Amendement (gewijzigd/nader/vervangend) : Gewijzigd amendement van het lid Flach ter vervanging van nr. 19 over een experimenteermogelijkheid voor ambtshalve toekenning op grond van de Algemene Kinderbijslagwet en de Wet op het kindgebonden budget
36 799 Wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in verband met het bevorderen van proactieve dienstverlening door het UWV, de SVB en gemeenten (Wet proactieve dienstverlening SZW)
Nr. 42
GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID FLACH TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 19
Ontvangen 21 september 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
Aan artikel I wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
J
Artikel 82a wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:
a. In de aanhef wordt na «Ziektewet» ingevoegd «, de Algemene Kinderbijslagwet, de Wet
op het kindgebonden budget, de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen» en wordt
na «doeltreffender uit te voeren,» ingevoegd « mede door te onderzoeken of en onder
welke voorwaarden rechten ambtshalve kunnen worden vastgesteld,».
b. Onder vervanging van de punt aan het slot door een puntkomma worden drie onderdelen
toegevoegd, luidende:
l. de artikelen 14 tot en met 18, 24, eerste lid, en 29c van de Algemene Kinderbijslagwet;
m. artikel 5 van de Wet op het kindgebonden budget;
n. de artikelen 11, 14 tot en met 16, 26, eerste en tweede lid, en 19 van de Algemene
wet inkomensafhankelijke regelingen.
c. Aan het slot wordt een zin toegevoegd, luidende:
Van de bepalingen, bedoeld in de onderdelen l tot en met n, kan uitsluitend worden
afgeweken ten behoeve van een experiment als bedoeld in het tweede lid, onderdeel
c.
2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:
a. De onderdelen c en d worden geletterd d en e.
b. Na onderdeel b wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
c. ten behoeve van het ambtshalve vaststellen van het recht op kinderbijslag, bedoeld
in artikel 7 van de Algemene Kinderbijslagwet, of van de aanspraak op kindgebonden
budget, bedoeld in artikel 2 van de Wet op het kindgebonden budget, als daarbij in
ieder geval regels worden gesteld over:
1°. de doelgroep waarbij ambtshalve vaststelling kan plaatsvinden;
2°. de bevoegdheidsverdeling tussen de Sociale verzekeringsbank en de Dienst Toeslagen
in het kader van het experiment ten aanzien van de aanspraak op kindgebonden budget;
3°. welke bestuursorganen daarbij onderling gegevens kunnen delen in het kader van het
experiment;
4°. de gegevens die daarbij tussen bestuursorganen onderling worden verstrekt in het kader
van het experiment;
5°. de bewaartermijnen van de onderling verstrekte gegevens, die niet langer bedragen
dan noodzakelijk;
6°. de technische en organisatorische maatregelen die worden toegepast om te waarborgen
dat aan de voorschriften van de Algemene verordening gegevensbescherming wordt voldaan;
7°. de wijze waarop een betrokkene bezwaar kan maken tegen toepassing van het experiment;
8°. de rechten en plichten die op de betrokkene komen te rusten na ambtshalve vaststelling,
en de wijze waarop en mate waarin kan worden teruggevorderd bij onterechte vaststelling;
en
9°. de duur en evaluatie van het experiment;.
Toelichting
De regering verkent momenteel de mogelijkheden voor vereenvoudiging en bundeling van
kindregelingen. Indiener vindt het van belang dat voortvarend stappen worden gezet
richting een integrale kindregeling, naar voorbeeld van het Groeipakket in Vlaanderen.
Ook SVB pleit voor een zekere en eenvoudige integrale kindregeling, binnen één wettelijk
kader conform het stelsel van de sociale zekerheid (Knelpuntenbrief 2026, SVB). Zoveel
mogelijk automatische toekenning wordt als een belangrijk onderdeel daarvan gezien.
De twee verschillende wettelijke kaders en twee regelingen (Awir en Suwi) leiden op
dit moment tot complexe uitvoering van de kindregelingen met ingewikkelde berekeningen
en betalingen voor zowel de uitvoerders als de ouders.
Daarbij wordt via de experimenteerbepaling 82a de mogelijkheid geboden te experimenteren
met ambtshalve vaststelling. Bij algemene maatregel van bestuur worden daarbij regels
gesteld over welke bestuursorganen in het kader van het experiment onderling gegevens
kunnen verstrekken en welke gegevens daarbij worden verstrekt. Zo ontstaat de mogelijkheid
in de toekomst een pilot uit te voeren waarbij kinderbijslag en kindgebonden budget
ambtshalve worden vastgesteld, zodat stappen gezet kunnen worden richting een integrale
kindregeling.
Bij de inrichting van het experiment wordt voor de toepassing van bepalingen waarin
rechtsgevolgen zijn verbonden aan de aanvraag bepaald welk tijdstip of welke andere
objectief bepaalbare omstandigheid daarvoor bij ambtshalve toekenning in de plaats
treedt. Dit betreft onder meer de regels over terugwerkende kracht en de beslis- en
betalingstermijnen. Voor zover mogelijk kunnen afwijkingen van de artikelen 5 Wet
op het kindgebonden budget en artikel 11 Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
binnen het experiment worden voorkomen door bepaalde bevoegdheden van de Dienst Toeslagen
te mandateren aan de SVB op grond van artikel 10:1 Awb.
Flach
Ondertekenaars
André Flach, Tweede Kamerlid
Appreciatie (oordeel)
Niet beschikbaar bij gewijzigde moties en/of amendementen
Stemmingsuitslagen
Verworpen met handopsteken
| Fracties | Zetels | Voor/Tegen |
|---|---|---|
| D66 | 26 | Tegen |
| VVD | 22 | Tegen |
| PRO | 20 | Voor |
| PVV | 19 | Tegen |
| CDA | 18 | Tegen |
| JA21 | 9 | Voor |
| FVD | 7 | Voor |
| Groep Markuszower | 7 | Tegen |
| BBB | 3 | Voor |
| ChristenUnie | 3 | Voor |
| DENK | 3 | Voor |
| PvdD | 3 | Voor |
| SGP | 3 | Voor |
| SP | 3 | Voor |
| 50PLUS | 2 | Voor |
| Keijzer | 1 | Voor |
| Volt | 1 | Tegen |