Amendement : Amendement van het lid Boomsma over het schrappen van de meld- en overlegplicht voor zover sprake is van seksuele intimidatie
36 777 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020, de Wet medezeggenschap op scholen, de Wet educatie en beroepsonderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet op het onderwijstoezicht in verband met de versterking van het veiligheidsbeleid op scholen (Wet vrij en veilig onderwijs)
Nr. 22
AMENDEMENT VAN HET LID BOOMSMA
Ontvangen 2 juni 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
In artikel I, onderdeel B, wordt het voorgestelde artikel 4a als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt «of seksuele intimidatie».
2. In het tweede lid vervalt «of seksuele intimidatie».
II
In artikel I, onderdeel D, vervalt in het voorgestelde artikel 4c1, tweede lid, onderdeel
b, «seksuele intimidatie of».
III
In artikel II, onderdeel B, wordt het voorgestelde artikel 6 als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt «of seksuele intimidatie».
2. In het tweede lid vervalt «of seksuele intimidatie».
IV
In artikel II, onderdeel D, vervalt in het voorgestelde artikel 6b, tweede lid, onderdeel
b, «seksuele intimidatie of».
V
In artikel III, onderdeel B, wordt het voorgestelde artikel 4a als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt «of seksuele intimidatie».
2. In het tweede lid vervalt «of seksuele intimidatie».
VI
In artikel III, onderdeel D, vervalt in het voorgestelde artikel 5a1, tweede lid,
onderdeel b, «seksuele intimidatie of».
VII
In artikel IV, onderdeel E, wordt het voorgestelde artikel 3.39 als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt «of seksuele intimidatie».
2. In het tweede lid vervalt «of seksuele intimidatie»
VIII
In artikel IV, onderdeel G, vervalt in het voorgestelde artikel 3.40a, tweede lid,
onderdeel b, «seksuele intimidatie of».
IX
In artikel VI, onderdeel A, wordt het voorgestelde artikel 1.3.8 als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt «of seksuele intimidatie».
2. In het tweede lid vervalt «of seksuele intimidatie».
X
In artikel VII, onderdeel A, wordt het voorgestelde artikel 1.3.5 als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt «of seksuele intimidatie».
2. In het tweede lid vervalt «of seksuele intimidatie».
XI
In artikel VIII, onderdeel A, wordt het voorgestelde artikel 1.20 als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt «of seksuele intimidatie».
2. In het tweede lid vervalt «of seksuele intimidatie».
Toelichting
Met dit amendement wordt uitbreiding van de meld- en overlegplicht tot situaties waarin
er mogelijk sprake is van seksuele intimidatie van een met taken belaste persoon richting
een leerling of student uit de wet gehaald. Daarbij blijft de bestaande meld- en overlegplicht
voor seksuele misdrijven van kracht, maar wordt deze niet uitgebreid. Bevoegde gezagen
houden dan zelf de afwegingsvrijheid om te besluiten of en wanneer incidenten worden
gemeld.
De memorie van toelichting geeft een aantal redenen waarom bevoegde gezagen nu bij
een beschuldiging soms niet onmiddellijk naar de Inspectie stappen: omdat de beschuldiging
grote gevolgen kan hebben voor de beschuldigde, omdat ze willen voorkomen dat de beschuldiging
onterecht naar buiten komt; omdat ze ook een verantwoordelijkheid hebben voor het
personeel, omdat het tot veel onrust of reputatieschade kan leiden en omdat niet elke
aantijging gegrond of terecht is. De regering meent dat meldingen om deze reden mogelijk
niet adequaat worden afgehandeld. De indiener is van mening dat de meld- en overlegplicht
er in de praktijk mogelijk niet toe zal leiden dat gegronde klachten eerder adequaat
worden afgehandeld. Het is volgens de indiener in veel gevallen zeker verstandig om
een vertrouwenspersoon en/of de Inspectie te betrekken, die kan adviseren, hulp bieden,
handhaven en ondersteunen. Maar de indiener meent dat schoolleidingen doorgaans kunnen
beoordelen of en wanneer dat het geval is, en dat dit het uitgangspunt moet blijven.
Daarbij kan het zeker van nut zijn, om het gesprek te stimuleren over het herkennen
van seksueel grensoverschrijdend gedrag, zoals de regering ook beoogt. Indiener meent
echter dat dit gesprek ook en juist beter kan plaatsvinden zonder een nieuwe wettelijke
meldverplichting in te voeren.
Dit ook, omdat in sommige gevallen niet duidelijk is wanneer sprake is van grensoverschrijdend
gedrag.
De regeringscommissaris voor grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld wijst op
een grijs gebied tussen individuele en wettelijke grenzen: «Daarin vallen allerlei
ongewenste, seksueel getinte gedragingen die niet direct strafbaar zijn, maar in een
bepaalde context wel door veel mensen als seksueel grensoverschrijdend worden ervaren.»
Weliswaar stelt de memorie van toelichting dat een «onhandige grap tijdens de les»
niet direct onder de wettelijke meld- en overlegplicht valt, als uit de context blijkt
dat er geen seksualiserende benadering van een leerling is. De memorie stelt echter
dat bij deze verplichting uit wordt gegaan van «alle vormen van mogelijke seksuele
intimidatie» waarbij «deze plichten ook gelden voor incidenten die plaatsvinden buiten
de school of onderwijsinstelling.»
De indiener deelt de zorg van de Raad van State dat dit contraproductief kan werken:
«In de internetconsultatie is gewezen op het risico dat deze uitbreiding van de meld-
en overlegplicht met vertrouwensinspecteurs het open gesprek op school kan belemmeren.
Als zelfs bij lichte signalen een verplichting bestaat tot melden en overleg, kan
de neiging tot wegkijken of verkramping ontstaan die juist in de weg staat aan het
doel dat de regering voor ogen heeft.»
Boomsma
Indieners
Diederik Boomsma, Kamerlid
Appreciatie (oordeel)
Appreciatie:
Ontraden
De minister of staatssecretaris is het niet eens met de motie en adviseert de Kamer om tegen de motie te stemmen. Bijvoorbeeld omdat hij of zij vindt dat de motie wettelijk niet klopt, te veel geld kost om uit te voeren, of helemaal niet uitvoerbaar is.
Stemmingsuitslagen
Verworpen met handopsteken
| Fracties | Zetels | Voor/Tegen | Niet deelgenomen |
|---|---|---|---|
| D66 | 26 | Tegen | |
| VVD | 22 | Tegen | |
| PRO | 20 | Tegen | |
| PVV | 19 | Voor | |
| CDA | 18 | Tegen | |
| JA21 | 9 | Voor | |
| FVD | 7 | Voor | |
| Groep Markuszower | 7 | Voor | |
| BBB | 3 | Voor | |
| ChristenUnie | 3 | Voor | |
| DENK | 3 | Tegen | |
| PvdD | 3 | Tegen | |
| SGP | 3 | Voor | |
| SP | 3 | Tegen | |
| 50PLUS | 2 | Voor | |
| Keijzer | 1 | Niet deelgenomen | |
| Volt | 1 | Tegen |