Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over het EU-voorstel: Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de kwaliteit van de in 2018 door de lidstaten verstrekte begrotingsgegevens COM (2019) 155 (2019Z07467)
2019D17868 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
De vaste commissie voor Financiën heeft op 26 april 2019 enkele vragen en opmerkingen
aan de Minister van Financiën voorgelegd over het EU-voorstel: Verslag van de Commissie
aan het Europees Parlement en de Raad over de kwaliteit van de in 2018 door de lidstaten
verstrekte begrotingsgegevens COM (2019) 155.
De voorzitter van de commissie, Anne Mulder
De griffier van de commissie, Weeber
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de VVD
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het verslag van de Commissie
aan het Europees Parlement en de Raad over de kwaliteit van de in 2018 door de lidstaten
verstrekte begrotingsgegevens. De leden van de VVD-fractie hebben daarover nog wel
enkele vragen en/of opmerkingen.
De leden van de VVD-fractie lezen dat in het jaarverslag een algemene beoordeling
wordt gegeven van de tijdigheid, de betrouwbaarheid, de volledigheid en de consistentie
van de gegevens én de naleving van de boekhoudregels.
In de afgelopen maanden is er een stevige discussie geweest over de gebruikte cijfers
bij de begrotingen van Italië en Frankrijk. Het lijkt erop dat een sprookjesbegroting
ingediend kan worden, die wordt goedgekeurd, waarna landen hun gang maar kunnen gaan.
Bij de beoordeling van de aangepaste begroting van Italië, die recent is goedgekeurd,
bleek dat de beoordeling plaatsvindt op basis van de Italiaanse gegevens en niet op
basis van de eigen (afwijkende) gegevens van de Europese Commissie, en dat de gebruikte
economische groeiprognose ver bezijden de waarheid zijn.
Het verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad ziet er gedegen
uit. De vraag is wel wat de waarde is, als er zoveel discussie is over de correctheid
van de cijfers van begrotingen van Italië en Frankrijk. De leden van de VVD-fractie
vragen een uitgebreide reflectie hierop van de Minister. Is de Minister het met hen
eens dat de correctheid van de cijfers van begrotingen buiten kijf moet staan? In
hoeverre is dit volgens de Minister op dit moment het geval?
De leden van de VVD-fractie willen weten welke stukken Eurostat nu precies beoordeelt.
Zijn dat ook de conceptbegrotingen die ingediend worden bij de Europese Commissie
door de lidstaten? En wanneer vindt daar dan een eerste beoordeling van Eurostat over
plaats? Gebeurt dat pas na afloop van het begrotingsjaar, zoals in dit geval over
2018? Waarom geeft Eurostat niet direct na het indienen van de conceptbegrotingen
en voor de beoordeling van de Europese Commissie een oordeel over de gebruikte cijfers?
Is de Minister het met de leden van de VVD-fractie eens dat het goed zou zijn dat
transparant en eerlijk over het gebruik en de correctheid van de cijfers wordt gecommuniceerd?
Is de Minister bereid zich ervoor in te zetten om in de toekomst de gegevens sneller
(en/of tussentijds) te laten controleren door Eurostat? Zo nee, waarom niet?
De leden van de VVD-fractie willen verder weten in hoeverre Eurostat ook de onderliggende
cijfers c.q. cijfermatige uitgangspunten controleert op kwaliteit. In hoeverre controleert
Eurostat de economische groeicijfers die aan de begrotingen ten grondslag zijn gelegd
op correctheid en actualiteit? En als ze niet worden gecontroleerd, waarom gebeurt
dit dan niet? En is de Minister bereid zich ervoor in te zetten om dit in de toekomst
wel te laten controleren? Zo nee, waarom niet?
De leden van de VVD-fractie memoreren dat er eerder gerommeld is met de statistische
gegevens, bijvoorbeeld in Griekenland. Welke rol had Eurostat destijds als het gaat
om het beoordelen van de kwaliteit van de door de lidstaten verstrekte begrotingsgegevens?
Als Eurostat destijds ook al een rol had, hoe heeft het dan toen met betrekking tot
de aangeleverde cijfers toch fout kunnen gaan?
De leden van de VVD-fractie herinneren het kabinet aan de eerdere discussie over de
kwaliteit van begrotingsgegevens in het licht van de afdracht aan de EU en mogelijke
naheffingen. Een belangrijke rol was toen weggelegd voor «voorbehouden» die Eurostat
maakt bij de begrotingsgegevens van lidstaten. De leden van de VVD-fractie vragen
de Minister welke stappen sindsdien gezet zijn in het harmoniseren van de gegevens(aanlevering).
