Amendement : Amendement van het lid Claassen over aanvullende waarborgen ten aanzien van gegevensverwerking
36 621 Wijziging van een aantal wetten op het terrein van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om de grondslagen voor gegevensverwerking te verstevigen en enkele andere wijzigingen (Verzamelwet gegevensverwerking VWS II.b)
Nr. 15 AMENDEMENT VAN HET LID CLAASSEN
Ontvangen 27 mei 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
In artikel II wordt na de aanhef een onderdeel ingevoegd, luidende:
0A
In artikel 2.2.4, eerste lid, vervalt «voor ingezetenen».
II
Artikel II, onderdeel D, wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef wordt «wordt een artikel» vervangen door «worden de volgende artikelen».
2. Het voorgestelde artikel 5.2.5b wordt als volgt gewijzigd:
a. In het eerste lid wordt voor de punt aan het slot ingevoegd «, tenzij door een betrokkene
bezwaar is gemaakt tegen de gegevensverstrekking. Artikel 465 van Boek 7 van het Burgerlijk
Wetboek is in dit verband van overeenkomstige toepassing».
b. er wordt een lid toegevoegd, luidende:
7. De voordracht voor een krachtens het zesde lid vast te stellen algemene maatregel
van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers
der Staten-Generaal is overgelegd.
3. Er wordt een artikel toegevoegd, luidende:
Artikel 5.2.5c
1. Het college of de gemeentelijke gezondheidsdienst aan wie gegevens als bedoeld in
artikel 5.2.5b zijn verstrekt is belast met het beheer van een verstrekkingsregister.
2. Het college of de gemeentelijke gezondheidsdienst neemt in het verstrekkingsregister
alle gegevens op die op grond van artikel 5.2.5b aan hem zijn verstrekt, waaronder
in ieder geval:
a. de datum waarop de gegevens aan hem zijn verstrekt;
b. de gegevens van de zorgaanbieder, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Wet kwaliteit,
klachten en geschillen zorg;
c. de krachtens artikel 5.2.5b, eerste lid, verstrekte gegevens; en
d. het doel waarmee zorg, bedoeld in artikel 5.2.5b, tweede en derde lid, is verleend.
3. Het college of de gemeentelijke gezondheidsdienst informeert een persoon die medisch
noodzakelijke zorg heeft ontvangen en geen zorgverzekering heeft over de gegevens
die hij krachtens artikel 5.2.5b, eerste lid, over deze persoon heeft ontvangen en
wijst de betrokken persoon op zijn rechten dienaangaande. Het college of de gemeentelijke
gezondheidsdienst verstrekt aan die betrokken persoon op zijn verzoek voorts kosteloos
een afschrift van zijn gegevens.
4. worden door het college of de gemeentelijke gezondheidsdienst uitsluitend verwerkt
voor het doel omschreven in artikel 5.2.5b, eerste lid.
5. De krachtens artikel 5.2.5b verstrekte gegevens worden vernietigd indien deze betrekking
hebben op een kwetsbare persoon als bedoeld in artikel 5.2.5b, derde lid, en deze
persoon de hem geboden hulp niet heeft aanvaard.
III
Na artikel V wordt een artikel ingevoegd, luidende:
ARTIKEL VA
Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding
van de met artikel I, onderdeel D, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid
en de effecten van de artikelen 5.2.5b en 5.2.5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning
2025 in de praktijk.
Toelichting
I. Algemeen
Dit amendement voorziet in een aantal aanvullende waarborgen voor cliënten die op
grond van het voorgestelde artikel 5.2.5b Wmo 2015 betrokken raken bij de verstrekking
van persoonsgegevens – waaronder gegevens over de gezondheid en het burgerservicenummer –
door zorgaanbieders aan het college van burgemeester en wethouders of de gemeentelijke
gezondheidsdienst, ten behoeve van het bieden van openbare geestelijke gezondheidszorg
(OGGZ) aan onverzekerden. Het wetsvoorstel voorziet voor deze verstrekking in een
wettelijke uitzondering op de geheimhoudingsplicht van artikel 7:457 BW. De indiener
acht het tegenwicht voor de cliënt, zoals dit thans uit het wetsvoorstel volgt, onvoldoende
en stelt een samenhangend pakket aan waarborgen voor, alsmede een redactionele wijziging
in artikel 2.2.4 Wmo 2015.
