Amendement : Amendement van het lid Ceder over voorafgaand overleg met de vertrouwensinspecteur als overwogen wordt ouders niet te informeren bij aangifte
36 777 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020, de Wet medezeggenschap op scholen, de Wet educatie en beroepsonderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet op het onderwijstoezicht in verband met de versterking van het veiligheidsbeleid op scholen (Wet vrij en veilig onderwijs)
Nr. 16
AMENDEMENT VAN HET LID CEDER
Ontvangen 1 juni 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
In artikel I, onderdeel B, wordt in het voorgestelde artikel 4a, vijfde lid, tweede
volzin, na «indien» ingevoegd «na overleg met de vertrouwensinspecteur, bedoeld in
artikel 6 van de Wet op het onderwijstoezicht, het deze voorkomt dat».
II
In artikel II, onderdeel B, wordt in het voorgestelde artikel 6, vijfde lid, tweede
volzin, na «indien» ingevoegd «na overleg met de vertrouwensinspecteur, bedoeld in
artikel 6 van de Wet op het onderwijstoezicht, het deze voorkomt dat».
III
In artikel III, onderdeel B, wordt in het voorgestelde artikel 4a, vijfde lid, tweede
volzin, na «indien» ingevoegd «na overleg met de vertrouwensinspecteur, bedoeld in
artikel 6 van de Wet op het onderwijstoezicht, het deze voorkomt dat».
IV
In artikel IV, onderdeel E, wordt in het voorgestelde artikel 3.39, vijfde lid, tweede
volzin, na «indien» ingevoegd «na overleg met de vertrouwensinspecteur, bedoeld in
artikel 6 van de Wet op het onderwijstoezicht, het deze voorkomt dat».
V
In artikel VI, onderdeel A, wordt in het voorgestelde artikel 1.3.8, vijfde lid, tweede
volzin, na «indien» ingevoegd «na overleg met de vertrouwensinspecteur, bedoeld in
artikel 6 van de Wet op het onderwijstoezicht, het deze voorkomt dat».
VI
In artikel VII, onderdeel A, wordt in het voorgestelde artikel 1.3.5, vijfde lid,
tweede volzin, na «indien» ingevoegd «na overleg met de vertrouwensinspecteur, bedoeld
in artikel 6 van de Wet op het onderwijstoezicht, het deze voorkomt dat».
VII
In artikel VIII, onderdeel A, wordt in het voorgestelde artikel 1.20, vijfde lid,
tweede volzin, na «indien» ingevoegd «na overleg met de vertrouwensinspecteur, bedoeld
in artikel 6 van de Wet op het onderwijstoezicht, het deze voorkomt dat».
Toelichting
Dit amendement regelt dat, voordat het bevoegd gezag besluit om ouders niet te informeren
bij een aangifte omdat het belang van het kind zich daar ernstig tegen zou verzetten,
met de vertrouwensinspecteur moet worden overlegd. Dit advies moet door het bevoegd
gezag worden opgevolgd.
Indiener begrijpt dat er specifieke gevallen kunnen zijn, wanneer het in kennis stellen
van de ouders zou leiden tot een onveilige situatie thuis. Indiener meent echter wel
dat dit oordeel niet zonder meer aan het bevoegd gezag is, maar acht het wenselijk
dat het bevoegd gezag, mocht het overwegen de ouders niet te informeren, hierover
eerst met de vertrouwensinspecteur overlegt, waarna het bevoegd gezag het advies van
de vertrouwensinspecteur opvolgt.
Ceder
Indieners
Don Ceder, Kamerlid
Appreciatie (oordeel)
Nog niet bekend
De minister of staatssecretaris heeft nog geen oordeel gegeven over de motie.