Welke en hoeveel voorbehouden maakt Eurostat nog bij het vaststellen van de gegevens
van de lidstaten? Bij welke lidstaten gebeurt dit? Kan daarvan een uitputtende lijst
gegeven worden? Welke voorbehouden zijn sindsdien weggewerkt en bij welke lidstaten?
Welke voorbehouden lijken lastig om weg te werken? Welke landen golden als best practice en wie was het slechtste jongetje van de klas? Hoe worden deze landen hierop aangesproken?
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van het CDA
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het Verslag over de kwaliteit
van de in 2018 door de lidstaten verstrekte begrotingsgegevens. Deze leden zijn van
mening dat vanwege de onderlinge solidaire geldstromen betrouwbaarheid en kwaliteit
van de gegevens van de begroting een conditie sine qua non is. Immers de hoogte van
de afdrachten aan de Europese Unie zijn gebaseerd op gegevens die lidstaten aanleveren.
Omdat de afdracht gerelateerd is aan het Bruto Nationaal Inkomen kan een lagere presentatie
van dat inkomen leiden tot een lagere afdracht. Er is dus een direct belang om cijfers
mooier, of eigenlijk minder mooi te presenteren, dan de werkelijkheid. Vandaar dat
de leden van deze fractie hechten aan betrouwbare, volledige en kwalitatief goede
cijfers.
De leden van de CDA-fractie begrijpen dat een samenwerkingsverband alleen kan functioneren
vanuit vertrouwen. Dat de aanlevering van de gegevens dus door de overheden van de
diverse lidstaten plaatsvindt, is daarom begrijpelijk. De leden van deze fractie vragen
zich echter wel af of er voldoende controlemechanismen zijn dat de juiste cijfers
en ook vergelijkbaar worden aangeleverd. Dan is het hanteren van dezelfde methode
belangrijk. Waarom, zo vragen deze leden zich af, worden de kennisgevingstabellen
in het kader van de procedure bij buitensporige tekorten (hierna: PBT-tabellen) nog
steeds niet volledig ingevuld? Waarop baseert men de stelling dat de niet opgeloste
problemen naar verwachting slechts een klein effect hebben op de kwaliteit? En waarom
hanteert men niet als spelregel dat wanneer het ene land het niet volledig invult,
deze regel voor alle lidstaten vervalt? Dan is er toch sprake van vergelijkbaarheid?
Hoe kan het zijn dat er nog steeds tabellen niet volledig worden ingeleverd en men
geen methodologische bezoeken aflegt? Onvolledigheid is toch een significant risico
voor de kwaliteit van gegevens?
De leden van de CDA-fractie zijn benieuwd wat de financiële effecten zijn door de
genoemde inconsistenties met de financiële rekeningen bij de Bank of Greece, de vorderingen
voor de centrale overheid en sociale zekerheidsfondsen in Frankrijk en de statistische
verschillen in de kennisgevingstabellen over de jaren voor Duitsland, Portugal en
Spanje? En wat zijn de gevolgen van het voorbehoud die Eurostat heeft gemaakt inzake
de kwaliteit van de door Hongarije en Frankrijk verstrekte gegevens? Oostenrijk heeft
een boete gekregen vanwege manipulatie van de gegevens, kunnen ook Hongarije en Frankrijk
daarvoor in aanmerking komen? Zo niet, waarom niet?
De leden van de CDA-fractie brengen in herinnering hoe de goedkeuring van de Italiaanse
begroting tot stand kwam. Deze leden vragen de regering hoe in de toekomst voorkomen
kan worden dat landen begrotingscijfers indienen die niet onafhankelijk getoetst worden.
Kan de regering schetsen hoe het proces van onafhankelijke toetsing van de begrotingscijfers
momenteel plaatsvindt? Deelt de regering de mening van de CDA-fractie dat er als absoluut
minimum volledige transparantie moet zijn over hoe begrotingscijfers tot stand komen?
En dat het dan dus niet kan dat de beoordeling van de Europese Commissie – in eerste
instantie – geheim blijft? Hoe gaat de regering deze transparantie afdwingen? Erkent
de regering dat de betrouwbaarheid van begrotingscijfers essentieel is voor het vertrouwen
en het draagvlak voor financiële EU-maatregelen? Hoe kan de regering anders handhaving
van het Stabiliteits- en Groeipact afdwingen als de betrouwbaarheid onder druk staat?