De Autoriteit Persoonsgegevens heeft over de evenredigheid van deze verstrekking fundamentele
bezwaren geuit (advies van 17 oktober 2023, kenmerk z2023–00615, paragraaf 7). De
AP wijst onder meer op de open verbinding tussen «onverzekerd-zijn» en ongerelateerde
doeleinden zoals schuldhulpverlening en (arbeids)participatie, en adviseert in de
wettekst een verwijderclausule op te nemen voor gevallen waarin bemoeizorg niet wordt
aanvaard. Aan deze aanbevelingen is in de nota van wijziging niet tegemoetgekomen;
dit amendement komt daar alsnog aan tegemoet.
Verhouding tot de Algemene verordening gegevensbescherming
De nota van wijziging baseert de verstrekking door de zorgaanbieder op artikel 6,
eerste lid, onder c, juncto artikel 9, tweede lid, onder h, AVG. Het bezwaarrecht
van artikel 21 AVG ziet naar vaste lijn uitsluitend op verwerkingen op grond van artikel 6,
eerste lid, onder e of f. Aan de verstrekkende zijde is dat bezwaarrecht na de nota
van wijziging dus niet inroepbaar; aan de zijde van het college en de GGD (sub e)
bestaat het wel, maar werkt het pas ná verstrekking en is het daarmee onvoldoende
om de doorbreking van het beroepsgeheim ongedaan te maken. Dit amendement repareert
die asymmetrie via lidstatelijk recht op grond van artikel 6, tweede en derde lid,
en artikel 9, vierde lid, AVG. Het betreft geen verdubbeling van AVG-rechten, maar
een concretisering op een punt waar de wetgever zelf de werking van de AVG-norm heeft
beperkt.
Wetsystematisch sluit het amendement bovendien aan bij artikel IV, onderdeel A, van
ditzelfde wetsvoorstel, dat aan artikel 6b Wet publieke gezondheid een achtste en
negende lid toevoegt. Het negende lid regelt voor de verstrekking door de uitvoerder
van het Rijksvaccinatieprogramma aan het RIVM een wettelijk bezwaarrecht naast de
AVG, met overeenkomstige toepassing van artikel 7:465 BW. Het amendement volgt voor
de onverzekerdenroute eenzelfde figuur.
II. Onderdeelsgewijs
Onderdeel I – artikel 2.2.4 Wmo 2015 (cliëntondersteuning)
In artikel 2.2.4, eerste lid, Wmo 2015 wordt het woord «ingezetenen» geschrapt. Daarmee
wordt zekergesteld dat de in dat artikel geregelde kosteloze cliëntondersteuning ook
toegankelijk is voor personen – zoals de doelgroep van artikel 5.2.5b – wier ingezetenenstatus
niet eenduidig vaststaat. De wijziging is wetstechnisch beperkt maar materieel van
belang voor de uitoefening van de in dit amendement opgenomen rechten door cliënten
die daartoe niet zelfstandig in staat zijn.
Onderdeel II, onder 2, subonderdeel a – bezwaarrecht in artikel 5.2.5b, eerste lid
Aan het eerste lid van het voorgestelde artikel 5.2.5b wordt toegevoegd dat de verstrekking
niet plaatsvindt indien de betrokkene daartegen bezwaar heeft gemaakt. Voor wilsonbekwame
cliënten is artikel 7:465 BW van overeenkomstige toepassing, in lijn met de figuur
die de regering in artikel 6b, negende lid, Wpg hanteert. De cliënt krijgt hiermee
op het niveau van de verstrekking – en daarmee van de doorbreking van het beroepsgeheim –
de zeggenschap die hem onder de huidige redactie ontbreekt.
Onderdeel II, onder 2, subonderdeel b – voorhang amvb krachtens artikel 5.2.5b, zesde
lid
De algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 5.2.5b, zesde lid, wordt gedurende
vier weken voorgelegd aan beide Kamers der Staten-Generaal voordat zij in werking
treedt.
Onderdeel II, onder 3 – verstrekkingsregister (nieuw artikel 5.2.5c, eerste en tweede
lid)
In een nieuw artikel 5.2.5c wordt geregeld dat het college of de GGD een verstrekkingsregister
bijhoudt, waarin per verstrekking ten minste worden opgenomen: (a) de datum waarop
de gegevens door het college of de GGD zijn ontvangen; (b) de aanduiding van de zorgaanbieder
– in de praktijk veelal een rechtspersoon, zoals een ziekenhuis, GGZ-instelling of
huisartsenmaatschap, en bij solopraktijken een natuurlijke persoon; (c) de categorieën
verstrekte gegevens, te weten de drie in artikel 5.2.5b, eerste lid, genoemde categorieën:
persoonsgegevens, gegevens over de gezondheid en het burgerservicenummer; en (d) het
doel waarmee de zorg is verleend, bedoeld in artikel 5.2.5b, tweede en derde lid.
