperimenteerd,
maar harde bewijzen voor effectiviteit ontbreken op dit moment. Ik zal de meerwaarde
van een klinische behandeling ten opzichte van een ambulante behandeling laten onderzoeken
in samenwerking met de betrokken beroepsverenigingen.
De vereisten voor klinische behandeling om voor vergoeding in aanmerking te komen
zijn dat het verblijf noodzakelijk is in verband met geneeskundige zorg en dat de
effectiviteit van de behandeling is aangetoond. Daarnaast geldt dat een verzekerde
redelijkerwijze op deze behandeling moet zijn aangewezen, waarbij zaken als sociale
desintegratie of acute medische problemen een rol spelen.
Ik betreur het dat we niet meteen een oplossing kunnen bieden voor de schrijnende
gevallen zoals de manager van Verslavingszorg Noord Nederland beschrijft. Wel wil
ik zorgprofessionals en zorgverzekeraars oproepen om binnen de huidige kaders zorg
op maat mogelijk te maken.
De Minister voor Medische Zorg, B.J. Bruins
Ondertekenaars
B.J. Bruins, minister voor Medische Zorg