De leden van de CDA-fractie vragen hoe de onafhankelijke beoordeling van de begroting
momenteel is geregeld in andere EU-landen. Is er bijvoorbeeld in elk land een Centraal
Planbureau of een instituut met vergelijkbare, onafhankelijke bevoegdheden? Zo nee,
hoe betrouwbaar zijn de begrotingscijfers dan momenteel? Zo ja, hoe kan het dan dat
de Italiaanse regering begrotingscijfers heeft ingediend die bij indiening al te rooskleurig
bleken?
De leden van de CDA-fractie vragen naar de positie van de informele (ofwel zwarte)
economie. Hoe weet de regering of de grootte van die economie in andere landen op
eenzelfde manier wordt meegerekend in het bruto nationaal inkomen (BNI) als in Nederland?
Welke onzekerheid/bandbreedte is er in Nederland als het gaat om berekeningen van
het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) rond de omvang van informele economie?
Als de bovenkant dan wel de onderkant van die bandbreedte zou worden genomen in plaats
van een gemiddelde schatting, wat zou dat uitmaken voor de afdracht van Nederland
aan de EU in 2017?
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van D66
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het verslag van
de commissie aan het Europees Parlement en de raad over de kwaliteit van de in 2018
door lidstaten verstrekte begrotingsgegevens. Deze leden onderstrepen het belang van
het aanleveren van volledige en betrouwbare informatie. Zij hebben nog enkele vragen
bij het verslag.
Eerdergenoemde leden merken op uit de paragraaf «volledigheid van tabellen en ondersteunende
informatie» dat Nederland genoemd wordt als een lidstaat die gebruik maakt van «restovergangsposten»
bij het verstrekken van PBT-tabellen. Kan de regering aangeven waarom dit gedaan is
en waar dit uit bestaat? Duitsland en Oostenrijk melden zelfs niet alle overgangsposten
zoals gevraagd. Zijn er risico’s waardoor Nederland niet alle overgangsposten tijdig
zou kunnen aanleveren?
De leden van de D66-fractie vernemen uit hetzelfde stuk dat sommige lidstaten niet
alle gegevens over kwijtschelding van vorderingen en schulden hebben verstrekt. Kan
de regering toelichten over welke lidstaten dit gaat?
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het gegeven dat Oostenrijk een
boete opgelegd heeft gekregen vanwege manipulatie van gegevens door een lagere overheid
en ernstige nalatigheid. Eerdergenoemde leden vragen de regering welke maatregelen
en procedures er zijn om dit in Nederland te voorkomen.
De leden van de D66-fractie merken op dat consistentie met de onderliggende overheidsrekeningen
een punt van aandacht blijft, niet alleen voor Griekenland maar ook voor Frankrijk
en Duitsland. Kan de regering meer inzicht verschaffen in de technische aspecten van
deze inconsistenties? Ook leveren niet alle landen alle gegevens aan in de vorm van
PBT-tabellen. Kan de regering aangeven wat zij op Europees niveau doet om een kwaliteitsimpuls
te geven aan de verstrekte begrotingsgegevens?
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de SP
De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het Verslag over de kwaliteit
van de in 2018 door de lidstaten verstrekte begrotingsgegevens. Deze leden vragen
de Minister of lidstaten in hun begroting vergelijkbaar zijn en op grond van welke
criteria. Deze leden vragen de Minister of deze begrotingsvergelijkingen niet leiden
tot een kunstmatige begrotingsdiscipline en gezien de huidige disconvergentie van
lidstaten een averechts effect hebben. Deze leden vragen de Minister of een beter
begrip van de verschillende begrotingen van lidstaten kan leiden tot meer kwaliteit.
De leden van de SP-fractie vragen de Minister waar hij meer consistentie nodig heeft
als het gaat om begrotingsgegevens. Deze leden vragen de Minister welke Nederlandse
begrotingsaspecten niet worden teruggevonden in andere Europese landen. Deze leden
vragen de Minister wat het consistentieprobleem bij Griekenland is. Deze leden vragen
de Minister wanneer het voorbehoud ten aanzien van de consistentie van de begroting
van Frankrijk en Hongarije eraf gaat en op grond van welke criteria.
Kan de Minister aangeven waarom niet alle lidstaten volledig zijn bij het verstrekken
van gegevens over handelskredieten en voorschotten, vragen de leden van de SP-fractie.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A. (Anne) Mulder, voorzitter van de vaste commissie voor Financiën -
Mede ondertekenaar
A.H.M. Weeber, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.