Een fijnmazigere uitwerking, waaronder bewaartermijnen, kan worden voorzien bij algemene
maatregel van bestuur op grond van artikel 5.2.5b, zesde lid.
Onderdeel II, onder 3 – informatieplicht door het college of de GGD en afschriftrecht
(nieuw artikel 5.2.5c, derde lid)
Het college, dan wel de GGD, informeert de cliënt over de op grond van artikel 5.2.5b
ontvangen gegevens en over de rechten van de cliënt. De nadere invulling – vorm, moment,
taalniveau en de feitelijk uitvoerende functionaris binnen de gemeentelijke organisatie –
wordt overgelaten aan een ministeriële regeling, dan wel de algemene maatregel van
bestuur op grond van artikel 5.2.5b, zesde lid. Dit biedt uitvoeringsruimte voor verschillen
in de doelgroep (laaggeletterdheid, anderstaligheid, dakloosheid) zonder dat de wettekst
onuitvoerbaar gedetailleerd wordt. Juridisch concretiseert deze bepaling de «passende
maatregelen» die artikel 14, vijfde lid, onder c, AVG vereist om de informatieplicht-uitzondering
te kunnen inroepen.
De cliënt heeft kosteloos recht op een afschrift van zijn gegevens uit dit register.
Dit recht vormt geen verdubbeling van het verwerkingsregister op grond van artikel 30
AVG of het inzagerecht van artikel 15 AVG, maar concretiseert – naar het model dat
de wetgever bij artikel 15e Wabvpz voor logging in zorginformatiesystemen heeft gehanteerd –
een audit trail die specifiek ziet op verstrekkingen onder doorbreking van het beroepsgeheim.
Onderdeel II, onder 3 – doelvergrendeling en verwijderclausule (nieuw artikel 5.2.5c,
vierde en vijfde lid)
De op grond van artikel 5.2.5b verstrekte gegevens worden door het college of de GGD
uitsluitend verwerkt voor het doel omschreven in het eerste lid van dat artikel. Verwerking
voor andere doeleinden – in het bijzonder voor handhaving van inkomensafhankelijke
regelingen of rijksbelastingen, voor uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000, of voor
commerciële profilering – is uitgesloten. Voor opsporing geldt een uitzondering uitsluitend
voor zover een specifiek wettelijk voorschrift verstrekking dwingend voorschrijft.
De indiener onderkent dat de verstrekkingsgrondslag op grond van het eerste lid reeds
een doelbeperking bevat. Aanvullende explicitering op het niveau van de verdere verwerking
door het college of de GGD (artikel 5.2.5b, vijfde lid) is evenwel aangewezen, omdat
zowel de memorie van toelichting (p. 13) als de Nota naar aanleiding van het verslag
ruimte laten voor doorgeleiding naar schuldhulpverlening, (arbeids)participatie en
het leiden van de onverzekerde naar een zorgverzekering. De Autoriteit Persoonsgegevens
heeft die koppeling in paragraaf 7 van haar advies uitdrukkelijk geproblematiseerd.
Een uitdrukkelijke negatieve opsomming operationaliseert het doelbindingsbeginsel
van artikel 5, eerste lid, onder b, AVG naar een uitvoeringsrechtelijk afdwingbare
norm.
Aanvullend wordt voorzien in een verwijderclausule: indien de aangeboden bemoeizorg
niet wordt aanvaard, worden de op grond van artikel 5.2.5b verstrekte gegevens verwijderd.
Dit volgt een uitdrukkelijke aanbeveling van de AP die in de nota van wijziging niet
is overgenomen.
Onderdeel III -evaluatie (nieuw artikel VA)
In een nieuw artikel VA wordt voorzien in een evaluatie van de werking van de in de
artikelen 5.2.5b en 5.2.5c geregelde verstrekking en verwerking, uiterlijk vijf jaar
na inwerkingtreding.
Claassen
Indieners
René Claassen, Kamerlid
Appreciatie (oordeel)
Appreciatie:
Ontraden
De minister of staatssecretaris is het niet eens met de motie en adviseert de Kamer om tegen de motie te stemmen. Bijvoorbeeld omdat hij of zij vindt dat de motie wettelijk niet klopt, te veel geld kost om uit te voeren, of helemaal niet uitvoerbaar is.